Zorgeloos op vakantie: de overdracht
Zo draag je je werk over tijdens je vakantie, neem je werk van collega’s slim over tijdens hún vakantie, én laat je je werk los!
Rond de bouwvak neemt de werkdruk toe. De vakantie is het moment om weer op te laden. Even geen vergaderingen, deadlines, telefoontjes of een overvolle mailbox. Veel mensen vinden het lastig om hun werk echt los te laten, want je wil dat alles goed geregeld is voor je vertrekt, je collega’s niet opzadelen met problemen, én na je vakantie natuurlijk niet terugkomen in een complete chaos.
Je kunt dit artikel als gids gebruiken. Of je nu zelf of vakantie gaat of de honneurs waarneemt van je collega’s. Bereid de vakantieperiode goed voor en je geniet zonder werkstress van je vrije dagen.
Zelf op vakantie
Je werkt het hele jaar hard, daarom is vakantie belangrijk. Niet alleen om uit te rusten, maar ook omdat je daarna weer scherper en energieker weer aan het werk kan gaan. Toch blijft het werk bij veel mensen in het hoofd zitten, ook op vakantie. Een goede overdracht van je werkzaamheden kan hierbij helpen.
Een stressloze vakantie begint namelijk niet op het vliegveld of wanneer je de caravan achter je auto hangt. Het begint al weken eerder op werk. Hoe beter je de overdracht regelt, hoe makkelijker jij kunt ontspannen en hoe prettiger dit is voor je collega’s.
- Begin ruim op tijd
De laatste week voor je vakantie is vaak al druk genoeg. Naast je werk moet je nog koffers pakken en misschien nog vanalles regelen. Wacht daarom niet tot het laatste moment met je overdracht. Vraag ongeveer 3-5 weken van tevoren wie jouw werkzaamheden kan overnemen. Soms is 1 welwillende collega voldoende, maar vaak is het slimmer om de taken over meerdere collega’s te verdelen. Zo weet iedereen waar die aan toe is en kunnen collega’s er rekening mee houden in hun planning - De planning
Een overzichtelijke planning is van belang. Probeer geen nieuwe projecten aan te nemen vlak voor je vakantie, want alles dat je opstart moet ook weer worden overgedragen. Werk waar mogelijk vooruit en maak een duidelijk overzicht van alle werkzaamheden die tijdens jouw afwezigheid moeten gebeuren. Denk aan: lopen projecten, afspraken, deadlines, en belangrijke contactpersonen. Stel jezelf de vraag: Wat zou ik willen weten als ik deze taak zelf moest overnemen? - Zorg dat alles toegankelijk is
Een goede overdracht bestaat uit meer dan alleen een takenlijst. Controleer daarom of je collega’s toegang hebben tot documenten en gedeelde mappen. En hebben ze bijvoorbeeld wachtwoorden nodig. Leg vast waar deze informatie te vinden is, bijvoorbeeld in een veilig wachtwoordbeheerprogramma. Zo voorkom je paniekerige voicemails terwijl jij net met een snorkel in de zee ligt. - Prioriteiten
Waarschijnlijk hoeft niet alles tijdens jouw vakantie af te zijn. Bespreek samen met de betreffende collega’s welke werkzaamheden prioriteit hebben, en welke prima nog even kunnen wachten tot je weer terug bent. Zo voorkom je dat collega’s onnodig overbelast raken. - Bereikbaarheid
Het is ook belangrijk om afspraken te maken over je bereikbaarheid. Wat is een noodgeval? Wanneer mag iemand je bellen? En wanneer juist niet? Hoe duidelijker deze afspraken zijn, hoe kleiner de kans dat je tijdens je vakantie nog steeds met werk bezig bent. - Plan een terugkoppeling
Het is raadzaam om voor je vertrekt al een afspraak te maken voor na je vakantie. Tijdens dit terugkoppelmoment hoor je wat er is gebeurd, welke beslissingen zijn genomen, of er eventuele problemen zijn ontstaan, en hoe de werkzaamheden er op dat moment voor staan. Zo kun je jouw werkzaamheden na de vakantie sneller weer oppakken.
Je collega gaat op vakantie
Niet iedereen neem tegelijkertijd verlof op. Misschien blijf jij juist werken en neem je tijdelijk de werkzaamheden van een collega over. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Met de volgende stappen zorg je voor een prettige overdracht.
