Weer aan het werk: "Overal hoorde ik babygeluiden"

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (31) vertelt over haar leven met partner Stefan Bok (32) en hun kindje. In december 2022 werden ze ouders van dochter Gijsje. Deze keer vertelt ze over weer aan het werk gaan na het bevallingsverlof.

Iedereen vroeg: ‘Hoe gaan jullie het doen? Ik dacht dan gekscherend: ‘Wat doen? Bevallen? Opvoeden?’. Maar met die vraag doelde men op het combineren van werk in combinatie met zorgen voor ons kindje. Voordat Stefan en ik in verwachting waren van Gijsje hadden we al vaak gesproken over hoe we het ouderschap voor ons zien; we besloten het vooral samen te willen gaan doen. Voor ons houdt dat in dat Stefan de eerste vijf weken na Gijsjes geboorte vrij was en daarnaast één jaar lang elke maandag vrij is. Zelf werk ik voor de duur van één jaar drie dagen per week. Gijsje gaat op dinsdag en donderdag naar de kinderopvang om de hoek.

Wetten en regels

Vanaf 1 januari 2019 is het geboorteverlof (partnerverlof) uitgebreid van twee werkdagen naar eenmaal het aantal werkuren per week. Absoluut niet om over naar huis te schrijven, maar het was een begin van een flinke uitbreiding. Sinds 1 juli 2020 zijn er namelijk nog vijf weken bijgekomen. Weliswaar tegen 70 procent van je dagloon (en maximaal 70 procent van het maximale dagloon), maar in tijd absoluut een verbetering. Al kan niet iedereen gebruik maken van deze regeling. Als jij en je partner die 30 procent niet kunnen missen, vis je naast het net.

In augustus 2022 is de wet op ouderschapsverlof aangepast. Voorheen hadden ouders/verzorgenden per kind recht op 26 weken onbetaald ouderschapsverlof (geldig tot het achtste levensjaar van je kind). In augustus 2022 werden van die 26 weken er negen van betaald. Waarvan ook tegen 70 procent van je dagloon (en maximaal 70 procent van het maximale dagloon).

Lees ook: Recht op negen weken betaald ouderschapsverlof

Bovenstaande wetten, maar ook mijn cao, hebben het mogelijk gemaakt dat Stefan en ik tegen voor ons overzienbare financiële gevolgen, tijdelijk minder kunnen werken om zelf meer voor onze dochter te kunnen zorgen.

Aan de bak

Na elf weken bevallingsverlof ging ik weer aan het werk. En ja, ik ben zo’n Mama die moest huilen toen ik Gijsje voor het eerst naar de kinderopvang bracht. Ja, ook op de terugweg. De eerste keer hakte er echt even in.

Mijn eerste werkweek voelde wat gek aan, want overal hoorde ik babygeluiden. Liever was ik thuis om voor Gijsje te zorgen. Al veranderde dat snel. Niet omdat ik minder bij Gijsje wilde zijn, maar ik realiseerde hoe leuk mijn werk was en hoe fijn het is om ook collega Daniëlle te zijn in plaats van alleen Mama Daniëlle. Daar waar ik ooit dacht dat ik erg gelukkig zou zijn als fulltime moeder veranderde die gedachte door weer te gaan werken. Want laten we even eerlijk zijn; zorgen voor je pasgeboren baby is gewoon kei en kei hard werken. Ik vind zelfs een dag met mijn kleine wolk zwaarder dan een dag op kantoor. Er zijn zelfs dagen bij dat ik bij het keukenraam sta om te kijken waar Papa blijft. Herkenbaar? Maar of je nou werkt of zorgt, je verlangt altijd naar datgeen wat je op dat moment niet aan het doen bent. Ja, alle clichés zijn waar.

Combineer jij net als FNV|UTA consulent Daniëlle je werk met een gezin en heb je vragen over je rechten met betrekking tot verlof of andere gerelateerde zaken? Schroom dan niet en mail naar uta@fnv.nl of bel/whatsapp naar 06-18511269.

 

Daniëlle Strijbos – Bok

Consulent UTA/moeder

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (31) heeft een relatie met Stefan Bok (32). Samen hebben ze een dochter Gijsje (0).

