Digitalisering | Investeer in vaardigheden van mensen
Meer woningen, digitalisering, de energietransitie, een duurzame gebouwde omgeving: om alle urgente ambities te realiseren is digitale (keten)samenwerking cruciaal. Vanuit FNV Bouwen & Wonen dragen we daar graag aan bij.
https://youtu.be/ZbSSN0tYEj4
Kitty van den Hoven, bestuurder bij FNV Bouwen & Wonen: “De wereld om ons heen verandert, daardoor ontstaan ook nieuwe technieken en werkwijzen. Er is veel aandacht voor de technische innovatie, maar veel minder voor de sociale innovatie. Dit terwijl de veranderingen voor de mens/werknemers groot zijn. Er komen nieuwe functies, er verdwijnen functies en er veranderen functies. En als er aandacht is voor de sociale innovatie is deze vaak gericht op studenten/jonge werknemers, terwijl we alle werknemers hierin mee moeten nemen. Juist ook de huidige groep werknemers.”
Wat zie je gebeuren in de praktijk?
Kitty: “Iemand die nu 40 is, had tijdens zijn schooltijd nog nauwelijks ervaring met internet. Hij heeft ongetwijfeld bijgeleerd door het gebruik van zijn mobiele telefoon. Maar de diepere achtergronden - hoe werkt het, wanneer werkt iets wel en wanneer niet, hoe staat het met de digitale veiligheid? - kennen de meeste 35-ers niet. Dan heb je het wel over een grote groep die nog ruim 25 jaar moet werken. De meeste digitale bijscholing richt zich op werknemers met een hbo- of wo-opleiding. Maar dat zijn niet degenen die het werk op de bouwplaats doen.”
Wat is er nodig in de sector?
Kitty: “We moeten weten waar we nu staan, en waar we naar toe willen. We hebben een visie van bedrijven nodig op digitalisering en welke impact dat heeft op de organisatie en het werk. Ik zie hier een belangrijke rol weggelegd voor HR en de OR.”
Wat kunnen werkgevers doen?
Kitty: “Werkgevers moeten flink investeren in de kennis en vaardigheden van hun werknemers. De sector kan hier ondersteuning bieden door dit gezamenlijk op te pakken. Zo zorgen we samen voor goed opgeleid personeel en daarmee goed werk. Leren hoeft niet in de schoolbanken, maar kan ook gerealiseerd worden door bijvoorbeeld iemand stage laten lopen binnen het eigen bedrijf. Bedrijven moeten ruimte geven aan de werknemers om zich te kunnen ontwikkelen. Laat werknemers meedenken, meepraten, en ook meebeslissen. Dan zijn ze een stuk gemotiveerder om mee te gaan in alle ontwikkelingen. Wij pleiten voor een innovatieve organisatie waar technologische innovatie en sociale innovatie samengaan.”
Wat zie je gebeuren in de toekomst?
Kitty: “Opdrachtgevers gaan steeds meer eisen stellen, dus het is voor bedrijven eigenlijk onmogelijk om niet mee te gaan met deze ontwikkelingen. En ook, door sommige technologische ontwikkelingen neemt de fysieke belasting voor werknemers af. Dat is goed! Maar het mag niet gaan leiden tot een slechte kwaliteit van werk: veel van hetzelfde, eentonigheid, et cetera. Voor werknemers wordt het werk interessanter als ze meer vaardigheden hebben en daardoor breed inzetbaar zijn. Kortom zich kunnen blijven ontwikkelen. Niemand vindt saai werk leuk!”
Bedrijven en werknemers kunnen contact opnemen met FNV Bouwen & Wonen voor ondersteuning op het gebied van sociale innovatie via uta@fnv.nl.
Hestia: Irene Jongens
"Volg je hart, doe wat goed voelt, laat je nooit tegenhouden door anderen!"
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Irene Jongens onze Hestia.
Naam: Irene Jongens
Functie: Vestigingssecretaresse bij Van Wijnen Heerhugowaard
Leeftijd: 47 jaar
Woonplaats: Alkmaar
Opleiding: HBO
Bedrijfsjargon: "Samen bouwen aan een mooie toekomst!"
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
"Ik kwam bij toeval in de bouwwereld terecht, na mijn opleiding SEPR-Toerisme, wilde ik voor een touroperator naar het buitenland, maar daar was op dat moment geen baan te vinden. Via een vriendin kwam ik bij een bouwbedrijf in Heiloo terecht. En sindsdien nooit meer weggegaan uit het bouwwereldje…."
Hoe werd daarop gereageerd?
"In eerste instantie natuurlijk vreemd want ik wilde tenslotte het Toerisme in? Maar toen er eenmaal duidelijk werd dat dit toch was wat ik wilde, kreeg ik alleen maar positieve berichten."
Wat maakt de bouw zo leuk?
