Een loopbaancoach, iets voor jou?

Stel jij jezelf ook wel eens vragen als: Is dit het? Wat zou ik nog meer kunnen? Hoe krijg ik meer uitdaging in mijn werk? Wil ik de komende jaren voor dit bedrijf blijven werken? Hoe organiseer ik meer balans tussen werk en privé?

Ook een opleiding volgen kan tot de opties behoren, maar wat past er nou en hoe combineer je zoiets? Met loopbaanadvies van de FNV of Volandis word je geholpen om achter de antwoorden op dit soort vragen te komen.

Wanneer jij antwoorden zoekt op dit soort vragen, dan is dan is een loopbaancoach mogelijk iets voor jou!

Professionele loopbaanadviseurs
Als je verandering wilt in je werk, advies over je loopbaan of gewoonweg je werkplezier wilt vergroten, dan kun je terecht bij onze ervaren loopbaancoaches. Zij werken met jou aan een persoonlijk toekomstplan. Creëer je eigen weg, de coach zorgt voor individueel maatwerk! Een traject met onze loopbaancoaches is gratis wanneer je lid bent van de FNV.

Kijk voor meer info op Mijn Loopbaancoach of lees hier de folder.

Loopbaan coaching via de FNV

Ook via de FNV bieden we loopbaan coaching aan. Samen met onze consulenten en trainers kom jij erachter waar jouw kracht ligt en waar je echt gelukkig van wordt. Loopbaan FNV zit door heel Nederland en is ook gratis voor leden. Je kunt hier meer informatie vinden.


Hestia: Giny en Wytske: “Mijn moeder maakte de weg vrij, voor mij voelde de bouw nooit als een rare keuze.”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week zijn Giny Steggink, Projectleider Bouwteamprojecten bij Heijmans en haar dochter Wytske Maat, Manager Verwerving Services bij Hegeman Bouw & Infra, aan het woord.

Naam: Giny Steggink
Functie: Projectleider bouwteamprojecten bij Heijmans
Leeftijd: 57
Opleiding: HTS Civiele Techniek, Master Bedrijfskunde

Naam: Wytske Maat
Functie: Manager Verwerving Services bij Hegeman Bouw & Infra
Leeftijd: 27
Opleiding: Bestuurskunde (bachelor) en Bedrijfskunde (master) aan de Radboud Universiteit

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
Giny: “Mijn vader werkte in de bouw. Als kind ging ik in het weekend met hem mee, bijvoorbeeld om te helpen de betonnen vloeren weer nat te maken. Mijn opa had ook een aannemersbedrijf, dus ik groeide ermee op. Toch koos ik eerst voor laboratoriumonderwijs. In datzelfde gebouw zat Civiele Techniek en toen ik die studenten zag lopen met hun tekenkokers, dacht ik: dát lijkt me interessanter! Zo stapte ik over naar HTS Civiele Techniek. Eind jaren ’80 waren er nauwelijks vrouwen in de bouw – ik was de tweede vrouw ooit op de HTS Civiele Techniek. Ik denk dat het daardoor ook niet eerder in mij op kwam om voor die opleiding te kiezen. Het is een beetje via een omweg gegaan.”

Hoe werd daarop gereageerd?
Giny: “Toen ik mijn eerste baan kreeg bij een aannemer, twijfelde de directie of ze wel een vrouw moesten aannemen. Een van de directieleden had ’s avonds tegen zijn vrouw gezegd: ‘Eigenlijk vinden we die dame wel de beste. Maar ja, een vrouw in de aannemerij, moeten we dat nu wel doen?’ ‘Natuurlijk wel!’ had zijn vrouw gereageerd. En zo ben ik daar dus binnen gekomen.

Een week later moest ik voor een aanbesteding inlichtingen ophalen op het gemeentehuis. Zat ik daar tussen allemaal mannelijke aannemers. Toen ik terugkwam op kantoor hadden er allemaal mensen gebeld: ‘hebben jullie echt een vrouw in dienst?’ Ook dachten mensen vaak dat ik de secretaresse was als ik de telefoon opnam.

Wytske: Ik had laatst nog dat ik bij een universiteit aan kwam voor een schouw. Nog voor ik me kon aanmelden zei iemand al: ‘Oh, de studenten moeten de andere kant op.’

Giny: Toch heb ik over het algemeen positieve ervaringen gehad. Als je inhoudelijk sterk bent, accepteren ze je. Soms had ik zelfs het gevoel dat het een voordeel was – je valt op en mensen onthouden je sneller.”

Wanneer ontdekte jij dat jij de bouw in wilde, Wytske? Heeft de baan van jouw moeder daar ook aan bijgedragen?
Wytske: “Zeker. Ik heb bestuurs- en bedrijfskunde gestudeerd, dus technisch lag niet voor de hand. Maar omdat mijn ouders beiden in de bouw werkten, kreeg ik er thuis al veel van mee. Mijn eerste bijbaan was bij mijn vader op een groot infra project in Amsterdam. Dat beviel zo goed dat ik tijdens mijn studie ben blijven werken in de sector. Zo rolde ik er vanzelf in. Inmiddels werk ik ruim vier jaar fulltime bij Hegeman. Ik denk dat de vanzelfsprekendheid waarmee ik in de bouw stapte, zeker komt door mijn moeder. Voor mij voelde het nooit als een rare keuze.”

Welke verschillen zien jullie tussen de tijd dat jij begon (moeder) en nu (dochter) als vrouw in de sector?
Wytske: “Er zijn meer vrouwen, ook bij ons bedrijf. Soms zelfs zóveel dat er grapjes worden gemaakt door vrouwen zelf: ‘doe er maar geen vrouw meer bij.’ Dat was in mijn moeders tijd echt ondenkbaar.”