 


Column Hans Crombeen | Trekhaak

Hans Crombeen
Hans Crombeen

"Lang geleden zijn de toen bestaande cao’s voor de Bouwnijverheid en voor UTA medewerkers samengevoegd tot één cao. Met als doel om in de jaren erna de arbeidsvoorwaarden te harmoniseren. Maar werkgevers en vakbonden hebben de jaren daarna hele andere plannen gehad met die harmonisatie. Dat zorgde ervoor dat de bestaande verschillen niet werden opgelost. Ook zorgde de samenvoeging ervoor dat er minder specifiek aandacht was voor de arbeidsvoorwaarden in het UTA deel.

We hebben heel veel voorstellen gedaan om daar verandering in aan te brengen. Werkgevers hebben dat steeds afgedaan als niet relevant. Zij gaan er immers vanuit dat door het ontbreken van afspraken in de cao de werkgevers in de praktijk al heel veel afgesproken hebben met hun werknemers. Een cao afspraak op hetzelfde gebied zou dan ervoor zorgen dat de mensen twee keer compensatie zouden krijgen voor hetzelfde. Ja, er zal best veel worden overgewerkt, zeggen de werkgevers. Maar daar ontvangen de werknemers dan ook een hoger loon voor. Of een dertiende maand. Of een grotere lease auto dan de standaard. Of zelfs een extra in de vorm van een trekhaak achter die auto. En reistijdvergoeding? Of een zwaarwerkregeling? Of….? Allemaal niet nodig, werknemers krijgen al allerlei extra’s, aldus de werkgevers.

In 2021 hebben we behoorlijk wat uitvragen gedaan bij onze achterban rondom de cao onderhandelingen. Volgend op eerdere onderzoeken die we onder onze leden hebben gedaan. Zelfs het EIB heeft onderzoek verricht naar de arbeidsvoorwaarden. Maar geen enkel onderzoek werd ‘geloofd’. Daarom hebben we in de laatste cao afgesproken om SAMEN een onafhankelijk onderzoek te doen. Met de voorbereiding daarvoor zijn we nu druk. In het eerste kwartaal van 2023 gaat dit live. Iedereen die als UTA medewerker in de sector werkt (en werkgevers) mogen hem invullen. Help je ons straks door hem in te vullen? Voor de cao onderhandelingen van 2024 zal het van groot belang zijn dat dat gebeurt."


Recht op negen weken betaald ouderschapsverlof

Waar je als ouders voorheen recht had op 26 weken onbetaald ouderschapsverlof, kunnen ouders door een nieuwe Europese richtlijn vanaf 2 augustus negen weken betaald ouderschapsverlof opnemen. In dit artikel lees je meer over de voorwaarden van betaald ouderschapsverlof, hoe je betaald ouderschapsverlof aanvraagt en of je in aanmerking komt voor betaald ouderschapsverlof (ook als je kind vóór de invoering van de wet is geboren).

Sinds de invoering van het ouderschapsverlof is er altijd sprake geweest van onbetaald ouderschapsverlof, tenzij hier andere afspraken over zijn gemaakt in jouw cao. Een grote verandering dus, maar niet op eigen initiatief. Het was namelijk de EU die alle lidstaten een wettelijke minimumstandaard oplegde van minimaal vier maanden ouderschapsverlof waarvan minimaal twee maanden betaald. Ook Nederland moest dus aan de bak.

Negen weken betaald ouderschapsverlof

Ouders krijgen straks gedurende negen weken ouderschapsverlof een UWV-uitkering ter hoogte van 70 procent van hun dagloon (tot 70 procent van het maximum dagloon). Voorwaarde is dat zij deze negen weken opnemen in het eerste levensjaar van het kind. Deze negen weken betaald verlof komen bovenop de zestien weken zwangerschaps- en bevallingsverlof voor de moeder en de zes weken geboorteverlof voor de partner.

Betaald ouderschapsverlof bij kinderen die al geboren zijn vóór de invoering van de wet zijn geboren

Het ouderschapsverlof geldt ook voor sommige ouders die vóór 2 augustus 2022 en kind krijgen of hebben gekregen. Het kind moet op het moment dat de wet ingaat jonger zijn dan één jaar. Daarnaast moeten ouders op dat moment in loondienst zijn en nog niet het volledige recht op ouderschapsverlof hebben opgenomen.