"De mannenwereld! Al hoewel ik het toejuich dat er steeds meer vrouwen in de bouw komen. En natuurlijk de gave en mooie bouwprojecten die we met zijn allen hebben gerealiseerd."
Wie in de bouw inspireert jou?
"Mag het ook ‘heeft geïnspireerd’ zijn? Dat is mijn eerste werkgever geweest; de toenmalige directeur van Teerenstra Bouw. Inmiddels bestaat Teerenstra Bouw niet meer, maar ik heb veel van hem geleerd en de kneepjes van het vak van hem afgekeken. Hij heeft mij de juiste duwtjes in de rug gegeven, waar ik hem nu nog steeds dankbaar voor ben."
Wat vind je het allerleukst aan je werk?
"De afwisseling, het regelen en organiseren, het verbinden, de vrijheden binnen mijn functie, het contact met de collega’s zowel op kantoor als op de bouwplaatsen, het contact met zakenrelaties, de fijne werksfeer, en de collegialiteit. En dat alles met een dosis humor, we lachen heel wat af hier! Van Wijnen heeft overigens als een van de eerste bouwbedrijven een Top Employer-certificaat gekregen. Dat houdt in dat we veel aandacht hebben voor medewerkersgeluk, welzijn, en ontwikkeling van iedereen. Top toch?"
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
"Ach, ik heb er nog zoveel! Maar zakelijk gezien zal ik bij Van Wijnen Heerhugowaard in de toekomst een meer coachende rol in willen nemen. Ik vind het mooi om met mijn jarenlange ervaring nieuwe collega’s wegwijs te maken binnen onze organisatie en ze op weg te helpen met allerlei uitdagingen die op hun pad komen."
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
"Doen! De bouwwereld is inspirerend en interessant. Er komen steeds meer jonge meiden bij ons op de bouwprojecten werken, die vaak via school of een stage bij ons binnenkomen. Ga alle facetten ontdekken die de bouw te bieden heeft, zo weet je straks goed welke functie het beste bij jou past. En het belangrijkste: volg je hart, doe wat goed voelt, laat je nooit tegenhouden door anderen en zorg er voor dat je uitdaging blijft houden in je werk!"
Is er iets dat zelf graag wilt toevoegen?
"Ik vind het belangrijk dat we meer diversiteit krijgen in de bouw. Met de vele verschillende eigenschappen van mannelijke en vrouwelijke medewerkers creëren we een al sterker team. Meer vrouwen in de bouw zorgt voor andere inzichten en ideeën. Laten we dat combineren met de inzichten en ideeën van mannen en we zullen nog mooiere resultaten boeken!"
Hestia: Jana Nolting
"Je ziet dat iedereen in alle functies zijn eigen steentje bijdraagt en ieder steentje is essentieel."
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Jana Nolting onze Hestia.
Naam: Jana Nolting
Functie: Junior HR Adviseur
Leeftijd: 27 jaar
Woonplaats: Enschede
Opleiding: HBO International Human Resources Management & WO Master bedrijfskunde
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
"Ik denk dat ik altijd al affiniteit had met de bouw. Mijn opa heeft namelijk ook in de bouw gewerkt. Ik ben 3 jaar geleden begonnen in de bouw en heb eerder bij een ander technisch bedrijf op de HR-afdeling gewerkt. Ik vind het mooi om bij een organisatie te werken waar het eindproduct zichtbaar is, dus dat je kan zien wat het bedrijf maakt. In de bouw maak je iets wat heel essentieel is, iedereen heeft namelijk een dak boven zijn hoofd nodig en om het proces te zien hoe dat wordt gebouwd vind ik heel tof. Vanuit HR kan ik hier indirect aan bijdragen."
Hoe werd daarop gereageerd?
"Mijn opa reageerde heel positief, hij vond het heel leuk dat ik de bouw in ging."
Wat maakt de bouw zo leuk?
"Zoals ik al benoemde vind ik de bouw leuk omdat je echt ziet waar je aan bijdraagt. Daarnaast houd ik ook echt van de mensen die werken in de bouw. De nuchtere maar hartelijke cultuur bij ons op het werk vind ik heel fijn. Er wordt geen verschil gemaakt tussen man en vrouw, maar er wordt echt gekeken naar wie jij bent als persoon."
Wie in de bouw inspireert jou?
"Alle collega’s om mijn heen. Iedereen doet elke dag keihard zijn best. We werken enorm hard en zijn super trots op wat we doen. Het is uiteindelijk allemaal team effort, want niemand kan in zijn eentje een huis of ziekenhuis bouwen. Je ziet dat iedereen in alle functies zijn eigen steentje bijdraagt en ieder steentje is essentieel. Ik word dus vooral geïnspireerd door ons teamwork."
Wat vind je het allerleukst aan je werk?