Giny: “Klopt. Toen ik begon, was ik vaak de enige. Voor dingen als kolven was helemaal geen plek, dat moest ik op de WC of in de auto doen. Ik denk dat dat nu wel beter is. Toevallig is bij ons pas nog besloten om te gaan zorgen voor passende werkkleding voor vrouwen.”

Wytske: Ik heb veel collega’s die niet full time werken, ook mannelijke collega’s. Voor niet alle functies wordt meer 40 uur gevraagd. Dat maakt het ook makkelijker voor vrouwen om hier te komen werken, zeker als ze kinderen hebben.

Giny: Ik ben op een gegeven moment wel naar 32 uur gegaan bij die aannemer, maar dat vond men destijds wel lastig. Er was toen ook een vacature voor afdelingshoofd. Die paste echt bij mij dus heb ik gesolliciteerd. Maar de directeur zei: nee, want jij werkt parttime. Ik denk dat er nu bij onze directie zeker wel meer bewustzijn is, omdat ze in de praktijk ervaren hebben dat het goed is om ook vrouwen in je teams te hebben. Het is gewoon beter voor het bedrijf, voor het resultaat van je projecten en voor de sfeer, om wat meer een mengelmoes te hebben.

 

Wat maakt de bouw zo leuk?
Wytske: “Voor mij is dat de diversiteit. Elk project is anders. Nieuwe klanten, nieuwe teams, telkens opnieuw verdiepen. Dat maakt het heel dynamisch. En ook de diversiteit qua teams. We hebben een lekkere mengelmoes qua mannen en vrouwen. Maar dat het ietsje meer mannen zijn, vind ik eerlijk gezegd wel fijn. Ik werk graag met mannen.”

Giny: “Jij gaat je ook altijd helemaal inlezen in de techniek, ook al heb je geen technische functie of achtergrond. En dan vertel je daar thuis over, bijvoorbeeld over hoe een damwandconstructie werkt. Dat vind ik leuk om te zien.

Voor mij is het teamwork het allermooiste aan de bouw. Je werkt met allerlei mensen samen – van kraanmachinisten tot ingenieurs – en je maakt iets tastbaars waar je trots op kunt zijn. Dat geeft veel voldoening.”

 

Wat is een moment in de carrière van je moeder/dochter dat je trots op haar was?
Giny: “Ik ben trots dat Wytske zich zo goed staande houdt in een mannenwereld en zichzelf blijft. Dat is niet altijd makkelijk. Je moet je toch meer bewijzen als vrouw. Wytske doet dat heel goed en maakt mooie stappen.”

Wytske: “Wat ik mooi vind bij mijn moeder is hoe ze in haar rol als projectleider de samenwerking centraal stelt. Ze blijft rustig en empathisch, en daardoor draaien projecten beter. Daar kan ik veel van leren.”

 

Zijn er dingen die inmiddels makkelijker zijn geworden voor vrouwen – en wat blijft juist hardnekkig hetzelfde?
Giny: “Parttime werken en voorzieningen zoals kolfruimtes en werkkleding zijn beter geregeld. Maar voor hogere functies moet je als vrouw nog steeds extra moeite doen om zichtbaar te maken dat je het kunt.”

Wytske: “Ja, en je merkt dat assertief gedrag bij vrouwen nog steeds anders wordt beoordeeld dan bij mannen. Als ik fel ben, krijg ik opmerkingen als ‘pittige tante,’ terwijl een man dat niet te horen krijgt.”

 

Wie is jullie rolmodel?
Wytske: “Mijn moeder is mijn grootste rolmodel. Daardoor vond ik het vanzelfsprekend om in de bouw te werken.”

Giny: “Vroeger had ik nauwelijks rolmodellen. Nu zie ik bij directies soms vrouwen – dat vind ik knap en inspirerend.”

 

Als jullie samen één ding mochten veranderen in de sector om het voor vrouwen aantrekkelijker te maken – wat zou dat zijn?
Giny: “Ik houd niet van een voorkeursbehandeling, maar als vrouw moet je vaak toch nog meer vechten voor je positie. Iets vaker kiezen voor de vrouwelijke in plaats van de mannelijke collega maakt het wellicht wat eerlijker. Als die vrouw van de directeur destijds niet had gezegd dat hij mij moest aannemen, was ik het niet geworden.”

Wytske: “En meer bewustwording bij directies: bespreek ambities en kansen ook expliciet met je vrouwelijke medewerkers.”

 

Wat zijn jullie dromen voor de toekomst?
Wytske: “Ooit een directiefunctie bekleden. Met mijn achtergrond kan ik juist daar bijdragen aan strategie en verandering in de bouw.”

Giny: “Nog grotere projecten leiden waarin samenwerking centraal staat. Vroeger had ik misschien een eigen bureau willen starten, maar dat zie ik nu meer als iets voor de volgende generatie.”

 

Wat zouden jullie tegen jonge vrouwen zeggen die twijfelen om deze sector in te stappen?
Giny: “Gewoon doen! Het is een prachtige sector met veel kansen.”

Wytske: “Ja, de bouw is divers, dynamisch en belangrijk voor de toekomst. Er is altijd wel een rol die bij je past – ook als je geen technische opleiding hebt.”

 

Is er iets dat jullie zelf graag willen toevoegen?
Wytske: “Wij zijn positief, maar we weten dat er ook andere verhalen zijn. Juist daarom is het goed dat deze verhalen zichtbaar worden.”

Giny: “Precies. Als je praat over de dingen waar je tegenaan loopt, merk je pas: misschien ligt het niet aan mij als persoon, misschien is het ook het vrouw zijn wat het moeilijker maakt.