- Vraag erom
Wanneer je collega er zelf niet over begint, vraag dan om een duidelijk overdrachtsdocument. Stel vragen, bespreek wat de prioriteiten zijn en wie je kunt benaderen bij vragen. - Neem niet teveel hooi op je vork
Je vervangt een collega, maar je hoeft niet ineens twee volledige banen uit te voeren. Neem alleen taken over die binnen te functie passen, die haalbaar zijn, en die je voldoende beheerst. Is het simpelweg teveel? Bespreek dit dan met de betreffende collega en/of jullie leidinggevende. Samen kunnen jullie taken beter verdelen of extra ondersteuning regelen. Een te hoge werkdruk helpt uiteindelijk niemand. - Maak duidelijke afspraken
Bespreek vooraf wanneer je collega eventueel bereikbaar is, wat de procedure is bij spoedgevallen, en hoe je handelt bij onverwachte situaties. Zo voorkom je onnodige frustratie; bij jezelf, en bij je vakantievierende collega. - Weet waar je recht op hebt
Normaal gesproken neem je extra werkzaamheden over binnen je eigen contracturen. Daar staat meestal geen compensatie tegenover. Moet je structureel overwerken? Kaart dit vooraf aan, en maak afspraken over overuren en compensatie. Wanneer je voor langere tijd extra werkzaamheden en/of verantwoordelijkheden overnemen (bijvoorbeeld tijdens een sabbatical of langdurig verlof) dan is het verstandig om met je werkgever in gesprek te gaan over een passende beloning. - Geef het werk weer netjes terug
Houd tijdens de vakantie van je collega bij welke werkzaamheden zijn uitgevoerd, welke beslissingen zijn genomen, of er bijzonderheden waren, en wat de actuele status is. Plan na terugkomst van je collega een terug-overdrachtsmoment in. Zo kan je collega direct weer verder en sluit jij het netjes af.
Goede afspraken
Of je nu zelf op vakantie gaat of juist een collega vervangt; goede communicatie is altijd belangrijk. Een duidelijke overdracht, heldere verwachtingen en realistische afspraken zorgen ervoor dat iedereen prettig kan werken én ontspannen.
Zo zorg je ervoor dat de vakantie wordt gebruikt precies waarvoor het bedoeld is: opladen, genieten, en met frisse energie weer terugkomen.
Moet je bereikbaar zijn in de vakantie?
Voor de meesten van ons is het dé periode van het jaar: vakantie. Even weg van het werk, tijd voor jezelf en je gezin, en vooral geen werkmails of telefoontjes. Maar stel… je werkgever belt je terwijl je in de zon ligt of net een bergwandeling maakt. Moet je dan opnemen? Ben je verplicht om beschikbaar te zijn?
Als je vakantie opneemt, neem je vakantiedagen op. Dat betekent dat je vrij bent van werk. Je bent dus niet verplicht om bereikbaar te zijn voor telefoontjes, appjes of e-mails van je leidinggevende.
Vakantie is bedoeld om uit te rusten, bij te tanken en los te komen van je werk.
Wat zegt de cao Bouw & Infra?
In de cao Bouw & Infra staat in artikel 3.1 de regeling over vakantie. Daarin worden zaken geregeld zoals opbouw van vakantiedagen, aanvragen van vakantie en het vaststellen van de vakantieperiode.
Belangrijk: er staat geen bepaling in dat je tijdens je vakantie bereikbaar moet zijn. Er is dus géén cao-regel die je verplicht om te reageren op telefoontjes of berichten.
Wat als je tóch wordt gebeld?
In de praktijk kan het natuurlijk voorkomen dat een werkgever belt. Misschien is er iets onverwachts gebeurd op de bouwplaats, of ontbreekt er cruciale informatie.
Je werkgever moet jouw vakantie respecteren, tenzij er sprake is van een uitzonderlijke noodsituatie (bijvoorbeeld als jij als enige toegang hebt tot cruciale informatie of systemen).
Praktische tips om ongestoord vakantie te vieren
- Zet je werktelefoon uit of laat deze thuis.
- Stel een out-of-office melding in voor je e-mail en voicemail.
- Draag je lopende werkzaamheden over aan collega’s voordat je met vakantie gaat.
- Maak duidelijke afspraken met je leidinggevende over bereikbaarheid (of juist onbereikbaarheid).
Heb je vragen of wil je weten hoe dit voor jouw situatie zit? Neem contact met ons op via uta@fnv.nl.
Werkdruk neemt toe rond de bouwvak
De officiële bouwvak is in 1981 afgeschaft. Toch merken we dat veel bedrijven de deuren sluiten tijdens de zomer. De bouwvak zou een moment van rust en vakantie moeten zijn, waarin het werk stil ligt. In de praktijk blijkt dit anders. Werkdruk neemt juist toe rond de bouwvak.
Door de hoge werkdruk en de naderende bouwvak moeten veel projecten vóór die tijd worden afgerond. Hierdoor worden veel opleveringen net voor de bouwvak gepland, wat leidt tot een toenemende werkdruk. In plaats van een periode van rust en ontspanning, wordt de bouwvak voor velen een moment van herstellen van wekenlang hard werken.
