Concurrentiebeding

Concurrentiebeding | Alle ins en outs

Geregeld komt het voor dat in een arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding is opgenomen. Dit wordt soms ook wel een non-concurrentiebeding genoemd. Echter is deze niet altijd geldig en gelden er voorwaarden voor het opnemen van een concurrentiebeding.

Zowel werknemers met een vast contract als tijdelijk contract en zzp’ers kunnen te maken krijgen met een concurrentiebeding. Het is van groot belang om altijd te controleren of het opgenomen concurrentiebeding wel rechtsgeldig is. In dit artikel leggen we je alle ins en outs uit over een concurrentiebeding.

Wat is een concurrentiebeding ?

Concurrentiebedingen zijn bedingen die een verbod bevatten om na het beëindigen van het dienstverband soortgelijke werkzaamheden uit te oefenen bij een ander bedrijf of als ondernemer. De wetgever spreekt in artikel 7:653 van het Burgerlijk Wetboek (BW) over het concurrentiebeding. De inhoud van dit beding is een beschrijving van de activiteit die verboden is om bij de concurrent uit te oefenen. In sommige gevallen geldt er een geografische beperking. Dit houdt in dat je binnen een bepaalde straal niet mag werken. Wanneer je je hier niet aan houdt kan je een flinke boete opgelegd krijgen. De hoogte van de boete is meestal opgenomen in de arbeidsovereenkomst.

Wanneer is een concurrentiebeding toegestaan ?

Conform artikel 7:653 lid 1 BW is een concurrentiebeding geldig wanneer aan een drietal vereisten wordt voldaan:

  1. Allereerst moet de werknemer een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangaan. (Hier is een uitzondering mogelijk. Dit zullen we later in dit artikel toelichten)
  2. Het beding moet schriftelijk overeen zijn gekomen.
  3. Tot slot geldt dat de werkgever het beding sluit met een werknemer die 18 jaar of ouder is.

Concurrentiebeding in een tijdelijke arbeidsovereenkomst

In 2015 is de Wet Werk en Zekerheid (WWZ) ingevoerd. Sinds de komst van deze wet is het verboden om een concurrentiebeding op te nemen in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. Dit is van toepassing op alle arbeidsovereenkomsten die na 1 januari 2015 zijn afgesloten.

Echter geldt hier wel een uitzondering. Er mag in een tijdelijke arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding worden opgenomen indien dit noodzakelijk is. Dit volgt uit artikel 7:653 lid 2 BW.  Er moet schriftelijk gemotiveerd worden opgenomen waarom het noodzakelijk is dat er een zo'n beding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen. Er moet sprake zijn van een zwaarwegend belang. Per functie kan de motivering verschillen. Het kan bijvoorbeeld gaan om bescherming van specifieke bedrijfsinformatie, of bepaalde kennis die je hebt opgedaan.

Hoe kom ik van mijn concurrentiebeding af?

Heb je een concurrentiebeding in je arbeidsovereenkomst staan en twijfel je over de geldigheid? Ga als eerste het gesprek met je werkgever aan. Stuur een verzoek aan je werkgever om het beding uit de arbeidsovereenkomst te verwijderen. In goed overleg kom je er vaak onderling wel uit.

Indien het beding niet geldig is en je komt er onderling niet uit kan je het beding aanvechten bij de kantonrechter. Conform artikel 7:653 lid 3 BW kan de rechter het beding in zijn geheel vernietigen. Indien het beding niet noodzakelijk is vanwege zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. De rechter kan het ook geheel of gedeeltelijk vernietigen indien jij als werknemer door het beding onrechtmatig wordt benadeeld.

Heb je hier vragen over, of wil je dat we je contract checken? Neem contact met ons op door een mailtje te sturen naar uta@fnv.nl .


Het nieuwe pensioenstelsel

Het nieuwe pensioenstelsel

Op 30 mei heeft de Eerste Kamer de Wet toekomst pensioenen (Wtp) aangenomen, waarmee het pensioenstelsel in Nederland wordt vernieuwd. De nieuwe regels in deze wet gelden voor alle pensioenfondsen in Nederland, ook voor bpfBOUW.