Ik heb zelf ervaren dat het moeilijk kan zijn om door te groeien naar een hogere functie. Toen ik dat besprak met mijn man zei hij: ‘dat komt denk ik ook echt wel doordat jij een vrouw bent’. In zo’n situatie benoem ik dat dan niet expliciet. En misschien moet je dat inderdaad toch soms wél benoemen. Dat zorgt  gewoon voor bewustwording, waardoor het beter wordt.”

Wytske: “En dat is natuurlijk ook makkelijker als er meer vrouwen zijn. Ik denk dat dat misschien ook nog wel een verschil is met toen jij begon. Dat ik het minder ervaar omdat er echt wel meer vrouwen in de bouw werken nu.”


Jaaropgave

Laat geen geld liggen, download je contributie jaaropgave!

De vergoeding die je van je werkgever dit jaar terugkrijgt voor je lidmaatschap bij FNV is €61,50 netto. Het is een afspraak in de cao Bouw & Infra dat je deze één keer in het jaar kan terugvragen en je kunt nu nog je jaaropgave downloaden en de contributie declareren.

De voorwaarden zijn dat je je werkgever vraagt de vergoeding te betalen, en dat je een bewijs laat zien van de contributiebetalingen aan de FNV. Dit bewijs is de jaaropgave, die klaarstaat in je MijnFNV-account.

Dit moet je doen

  1. Ga naar mijnFNV.nl
  2. Log in met je account, of maak een nieuw account aan als je dit nog niet hebt
  3. Geef aan of je UTA of bouwplaats medewerker bent!
  4. Download, print en onderteken je jaaropgave
  5. Lever de jaaropgave in bij je werkgever of afdeling personeelszaken. Bij de meeste werkgevers moet je de jaaropgave vóór half november inleveren, maar soms kan het ook later zijn. Informeer dus altijd even bij jouw bedrijf
  6. Je werkgever verrekent het voordeel en zorgt dat je het netto bedrag bij het salaris gestort krijgt

ZZP

Ben je ZZP’er of freelancer? Dan kun je de kosten voor het lidmaatschap van de vakbond opvoeren als beroepskosten bij de aangifte inkomensbelasting.

Meerdere werkgevers

Heb je dit jaar voor meerdere werkgevers gewerkt? Geen probleem, want je kunt de jaaropgave gewoon inleveren bij je huidige werkgever. De gehele vergoeding wordt bij die werkgever verrekend.

Pensioen/uitkering

Als je gepensioneerd bent of een uitkering krijgt, dan kun je helaas geen gebruikmaken van de regeling. De teruggave van een deel van de vakbondscontributie geldt alleen voor werkenden. De regeling wordt namelijk in de cao geregeld.

Heb je vragen of lukt het niet om je jaaropgave te downloaden? Neem dan contact met ons op door een mail te sturen naar uta@fnv.nl .


Zet je Out-of-Office aan op Equal Pay Day

Wist je dat vrouwen in Nederland gemiddeld nog altijd 10,5% minder per uur verdienen dan mannen?
De loonkloof is hardnekkig en zichtbaar in vrijwel alle sectoren. Dit probleem los je niet op met excuses, maar met concrete stappen van werkgevers voor eerlijke beloning. Daarom vragen we jouw hulp om de loonkloof zichtbaarder te maken.

24 november: Equal Pay Day
Equal Pay Day symboliseert het moment waarop vrouwen door de loonkloof de rest van het jaar ‘gratis’ werken. Doe mee met de ‘Out-of-Office’-actie op 24 november! Zet je automatische antwoord aan met een boodschap over de loonkloof en maak het onderwerp bespreekbaar.

Wet Loontransparantie
Veel vrouwen in Nederland verdienen nog steeds minder dan mannen, ook als ze hetzelfde werk doen. Dat is al tientallen jaren zo en zorgt ervoor dat vrouwen minder geld hebben en minder onafhankelijk zijn. De nieuwe wet Loontransparantie kan hier iets aan veranderen.

Out-of-Office-voorbeeld

Beste,

Dank voor je e-mail. Vandaag is het Equal Pay Day* en staat mijn out-of-office aan.

De loonkloof tussen mannen en vrouwen is in Nederland gemiddeld 10,5%. Dat betekent dat vrouwen voor hetzelfde werk nog steeds minder verdienen. Daarom ruil ik vandaag mijn takenlijst in voor een standpunt: dicht die loonkloof! Je leest het goed, 10,5% gemiddeld minder per uur. Dat betekent dat mijn persoonlijke loonkloof duizenden euro’s per jaar is. Dat moet toch anders kunnen?

Wil je weten wat jouw potentiële loonkloof is? Check het hier: www.fnv.nl/persoonlijkloonschandaal. Laten we samen voor meer openheid en eerlijkheid in beloning zorgen. Meer over deze actie lees je hier: www.fnv.nl/loonschandaal.

Ik ben terug op 25 november en beantwoord je e-mail dan zo snel mogelijk.

*Equal Pay Day is een jaarlijkse dag waarop we stilstaan bij de loonkloof tussen vrouwen en mannen. Op 24 november, Equal Pay Day, heeft een gemiddelde man het volledige jaarsalaris van een vrouw al verdiend, terwijl de vrouw dan nog tot het eind van het jaar door moet werken.

Hartelijke groet,

 


winterblues

Heb ik de winterblues of een winterdepressie?

Omdat het minder lang licht is en het daglicht ook zwakker is dan in een ander seizoen, kun je je deze winter somber en neerslachtig voelen. Veel mensen hebben last van een winterdip of de zogenoemde ‘winterblues’. 1 op de 10 Nederlanders krijgt last van een winterdip of een winterdepressie.