Voorbeeld

Een werknemer is op 2 augustus 2022 ouder van een zes maanden oude baby. Hij of zij heeft al negentien weken (wettelijk onbetaald) ouderschapsverlof opgenomen. Deze werknemer heeft nog zes maanden om zeven weken ouderschapsverlof op te nemen. Dan is het kind één jaar oud. Tijdens die zeven weken heeft hij of zij recht op een uitkering.

Hoe vraag ik betaald ouderschapsverlof aan?

De werkgever kan vanaf 2 augustus 2022 de aanvraag voor gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof indienen bij het UWV. De werknemer dient het betaald en onbetaald ouderschapsverlof ten minste twee maanden van te voren, schriftelijk aan te vragen bij de werkgever.

Betaald ouderschapsverlof bij adoptie- of pleegouderschap

In het geval van adoptie- of pleegouderschap is betaald ouderschapsverlof ook mogelijk voor kinderen onder de acht jaar. Dit geldt alleen voor het eerste jaar na de dag van de feitelijke adoptie of plaatsing.

ZZP’ers

Zelfstandigen kunnen helaas geen aanspraak maken op het ouderschapsverlof; betaald of onbetaald.

De feiten kort op een rij

  • Beide ouders/verzorgers hebben recht op ouderschapsverlof,
  • Je hebt per kind recht op 26 weken ouderschapsverlof, maal het aantal uren dat je per week werkt,
  • Het ouderschapsverlof kun je inzetten tot het achtste levensjaar van je kind, daarna vervalt het niet-ingezette ouderschapsverlof,
  • Vanaf 2 augustus 2022 hebben ouders/verzorgers recht op negen weken betaald ouderschapsverlof tegen 70 procent van hun dagloon. Dit percentage kan ook hoger liggen, mits opgenomen in de cao,
  • Voorwaarde van het betaalde ouderschapsverlof is dat het wordt opgenomen in het eerste levensjaar van het kind,
  • De resterende 17 weken ouderschapsverlof zijn onbetaald, tenzij anders opgenomen in de cao,
  • Een werknemer die valt onder de cao Bouw & Infra heeft bij de bevalling van de partner recht op één dag betaald verlof. De werkgever betaalt het vast overeengekomen loon of salaris,
  • Het ouderschapsverlof komt bovenop de 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof van de moeder,
  • Het ouderschapsverlof komt ook bovenop de zes weken partnerverlof van de partner. Het partnerverlof bestaat uit twee delen. - Partnerverlof van eenmaal het aantal werkuren per week. De werkgever betaalt het vast overeengekomen loon of het salaris (100 procent),
  • Aanvullend partnerverlof van maximaal vijfmaal het aantal werkuren per week. Het UWV betaalt een uitkering van 70 procent van het dagloon.

Onderzoek naar knelpunten UTA-werknemers

Onderzoek naar knelpunten UTA-werknemers

Onlangs is bekend geworden dat er een onderhandelingsresultaat ligt voor de Cao Bouw & Infra. Een van de afspraken is dat er onafhankelijk en representatief onderzoek gedaan gaat worden naar de positie van UTA-werknemers.

Het onderzoek gaat zich richten op de praktijk in de bedrijven en de ervaringen en wensen van UTA-werknemers met betrekking tot de thema’s arbeidstijden, overuren en reisuren. Het doel hiervan is werknemers gezond en fit te houden en een aantrekkelijke sector te zijn.

Voorwaarden onderzoek

Het onderzoek start uiterlijk begin 2023 en is binnen een tijdsbestek van een half jaar afgerond. Na oplevering van het onderzoek gaan cao-partijen binnen een termijn van drie maanden serieus met elkaar in gesprek over de positie van UTA-werknemers en de eventueel geconstateerde knelpunten.