Gevolgen
Omdat deze situatie zich elk jaar herhaalt, is er geen daadwerkelijk rustmoment. De druk om projecten af te ronden voor de bouwvak leidt bovendien tot meer fouten, wat het werk nog zwaarder maakt. Hierdoor kan je tijdens de vakantie het werk toch niet helemaal loslaten.
Op de lange termijn kan dit grote gevolgen hebben, zowel fysiek als mentaal. Veel werknemers die wij gesproken hebben de afgelopen periode, ervaren lichamelijke of psychische klachten, zoals kapotte knieën, gevoelloosheid in de handen of een burn-out. Degenen die er zelf geen last van hebben, kennen vaak minstens drie mensen in hun directe omgeving die hier wél mee te maken hebben gehad.
Voorkomen is beter dan genezen
Het is daarom van groot belang dat er op een gezonde, efficiënte en effectieve manier gewerkt wordt. Wij vinden dan ook dat er verandering moet komen voor de UTA-werknemers.
Speelt dit probleem bij jou, binnen je team of bij je werkgever? Dan gaan we graag met je in gesprek. Samen kunnen we zorgen voor verandering!
Neem contact met ons op via uta@fnv.nl.
Deregulering in Europa: minder regels, meer risico's
Terwijl de woningnood groeit en de energietransitie vraagt om vakmanschap, zet Europa, onder invloed van de werkgeverslobby, in op minder regels en snellere procedures. De deregulering moet onder andere de woningbouwopgave versnellen, maar dreigt juist de positie van werkenden en goedwillende bouwbedrijven te verzwakken. Wat betekent deze koers concreet voor de bouwarbeidsmarkt? En wie betaalt uiteindelijk de prijs van ‘minder regels’?
Wie in de bouw werkt, voelt het al jaren: de druk is hoog. Projecten moeten sneller, goedkoper en met minder mensen. Tegelijkertijd stapelen de maatschappelijke opgaven zich op: van de woningnood tot de energietransitie. Tegen deze achtergrond presenteert Europa nu een dereguleringsagenda. Dat betekent minder regels, meer ruimte voor bedrijven, en snellere procedures. Op papier klinkt dat aantrekkelijk. Maar achter die agenda schuilt een ontwikkeling die grote gevolgen kan hebben voor alle werkenden in de sector: bouwvakkers, technici én UTA’ers in de sector.
De FNV volgt deze plannen al een hele tijd. En wat nu op ons afkomt, vraagt om aandacht.
Een golf van deregulering
Begin 2025 kondigde de Europese Commissie haar werkprogramma aan. Kern van de boodschap: Europa moet concurrerender worden. Dat betekent volgens de Commissie dat bedrijven minder last moeten hebben van ‘overmatige regelgeving’. Deze gedachte komt niet uit de lucht vallen. Grote werkgeversorganisaties en multinationals lobbyen hier al jaren voor, zowel op Europees niveau in Brussel als in Den Haag. Ook de Nederlandse regering omarmt deze koers.
De bouwsector staat hierbij nadrukkelijk in de schijnwerpers. Volgens de Commissie remmen regels de innovatie en productiviteit in de sector, en zouden arbeidstekorten in de bouw zelfs een belangrijke oorzaak zijn van de woningcrisis. Dat is een eenzijdige analyse. Ja, er zijn tekorten. Maar die zijn mede het gevolg van jarenlange flexibilisering, versnippering en te weinig investeringen in vakmanschap.
Minder regels, meer risico’s
Deregulering klinkt misschien vaag, maar de gevolgen zijn wel concreet. Minder regels op bijvoorbeeld controle en handhaving van grensoverschrijdend werken raken sectoren waar handhaving nu al moeilijk is, zoals de bouw. Denk aan detachering, lange ketens van onderaanneming en het gebruik van uitzend- en bemiddelingsbureaus. In theorie geldt in Europa het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek’. In de praktijk zien we dat dit bijna onmogelijk te controleren is.
Nederland is binnen de EU één van de grootste ontvangers van gedetacheerde bouwarbeiders. Vaak gaat het om laaggekwalificeerd werk, met mensen die vandaag hier werken en morgen ergens anders. Juist daarom is zicht op wie er op de bouwplaats rondloopt essentieel. Deregulering op controlerende maatregelen betekent concreet: meer werkenden onder de radar, meer kwetsbaarheid voor uitbuiting en meer oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden.
Ook de veiligheid op de bouwplaats staat op het spel. De bouw is nog altijd een van de gevaarlijkste sectoren om in te werken. Regels, certificaten en toezicht zijn geen overbodige luxe, maar dienen een doel. Het schrappen van regels is dan ook geen oplossing. Wat wél werkt, zijn betere, efficiëntere regels, én consequente handhaving daarvan.
Europese plannen rond woningbouw
Ook presenteerde de Commissie eind 2025 een Europees plan voor betaalbaar wonen. Daarin wordt wonen terecht neergezet als grondrecht en als sociale pijler van Europa. De analyse is herkenbaar: huizenprijzen en huren zijn fors gestegen, investeringen in woningbouw blijven achter en vergunningverlening loopt vast.