De nieuwe wet gaat in op 1 juli 2023, maar het is nog niet bekend wanneer bpfBOUW overgaat op het nieuwe stelsel. Pensioenfondsen krijgen een paar jaar de tijd om over te gaan op de nieuwe regels.

Waarom verandert het pensioenstelsel?

Het stelsel sluit niet meer goed aan bij deze tijd. Pensioenen mogen niet altijd verhoogd worden, ook niet als pensioenfondsen veel geld hebben. Ook houdt het pensioenstelsel onvoldoende rekening met trends op de arbeidsmarkt die ook in de bouwsector veel voorkomen: werknemers die van werkgever veranderen, of het groeiende aantal zzp’ers. Daarnaast speelt de zogenaamde doorsneesystematiek een rol, waarbij jongeren meebetalen aan de pensioenopbouw van ouderen (die eigenlijk te weinig premie betalen). Hiertegen is de weerstand is gegroeid.

Wat verandert er?

Een belangrijke vernieuwing die in de Wtp staat is dat iedereen pensioen gaat opbouwen via een premieregeling. Elke maand betalen jij en je werkgever pensioenpremie. Deze premies worden belegd door bpfBOUW. Hoeveel pensioen je krijgt hangt dus af van de beleggingsresultaten.

Een andere verandering is dat een stabiele pensioenpremie het uitgangspunt wordt. De premie zal over de jaren heen minder vaak veranderen. Ook gaat het pensioen meer meebewegen met de economie. Als het economisch goed gaat, gaat het pensioen eerder omhoog. Gaat het economisch minder, dan gaat het eerder omlaag.

Je bouwt een persoonlijk pensioenvermogen op, dat wordt gebruikt voor een levenslange pensioenuitkering. Je kunt straks altijd zelf zien hoe dat pensioenvermogen ervoor staat. Het vernieuwde pensioenstelsel maakt namelijk informatie over je pensioen transparanter. Je krijgt als deelnemer meer inzicht in hoe je ervoor staat. Zo kun je bijvoorbeeld zien hoeveel pensioen er voor jou persoonlijk is gereserveerd. Zo kun je je beter voorbereiden op de toekomst.

Twee soorten premieregelingen

Het vernieuwde pensioenstelsel heeft twee soorten pensioenregelingen. bpfBOUW kiest samen met FNV en andere sociale partners welke variant het beste past bij de deelnemers van bpfBOUW. In het nieuwe stelsel is een Flexibele premieregeling mogelijk en een Solidaire premieregeling.

De FNV is groot voorstander van de Solidaire premieregeling omdat het alleen in deze regeling mogelijk is dat risico’s van zowel werkenden en gepensioneerden met elkaar worden gedeeld. Er wordt voor gepensioneerden en werkenden belegd. In goede tijden gaat een klein deel van de beleggingsopbrengsten naar een solidariteitsreserve. In slechte tijden kan die worden gebruikt om een verlaging van de pensioenuitkering te vermijden. Op deze manier is het bij de Solidaire premieregeling mogelijk om de pensioenen regelmatig te verhogen en verlaging te voorkomen.

Sociale partners bepalen uiteindelijk samen met de pensioenfondsen hoe de nieuwe pensioenregelingen er per sector uit gaan zien.

AOW

De nieuwe wet heeft geen invloed op de AOW. Die blijf je ook straks van de overheid ontvangen. Ook blijf je samen met je werkgever premie betalen voor een levenslang pensioen. bpfBOUW belegt deze premies, zodat het pensioenvermogen groeit.

Wil je meer informatie over je pensioen? Wij hebben alles over het pensioen van de UTA’er op een rijtje gezet. Download het ‘UTA pensioen e-book’ hier.


Groene bouwhekken

Groene Bouwhekken: verbeterde uitstraling én sociale impact

Je hebt ze misschien al wel eens zien staan, de Groene Bouwhekken die de leefbaarheid van bouwplaatsen letterlijk verbeteren. En niet alleen wat betreft de uitstraling, ook de maatschappelijke impact.