Op het eerste gezicht lijken een winterdip en een winterdepressie op elkaar. Ze komen beide veel vaker voor als de dagen korter worden, zijn allebei hartstikke vervelend, en hebben beide een negatieve invloed op de gemoedstoestand. Maar vergis je niet, het zijn toch twee totaal verschillende dingen. Iemand met een dip kan de dagelijkse bezigheden ondanks de dip nog wel volhouden, terwijl iemand met een winterdepressie echt niet of nauwelijks meer in staat is te functioneren. De winterdip heeft ongeveer 8.5% van de Nederlanders last van. Het heeft vergelijkbare klachten met de winterdepressie, maar zijn dus wel milder. Daarnaast krijgt ongeveer 3% van de Nederlanders dit seizoen te maken met een winterdepressie. De een heeft meer aandacht nodig dan de ander. Dit zijn de belangrijkste kenmerken:

Winterdip:

  • Een neveneffect van je lichaam, omdat het zich moet aanpassen op de donkere dagen dit seizoen,
  • Je bent prikkelbaar,
  • Je kan je minder goed concentreren/ je bent besluiteloos,
  • Minder of geen behoefte aan sociale contacten,
  • Je eten smaakt niet meer, of je wil juist meer eten,
  • Gaat na een week of twee weer over, wanneer je lichaam helemaal is aangepast aan het nieuwe ritme dit seizoen,
  • Heeft geen behandeling nodig.

Winterdepressie:

  • Is een psychische aandoening,
  • Gaat meestal niet over zonder behandeling. Bijvoorbeeld lichttherapie onder een speciale lamp kan helpen (als je 1x per dag in het licht van deze lamp zit, is er vaak al verbetering na een week). Of je kunt vragen om een doorverwijzing naar de psycholoog,
  • Duurt het hele herfst- en winterseizoen, wordt vanaf het voorjaar weer minder,
  • Heeft ergere symptomen; je kunt niet meer functioneren, je bent extreem prikkelbaar, en je hebt helemaal nergens meer zin in, je hebt meer slaap nodig (soms wel 14 uur op een nacht en je hebt meer eetlust (vooral koolhydraatrijk en zoet),
  • Zorgt voor een permanente negatieve stemming.
  • Je mag van een winterdepressie spreken als je tenminste 2 jaar achter elkaar deze klachten hebt.

Praat erover

Dit is misschien wel de belangrijkste tip die we je kunnen geven. Lucht je hart, het kan wonderen doen. Blijf er niet zelf mee zitten, maar praat over de winterblues of -depressie met je partner, vriend, of collega. Misschien ervaren zij wel hetzelfde en ben je niet de enige die het op het moment wat moeilijker heeft. En blijf je je neerslachtig en somber voelen, aarzel dan vooral niet en bespreek de klachten met je huisarts.

Als je door de depressie (bang bent dat je binnenkort) niet in staat bent om je werk uit te kunnen voeren, kun je contact opnemen met de bedrijfsarts. Dit contact is vertrouwelijk. De bedrijfsarts kan je persoonlijk advies geven met betrekking tot jouw situatie.

Lees hier alles over de kenmerken van een winterdepressie en wat je er tegen kunt doen.

Tips tegen de winterblues

Is het geen winterdepressie maar kun je wel een opkikker gebruiken deze winter? Nu de kans op sneeuw en daarmee sneeuwpret alsmaar afneemt, kun je hier nog wat tips vinden om de winterdip van je af te schudden, of nog beter; het te voorkomen!

  1. Neem tijd voor jezelf
    Door de winterdip kun je je sneller futloos en vermoeid voelen. Negeer deze signalen vooral niet, en gun jezelf wat tijd om je energie weer aan te vullen. Wat geeft jou energie? Zoek een rustige activiteit die je mentale gesteldheid een boost geeft. Bijvoorbeeld een warm bad, een massage, of gewoon lekker op de bank zitten met een film of boek en kop warme chocolademelk.
  2. Ga op tijd naar bed
    In deze periode is het belangrijk om je slaapritme goed in de gaten te houden. Als je van jezelf al weet dat je gevoelig bent voor de winterdip, zorg dan dat je voor 11 uur ’s avonds in je bed ligt, en ook op een regelmatig tijdstip weer opstaat. Het is soms een uitdaging, maar acht uur slaap per dag is altijd belangrijk, dus ook nu.
  3. De deur uit
    Bah, guur, koud, nat.. Toch is het goed om naar buiten te gaan en je dagelijkse portie daglicht te krijgen. In deze tijd van het jaar gaan veel mensen in het donker richting hun werk, en komen ook pas weer thuis als het donker is. Probeer overdag een rondje te lopen buiten en een frisse neus te halen. Bij voorkeur in de ochtend, zodat het brein zoveel mogelijk wordt blootgesteld aan zonlicht om de biologische klok te reguleren en de stemming te verbeteren.
  4. Beweeg
    Eerder plaatsen we een artikel over dat we teveel zitten en dat daar gezondheidsrisico’s aanzitten. Te weinig bewegen kan er ook voor zorgen dat je een winterdip krijgt. Van een half uurtje bewegen per dag krijg je al een aardige dosis endorfine en serotonine; twee stofjes die ervoor zorgen dat je je beter in je vel voelt.
  5. Haal groen in huis
    Onderschat de kamerplant vooral niet. Al die kale bomen buiten kunnen onbewust je humeur beïnvloeden. Mensen reageren van nature goed op de natuur. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt bovendien dat planten in huis je stressniveau naar beneden brengen. Sterker nog, zelfs een plaatje van een plant heeft al effect.
  6. Wees positief
    Even klagen over bijvoorbeeld het weer is natuurlijk super lekker, maar we worden er ook negatiever van. Probeer eens de positievere kanten te noemen. Je kan vragen of een vriend of vriendin je winterbuddy wil zijn. App elkaar elke dag een winters hoogtepunt. Bijvoorbeeld dat je kan genieten van de knusse kerstverlichting of iets moois wat het winterse weer teweeg heeft gebracht.
  7. Mooie vooruitzichten
    Er is echt geen beter moment om je zomerplannen te maken. Door alle voorpret en te dagdromen over de zomer, komt de lente een stuk sneller dichterbij.