Voor de onderzoeksopzet gelden de volgende voorwaarden:

  • Onafhankelijke en neutrale onderzoeker, instemming van cao partijen,
  • De onderzoeker stelt een vragenlijst op naar aanleiding van interviews met cao-partijen, er zijn geen blokkades op vragen,
  • Diversiteit aan functiegroepen wordt benaderd voor het onderzoek,
  • Cao-partijen kunnen voordrachten doen voor de selectiekaders. De onderzoeker maakt de uiteindelijke selectie, maar houdt rekening met de voorgedragen selectie,
  • Anonimiteit van respondenten wordt gegarandeerd,
  • Respondenten wordt gevraagd prioriteiten binnen de thema’s aan te geven. Partijen volgen die prioritering.

Overwerk

Er is in het onderhandelingsresultaat een apart stuk gewijd aan het onderwerp overwerk. In de huidige cao is vastgelegd dat in beginsel moet worden vermeden dat een UTA-werknemer structureel overwerkt. Afgesproken is wanneer structureel overwerk wel wordt geconstateerd (binnen functiegroepen), dat cao-partijen met elkaar in overleg gaan over de mogelijkheden om dit overwerk te beperken en om afspraken te maken die voorkomen dat deze tijden gewerkt wordt. Hierbij ligt onder andere ook de betaling van overwerk als bespreekpunt op tafel.

Conclusie: Aan de hand van de resultaten van het onderzoek moeten werkgevers serieus met ons in onderhandeling over hoe de knelpunten te ondervangen in de volgende cao-afspraak!


diplomabonus bbl

Diplomabonus van € 2.500 voor BBL-studenten in de Bouw & Infra

Ben jij werknemer in de Bouw en Infra en haal je een BBL-diploma? Dan heb je waarschijnlijk recht op een diplomabonus van € 2.500 bruto. De afspraak geldt alleen als je onder de cao Bouw & Infra valt.

Wat houdt de regeling in?

  1. Je hebt een diploma voor een opleiding BBL-2, BBL-3 of BBL-4 gehaald in het domein: Bouw en infra, Afbouw, Hout en onderhoud of Techniek en procesindustrie.
  2. Tijdens deze opleiding heb je minimaal 6 maanden een arbeidsovereenkomst én een beroepspraktijkvormingsovereenkomst gehad met de werkgever waar je de opleiding hebt gevolgd.
  3. Je ontvangt de diplomabonus eenmalig van de werkgever waar je de opleiding hebt gevolgd.
  4. Je overhandigt deze werkgever een afschrift van je diploma.

Op de website van Volandis vind je meer informatie over de regeling, veelgestelde vragen, de voorwaarden, en het aanvraagproces voor de diplomabonus. Heb je vragen? Stel ze gerust door te mailen naar uta@fnv.nl


Wat betekent de verhoging van de pensioenpremie voor jou?

In de cao Bouw & Infra is afgesproken dat de premie stijgt van 25 naar 26% van de pensioengrondslag. Dat is niet hetzelfde als van het loon. Van het loon is de stijging voor werknemers ongeveer 0,2% van het nettoloon. Je betaalt namelijk over de eerste € 14.544 van je jaarsalaris geen pensioenpremie. Dat is ongeveer gelijk aan het bedrag van een AOW uitkering. Over het deel van je salaris dat uitstijgt boven € 63.854 betaal je ook geen premie. Ook betaal je over de pensioenpremie geen belasting en sociale premies. Daardoor is 26% over de pensioengrondslag (gelukkig) niet hetzelfde is als 26% van je loon.

Waarom verhoging van de premie?

Een verhoging van de premie is noodzakelijk doordat BPF Bouw moet rekenen met andere economische verwachtingen. Met name de zeer lage rente speelt hierbij een belangrijke rol. Dat is geen keuze van BPF Bouw, maar wordt wettelijk voorgeschreven.

Verder heeft BPF Bouw een ‘lage premiedekkingsgraad’. Dat betekent dat je (ongeveer) per ingelegde € 0,65 aan pensioenrechten € 1,00 bijgeboekt krijgt. Dat lijkt uiteraard een goed ding en voor de actieve deelnemers aan het fonds is dat het ook. Maar het pensioenfondsbestuur moet kijken naar alle groepen in het fonds. En gepensioneerden hebben hier een (klein) nadeel aan. Het fonds kan er iets minder (snel) door indexeren.