Hugo Ward
Hugo Ward

Ze staan door het hele land. Zowel bij grote als bij kleinere bouwprojecten. Van enkele weken tot meerdere jaren. Van nieuwbouw tot renovatie en infra. De Groene Bouwhekken maken een opmars op bouwplaatsen. En dat is niet gek. Op het eerste gezicht hebben de Groene Bouwhekken van hout een veel aangenamere aanblik dan de traditionele bouwhekken die we kennen. Maar er is meer. Achter de bouwhekken is het bedrijf aan het werk voor een socialere en duurzamere maatschappij.

Groene Bouwhekken is in 2016 opgericht door Matthijs Ariens, Robbert de Vries, en Hugo Ward. “Het grappige is dat wij toen eigenlijk helemaal niets met bouwhekken hadden,” zegt Hugo. “Het bouwhek is uiteindelijk slechts een middel voor onze motivatie dat iedereen een kans verdient om mee te kunnen doen in de maatschappij en op de arbeidsmarkt.”

Hoe het begon

Hugo Ward: “We timmeren aan een gezonde arbeidsmarkt voor iedereen.” Zeven jaar geleden zijn de eerste Groene Bouwhekken gerealiseerd. Toentertijd ging het nog om een toevoeging aan een bestaand hekwerk. In het najaar van 2016 startte de samenwerking met Bouwloods Utrecht, om de mogelijkheden voor een volledig houten bouwhek te bekijken, in combinatie met dat er zo veel mogelijk werk wordt gecreëerd voor mensen die aan het re-integreren zijn. En zo ontstond het bedrijf dat we nu kennen.

In 2016 stonden de eerste zestig groene bouwhekken op het Jaarbeursplein. Inmiddels staat de bouwhekken-teller op meer dan 3000 stuks, verspreid door het hele land.

Minimale milieubelasting

De bouw- en infrahekken zijn gemaakt van duurzame materialen en zijn circulair ontworpen. Dat is voor het team vanzelfsprekend. Het betekent dat alle onderdelen van de bouwhekken vervangen kunnen worden. Hierdoor is de milieubelasting van Groene Bouwhekken minimaal. Mocht een bouwhek toch te beschadigd zijn, dan wordt het hek uit elkaar gehaald en met de nog bruikbare onderdelen worden andere bouwhekken gerepareerd. Zo wordt de hoeveelheid afval die geproduceerd wordt geminimaliseerd.

De missie

Er zijn veel mensen die om wat voor reden dan ook worden uitgesloten van de maatschappij, en daarmee dus afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Om deze situatie te verbeteren is het proces van Groene Bouwhekken van begin tot eind zo ingericht dat ze mensen helpen met (re-)integreren. “Veel werkzaamheden voeren we niet zelf uit, maar doen we samen met sociale organisaties. Van productie en plaatsing tot het onderhoud op locatie. Naast de uitvoering van het werk helpen wij regelmatig met het slim inrichten van de werkprocessen, zodat onze partners zich focussen op het begeleiden en opleiden van mensen”, aldus Hugo Ward. “Het streven is een inclusieve maatschappij waar voor iedereen plek is. Dat is de missie.”

Leefbare bouwplaats

Een bouwplaats of infraproject kan overlast veroorzaken. De Groene Bouwhekken zorgen ervoor dat de bouwplaats en aangrenzende gebied wat leefbaarder wordt. “De buurtbewoners worden er blij van,” zegt Hugo. “Ook de aannemers zien de meerwaarde. We krijgen hele positieve verhalen te horen.”

Partners

Naast Bouwloods Utrecht doet ook Pantar een gedeelte van de productie van Groene Bouwhekken. Dit bedrijf in Amsterdam heeft een houtwerkplaats waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werken. Deze mensen zijn bijvoorbeeld al een tijdje uit de running op de arbeidsmarkt. Zij leren hier het vak van timmerman, en bouwen een werkritme op. Transport en installatie worden geregeld door Green2Grow, en het onderhoud en bijhouden van het groen wordt gedaan door verschillende lokale sociale organisaties, zoals het Wijkbedrijf Utrecht, Rotterdam Inclusief of Groenperspectief (regio Den Haag).

Een andere samenwerking is die met de Penitentiaire Inrichting in Vught.  Gedetineerden hebben op een andere manier weer een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt. In de metaalwerkplaats worden door gedetineerden onderdelen van Groene Bouwhekken geproduceerd. Zij krijgen hier een kleine vergoeding voor, en hebben de mogelijkheid om een diploma te halen. Hugo: “Op deze manier kunnen zij sneller aan een baan komen wanneer ze hun straf hebben uitgezeten. Zo vergroten we de kans op een succesvolle re-integratie in de maatschappij.”