"Ik ben aanspreekpunt voor scholen en regel hiermee eigenlijk alles rondom stagiaires. Het leukste vind ik dat ik stagiaires mag koppelen aan wellicht hun toekomstige beroep. Ik houd mij onder andere bezig met verschillende dagen die wij organiseren voor scholieren, bijvoorbeeld een ‘meiden in de techniek dag’. Dat is een dag voor meiden die interesse hebben in de techniek. Ik vind het dan enorm tof om jonge meiden die nog een keuze moeten maken uit te leggen over de bouw en ze te inspireren om ook in deze veelzijdige sector te komen werken."
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
"Ik ben momenteel mijn eigen huis aan het bouwen samen met mijn vriend, ik moet zeggen dat dat wel echt een droom van mij is die uitkomt. Ik hoop dat genderdiversiteit in alle vakgebieden in balans raakt zoals dat bij Dura Vermeer al een hele tijd heel normaal is. Dat het motto ‘meer vrouwen in de bouw’ verandert in ‘meer diversiteit in de bouw’."
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
"Volg je hart. Of het nou de bouw is of iets anders, doe wat je leuk vindt. Laat je niet tegenhouden door andere dingen. Je moet doen waar jij je prettig bij voelt en niet alleen wat anderen van je verwachten."
Nachtwerkers meer kans op slechte werk-privébalans
Door de globalisering en technologische vooruitgang werken we steeds minder op standaard werktijden. De verwachting is dat deze trend de komende decennia nog verder toenemen. Nachtwerkers hebben meer kans op een slechte werk-privé balans.
In 2019 werkten ruim 1,2 miljoen Nederlanders soms of regelmatig in de nacht, zo luidt de data van het CBS. In het onderzoek betekent nachtwerk dat er minimaal 1 uur gewerkt wordt tussen 00:00 ’s nachts en 06:00 ’s ochtends.
Mensen die in de nacht werken, hebben meer dan 2,5 keer zoveel kans op een slechte werk-privébalans. Zij vinden het lastiger om werk en privé te combineren dan mensen die alleen overdag werken. Dat is een van de resultaten uit het onderzoek van het RIVM en TNO, naar de impact van nachtwerken en mogelijke oplossingen. De nachtwerkers geven in de interviews verder aan dat zij door nachtwerk minder tijd met hun familie of partner kunnen doorbrengen en dat ze zich geïsoleerd voelen. Ook hebben ze door vermoeidheid op vrije dagen minder behoefte aan sociale contacten hebben of mijden ze deze zelfs, omdat ze zich moeten voorbereiden op een nachtdienst. Dit geldt overigens niet voor alle nachtwerkers. Sommigen geven aan dat zij privétaken juist beter kunnen combineren wanneer zij nachtdiensten draaien dan tijdens dagdiensten.
Dag-nachtritme
Het menselijk lichaam heeft een biologische klok. Hierdoor hebben we allemaal een dag-nachtritme van dat ongeveer 24 uur duurt. Dit ritme wordt ook wel het circadiane ritme genoemd, wat ‘circa één dag’ betekent. Het ritme is te zien in het slaap-waakritme, maar ook in een groot aantal andere lichaamsprocessen. Zo heeft je biologische klok invloed op je hormoonafgifte (onder andere melatonine en cortisol) en je glucosehuishouding.
Verschillende functies van het lichaam, waaronder lichaamstemperatuur, honger, en verzadiging, worden ook gereguleerd door de biologische klok. Je klok zorgt er dus voor dat de processen in je lichaam op het juiste moment plaatsvinden.
Effecten op gezondheid
De impact die nachtwerken op de gezondheid van iemand heeft wordt waarschijnlijk medebepaald door verschillende karakteristieken. Denk aan de duur van de nachtdiensten en hoe vaak men in diensten werkt. Ook het rooster of patroon waarin verschillende typen diensten elkaar opvolgen speelt mogelijk een rol.
Werken in de nacht verstoort het dag-nachtritme (de biologische klok) van het lichaam. Volgens de Gezondheidsraad leidt (langdurig) nachtwerk tot een verhoogd risico op slaapproblematiek, diabetes type 2, en hart- en vaatziekten.
In het onderzoek melden de respondenten dat zij verschillende gezondheidsklachten ervaren. De fysieke klachten zijn onder andere vermoeidheid, hoofdpijn, maag-darmklachten, en spier- of gewrichtsklachten. Ook is er sprake van verschillende mentale gezondheidsgevolgen, zoals gevolgen voor het cognitief functioneren (verminderde focus, alertheid, geheugen, en concentratie), prikkelbaar zijn, eenzaamheid en somberheid, en stress.
Werknemers met nachtwerk hebben ongeveer 1,5 keer zoveel kans op arbeidsongevallen (gedurende de dag of nacht) dan werknemers zonder nachtwerk. Dit blijkt uit de analyses op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en CBS onder bijna 400.000 werknemers. Hierbij zijn geen grote verschillen tussen sectoren te zien. Het is echter onbekend of de ongevallen plaatsvinden tijdens een dag- of een nachtdienst. Ook werd de terugreis naar huis na een nachtdienst (waarbij de kans bestaat dat nachtwerkers zitten te knikkebollen achter het stuur) niet meegenomen in de NEA.