Maar de oplossingen die Europa voorstelt, zijn dubbel. Aan de ene kant wil men investeren en innovatie stimuleren. Aan de andere kant wordt deregulering gepresenteerd als sleutel tot succes. Minder rapportageverplichtingen, soepelere milieuregels en makkelijker grensoverschrijdend werken in de bouw moeten de productie opvoeren.
Wat daarbij ontbreekt, is aandacht voor de mensen die het werk moeten doen. Arbeidstekorten worden aangegrepen om meer arbeidsmigratie, ook van buiten de EU, te faciliteren, zonder stevige garanties voor scholing, integratie en bescherming. Dat zet extra druk op cao’s, opleidingsstructuren en arbeidsomstandigheden.
Eén Europese norm?
Een voorstel dat speciale aandacht vraagt, is de Speciale Bouwwetgeving (Construction Services Act) die de Commissie het laatste kwartaal van dit jaar verwacht te presenteren. In dit voorstel wordt gesproken over het ontwikkelen van één ‘Social ID card’ op Europees niveau. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. In diverse lidstaten zijn in de bouwsector dit soort ‘Social ID cards’ ontwikkelt. Wij praten in Nederland zelf al jaren over de implementatie van BouwplaatsID. Deze kaarten zijn ontwikkeld in de context van het (juridische) regime dat in een lidstaat aanwezig is. Deze systemen zijn per definitie maatwerk bedoeld om o.a. handhaving van arbeidsvoorwaarden of veiligheid te faciliteren of te ondersteunen. Met de ontwikkeling van één ‘EU social ID’-card wordt niet handhaving op nationaal niveau bevorderd, maar wordt meer grensoverschrijdende dienstverlening gefaciliteerd en dreigt harmonisatie op basis van de laagste gemene deler. Nationale systemen die juist zijn ontwikkeld om grip te krijgen op misstanden, worden gezien als ‘belemmering’.
Wat staat er echt op het spel?
De bouw heeft geen race naar beneden nodig, maar een toekomstvisie. Kwaliteitsbanen, goed opgeleide vakmensen, veilige bouwplaatsen en eerlijke concurrentie. Dat vraagt juist om duidelijke regels, handhaving en investeringen in mensen.
Europa kan daarbij helpen, mits werknemersbelangen centraal staan. Dat betekent onder meer:
- zicht op wie er werkt via een nationaal bouwplaats-ID systeem;
- het beperken van lange ketens van onderaanneming;
- het kaderen van de rol van uitzendbureaus (met name bij grensoverschrijdend werken);
- sociale voorwaarden bij aanbestedingen;
- investeren in opleiding en integratie, in plaats van snelle flexoplossingen.
Blijf niet aan de zijlijn staan, teken de petitie
De plannen zijn nog niet allemaal definitief. Consultaties lopen en de wetgeving wordt voorbereid. Juist nu is invloed mogelijk. Vakbonden in heel Europa trekken samen op om werknemersrechten te verdedigen. Ook FNV zit hier volop in.
Maar draagvlak begint bij bewustwording. Deze dereguleringsagenda raakt jouw werk, jouw veiligheid en jouw toekomst in de bouw. Daarom blijven wij dit onderwerp agenderen. En daarom is het belangrijk dat werkenden hun stem laten horen. Teken de petitie en bescherm jouw rechten!
Wil je op de hoogte blijven over dit onderwerp, of heb je een vraag naar aanleiding van dit artikel? Neemt contact met ons op door een mail te sturen naar uta@fnv.nl
Masculinity Contest Culture: waarom de ‘mannelijke wedstrijdcultuur’ in de bouw ons allemaal raakt
Stel je voor: je werkt in een team waar het draait om wie het hardst werkt, het meest weet of het snelst beslist. Waar het vanzelfsprekend is dat je nooit mag twijfelen, altijd sterk moet zijn, en vooral niet te veel praat over wat moeilijk is. Waar fouten maken gezien wordt als zwakte, en samenwerking soms als tijdverlies.
Herkenbaar? Dan is de kans groot dat je werkt in een omgeving die beïnvloed wordt door wat onderzoekers Masculinity Contest Culture (MCC) noemen — letterlijk: een competitieve werkcultuur waarin vooral traditionele, ‘mannelijke’ eigenschappen worden beloond.
In dit artikel kijken we wat MCC precies is, of het in de bouw- en infrasector vaak voorkomt, wat het betekent voor vrouwen én mannen, en vooral: hoe we deze cultuur samen kunnen veranderen. Want MCC is geen individueel probleem. Het is een cultuurprobleem. En cultuur kunnen we alleen collectief veranderen.
Wat is masculinity contest culture eigenlijk?