De toekomst

Groene Bouwhekken groeit als bedrijf, en het doel is om alle relevante bouwplaatsen te kunnen voorzien van bouwhekken om daarmee de leefomgeving te vergroenen. “Daarnaast is de maatschappelijke droom om nog meer mensen te kunnen helpen om door te stromen in de arbeidsmarkt,” zegt Hugo. “Iedereen verdient een plek op de arbeidsmarkt, dat is onze maatschappelijk missie.”


Weer aan het werk: "Overal hoorde ik babygeluiden"

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (31) vertelt over haar leven met partner Stefan Bok (32) en hun kindje. In december 2022 werden ze ouders van dochter Gijsje. Deze keer vertelt ze over weer aan het werk gaan na het bevallingsverlof.

Iedereen vroeg: ‘Hoe gaan jullie het doen? Ik dacht dan gekscherend: ‘Wat doen? Bevallen? Opvoeden?’. Maar met die vraag doelde men op het combineren van werk in combinatie met zorgen voor ons kindje. Voordat Stefan en ik in verwachting waren van Gijsje hadden we al vaak gesproken over hoe we het ouderschap voor ons zien; we besloten het vooral samen te willen gaan doen. Voor ons houdt dat in dat Stefan de eerste vijf weken na Gijsjes geboorte vrij was en daarnaast één jaar lang elke maandag vrij is. Zelf werk ik voor de duur van één jaar drie dagen per week. Gijsje gaat op dinsdag en donderdag naar de kinderopvang om de hoek.

Wetten en regels

Vanaf 1 januari 2019 is het geboorteverlof (partnerverlof) uitgebreid van twee werkdagen naar eenmaal het aantal werkuren per week. Absoluut niet om over naar huis te schrijven, maar het was een begin van een flinke uitbreiding. Sinds 1 juli 2020 zijn er namelijk nog vijf weken bijgekomen. Weliswaar tegen 70 procent van je dagloon (en maximaal 70 procent van het maximale dagloon), maar in tijd absoluut een verbetering. Al kan niet iedereen gebruik maken van deze regeling. Als jij en je partner die 30 procent niet kunnen missen, vis je naast het net.

In augustus 2022 is de wet op ouderschapsverlof aangepast. Voorheen hadden ouders/verzorgenden per kind recht op 26 weken onbetaald ouderschapsverlof (geldig tot het achtste levensjaar van je kind). In augustus 2022 werden van die 26 weken er negen van betaald. Waarvan ook tegen 70 procent van je dagloon (en maximaal 70 procent van het maximale dagloon).

Lees ook: Recht op negen weken betaald ouderschapsverlof

Bovenstaande wetten, maar ook mijn cao, hebben het mogelijk gemaakt dat Stefan en ik tegen voor ons overzienbare financiële gevolgen, tijdelijk minder kunnen werken om zelf meer voor onze dochter te kunnen zorgen.

Aan de bak

Na elf weken bevallingsverlof ging ik weer aan het werk. En ja, ik ben zo’n Mama die moest huilen toen ik Gijsje voor het eerst naar de kinderopvang bracht. Ja, ook op de terugweg. De eerste keer hakte er echt even in.

Mijn eerste werkweek voelde wat gek aan, want overal hoorde ik babygeluiden. Liever was ik thuis om voor Gijsje te zorgen. Al veranderde dat snel. Niet omdat ik minder bij Gijsje wilde zijn, maar ik realiseerde hoe leuk mijn werk was en hoe fijn het is om ook collega Daniëlle te zijn in plaats van alleen Mama Daniëlle. Daar waar ik ooit dacht dat ik erg gelukkig zou zijn als fulltime moeder veranderde die gedachte door weer te gaan werken. Want laten we even eerlijk zijn; zorgen voor je pasgeboren baby is gewoon kei en kei hard werken. Ik vind zelfs een dag met mijn kleine wolk zwaarder dan een dag op kantoor. Er zijn zelfs dagen bij dat ik bij het keukenraam sta om te kijken waar Papa blijft. Herkenbaar? Maar of je nou werkt of zorgt, je verlangt altijd naar datgeen wat je op dat moment niet aan het doen bent. Ja, alle clichés zijn waar.