Waarom toch ’s nachts werken?
64 procent van de werkgevers gaf in het onderzoek van het RIVM en TNO aan dat de belangrijkste reden voor nachtwerk is dat het werk direct uitgevoerd moet worden. Denk hierbij aan werk in de zorg, bij de politie, of de brandweer. Economische redenen, zoals het behalen van productiedoelstellingen en de optimale inzet van machines, en praktische redenen zoals machines die 24 uur per dag moeten draaien, zijn voor ongeveer een derde van de werkgevers (zeer) belangrijke redenen.
Oplossingen
Het RIVM en TNO hebben in het onderzoek ook gekeken naar oplossingen om de risico’s voor gezondheid en welzijn van nachtwerkers te verminderen. Hier valt ook de werk-privébalans onder. Uit de resultaten blijkt dat zowel werkgevers als werknemers en bedrijfsartsen weinig mogelijkheden zien om minder werk in de nacht te doen.
Werkgevers benoemen bereikbaarheidsdiensten en het inzetten van nieuwe technologie (denk aan automatisering) als opties om het nachtwerk misschien voor een klein deel te verminderen.
De nachtwerkers zelf zijn niet te spreken over de bereikbaarheidsdiensten, omdat deze mogelijk een negatief effect hebben op de slaapkwaliteit en op de werk-privébalans. Dat is dus geen oplossing, maar het verplaatsen van het probleem. Nachtwerkers zelf benoemen verschillende oplossingen, zoals het beperken van de hoeveelheid taken in de nacht, of onderling ervaringen delen.
Tijdens het symposium over het onderzoek van het RIVM en TNO afgelopen 16 maart, sprak een verpleegkundige die regelmatig nachtdiensten draait over de oplossingen die haar ziekenhuis biedt aan nachtwerkers. Zo krijgen de nachtwerkers ’s nachts een gezonde maaltijd en snack aangeboden, en bestaat er de mogelijkheid om een powernap te doen tijdens de dienst.
Volgens het RIVM en TNO is het gezien de beperkte mogelijkheden om nachtwerk te verminderen, nodig dat er meer kennis komt over mogelijke oplossingen en hoe deze oplossingen op een goede manier gerealiseerd kunnen worden.
Biedt jouw werkgever oplossingen voor nachtwerk? Heb je vragen, of wil je jouw eigen ervaringen met werken in de nacht delen? Stuur een e-mail naar uta@fnv.nl en we nemen contact met je op.
Hestia: Merel van Burgsteden
"Als je naar de kleurplaten van vroeger kijkt zie je dat ik eigenlijk altijd huizen aan het tekenen was."
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Merel van Burgsteden onze Hestia.
Naam: Merel van Burgsteden
Functie: Projectorganisator bij Rottinghuis’ Aannemingsbedrijf bv
Leeftijd: 27 jaar
Woonplaats: Groningen
Opleiding: HBO Bouwkunde
Bedrijfsjargon: Samen bouwen aan de toekomst
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
"Het is eigenlijk nooit anders geweest. Als je naar de kleurplaten van vroeger kijkt zie je dat ik eigenlijk altijd huizen aan het tekenen was. Mijn ouders hebben hun eigen huis gebouwd en ik ging daar ook elke dag kijken en foto’s maken. Als kind zat het er dus eigenlijk al in, maar dan link je het niet gelijk aan de bouw. Maar naar mate ik ouder werd, wist ik eigenlijk gelijk al dat ik de bouw in wilde."
Hoe werd daarop gereageerd?
"Mijn directe omgeving wist het eigenlijk al, dus dat was geen verrassing. Wel merk ik dat als ik nu iemand leer kennen en vertel dat ik in de bouw werk, ze heel verbaasd reageren. ‘Draag je dan ook een bouwhelm- en schoenen?’, vragen ze dan vaak. Ik ben namelijk wel echt een meisjemeisje die houdt van jurkjes en rokjes, anderen vinden het dan lastig voor te stellen dat ik dan voor werk in mijn werklaarzen en helm over de bouw heen loop."
Wat maakt de bouw zo leuk?
"Ik vind het in de bouw erg leuk dat je je projecten uitgevoerd ziet worden. Ook is in de bouw geen dag hetzelfde, elke fase in de bouw is anders, die variatie vind ik ook geweldig. Wat veel mensen ook niet weten is dat er in de bouw heel veel functies zijn, dus als je bouwkunde hebt gestudeerd kan je altijd in de bouw nog alle kanten op."
Wie in de bouw inspireert jou?
"Niet per se één persoon, maar ik vind het echt heel stoer dat er vrouwelijke directies in de bouw zijn. Ik vind het al stoer dat er vrouwen in de bouw werken, maar dat ze ook directie functies bekleden vind ik echt heel inspirerend."