Masculinity Contest Culture: waarom de ‘mannelijke wedstrijdcultuur’ in de bouw ons allemaal raakt

Stel je voor: je werkt in een team waar het draait om wie het hardst werkt, het meest weet of het snelst beslist. Waar het vanzelfsprekend is dat je nooit mag twijfelen, altijd sterk moet zijn, en vooral niet te veel praat over wat moeilijk is. Waar fouten maken gezien wordt als zwakte, en samenwerking soms als tijdverlies.

Herkenbaar? Dan is de kans groot dat je werkt in een omgeving die beïnvloed wordt door wat onderzoekers Masculinity Contest Culture (MCC) noemen — letterlijk: een competitieve werkcultuur waarin vooral traditionele, ‘mannelijke’ eigenschappen worden beloond.

In dit artikel kijken we wat MCC precies is, of het in de bouw- en infrasector vaak voorkomt, wat het betekent voor vrouwen én mannen, en vooral: hoe we deze cultuur samen kunnen veranderen. Want MCC is geen individueel probleem. Het is een cultuurprobleem. En cultuur kunnen we alleen collectief veranderen.

Wat is masculinity contest culture eigenlijk?
De term komt uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Peter Glick en collega’s, en verwijst naar een werkcultuur waarin medewerkers voortdurend in competitie lijken te zijn — niet alleen over resultaten, maar ook over identiteit. Wie is de sterkste? Wie kan het langst doorgaan? Wie toont nooit zwakte?

In een masculinity contest culture is winnen belangrijker dan samenwerken, status belangrijker dan collegialiteit, en assertiviteit belangrijker dan reflectie. Hulp vragen of fouten erkennen wordt gezien als een teken van zwakte. De ‘beste werknemer’ is degene die het hardst werkt, de meeste uren maakt en altijd beschikbaar is.

Kennisinstituut VHTO beschrijft MCC als een werkomgeving “waarin vooral masculiene eigenschappen worden beloond, zoals assertiviteit en competitie.” Dat betekent automatisch dat andere kwaliteiten — samenwerken, zorgvuldigheid, empathie — minder waardering krijgen.

Het gevolg is een cultuur waarin één soort gedrag als beste wordt gezien, en alles wat daarvan afwijkt, bewust of onbewust, lager wordt gewaardeerd.

De bouw: het toneel van MCC?
Laten we eerlijk zijn: de Bouw & Infra is nog steeds een mannenwereld. Op de bouwplaats, in de uitvoering, in het management – de meerderheid is man. En met dat evenwicht komt ook een cultuur die traditioneel ‘mannelijk’ gedrag waardeert.

Assertief zijn, durven aanpakken, niet te veel praten maar dóen – dat zijn eigenschappen die hier vaak als vanzelfsprekend worden gezien. Daar is op zich niets mis mee, maar het wordt een probleem als dat de enige manier is om serieus genomen te worden.

Want wat gebeurt er dan met mensen die op een andere manier werken? De collega die liever samen beslist dan alleen de leiding neemt. De vrouw die vragen stelt in plaats van meteen een oordeel velt. De man die liever luistert dan praat. In een masculinity contest culture worden die mensen vaak over het hoofd gezien, of zelfs gezien als “niet ambitieus genoeg”. En dat terwijl juist zij vaak zorgen voor verbinding, kwaliteit en veiligheid – dingen die in de sector essentieel zijn.

Wat MCC doet met vrouwen
Voor vrouwen heeft MCC vaak een dubbele uitwerking. Aan de ene kant passen vrouwen vaak niet in het dominante plaatje. De ‘ideale werknemer’ in een MCC-cultuur is iemand die altijd beschikbaar is (lees: geen zorgtaken thuis heeft), niet twijfelt en niet te veel emotie toont. Wie daar niet in past, wordt minder snel gezien als ‘leidinggevend’ of ‘sterk’. Als vrouwen zich wél aanpassen, kunnen ze weerstand krijgen. Vrouwen die zich juist wel assertief en competitief opstellen, krijgen vaak te horen dat ze “te fel,” “te hard” of “niet vrouwelijk genoeg” zijn. Het is dus een lose-lose-situatie.

Onderzoek laat zien dat MCC leidt tot meer stress en emotionele uitputting, vooral bij vrouwen. Ze voelen zich minder gezien en minder verbonden met hun organisatie. En dat vergroot het risico op vertrek of uitval.

Herken jij dat? Dat je het gevoel hebt dat je je voortdurend moet bewijzen, harder moet werken om serieus genomen te worden, of niet echt kunt zijn wie je bent? Dat is niet jouw persoonlijke tekortkoming — dat is een effect van een cultuur die maar één type gedrag beloont.

Wat MCC doet met mannen
Mannen kunnen ook last hebben van zo’n werkcultuur. Niet iedere man wil de alfaman uithangen of in eindeloze competitie leven. Maar in een MCC-omgeving is dat vaak wél wat van hen verwacht wordt. Onderzoek toont aan dat mannen in zo’n omgeving sneller last krijgen van werkstress, burn-out en verminderde werktevredenheid, zeker als ze van nature minder competitief zijn.

Ook kunnen mannen zich gevangen voelen in de rol van de ‘sterke’ collega: altijd presteren, nooit kwetsbaar zijn, geen fouten mogen maken. Dat is niet gezond – niet voor de mens, niet voor het team, en niet voor het bedrijf. Kortom: MCC is niet alleen een vrouwenprobleem. Het raakt iedereen.