Combineer jij net als FNV|UTA consulent Daniëlle je werk met een gezin en heb je vragen over je rechten met betrekking tot verlof of andere gerelateerde zaken? Schroom dan niet en mail naar uta@fnv.nl of bel/whatsapp naar 06-18511269.

 

Daniëlle Strijbos – Bok

Consulent UTA/moeder

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (31) heeft een relatie met Stefan Bok (32). Samen hebben ze een dochter Gijsje (0).

 


BAM Alletta Schreuder

Bouwconcern BAM wil bijdragen aan een duurzamere wereld

Er is een groeiende vraag naar duurzaam bouwen. Opdrachtgevers en de markt eisen steeds meer van de bouwsector dat zij hun verantwoordelijkheid nemen op het gebied van duurzaamheid. De bouwsector, die eerder bekend staat om afval dan om natuurbehoud, moet dus stappen zetten op het gebied van duurzaamheid. Wij spraken met Alletta Schreuder van BAM. 

Alletta Schreuder
Alletta Schreuder

Ook bij bouwconcern BAM staat duurzaamheid hoog op het prioriteitenlijstje. “We hebben een speciale structuur ingericht voor onze duurzaamheidsambities waarbij programmamanagers allerlei roadmaps hebben uitgewerkt en nieuwe samenwerkingsoverleggen zorgen voor verbinding met ‘duurzame collega’s.”

Er liggen hele eisen voor bedrijven rondom duurzaamheid, denk bijvoorbeeld aan afvalreductie, stikstofuitstoot, etc. “Het veranderen van processen en gedrag heeft tijd nodig”, vertelt Alletta Schreuder, procesmanager Duurzaamheid bij bouwconcern BAM. “Bij BAM hebben we steeds meer collega’s die intrinsiek gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan rondom duurzaamheid. Ook merk ik dat jongeren binnen BAM het een belangrijk thema vinden en er iets mee willen doen.”

Ambities

BAM ziet de groeiende behoefte aan duurzaam bouwen en heeft de duurzaamheidscomponent in de bedrijfsstrategie verder ontwikkeld. “We hebben o.a. de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties, als basis genomen voor zes kernthema’s voor onze nieuwe duurzaamheidsstrategie. Met de uitvoering van deze nieuwe duurzaamheidstrategie willen we onze CO2-, grondstoffen- en afvalvoetafdruk verder verminderen en opdrachtgevers schaalbare duurzaamheidsoplossingen bieden.”

Als procesmanager Duurzaamheid houdt Alletta zich  bezig met de duurzaamheidscertificaten, het standaardiseren van de nieuwe werkwijze, het toetsen op duurzaamheidsthema’s op bouwplaatsen en beheer- en onderhoudscontracten. “We verzamelen nieuwe maatregelen die zijn toegepast om de duurzaamheidsdoelstellingen te halen en verspreiden deze informatie naar onze business units in het land om deze werkbare oplossingen te implementeren. Zo verbeteren we steeds onze werkwijze.”

Concrete acties

Volgens Alletta worden er vele concrete acties ondernomen binnen BAM rondom duurzaamheid. Momenteel loopt in het kader van afvalbeheersing, een pilot om alle gebruikte pallets terug te brengen naar de producent. “We hebben een pilotproject gedaan met een emissieloze bouwplaats aan de voet van de Lemelerberg. Bij dit pilotproject hebben we gebruik gemaakt van elektrische vrachtwagens en busjes, graafmachines, heftrucks en trilmachines. De bouwkeet was uitgerust met zonnepanelen en een accupakket, waarin de opgewekte zonne-energie werd opgeslagen. Op de bouwplaats waren verschillende verplaatsbare laadvoorzieningen aanwezig om het materieel op te kunnen laden.”