De term komt uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Peter Glick en collega’s, en verwijst naar een werkcultuur waarin medewerkers voortdurend in competitie lijken te zijn — niet alleen over resultaten, maar ook over identiteit. Wie is de sterkste? Wie kan het langst doorgaan? Wie toont nooit zwakte?
In een masculinity contest culture is winnen belangrijker dan samenwerken, status belangrijker dan collegialiteit, en assertiviteit belangrijker dan reflectie. Hulp vragen of fouten erkennen wordt gezien als een teken van zwakte. De ‘beste werknemer’ is degene die het hardst werkt, de meeste uren maakt en altijd beschikbaar is.
Kennisinstituut VHTO beschrijft MCC als een werkomgeving “waarin vooral masculiene eigenschappen worden beloond, zoals assertiviteit en competitie.” Dat betekent automatisch dat andere kwaliteiten — samenwerken, zorgvuldigheid, empathie — minder waardering krijgen.
Het gevolg is een cultuur waarin één soort gedrag als beste wordt gezien, en alles wat daarvan afwijkt, bewust of onbewust, lager wordt gewaardeerd.
De bouw: het toneel van MCC?
Laten we eerlijk zijn: de Bouw & Infra is nog steeds een mannenwereld. Op de bouwplaats, in de uitvoering, in het management – de meerderheid is man. En met dat evenwicht komt ook een cultuur die traditioneel ‘mannelijk’ gedrag waardeert.
Assertief zijn, durven aanpakken, niet te veel praten maar dóen – dat zijn eigenschappen die hier vaak als vanzelfsprekend worden gezien. Daar is op zich niets mis mee, maar het wordt een probleem als dat de enige manier is om serieus genomen te worden.
Want wat gebeurt er dan met mensen die op een andere manier werken? De collega die liever samen beslist dan alleen de leiding neemt. De vrouw die vragen stelt in plaats van meteen een oordeel velt. De man die liever luistert dan praat. In een masculinity contest culture worden die mensen vaak over het hoofd gezien, of zelfs gezien als “niet ambitieus genoeg”. En dat terwijl juist zij vaak zorgen voor verbinding, kwaliteit en veiligheid – dingen die in de sector essentieel zijn.
Wat MCC doet met vrouwen
Voor vrouwen heeft MCC vaak een dubbele uitwerking. Aan de ene kant passen vrouwen vaak niet in het dominante plaatje. De ‘ideale werknemer’ in een MCC-cultuur is iemand die altijd beschikbaar is (lees: geen zorgtaken thuis heeft), niet twijfelt en niet te veel emotie toont. Wie daar niet in past, wordt minder snel gezien als ‘leidinggevend’ of ‘sterk’. Als vrouwen zich wél aanpassen, kunnen ze weerstand krijgen. Vrouwen die zich juist wel assertief en competitief opstellen, krijgen vaak te horen dat ze “te fel,” “te hard” of “niet vrouwelijk genoeg” zijn. Het is dus een lose-lose-situatie.
Onderzoek laat zien dat MCC leidt tot meer stress en emotionele uitputting, vooral bij vrouwen. Ze voelen zich minder gezien en minder verbonden met hun organisatie. En dat vergroot het risico op vertrek of uitval.
Herken jij dat? Dat je het gevoel hebt dat je je voortdurend moet bewijzen, harder moet werken om serieus genomen te worden, of niet echt kunt zijn wie je bent? Dat is niet jouw persoonlijke tekortkoming — dat is een effect van een cultuur die maar één type gedrag beloont.
Wat MCC doet met mannen
Mannen kunnen ook last hebben van zo’n werkcultuur. Niet iedere man wil de alfaman uithangen of in eindeloze competitie leven. Maar in een MCC-omgeving is dat vaak wél wat van hen verwacht wordt. Onderzoek toont aan dat mannen in zo’n omgeving sneller last krijgen van werkstress, burn-out en verminderde werktevredenheid, zeker als ze van nature minder competitief zijn.
Ook kunnen mannen zich gevangen voelen in de rol van de ‘sterke’ collega: altijd presteren, nooit kwetsbaar zijn, geen fouten mogen maken. Dat is niet gezond – niet voor de mens, niet voor het team, en niet voor het bedrijf. Kortom: MCC is niet alleen een vrouwenprobleem. Het raakt iedereen.
De prijs die bedrijven betalen
Voor bedrijven lijkt een masculinity contest culture op korte termijn misschien efficiënt. Iedereen zet zich in, er wordt hard gewerkt, er is daadkracht. Maar op de lange termijn is de schade groot.
Teams waarin mensen met elkaar concurreren in plaats van samenwerken, delen minder kennis. Creatieve ideeën komen niet boven tafel, omdat men bang is om fouten te maken. De werkdruk stijgt, de betrokkenheid daalt, en medewerkers branden op.