De prijs die bedrijven betalen
Voor bedrijven lijkt een masculinity contest culture op korte termijn misschien efficiënt. Iedereen zet zich in, er wordt hard gewerkt, er is daadkracht. Maar op de lange termijn is de schade groot.

Teams waarin mensen met elkaar concurreren in plaats van samenwerken, delen minder kennis. Creatieve ideeën komen niet boven tafel, omdat men bang is om fouten te maken. De werkdruk stijgt, de betrokkenheid daalt, en medewerkers branden op.

Onderzoek van Glick en collega’s toont aan dat bedrijven met een sterke masculinity contest culture slechtere bedrijfsresultaten laten zien, omdat samenwerking en betrokkenheid ontbreken. En misschien wel het belangrijkste: bedrijven met een sterke wedstrijdcultuur zijn minder aantrekkelijk voor nieuw talent. Vrouwen, en steeds vaker ook jonge mannen, kiezen liever voor een omgeving waar samenwerking, veiligheid en groei centraal staan.

Wil de sector toekomstbestendig zijn – met voldoende instroom, innovatie en veiligheid – dan moet die cultuur veranderen.

Herken jij het op je werk?
Sta eens even stil bij jouw werkplek. Wordt daar vooral gekeken naar wie het hardst werkt of naar wie het team verder helpt? Kun je open praten over twijfels of fouten, of is dat een teken van zwakte?

Krijgen vrouwen, of mensen met een andere stijl van communiceren, evenveel ruimte en waardering als de luidere, snellere types? En hoe vaak zie je dat collega’s elkaar uitdagen in plaats van ondersteunen?

Van individueel naar collectief: samen sterk
Als vrouw in de bouw is het makkelijk om te denken: “Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd?”
Maar nee, het ligt niet aan jou. Het ligt aan een cultuur die decennia lang maar één manier van werken heeft beloond.

Die cultuur kunnen we alleen veranderen als we het samen doen. Door ervaringen te delen, elkaar te steunen, en het gesprek aan te gaan over wat anders kan.

En dáár komt de vakbond in beeld. Als collectief, verenigd in een vakbond, kunnen jij en jouw collega’s:

  • De vinger op de zere plek leggen: zichtbaar maken hoe MCC eruitziet in onze sector.
  • Werkgevers aanspreken: vragen stellen over cultuur, leiderschap en diversiteit.
  • Vrouwen verbinden: ervaringen delen en elkaar versterken.
  • Opleiding en beleid beïnvloeden: zorgen dat verschillende kwaliteiten gewaardeerd worden.

Alleen samen kunnen we een cultuur bouwen waarin iedereen meetelt.

Wil jij hierover verder praten of ervaringen delen? Neem dan contact met ons op.


Hestia Claudia Tuinfort: “Het is geen mannenwerk. Het is gewoon werk”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Claudia Tuinfort, Timmervrouw bij Van Wijnen aan het woord.

Naam: Claudia Tuinfort
Functie: Timmervrouw bij Van Wijnen
Leeftijd: 19
Opleiding: MBO 3 Timmeren bij Bouwmensen Dordrecht

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
“Dat begon eigenlijk toen we onze schuur opnieuw moesten bouwen. Ik hielp mee en merkte dat ik het superleuk vond om te doen. Mijn vader is altijd timmerman geweest en heel handig. Daar keek ik enorm tegenop en ik dacht: als je dat allemaal zelf kunt, is dat heel handig. Ik ben ook creatief aangelegd, altijd bezig geweest met knutselen en dingen maken. Dat samen zorgde ervoor dat ik de bouw in wilde.” 

Hoe werd daarop gereageerd?
“Mijn familie reageerde superpositief en heel ondersteunend. Ze vonden dat het goed bij me paste, omdat ik altijd al handig was. Natuurlijk kreeg ik ook wel negatieve reacties. Zo zei een docent achter mijn rug dat hij dacht dat ik het niet zou halen. Dat vond ik jammer, maar het gaf me ook motivatie om te laten zien dat ik het wél kan. Uiteindelijk is 99% gewoon positief geweest.” 

Wat maakt de bouw zo leuk? Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Ik vind het fijn dat ik niet de hele dag achter een scherm hoef te zitten, dat past gewoon niet bij mij. In de bouw kan ik met mijn handen werken, creatief nadenken en echt iets maken. De sfeer op de bouw is vaak relaxed. Mannen zijn direct, er wordt weinig geroddeld en het is gezellig. Ik vind het ook gewoon grappig om met die “lompe mannen” samen te werken. Dat maakt het werk leuk.” 

Wie in de bouw inspireert jou?
“Mijn vader is mijn grootste inspiratie. Hij kon altijd alles maken en dat bewonder ik. Ook de vakmensen op mijn werk inspireren me. Soms ben ik uren bezig met een probleem en dan lossen zij het in vijf minuten op. Dat vind ik heel knap. Een echt rolmodel heb ik niet per se, maar ik leer veel van de mensen om me heen.” 

Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Eerst wil ik mijn diploma’s halen en ervaring opdoen. Daarna lijkt het me leuk om leermeester te worden en anderen het vak te leren. Uiteindelijk wil ik een eigen bedrijf beginnen, samen met mijn broer die ook timmerman is. Mijn droom is om daar ook ruimte te maken voor vrouwen in de bouw. Ik zou graag een veilige plek bieden waar ze kunnen werken en leren, zodat de stap minder groot is.” 

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
“Gewoon doen! Als je het leuk vindt, moet je ervoor gaan. Natuurlijk krijg je soms te maken met negatieve reacties of vooroordelen, maar het is geen mannenwerk. Het is gewoon werk. Iedereen kan het doen. Ik ben heel blij dat ik deze keuze heb gemaakt. Ik ga elke dag met plezier naar mijn werk en doe dingen die ik leuk vind.” 