Alletta is ooit begonnen met het inzamelen van oude bouwhelmen. Deze worden niet retour genomen door de leverancier, maar door Kopstukken vermaakt tot lampen. Op dit moment is Alletta in het kader van de afvalvermindering aan het bekijken wat ze kunnen doen met de vele doosjes van lampen bij grote projecten. “Je kan je voorstellen dat wanneer we een groot gebouw als een ziekenhuis bouwen er een hele hoop lampen opgehangen moeten worden. Dit zorgt voor een hele hoop kartonnen doosjes die bij de meeste bouwplaatsen op de grote hoop afval gegooid worden. Onnodig natuurlijk, dus ik ben aan het onderzoeken wat we het beste kunnen doen met deze doosjes. Ik zou ze graag aanbieden aan de webwinkels in de omgeving van de bouwplaats.”

Social return

Bij BAM wordt de verbinding gelegd tussen duurzaamheid (bijvoorbeeld afvalbeheersing) en de verplichting tot social return. “We zijn oude werkkleding in gaan zamelen die in het sociale naaiatelier Vanhulley worden hergebruikt en vermaakt”, zegt Alletta. Vanhulley biedt een leer-werktraject voor vrouwen in Groningen. Niet zomaar vrouwen, maar vrouwen die dolgraag een kans willen om serieuze stappen te zetten richting een betere toekomst.

Ook worden er inmiddels oude deuren uit renovatieprojecten verzameld. BAM brengt de oude deuren naar stichting De Terugwinning. Deze stichting biedt mensen dagstructuur, carrière- en opleidingsoriëntatie en werknemersvaardigheden. Daarnaast zie je steeds meer Groene Bouwhekken, waarbij circulaire houten hekken worden uitgerust met bloembakken die goed zijn voor biodiversiteit en worden onderhouden door sociale werkplaatsen. Win-win-win!

“Door hergebruik van de bouwhelmen, werkkleding en oude deuren is restafval nu de grondstof voor nieuwe producten. Op deze manier werken we binnen BAM aan het reduceren van restafval en dragen we ons steentje bij aan een fijne maatschappij voor iedereen. Natuurlijk is het nog beter om anders te gaan bouwen, zodat we aan het begin van het proces afval voorkomen. Daar zijn de andere BAM collega’s hard mee bezig!”

 

Wie is Alletta Schreuder?
De 54-jarige Alletta Schreuder houdt van uitdagingen en de wereld verkennen. Ze startte haar carrière met een bacheloropleiding Facility planning & management (Groningen) en koos daarna voor een master Beleid- en Organisatiewetenschappen (Tilburg). Haar scriptie schreef ze in Queensland, Australië. Na haar studie werkte Alletta een lange periode bij de NS waar ze o.a. verantwoordelijk was voor het landelijke beleid voor het beheer van de stations. Daarna kreeg ze het beheer over stations, Den Haag Centraal Station en Den Haag Hollands Spoor. Volgens een nieuw ontwikkeld concept en werkte ze aan campagnes om nieuwe collega’s te werven. Daarna vertrok ze bij de NS en rolde ze uiteindelijk de bouw in. Inmiddels is Alletta in verschillende rollen en divisies zo’n 6 jaar werkzaam voor BAM, waar ze zich inzet als procesmanager duurzaamheid.

 


ZZP gezamenlijk onderhandelen

ZZP | Gezamenlijk onderhandelen zonder overtreding concurrentieregels

Naar aanleiding van aangepaste Europese regelgeving heeft de Autoriteit Consument en Markt (ACM) de Nederlandse leidraad ‘tariefafspraken zzp’ers’ aangepast. Daarin staat onder andere dat zzp’ers onder bepaalde voorwaarden gezamenlijk mogen onderhandelen, zonder dat hierbij de concurrentieregels worden overtreden.

Zelfstandigen zonder personeel mogen gezamenlijk onderhandelen als zij:

  1. Economisch afhankelijk zijn van hun opdrachtgever, of
  2. Feitelijk zij-aan-zij werken met werknemers in loondienst, of
  3. Werken via digitale arbeidsplatformen (bijvoorbeeld taxi’s).

Bescherming

Het aantal zzp’ers is de afgelopen jaren flink gegroeid. Dat heeft voor- en nadelen. Vooral aan de onderkant van de arbeidsmarkt is de onderhandelingspositie van zzp’ers vaak gering. Dat leidt vervolgens tot slechtere beloningen en arbeidsvoorwaarden. Vaak zijn deze zzp’ers ook niet goed verzekerd tegen ongevallen of werkloosheid.