Onderzoek van Glick en collega’s toont aan dat bedrijven met een sterke masculinity contest culture slechtere bedrijfsresultaten laten zien, omdat samenwerking en betrokkenheid ontbreken. En misschien wel het belangrijkste: bedrijven met een sterke wedstrijdcultuur zijn minder aantrekkelijk voor nieuw talent. Vrouwen, en steeds vaker ook jonge mannen, kiezen liever voor een omgeving waar samenwerking, veiligheid en groei centraal staan.
Wil de sector toekomstbestendig zijn – met voldoende instroom, innovatie en veiligheid – dan moet die cultuur veranderen.
Herken jij het op je werk?
Sta eens even stil bij jouw werkplek. Wordt daar vooral gekeken naar wie het hardst werkt of naar wie het team verder helpt? Kun je open praten over twijfels of fouten, of is dat een teken van zwakte?
Krijgen vrouwen, of mensen met een andere stijl van communiceren, evenveel ruimte en waardering als de luidere, snellere types? En hoe vaak zie je dat collega’s elkaar uitdagen in plaats van ondersteunen?
Van individueel naar collectief: samen sterk
Als vrouw in de bouw is het makkelijk om te denken: “Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd?”
Maar nee, het ligt niet aan jou. Het ligt aan een cultuur die decennia lang maar één manier van werken heeft beloond.
Die cultuur kunnen we alleen veranderen als we het samen doen. Door ervaringen te delen, elkaar te steunen, en het gesprek aan te gaan over wat anders kan.
En dáár komt de vakbond in beeld. Als collectief, verenigd in een vakbond, kunnen jij en jouw collega’s:
- De vinger op de zere plek leggen: zichtbaar maken hoe MCC eruitziet in onze sector.
- Werkgevers aanspreken: vragen stellen over cultuur, leiderschap en diversiteit.
- Vrouwen verbinden: ervaringen delen en elkaar versterken.
- Opleiding en beleid beïnvloeden: zorgen dat verschillende kwaliteiten gewaardeerd worden.
Alleen samen kunnen we een cultuur bouwen waarin iedereen meetelt.
Wil jij hierover verder praten of ervaringen delen? Neem dan contact met ons op.
Nevenwerkzaamheden voor UTA-medewerkers
Je wordt gevraagd of jij met jouw kennis wat werkzaamheden wil uitvoeren voor een ander bedrijf, of misschien wil je wel een bedrijfje voor jezelf starten. Mag dit zomaar?
Geen algemeen verbod
Er is geen algemeen verbod die wettelijk of cao bepaald is, om nevenwerkzaamheden te verrichten.
Wel is het belangrijk dat je met een aantal dingen rekening houdt: In de cao staat dat je wel nevenwerkzaamheden mag uitvoeren, maar je mag niet de arbeidstijdenwet overtreden en daardoor onvoldoende rusttijd hebben. Ook mag je het belang van de werkgever niet schaden.
Het is belangrijk dat je altijd bij je werkgever aangeeft als je nevenwerkzaamheden zou willen uitvoeren. De werkgever kan dan hiervoor schriftelijke toestemming geven.
Contract of bedrijfsregeling
In je contract of bedrijfsregeling kunnen aanvullende regels staan. Het is altijd goed om deze na te kijken.
Heb je behoefte aan advies, of een vraag? Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl en we helpen je op weg.
Stress thuis of op je werk? Je bent niet alleen
Ervaar jij stress op je werk of thuis? Bij FNV vinden we het belangrijk dat je goed voor je mentale welzijn zorgt. Misschien mag je jezelf wel wat meer aandacht geven. Daarom geven we je 5 eenvoudige tips om stress te verminderen. Met kleine pauzes en bewuste keuzes houd je meer grip op je energie en je dag.
Tip 1: Schrijf je stressfactoren op
Door je gedachten en gevoelens op papier te zetten, krijg je overzicht. Wat slurpt energie en wat geeft je juist kracht? Misschien is het je volle agenda, onzekerheid over je prestaties op werk of misschien heb je zorgen thuis.
Bewustwording is de eerste stap richting verandering. Je mag dit alleen doen, maar dat hoeft niet. Je kan met een collega, vriend of leidinggevende overleggen of zij zien wat jou veel energie kost, of juist energie geeft. Dit kan je nieuwe inzichten geven, maar je kan ook gewoon alleen even praten wat vaak ook voor opluchting zorgt.
Tip 2: Laat multitasken los
Meerdere dingen tegelijk proberen te doen lijkt efficiënt, maar kost vaak juist meer energie. Focus daarom op één taak per keer. Dat geeft rust en een gevoel van voldoening. Werk in blokken, zet meldingen tijdelijk uit en bepaal bewust waar je aandacht naartoe gaat.