Is er iets dat je zelf graag wilt toevoegen?
“Omdat ik een vrouw ben in een mannenwereld heb ik vaak het gevoel dat ik me extra moet bewijzen. Alsof ik altijd 120% moet geven in plaats van 100%. Dat kan soms druk geven, bijvoorbeeld als ik zware platen moet tillen en denk: ik mag dit niet loslaten, want dan zien ze me als ‘zwak’. Aan de andere kant motiveert het me ook om het beste uit mezelf te halen. Maar ik hoop dat het in de toekomst normaal wordt dat vrouwen in de bouw werken, zonder dat ze zich steeds hoeven te bewijzen.” 

 


Nevenwerkzaamheden voor UTA-medewerkers

Je wordt gevraagd of jij met jouw kennis wat werkzaamheden wil uitvoeren voor een ander bedrijf, of misschien wil je wel een bedrijfje voor jezelf starten. Mag dit zomaar? 

Geen algemeen verbod
Er is geen algemeen verbod die wettelijk of cao bepaald is, om nevenwerkzaamheden te verrichten.  

Wel is het belangrijk dat je met een aantal dingen rekening houdt: In de cao staat dat je wel nevenwerkzaamheden mag uitvoeren, maar je mag niet de arbeidstijdenwet overtreden en daardoor onvoldoende rusttijd hebben. Ook mag je het belang van de werkgever niet schaden.  

Het is belangrijk dat je altijd bij je werkgever aangeeft als je nevenwerkzaamheden zou willen uitvoeren. De werkgever kan dan hiervoor schriftelijke toestemming geven. 

Contract of bedrijfsregeling
In je contract of bedrijfsregeling kunnen aanvullende regels staan. Het is altijd goed om deze na te kijken. 

Heb je behoefte aan advies, of een vraag? Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl en we helpen je op weg. 


Meer vrouwen in de bouw? Zorg voor vrouwen in sollicitatiecommissies

De bouwsector kampt al jaren met een tekort aan vrouwen. Terwijl de sector dringend behoefte heeft aan nieuw talent en frisse perspectieven, blijft het percentage vrouwelijke medewerkers laag. Eén concrete en relatief eenvoudige maatregel om hier verandering in te brengen, is het bewust betrekken van vrouwen in sollicitatiecommissies.[1]

Waarom vrouwen in sollicitatiecommissies?
Verschillende onderzoeken laten zien dat mensen geneigd zijn om personen die op hen lijken positiever te beoordelen en eerder aan te nemen.[2] Dit noemen we de ‘similarity attraction bias’. Wanneer er alleen mannen in een sollicitatiecommissie zitten, maken vrouwen minder kans dan wanneer er ook vrouwen bij het gesprek en de selectie betrokken zijn. Een gemende commissie zorgt voor bredere discussies, verschillende perspectieven en daarmee eerlijkere afwegingen.

Veel vrouwen voelen zich daarnaast eerder op hun gemak wanneer er (ook) vrouwen tegenover haar aan tafel zitten en komen daardoor beter tot hun recht in het gesprek.[3] Voor vrouwelijke kandidaten kan de aanwezigheid van vrouwen in de commissie bovendien een signaal zijn dat de organisatie diversiteit serieus neemt en dat er ruimte is om zich als vrouw in de bouw te ontwikkelen.

Meer dan symbolisch
Het gaat hierbij niet alleen om representatie, maar ook om invloed. Vrouwen in sollicitatiecommissies brengen vaak andere invalshoeken mee, stellen andere vragen en kunnen gevoeliger zijn voor inclusieve aspecten van een werkomgeving. Hun aanwezigheid kan bijdragen aan het aannemen van talent dat anders misschien over het hoofd zou worden gezien. Zo bevestigt ook Esther Knabben, Directeur Regiogroep bij Royal Haskoning DHV, in onze Hestia rubriek: “Wat echt verschil maakt, is dat er vrouwen in sollicitatie- en selectiecommissies zitten. Sinds ik leidinggevende ben, is de helft van de nieuwe aanstellingen vrouw. Dat zegt genoeg: vrouwen zien sneller mogelijkheden als er al vrouwen aan tafel zitten.”

Effect op de sector
Het opnemen van vrouwen in sollicitatiecommissies is dus niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van strategisch personeelsbeleid. Meer vrouwen aannemen betekent meer diversiteit in teams, wat bewezen leidt tot innovatievere oplossingen, betere samenwerking en een sterkere aantrekkingskracht op jong talent.[4]

Hoe zat dit bij jou?
Door bewust vrouwen een rol te geven in werving en selectie, kunnen bedrijven in de Bouw en Infra een stap zetten richting een inclusievere werkomgeving waarin meer vrouwen willen komen en blijven werken. Hoe zat dit bij jou? Zat er een vrouw in jouw sollicitatiecommissie? En zo niet, had je het fijner gevonden als dit wel zo was? Wat zou dat voor jou betekend hebben?

[1] Het betrekken van vrouwen in sollicitatiecommissies alleen is niet genoeg om een eerlijk selectieproces te waarborgen. Het is slechts één maatregel die we hier nu uitlichten. Hiernaast zijn nog andere zaken belangrijk, zoals inclusieve vacatureteksten en objectieve, meetbare en gestandaardiseerde beoordeling.
[2] Tholen, G. (2024). Matching Candidates to Culture: How Assessments of Organisational Fit Shape the Hiring Process. Work, Employment and Society, 38(3), 705-722; Abbasi, Z., Billsberry, J. & Todres, M. (2024). Empirical studies of the “similarity leads to attraction” hypothesis in workplace interactions: a systematic review. Manag Review Quarterly 74, 661–709; Bunica, A. (2025). A Bibliometric Analysis of Similarity Attraction Bias in Recruitment: Implications for Workplace Diversity and Inclusion. Review of International Comparative Management, 26(1), 122-131.
[3] VHTO (2022) Vrouwen in bèta, techniek en IT, hoe behoud je ze als organisatie?
[4] McKinsey & Company (2020). Diversity Wins: How inclusion matters; Post, C. & Byron, K. (2015). Women on Boards and Firm Financial Performance: A Meta-analysis. Academy of Management Journal. 58(5), 1546–1571.