Werkgevers maken soms ook gebruik van zzp’ers die feitelijk hetzelfde werk doen als werknemers in loondienst, waarmee zij de wettelijke werknemersbescherming omzeilen. De eerder genoemde leidraad biedt zzp’ers inzicht in de mogelijkheden voor gezamenlijk onderhandelen over beloning en arbeidsvoorwaarden. Op deze manier hoopt de ACM de positieve gevolgen van de zzp-groei te behouden, en de negatieve te verminderen.

De uitgebreide informatie staat in de Leidraad tariefafspraken zzp’ers. Heb je hulp nodig of kom je er niet uit? Je kunt een mail sturen naar uta@fnv.nl, of contact opnemen met FNV ZZP door te bellen naar 088-0997010 .


industriële bouw

Industriële bouw: een goede ontwikkeling?

Afgelopen week is het jaarlijkse onderzoek van Marjet Rutten over industriële bouw in Nederland weer gepubliceerd. Wat blijkt: de industriële bouw in Nederland zette ook in 2022 verder door. Er kwamen voor het eerst meer dan 10.000 woningen uit een fabriek. Hierdoor groeide het marktaandeel van industriële bouw verder tot 14 procent.

Volgens minister De Jonge van Volkshuisvesting en Ruimtelijke ordening is industrialisatie en technologie het antwoord op alle uitdagingen in de bouw: van woningnood en milieuvraagstukken tot kwaliteit en tekort aan personeel. Maar is dat ook zo?

Aandacht voor huizenfabrieken

De ontwikkeling van industrieel bouwen is voor ons als vakbond niet nieuw meer. Het afgelopen jaar hebben wij van FNV Bouwen & Wonen meerdere fabrieken bezocht waar huizen geproduceerd worden en hebben we gesproken met werknemers. Het is een ontwikkeling die nadrukkelijk onze aandacht heeft. Het is een nieuwe groeiende tak binnen de bouwsector die compleet anders is dan de traditionele manier van bouwen. Vanzelfsprekend juichen wij ontwikkelingen en innovaties toe die het werk in de bouw minder zwaar en veiliger maken. Echter maken wij ons ook zorgen om de zogenoemde ‘huizenfabrieken’.

Na het lezen van vele interviews, artikelen en bezoeken van huizenfabrieken is ons een aantal zaken opgevallen als we kijken naar het werken in zo’n huizenfabriek. Er zijn verschillende voordelen te noemen: het werk is binnen en je hebt minder last van wisselende weersomstandigheden en er zijn vaker (technologische) hulpmiddelen die het werk minder zwaar maken. Ook hebben we tijdens onze bezoeken begrepen dat er minder bedrijfsongevallen plaatsvinden.

Maar het werken in een huizenfabriek kan ook een andere kant hebben. Eén van de zorgelijke ontwikkelingen die wij binnen de huizenfabrieken hebben gezien is de organisatie van het werk. Deze huizenfabrieken zijn veelal échte fabrieken, er moet geproduceerd worden op grote schaal en het liefst zo snel mogelijk. Vergelijk het met een fabriek waar auto’s geproduceerd worden. Het werk wordt veelal opgeknipt in kleine deelhandelingen, handelingen die weinig tijd in beslag nemen en die ook aan vrijwel iedereen geleerd kunnen worden. Dit soort werk is onaantrekkelijk voor vakmensen, het is routinematig en geestdodend. Daarbij is zo’n werknemer eenvoudig inwisselbaar voor een ander. Het opknippen van werkzaamheden in vele deelhandelingen komt voort uit de gedachte dat arbeid een kostenpost is. Dit in plaats van dat werknemers wat toevoegen aan een product.

Flexwerk en arbeidsmigranten

De laatste tijd worden er zorgen uitgesproken over de enorme toename van het aantal arbeidsmigranten en de erbarmelijke omstandigheden waaronder zij wonen en werken. De minister van Sociale Zaken en werkgelegenheid sprak onlangs uit dat de arbeidsmigratie beperkt moet worden, een opvatting die al eerder is uitgesproken door de Arbeidsinspectie. Het is natuurlijk mooi dat deze erkenning er is, maar wat is de volgende stap?