Tip 3: Creëer duidelijke werk- en privégewoontes
Wanneer start jouw werkdag, en wanneer is hij echt afgelopen? Door vaste rituelen aan te houden maak je het voor jezelf makkelijker om te schakelen. Denk aan de dag beginnen met je agenda bekijken en een koffiemoment. Probeer de dag af te sluiten een kleine reflectie van de dag of met een korte wandeling.
Werk je hybride, heb je zorgtaken of sport je graag? Dan zijn grenzen extra belangrijk. Bespreek ook thuis jouw ritme, zodat iedereen weet waar hij of zij aan toe is.
Tip 4: Streef naar balans in plaats van perfectie
Soms loopt alles gesmeerd, of soms valt je planning volledig in duigen. En dat is oké. Stress verminderen draait niet om perfectie, maar om aandacht geven aan wat je nodig hebt. Geef jezelf ook ruimte om even niets te doen, of even een praatje te maken met je collega. Juist dan ontstaan vaak nieuwe inzichten.
Tip 5: Plan mini-pauzes in (micro-breaks)
Even bewegen tussendoor helpt om spanning los te laten en zowel lichaam als geest fit te houden. Sta regelmatig op, maak een korte wandeling tijdens de lunch of rek je even uit bij je bureau. Zet desnoods een reminder in je agenda, thuis of op kantoor.
Via deze link vind je nog verschillende oefeningen die je bij je bureau kan doen!
Vragen? Neem contact met ons op via uta@fnv.nl.
Bestuurder Chaim Korthof: “Afbraak WW slecht nieuws voor UTA-werknemers”
In mijn familie werken er verschillende mensen in de sector Bouw & Infra. Onder andere mijn schoonvader werkte zijn hele leven in de bouw. In die periode heeft hij meerdere keren meegemaakt dat hij werkloos raakt door een crisis, maar was er gelukkig een WW waarop hij kon rekenen. Na de periode van crisis kon hij dan alsnog weer aan het werk en verliet zijn kennis en ervaring niet de sector. Daardoor heeft hij letterlijk veel bijgedragen aan de opbouw van Nederland na de oorlog.
Bouwmedewerkers nu
Maar ook nu zijn de mensen die werken in de Bouw&Infra sector van groot belang. De Bouw & Infra sector zorgt voor woningen, kantoren, scholen. Zonder de Bouw & Infra staat alles stil. Toch worden de mensen die werken in de Bouw & Infra relatief hard geraakt wanneer er een economische crisis ontstaat. Van de oliecrisis in de jaren 70 tot de crisis van 2008 en de huidige stikstofproblematiek: je ziet dan dezelfde patronen weer terug. Bouwprojecten die stilvallen of zelfs niet meer uitgevoerd worden, waardoor grote groepen mensen zonder werk komen te zitten.
Mensen die specifiek gespecialiseerd werk hebben, waardoor omscholing en aanpassen aan ander werk niet meteen mogelijk is. Althans niet binnen de ww periode die onlangs is voorgesteld door de regerende partijen, de huidige 24 maanden is dan al aan de krappe kant, laat staan dat men in 18 maanden een baan kan vinden met vergelijkbaar inkomen.
UTA-personeel
Als ik de mensen om me heen spreek heeft men het altijd over de bouwplaatsmedewerkers, maar ook het uta-personeel raakt het hard. Want een bouwstop is ook een kantoorstop. Projectleiders, werkvoorbereiders, uitvoerders en administratief medewerkers, verliezen al snel hun baan wanneer de bouwprojecten opdrogen. Dit was bijvoorbeeld goed merkbaar tijdens de crisis van 2008-2012, toen bij de grote bouwbedrijven duizenden mensen werden ontslagen. Dit weet ik uit eigen ervaring toen ik mijn huis kocht in het jaar voor de crisis. Toen het huis werd opgeleverd was de crisis in volle gang en waren een hoop mensen waar ik mee te maken had niet meer in dienst van Heijmans. Zij waren massaal ontslagen door de financiële storm die door de bouwwereld raasde.
Dit waren ook mensen met heel specifieke taken, opleidingen en ervaring, waardoor de zoektocht naar gelijkwaardig werk relatief langer duurde Dat zal bij een toekomstige crisis niet anders zijn. Ook hier is een WW-periode van 18 maanden veel te kort en is behoud van de 24 maanden WW cruciaal. Naast dat het voor de mensen zelf een persoonlijke strop kan zijn, is het ook voor de sector als geheel belangrijk om de mensen genoeg tijd te geven om werk te vinden. Op deze manier voorkom je dat de kennis en ervaring de sector verlaat, die dan weer hard nodig is als de crisis voorbij is.
Daarbij komt ook nog eens dat er geen financiële noodzaak is om het te verkorten, sterker: er blijft zelfs geld over. Er is genoeg afgebroken, zo was 20 jaar geleden de maximale WW-duur 5 jaar. In 2015 is dat al sterk ingekort naar 2 jaar. En nu wil de rechtse politiek naar 1,5 jaar voor dezelfde premie. Onacceptabel wat mij betreft, we moeten de huidige WW laten zoals deze is. Het is een vangnet dat hard nodig is.