Door de afspraken in het pensioenakkoord gaan we in 2026 over naar een nieuw pensioenstelsel. Op dat moment is er een veel directere relatie tussen de pensioenpremie en de pensioenrechten bijboeking. De premiedekkingsgraad zal dan niet meer zo bestaan als nu. Je krijgt dan voor een euro inleg ook een euro bijboeking terug. Er veranderen nog een paar andere zaken, waardoor je straks niet opeens keldert in je pensioenopbouw, maar daarvoor is het wel van belang dat de premie de komende jaren stijgt. De stap die we in 2022 maken is een goede eerste stap.

Pensioenopbouw

Welke premie nodig is om de huidige pensioenopbouw in stand te houden is nog niet precies bekend. Dat wordt definitief berekend in het laatste kwartaal van 2021.  Met de cijfers van maart 2021 zijn voorlopige berekeningen gemaakt. Op basis van die berekeningen wordt ingeschat dat de premie 3% zou moeten stijgen (van 25% naar 28%) om de pensioenopbouw gelijk te houden. Er is nu afgesproken dat de premie in 2022 niet verder stijgt dan 26%. Dat betekent dat daarom de opbouw verlaagd zal worden. Je bouwt nu per jaar 1,738% van je pensioengrondslag aan ouderdomspensioen op. Dat zal waarschijnlijk iets lager worden. Met de cijfers van maart 2021 is dat ongeveer 1,6 %.

Het verlagen van opbouw heeft voor mensen die dicht op hun pensioen zitten minder grote consequenties dan mensen die er verder vanaf zitten. Je al opgebouwde pensioen wordt hier namelijk niet door beïnvloed. Alleen je toekomstige opbouw. Zodra het kan zullen we ons weer inzetten voor het terugbrengen van het opbouwpercentage. Bijvoorbeeld: UTA-medewerker met een maandloon van € 3.310,-: € 39 minder ouderdomspensioen (per jaar, levenslang)

Wil je meer informatie over je pensioen? Wij hebben onlangs alles over het pensioen van de UTA’er op een rijtje gezet. Download het ‘UTA pensioen e-book’ hier.


Deel 3 ‘’Het is ook mijn cao!’’ overhandigd

Op de 8e dag van de cao onderhandelingen heeft onderhandelaar Hans Crombeen deel 3 van ‘Het is ook mijn cao!’ uitgereikt aan werkgevers. In dit rapport vertellen UTA medewerkers hoe zij het werken in de bouw ervaren en wat zij zouden willen veranderen als dat kon.

Het rapport is onderdeel van een reeks aan reacties van UTA medewerkers op het cao overleg. Deel 1 en 2 zijn tijdens eerder cao overleg aan de werkgeversdelegaties overhandigd.

FNV|UTA heeft de afgelopen week telefonisch werknemers gesproken over het werken in de bouw. Dit heeft een rapport opgeleverd van bijna 90 pagina’s. Er tekent zich een duidelijk beeld af: lange werkdagen, hoge werkdruk, een tekort aan personeel, miscommunicatie op de bouwplaats en tot slot fysiek en vooral mentaal zwaar werk. Daar tegenover staat weinig waardering en compensatie.

 

 “Je moet 24/7 paraat staan en je krijgt niet doorbetaald.”

“Als ik morgen een andere baan had, ging ik gisteren weg.”

“Het is behoorlijke waanzin. Waarom houden we dit met z’n allen in stand? Je offert je gezondheid op, voor wat?”

 

Ook een modern en sociaal personeelsbeleid ontbreekt bij veel ondernemingen. Thuiswerken, een vierdaagse werkweek, werktijden die zijn af te stemmen op de thuissituatie, dit alles lijkt vaak ver weg.

 

“Er moet meer voor UTA gebeuren. Jongeren hebben andere behoeften, daar heb je andere afspraken voor nodig.”

“Het is geen feest om naar het werk te gaan. De druk wordt alleen maar hoger. Ik mis ook aanwas in de sector.”

“Er zijn meer mensen nodig. Er staan wel veel vacatures open, maar de werkgever krijgt ze niet ingevuld.”