 

 


Hestia Esther Knabben: “netwerken zijn heel belangrijk, zodat vrouwen zich welkom voelen en blijven in de sector”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Esther Knabben, Directeur Regiogroep bij Haskoning aan het woord.

Naam: Esther Knabben
Functie: Directeur regiogroep Infrastructuur bij Royal Haskoning DHV
Leeftijd: 50
Opleiding: HTS Verkeerskunde, Technische Bestuurskunde (TU Delft)

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
"Eigenlijk niet op één specifiek moment. In mijn familie zitten veel ingenieurs, dus techniek was altijd vanzelfsprekend. Ik vond techniek en de bèta-vakken leuk en zo was de keuze heel logisch. Mijn keuze voor verkeerskunde kwam vooral doordat een nicht die studie deed en daar enthousiast over vertelde. De combinatie techniek en creativiteit kwam er mooi in naar voren. Ik heb er nooit spijt van gehad.”

Hoe werd daarop gereageerd?
“Mensen reageerden vooral verbaasd op de keuze voor het vakgebied verkeerskunde. want dat was nogal onbekend. Negatieve reacties op dat ik voor een technische studie koos, heb ik nooit gehad. Binnen mijn familie was het juist heel normaal.”

Wat maakt de infra zo leuk?
“Vooral de mensen: bescheiden, trots op hun vak, en altijd gericht op kwaliteit. Samen puzzelen tot alles klopt, hoe iets nog mooier, beter of efficiënter kan. Bijdragen aan iets dat de maatschappij nodig heeft zonder al te veel poehaa, dat past wel bij mij. Dat geeft voldoening. Het gaat misschien niet altijd om grootse dingen, maar wel om werk dat écht impact heeft op het leven van mensen. Ik zeg altijd, je denkt er vast niet vaak aan, maar wat als bruggen, sluizen, wegen en fietspaden, riolering en openbare verlichting het niet meer doen? Dan is het toch supermooi dat mensen hier met zoveel passie aan werken. Dat maakt me echt trots!”

Wie in de bouw inspireert jou?
“Ik laat me inspireren door de mogelijkheden om het beter, duurzamer en slimmer te doen. Ik word enthousiast van collega’s die innoveren, nieuwe technieken inzetten en jong talent meenemen. Zelf heb ik veel gehad aan mentoren: ervaren mensen die hun kennis en netwerk met mij deelden. Daarnaast heb ik binnen Haskoning een vrouwennetwerk opgericht, om af en toe te sparren als je ergens tegenaan loopt, met een vertrouwd persoon. Daar merk ik hoe inspirerend en leuk het is dat vrouwen elkaar weten te vinden. Bijvoorbeeld als ze overwegen ergens te solliciteren, of tegen iets aan lopen waar ze niet meteen raad mee weten.”

Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Mooie dingen maken die echt werken en mensen onderling verbinden om dat te realiseren. Ik onderstreep ook het belang van “leuk en lol in je werk”. Waar mensen met plezier werken, gaat de energie stromen komen. Daarvoor hebben mensen speelruimte nodig. Ruimte om iets uit te proberen, met elkaar te sparren en te elkaar uit te dagen. Innoveren is toch ook een beetje uitproberen en als het misgaat leren en verbeteren, zonder dat je daar meteen op afgerekend wordt. Daar kun je als leidinggevende een belangrijke rol in spelen.”

Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Ik hoop dat opdrachtgevers en opdrachtnemers meer vanuit vertrouwen samenwerken. Gelukkig gaat het vaak goed, maar er is nog veel te winnen. De opgaven waar we als maatschappij voor staan zijn complex en deskundig personeel is schaars, zowel aan de opdrachtgever als aan de opdrachtnemerskant. Laten we vooral samen zoeken naar hoe we tot slimme en goede oplossingen komen. Als je de vraag van de opdrachtgever beter doorgrond, kun je hem ook beter helpen. Daarvoor zijn langdurige relaties en echte openheid voor nodig. Alleen door echt samen te werken krijgen we de beste oplossingen.”

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw of infra overwegen?
“Gewoon doen! Ga voor wat je leuk vindt, wees niet te braaf en niet te bang. Je kunt heel veel meer dan je denkt! Laat je ambities zien, gebruik je netwerk en oefen je ‘elevatorpitch’. Enthousiasme leidt er toe dat je mensen om jezelf heen gaat verzamelen die je steunen en kansen geven – zowel mannen als vrouwen overigens.”

Is er iets dat je zelf graag wilt toevoegen?
“Ik hoop dat we ooit op een punt komen dat we vrouwen in de bouw niet meer apart hoeven te benoemen en dat het gewoon normaal is. Tot die tijd zijn netwerken en zichtbaarheid heel belangrijk, zodat vrouwen zich welkom voelen en ook blijven in de sector.

Wat daarbij echt verschil maakt, is dat er vrouwen in sollicitatie- en selectiecommissies zitten. Sinds ik leidinggevende ben, is de helft van de nieuwe aanstellingen vrouw. Dat zegt wat iets: vrouwen zien sneller mogelijkheden als er al vrouwen aan tafel zitten.”

 


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.