Wat vind je het allerleukst aan je werk?
"Als projectorganisator ben ik vanaf het begin tot het einde betrokken bij het gehele traject. Je maakt daardoor het hele project mee en het werk is heel afwisselend. Mijn kantoor zit in een bouwkeet waardoor ik de uitvoering van heel dichtbij mee maak en veel op de bouw ben. Daarnaast zie je veel progressie. Als je de ene dag op de bouw komt en je komt daarna een dag later weer, dan zie al veel verschil. Daarnaast vind ik het ook heel fijn hoe we hier met elkaar omgaan. Onze sfeer hier is heel goed. Ook al zijn er verschillende functies binnen het bedrijf iedereen gaat hetzelfde met elkaar om."
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
"Ik wil heel graag doorgroeien in de bouw. Ik heb mijn hbo-diploma behaald, maar ik wil graag mijn bouwtechnische gedeelte aansterken. Op dit moment doe ik een extra opleiding, zodat ik nog extra stappen kan maken binnen de bouw."
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
"Als je een baan in de bouw overweegt adviseer ik om een keer mee te lopen in de bouw. Vorig jaar deden wij ook mee met de Girls Days waarbij meiden van de middelbare school een dag mee mochten lopen op de bouw. Ik merkte aan die meiden dat ze na zo’n dag gelijk al een heel ander beeld hebben over de bouw. Ze zien dat de bouw niet alleen timmeren is, maar zoveel meer!"
Is er iets dat zelf graag wilt toevoegen?
"Het is een prachtig vak! Ook voor vrouwen. Ik zou het iedereen aanraden om in de bouw te gaan werken."
Sfeerimpressie Bouwvrouwendag 2023
Op 9 maart was het Bouwvrouwendag. Deze dag hebben wij mogen organiseren ter ere van internationale vrouwendag.
De avond werd gestart met een stoelmassage onder het genot van hapjes en drankjes. Even heerlijk ontspannen na een, voor vele, drukke werkdag. Ook kon je een professionele foto laten maken van jezelf door onze fotograaf Martin.
Na deze ontspannen start hebben wij met zijn allen genoten van het avondeten. Een enorm leuke ervaring vonden vele ‘de mogelijkheid om te netwerken met anderen bouwvrouwen was heel verfrissend!’ aldus een deelneemster.

Workshops
Op de Bouwvrouwendag hebben wij na het eten drie mooie workshops mogen geven voor vrouwen in de bouw. De eerste workshop was ‘Bluffen voor vrouwen’. Laura heeft tijdens deze workshop laten zien hoe je je talenten op een enthousiaste manier aan het voetlicht kan brengen. Dit is iets wat wij vrouwen minder vaak doen dan onze mannelijke collega’s. Een opmerking tijdens de workshop was: ‘Fijn om op deze manier te leren om mijn kwaliteiten te benoemen zonder dat het overkomt als opscheppen’. Heel gaaf om dit terug te horen, want dat was precies waar de workshop voor bedoeld was.
De workshop ‘Vitale Voornemens’ was de tweede workshop die wij hebben aangeboden. Goede voornemens, nu ga ik het echt DOEN, morgen ga ik…. Je kent het vast wel, regelmatig blijft het bij dromen en goede voornemens. Tijdens deze workshop heeft Merianka spelenderwijs laten zien hoe je je eigen breinformule voor verandering uitwerkt. Op deze workshop is erg enthousiast gereageerd door de vrouwen die aan deze workshop deelnamen. Wij kregen van deelneemsters van deze workshop terug dat het een ‘leuke en interessante workshop was met veel interactie’.
Ook de workshop Vrouw en Pensioen was een succes. Bij deze workshop heeft Tineke alles omtrent pensioenopbouw op een leuke manier uitgelegd. ‘Na het krijgen van mijn kinderen ben ik deeltijd gaan werken, wat dat precies voor mijn pensioen zou betekenen heb ik tot deze workshop nooit begrepen’. Het is heel fijn om te weten wat deze informatieve workshop voor deelnemers heeft betekent.
Bij deze willen wij alle deelneemsters nogmaals bedanken! We vonden het een heel geslaagd evenement en gaan in de toekomst weer nieuwe workshops en andere bijeenkomsten organiseren. Wij hopen jullie daar weer te zien! Voor de vrouwen die niet hebben kunnen deelnemen; wij hopen dat jij er de volgende keer ook bij bent.

Rechter buigt zich voor het eerst over studiekosten sinds invoering Wtva
Per 1 augustus 2022 is de Wet Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden (Wtva) van kracht. Het doel van deze wet is om arbeidsvoorwaarden van werknemers te verbeteren door ze duidelijker en voorspelbaarder te maken.
De nieuwe regels hebben in de tussentijd gezorgd voor veel onduidelijkheden. Op 10 januari 2023 heeft de Rechtbank Utrecht zich voor het eerst uitgesproken over een kwestie rondom de Wtva.