 

Begin maart zijn de onderhandelingen voor een nieuwe cao Bouw & Infra 2021 gestart. Vanaf het begin geven werkgeversorganisaties aan geen afspraken te willen maken voor de UTA, uitgezonderd de loonsverhoging. De UTA voorstellen worden geclassificeerd als overbodig en onacceptabel.

Werkgevers beweren dat er op bedrijfsniveau goede afspraken zijn voor het UTA personeel. Zo zitten alle overuren en reisuren bijvoorbeeld al in het salaris. Een zwaar werk regeling is niet nodig omdat uitvoerders toch al lichtere projecten en functies krijgen voordat ze met pensioen gaan. En de hoge werkdruk moet een UTA werknemer voor lief nemen volgens werkgevers; “Dat hoort nou eenmaal bij het werk. Mensen van een bepaald niveau moeten gewoon de klus klaren. Je hebt altijd de keuze om naar een werkgever te gaan waar het beter geregeld is”.

Wij horen al jarenlang uit de praktijk dat goede bedrijfsafspraken veelal ontbreken. En wanneer UTA werknemers hierover concrete afspraken willen maken met hun werkgever krijgen ze nul op het rekest. Dat is ook nu weer gebleken!

 

” De laatste jaren is de werkdruk zo gigantisch gestegen.”

“Ik ervaar hele hoge werkdruk. Dit heb ik al heel vaak aangegeven maar de werkgever erkent die werkdruk niet.”

“Jonge uitvoerders vinden het niet aantrekkelijk om in de bouw te werken, en veel ouderen vallen regelmatig uit.”

 

Uiteraard zijn er altijd uitzonderingen op bedrijfsniveau, maar het is zeker niet de regel. UTA werknemers hebben niet voor niets een pakket aan cao voorstellen gedaan en wensen niet tegen de bouwplaats collega’s uitgespeeld te worden. De UTA blijft krachtig van zich laten horen en laat zich niet uitsluiten. Zonder UTA is er geen bouw!

 

“Geestelijk moe is erger dan lichamelijk moe. Zonder UTA is er geen bouw!”

“UTA is belangrijk voor bouwbedrijven, maar werkgevers lijken dit niet te realiseren.”

 

Lees hier deel 1, deel 2, en deel 3.


'Het is ook mijn cao!' | Overzichtspagina

De werkgeversorganisaties hebben ons tijdens eerdere onderhandelingen laten weten dat zij geen afspraken in de cao willen maken voor UTA-medewerkers. Alles zou al perfect geregeld zijn op bedrijfsniveau. Daarom hebben wij een oproep gedaan aan UTA'ers, om te reageren op het standpunt van de werkgeversorganisaties. Op onze vragenlijst is massaal gereageerd. Op deze pagina kun je de links naar de drie documenten vinden. 

Klik op onderstaande buttons om deel 1, deel 2 en deel 3 van de reacties te bekijken.

                    


De overwerkcultuur in de bouw

FNV|UTA heeft de afgelopen weken vragen gesteld over ‘overwerk’ onder UTA’ers. En de cijfers over de hoeveelheid en de frequentie van overwerk liegen er niet om. Daarnaast worden deze lange werkdagen nauwelijks gecompenseerd. Werkgevers beweren dat overwerk is inbegrepen in het salaris. Ook stellen ze ‘je weet waaraan je begint als je in de bouw komt werken’ en ‘als het je niet bevalt ga je toch naar een andere werkgever’.

Al enige tijd doet FNV onderzoek naar overwerk in de bouw. In veel UTA-functies is overwerk gangbaar. Voor UTA’ers die met het bouwproces te maken hebben, is overwerk daarentegen veelal structureel van aard. Uitvoerders, werkvoorbereiders, calculators, planners en projectcoördinatoren draaien wekelijks overuren.

Uit onze recente uitvraag ‘Het is ook mijn cao!’ blijkt dat een kwart van de UTA respondenten 9 tot 13 uur per week overwerkt. 14% zelfs 13 uur of meer. Ook werkt een aanzienlijk deel gemiddeld een dag per week extra. Op jaarbasis betekent dit 9 tot 15 weken of meer extra werken. Een ongezonde realiteit. De meerderheid van de UTA’ers krijgt hiervoor ook nog eens niets betaald of in tijd gecompenseerd. Bovendien worden de reisuren niet vergoed.