Kom in actie
Kom in actie en meld je aan, dan houden we je op de hoogte van alle acties. Want alleen samen kunnen we de afbraak stoppen.
Meld je aan voor een gesprek met de politiek over BouwplaatsID op 8 september
Al heel lang praten werkgevers en werknemers in de bouwsector over de implementatie van BouwplaatsID. Digitalisering is dé oplossing om een overzicht te krijgen wie er op de bouwplaats voor wie werkt. We werken hiermee aan efficiëntie in de sector en versterken bovendien de positie van alle partijen en werkenden op de bouwplaats, inclusief arbeidsmigranten en Derdelanders.
Het kán, maar waarom lukt invoering nog niet?
We weten dat het kan en dat we kunnen voldoen aan de privacy wetgeving. Er zijn andere voorbeelden in Europa en technisch gezien zijn oplossingen voorhanden.
In gesprek met de politiek
Er moeten dus nu concrete stappen gezet worden. Met de steun van de Aannemersfederatie Nederland (AFNL) gaan we op 8 september hierover in gesprek met vertegenwoordigers van politiek, overheid, werkgevers en werknemers.
Ben jij erbij?
Voor wie is deze bijeenkomst? Voor iedereen die de bouwsector een warm hart toedraagt. Werkgevers, werknemers en andere belanghebbenden. We hopen op jullie komst. Het is de hoogste tijd voor een goed gesprek met de politiek! meld je hier aan.
-
Wanneer: 8 september
-
Waar: Nieuwspoort, Den Haag
-
Inloop/Start: 10.30/11.00 uur
-
Einde: 15.00 uur
-
Netwerkborrel: 15.00 – 16.00 uur
Voor een kleine lunch wordt gezorgd en het definitieve programma volgt nog.
Stop de afbraak van onze WIA en WW!
Stel je voor: je betaalt al jaren premie voor een verzekering, in de hoop dat je er nooit gebruik van hoeft te maken. Maar als het noodlot toeslaat (door bijvoorbeeld een reorganisatie, faillissement, plotseling ontslag of langdurige ziekte), krijg je ineens minder dan je dacht. Minder tijd, minder zekerheid, meer stress. Dat is precies wat er nu dreigt te gebeuren met de WW en de WIA.
Wat staat er op het spel
Op dit moment duurt de WW maximaal 24 maanden. Het kabinet wil die periode verkorten naar 18 maanden. Dat betekent dat je sneller in de bijstand terechtkomt, met strengere voorwaarden en vaak een lager bedrag. Het vinden van een nieuwe baan kost tijd. Zeker als je in een sector werkt waar banen schaars zijn, of als je 50-plus bent.
Ook de WIA, onze arbeidsongeschiktheidsverzekering, staat onder druk. Een ongeluk, ziekte, of jaren zwaar werk: arbeidsongeschiktheid kan iedereen overkomen. De WIA zou dan je vangnet moeten zijn. Maar de regels zijn nu al zo hard en oneerlijk, dat veel mensen die eigenlijk arbeidsongeschikt zijn, in de bijstand terechtkomen. Met verdere inkorting van de WW wordt het nog erger. De opgebouwde WW-rechten bepalen namelijk hoe lang je een loongerelateerde WIA-uitkering krijgt bij gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid. En dat terwijl er genoeg geld is om de regeling eerlijker te maken.
De gevolgen van verkorten
- Minder financiële zekerheid: zes maanden minder WW betekent duizenden euro’s verlies
- Meer druk op gezinnen: rekeningen blijven komen, maar de inkomsten vallen weg
- Snellere terugval in de bijstand: met strengere voorwaarden en vaak een lager bedrag.
Het vangnet waarvoor je betaalt, wordt dunner. En dat terwijl je premie onveranderd blijft.
Waarom dit onrechtvaardig is
De WW en WIA zijn geen gunst, het zijn verzekeringen die we allemaal samen opbouwen. Werkgevers en werknemers betalen premie zodat er een buffer is als je onvrijwillig zonder werk komt te zitten. Die buffer afbreken, terwijl het geld in de kas zit, is niet alleen onnodig, maar ook onrechtvaardig.
Samen kunnen we dit stoppen
Als we nu niets doen, wordt de verkorting er stilletjes doorheen gedrukt. Maar hoe meer mensen laten horen dat we dit niet accepteren, hoe groter de druk op de politiek.
Eerdere campagnes van de FNV hebben laten zien dat actie loont. Politici draaien plannen terug als er genoeg weerstand is.
Kom in actie
Kom in actie en meld je aan, dan houden we je op de hoogte van alle acties. Want alleen samen kunnen we de afbraak stoppen.