Wat is er veranderd?
Voor we het hebben over de uitspraak van de Rechtbank Utrecht gaan we een paar stappen terug.
Met de inwerkingtreding van de Wtva moeten werkgevers verplichte scholing kosteloos aanbieden. Het gaat om scholing die verplicht moet worden aangeboden op grond van de wet of cao. Je mag geen afwijkende afspraken maken; die zijn nietig. In de praktijk blijkt dat het vooral onduidelijk is wat er onder ‘verplichte scholing’ moet worden verstaan.
Onze wet kende voor de invoering van de Wtva al een algemene scholingsplicht, geregeld in artikel 7:611a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, die als zo’n wettelijke verplichting moet worden gezien. Dat wil zeggen dat een werkgever scholing moet aanbieden die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de werknemer. De kosten van de scholing rusten dan op de werkgever. Een studieovereenkomst of -beding met andere afspraken is dus niet geldig.
Uitspraak Rechtbank Utrecht
Op 4 november 2022 is tussen een werkgever en een werknemer een studieovereenkomst tot stand gekomen. In de studieovereenkomst staat een terugbetalingsregeling vermeld waarvan de werknemer bij uitdiensttreding de lening aan werkgever moet terugbetalen. De lening wordt na drie jaar kwijtgescholden na het afronden van het theoretische gedeelte van de opleiding. De werknemer is van mening dat de studieovereenkomst die hij was aangegaan met zijn werkgever nietig was op grond van de Wtva. Hij stelde dat hier sprake was van ‘een noodzakelijke opleiding’. Volgens hem zou zijn werkgever hem hebben aangenomen met de bedoeling om hem (in de toekomst) als registeraccountant werkzaamheden te laten verrichten. Voor die functie was de opleiding noodzakelijk. De werknemer zou als registeraccountant onder meer zijn handtekening zou kunnen zetten onder jaarstukken.
Volgens de werkgever klopte dit niet. De werkgever stelde dat ten eerste de werknemer niet met die bedoeling was aangenomen. Ten tweede, voegde de werkgever toe, zelfs al was de werknemer met die bedoeling aangenomen, dan was de opleiding vooralsnog niet noodzakelijk geweest. De opleiding zou dus niet noodzakelijk zijn voor het werk van de werknemer waarvoor hij is aangenomen en evenmin vereist om de functie van registeraccountant te verrichten. Daarbij komt bij dat de werknemer op eigen verzoek de opleiding is gaan volgen, aldus de werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat uit niets bleek dat de werknemer was aangenomen met het doel om registeraccountant te worden en dat de opleiding waarvoor de studieovereenkomst is aangegaan noodzakelijk zou zijn voor die beoogde functie of de huidige functie van werknemer. De rechtbank oordeelde dat hier geen sprake was van een ‘noodzakelijke opleiding’ en werknemer de studiekosten aan werkgever moet terugbetalen.
Wat staat er in de cao?
Onder het kopje 'Scholing voor behoud van vakmanschap', op bladzijde 59 van de cao Bouw & Infra, staat dat de werkgever een opleidings- en scholingsbeleid ontwikkelt, en dit uitvoert. Ieder kalenderjaar stelt hij een scholingsplan vast. Bij het opstellen van dit plan houdt de werkgever rekening met de wensen van de werknemers, en die worden drie maanden voor het invoeren van het plan over de inhoud geïnformeerd. Andere verplichtingen van de werkgever:
- De werkgever stelt de werknemer in staat functiegerichte scholing te volgen. Komt de functie van de werknemer te vervallen? Of is de werknemer niet meer in staat zijn functie te vervullen? Dan stelt de werkgever hem in staat scholing te volgen die het mogelijk maakt de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Dit laatste voor zover dit redelijkerwijs van de werkgever verlangd kan worden. Hiermee voldoet de werkgever aan zijn wettelijke scholingsplicht van artikel 7:611a lid 1 BW.
- De werkgever betaalt alle kosten van deze scholing. Hij mag die kosten niet verrekenen met de transitievergoeding.
- De werknemer volgt de functiegerichte scholing indien mogelijk tijdens werktijd. Als dit niet mogelijk is, wordt de tijd dat de scholing wordt gevolgd gezien als arbeidstijd.
Heb jij een studieovereenkomst en heb je hier vragen over? Neem dan contact op met ons via uta@fnv.nl
ZZP | Gezamenlijk onderhandelen zonder overtreding concurrentieregels
Naar aanleiding van aangepaste Europese regelgeving heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de Nederlandse leidraad ‘tariefafspraken zzp’ers’ aangepast. Daarin staat onder andere dat zzp’ers onder bepaalde voorwaarden gezamenlijk mogen onderhandelen, zonder dat hierbij de concurrentieregels worden overtreden.