‘’Lange dagen en 40 uur betaald krijgen.’’

‘’Reisuren hebben ze nog nooit van gehoord voor UTA.’’

De lange werkdagen gaan gepaard met steeds meer verantwoordelijkheden, hogere administratieve vereisten, krappe planningen, pauzes die erbij inschieten en de 24/7 bereikbaarheid. Het aantal vacante UTA-functies stijgt. Op veel plekken wordt een continue personeelstekort gerapporteerd. Tegelijkertijd zijn er veel zorgen over het uitblijven van een jongeren instroom.

‘’Veel jonge gasten die net klaar zijn met hun opleiding, willen niet voor een aannemer werken. Veel uren, slechte betaling, hoge werkdruk, het wordt allemaal al besproken op de scholen.’’

Dagelijks gaat voor uitvoerders of werkvoorbereiders de wekker in de nachtelijke uren.  Rond 5.30 uur vertrekken ze van huis om tegen de avond – als het verkeer meezit – weer de deur achter zich dicht te trekken. Het zijn lange werkdagen met een  aanzienlijke werkdruk. Het maakt de bouw (mentaal) zwaar en ongezond. Daarnaast vergt het een opoffering voor het sociale leven. Velen rapporteren keer op keer het gezin teleur te stellen of in het weekend nauwelijks nog fut te hebben.

‘’Alles moet af, het maakt niet uit hoe, maar niet met te veel uren. De rest moet in je eigen tijd.”

Werkgevers aan de onderhandelingstafel verschuilen zich achter een zogezegd ‘’all-in-salaris’’. Zij geven aan dat de UTA salarissen zodanig zijn samengesteld dat overwerk erin zit. FNV|UTA heeft daarom in een enquête de vraag gesteld of in de arbeidsovereenkomst expliciet is opgenomen dat overwerk in het salaris is inbegrepen. Een overtuigende meerderheid geeft aan dat hiervan absoluut geen sprake is. Grotendeels ontbreekt ook de registratie van overwerk.

‘’In het systeem kan ik tot 40 uur registreren, niet meer!’’

Kortom, werkgevers aan de onderhandelingstafel tonen weinig empathie met het hardwerkende UTA-personeel. FNV|UTA vindt het hoog tijd voor een goede overwerkregeling en bestrijding van het vele overwerk. Wie kan immers deze werkomstandigheden volhouden?

De overwerkcultuur in de bouw leidt tot een onveilige en ongezonde werkomgeving. Loyaliteit en verantwoordelijkheidsgevoel is mooi, maar kent ook bij de UTA zijn grenzen!

‘’Er gaat veel ervaren personeel weg en er is geen aanwas. Dus de werkdruk zal nog hoger worden.’’


'Het is ook mijn cao!' | Deel 2 van rapport gepresenteerd

De werkgeversorganisaties hebben ons tijdens eerdere onderhandelingen laten weten dat zij geen afspraken in de cao willen maken voor UTA-medewerkers. Alles zou al perfect geregeld zijn op bedrijfsniveau. Daarom hebben wij een oproep gedaan aan UTA'ers, om te reageren op het standpunt van de werkgeversorganisaties. Op onze vragenlijst is massaal gereageerd. 

Op 31 maart hebben we de eerste bundeling van UTA-reacties, geanonimiseerd, aan de werkgevers overhandigd. Omdat er sindsdien nog veel meer reacties zijn binnengekomen, hebben we besloten een 'deel 2' te maken.

Alle nieuwe reacties (tot en met 12 april) zijn wederom gebundeld tot een document:

Document - Het is ook mijn cao! Deel 2 

De reacties onderstrepen het belang van goede cao afspraken en zijn tijdens de afgelopen onderhandelingsronde weer gepresenteerd aan de werkgeversorganisaties. Er kan nog steeds gereageerd worden op de vragenlijst. Heb je dit nog niet gedaan? Klik op de button hieronder om naar de vragenlijst te gaan!

Klik hier voor de deel 1 van UTA-reacties op 'Het is ook mijn cao!'


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.