Zelfstandigen zonder personeel mogen gezamenlijk onderhandelen als zij:
- Economisch afhankelijk zijn van hun opdrachtgever, of
- Feitelijk zij-aan-zij werken met werknemers in loondienst, of
- Werken via digitale arbeidsplatformen (bijvoorbeeld taxi’s).
Bescherming
Het aantal zzp’ers is de afgelopen jaren flink gegroeid. Dat heeft voor- en nadelen. Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt is de onderhandelingspositie van zzp’ers vaak gering. Dat leidt vervolgens tot slechtere beloningen en arbeidsvoorwaarden. Vaak zijn deze zzp’ers ook niet goed verzekerd tegen ongevallen of werkloosheid.
Werkgevers maken soms ook gebruik van zzp’ers die feitelijk hetzelfde werk doen als werknemers in loondienst, waarmee zij de wettelijke werknemersbescherming omzeilen. De eerder genoemde leidraad biedt zzp’ers inzicht in de mogelijkheden voor gezamenlijk onderhandelen over beloning en arbeidsvoorwaarden. Op deze manier hoopt de ACM de positieve gevolgen van de zzp-groei te behouden, en de negatieve te verminderen.
De uitgebreide informatie staat in de Leidraad tariefafspraken zzp’ers. Heb je hulp nodig of kom je er niet uit? Je kunt een mail sturen naar uta@fnv.nl, of contact opnemen met FNV ZZP door te bellen naar 088-0997010 .
Menstruatieverlof is pas realistisch als taboe weg is
De vrouwelijke cyclus is iets wat niet vaak op de werkvloer besproken wordt. Maar of het invloed heeft op het werk is een ander verhaal. Vorig jaar kwam het menstruatieverlof in de media naar boven omdat Spanje als eerste land in Europa vrouwen in staat stelde om tot vijf dagen menstruatieverlof op te nemen. Moet dat er in Nederland ook komen? Dat was een vraag die veel heerste.
Om een goed beeld te krijgen van wat de werknemers in Nederland vinden van menstruatieverlof heeft FNV een enquête afgenomen onder bijna 3000 jongeren mensen onder de 35 jaar.
Wat blijkt? Van de jonge mensen die menstrueren, geeft 89 procent aan hun werk minder goed te doen in die periode van de maand. Maar echt ziekmelden doet slechts 7 procent regelmatig en 39 procent heel af en toe.
Taboe
Onze deskundige Hacer Karadeniz, vakbondsbestuurder bij FNV, geeft aan dat het belangrijk is om het probleem snel aan te pakken. Echter, in Nederland is dit onderwerp nog altijd taboe. "De eerste stap die gezet moet worden is het bespreekbaar maken van dit onderwerp’’.
Karadeniz: "Dat taboe kan best grote gevolgen hebben, juist als je een onzeker contract hebt, wat bij veel jonge mensen helaas het geval is. Werknemers zijn niet verplicht om de reden van ziekmelding aan hun leidinggevende te vertellen. Maar als je regelmatig ziek bent vanwege menstruatieklachten, dan is de kans groot dat je contract niet wordt verlengd of dat je niet meer wordt opgeroepen voor werk"
Lees hier het het interview met Hacer Karadeniz in Flair, en bekijk hier de Talkshow Khalid & Sophie, waar Hacer het met anderen heeft over menstruatieverlof.
FNV wil graag dat dit onderwerp meer besproken wordtop de werkvloer. Heb jij zelf last van menstruatieklachten tijden het werken en wil je weten wat je het beste kunt doen? Neem dan contact op met ons door een mail te sturen naar uta@fnv.nl.
Industriële bouw: een goede ontwikkeling?
Afgelopen week is het jaarlijkse onderzoek van Marjet Rutten over industriële bouw in Nederland weer gepubliceerd. Wat blijkt: de industriële bouw in Nederland zette ook in 2022 verder door. Er kwamen voor het eerst meer dan 10.000 woningen uit een fabriek. Hierdoor groeide het marktaandeel van industriële bouw verder tot 14 procent.
Volgens minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening is industrialisatie en technologie het antwoord op alle uitdagingen in de bouw: van woningnood en milieuvraagstukken tot kwaliteit en tekort aan personeel. Maar is dat ook zo?
Aandacht voor huizenfabrieken
De ontwikkeling van industrieel bouwen is voor ons als vakbond niet nieuw meer. Het afgelopen jaar hebben wij van FNV Bouwen & Wonen meerdere fabrieken bezocht waar huizen geproduceerd worden en hebben we gesproken met werknemers. Het is een ontwikkeling die nadrukkelijk onze aandacht heeft. Het is een nieuwe groeiende tak binnen de bouwsector die compleet anders is dan de traditionele manier van bouwen. Vanzelfsprekend juichen wij ontwikkelingen en innovaties toe die het werk in de bouw minder zwaar en veiliger maken. Echter maken wij ons ook zorgen om de zogenoemde ‘huizenfabrieken’.
Na het lezen van vele interviews, artikelen en bezoeken van huizenfabrieken is ons een aantal zaken opgevallen als we kijken naar het werken in zo’n huizenfabriek. Er zijn verschillende voordelen te noemen: het werk is binnen en je hebt minder last van wisselende weersomstandigheden en er zijn vaker (technologische) hulpmiddelen die het werk minder zwaar maken. Ook hebben we tijdens onze bezoeken begrepen dat er minder bedrijfsongevallen plaatsvinden.
Maar het werken in een huizenfabriek kan ook een andere kant hebben. Eén van de zorgelijke ontwikkelingen die wij binnen de huizenfabrieken hebben gezien is de organisatie van het werk. Deze huizenfabrieken zijn veelal échte fabrieken, er moet geproduceerd worden op grote schaal en het liefst zo snel mogelijk. Vergelijk het met een fabriek waar auto’s geproduceerd worden. Het werk wordt veelal opgeknipt in kleine deelhandelingen, handelingen die weinig tijd in beslag nemen en die ook aan vrijwel iedereen geleerd kunnen worden. Dit soort werk is onaantrekkelijk voor vakmensen, het is routinematig en geestdodend. Daarbij is zo’n werknemer eenvoudig inwisselbaar voor een ander. Het opknippen van werkzaamheden in vele deelhandelingen komt voort uit de gedachte dat arbeid een kostenpost is. Dit in plaats van dat werknemers wat toevoegen aan een product.
Flexwerk en arbeidsmigranten
De laatste tijd worden er zorgen uitgesproken over de enorme toename van het aantal arbeidsmigranten en de erbarmelijke omstandigheden waaronder zij wonen en werken. De minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid sprak onlangs uit dat de arbeidsmigratie beperkt moet worden, een opvatting die al eerder is uitgesproken door de Arbeidsinspectie. Het is natuurlijk mooi dat deze erkenning er is, maar wat is de volgende stap?
Nederland is kampioen flexwerk, mogelijk gemaakt door jarenlang bewust overheidsbeleid om het voor werkgevers heel aantrekkelijk te maken om werk zoveel mogelijk te flexibiliseren en daarmee spotgoedkoop te maken. Dat heeft geleid tot een oerwoud aan tijdelijke contracten en niet zelden tot eenvoudig en uitgehold werk. Deze enorme fixatie op werk als kostenpost heeft de toestroom van arbeidsmigranten fors laten toenemen. Zij zijn goedkoop, er is korte inleertijd nodig door het uitgeholde werk en het aantal arbeidsmigranten die lid is van een vakbond is doorgaans laag. Terecht dat de opvatting is dat het aantal arbeidsmigranten omlaag moet. Echter, de huidige krapte op de arbeidsmarkt, die natuurlijk niet uit de lucht is komen vallen, wordt weer van stal gehaald om te pleiten voor de inhuur van…. arbeidsmigranten. Tsja, daar zijn we weer.
In de bouw horen we hetzelfde verhaal: er is een tekort aan personeel, dus moeten er meer arbeidsmigranten komen. De vraag is of het anders kan. Nu we zien dat de bouw fors verandert door de komst van de huizenfabrieken moet het eens anders. Bij het inrichten van een huizenfabriek zijn er keuzes te maken als het gaat om hoe het werk wordt georganiseerd.
Organisatie inrichting is een keuze
De vraag is welke keuzes bouwwerkgevers maken bij de inrichting van de huizenfabrieken. Vallen zij terug op het uitgangspunt dat werk zo goedkoop mogelijk moet zijn? En knippen zij werk in de huizenfabriek op in een reeks van eenvoudige deelhandelingen? Met als resultaat dat werk veelal geestdodend en routinematig is en waarbij de toegevoegde waarde van werknemers heel gering is. Of wordt er gekozen voor vakmanschap waarbij goed werk een bijdrage levert aan de kwaliteit van het product?
Dit laatste doet een beroep op een andere organisatie inrichting met ruimte voor leren en ontwikkelen, vakmanschap en op een andere stijl van leidinggeven. Hierbij staat de kwaliteit van werk en het product voorop. Werk met leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, waarbij een beroep wordt gedaan op uiteenlopende vaardigheden en waarbij de werknemer ruim voldoende beslismogelijkheden heeft. De allround vakman is daarvan een voorbeeld. Hierbij het niet alleen gaat om verschillende vakinhoudelijke vaardigheden, maar ook om sociale en digitale vaardigheden. Het werk wordt daardoor interessanter en aantrekkelijk. Het maakt werknemers duurzaam inzetbaar, zodat zij waardevol zijn en blijven op de arbeidsmarkt. Maar ook voor werkgevers is dit aantrekkelijk. Medewerkers zijn zo op meer plekken inzetbaar dan op één specifieke functie en hun betrokkenheid bij de organisatie vergroot. Wij denken dat door het werk interessant te maken, het voor werknemers aantrekkelijk is om in de bouw te gaan en te blijven werken.