Nederland is kampioen flexwerk, mogelijk gemaakt door jarenlang bewust overheidsbeleid om het voor werkgevers heel aantrekkelijk te maken om werk zoveel mogelijk te flexibiliseren en daarmee spotgoedkoop te maken. Dat heeft geleid tot een oerwoud aan tijdelijke contracten en niet zelden tot eenvoudig en uitgehold werk. Deze enorme fixatie op werk als kostenpost heeft de toestroom van arbeidsmigranten fors laten toenemen. Zij zijn goedkoop, er is korte inleertijd nodig door het uitgeholde werk en het aantal arbeidsmigranten die lid is van een vakbond is doorgaans laag. Terecht dat de opvatting is dat het aantal arbeidsmigranten omlaag moet. Echter, de huidige krapte op de arbeidsmarkt, die natuurlijk niet uit de lucht is komen vallen, wordt weer van stal gehaald om te pleiten voor de inhuur van…. arbeidsmigranten. Tsja, daar zijn we weer.

In de bouw horen we hetzelfde verhaal: er is een tekort aan personeel, dus moeten er meer arbeidsmigranten komen. De vraag is of het anders kan. Nu we zien dat de bouw fors verandert door de komst van de huizenfabrieken moet het eens anders. Bij het inrichten van een huizenfabriek zijn er keuzes te maken als het gaat om hoe het werk wordt georganiseerd.

Organisatie inrichting is een keuze

De vraag is welke keuzes bouwwerkgevers maken bij de inrichting van de huizenfabrieken. Vallen zij terug op het uitgangspunt dat werk zo goedkoop mogelijk moet zijn? En knippen zij werk in de huizenfabriek op in een reeks van eenvoudige deelhandelingen? Met als resultaat dat werk veelal geestdodend en routinematig is en waarbij de toegevoegde waarde van werknemers heel gering is. Of wordt er gekozen voor vakmanschap waarbij goed werk een bijdrage levert aan de kwaliteit van het product?

Dit laatste doet een beroep op een andere organisatie inrichting met ruimte voor leren en ontwikkelen, vakmanschap en op een andere stijl van leidinggeven. Hierbij staat de kwaliteit van werk en het product voorop. Werk met leer-  en ontwikkelingsmogelijkheden, waarbij een beroep wordt gedaan op uiteenlopende vaardigheden en waarbij de werknemer ruim voldoende beslismogelijkheden heeft. De allround vakman is daarvan een voorbeeld. Hierbij het niet alleen gaat om verschillende vakinhoudelijke vaardigheden, maar ook om sociale en digitale vaardigheden. Het werk wordt daardoor interessanter en aantrekkelijk. Het maakt werknemers duurzaam inzetbaar, zodat zij waardevol zijn en blijven op de arbeidsmarkt. Maar ook voor werkgevers is dit aantrekkelijk. Medewerkers zijn zo op meer plekken inzetbaar dan op één specifieke functie en hun betrokkenheid bij de organisatie vergroot. Wij denken dat door het werk interessant te maken, het voor werknemers aantrekkelijk is om in de bouw te gaan en te blijven werken.


Krapte op de arbeidsmarkt: een veel besproken fenomeen

George Evers

In deze column vertelt George Evers over zijn visie op de krapte op de arbeidsmarkt. George Evers volgt en agendeert vanuit een werknemersperspectief innovatieve ontwikkelingen in de bouw. Denk daarbij aan datagedreven bouwen, pré fab en digitalisering.

George Evers: "Het zal een ieder inmiddels wel duidelijk zijn dat Nederland te maken heeft met krapte op de arbeidsmarkt. Deze krapte werd op 13 augustus 2022 in een bericht op de NOS site genoemd als de achilleshiel van de maatschappij. Het artikel noemt verschillende oorzaken van deze krapte. De oorzaken zijn heel herkenbaar, maar er vallen wel de nodige kanttekeningen bij te plaatsen.

Kanttekeningen bij de krapte op de arbeidsmarkt

De krapte op de arbeidsmarkt is niet vanzelf ontstaan, maar het is resultaat van beleid of de afwezigheid daarvan. De volgende kanttekeningen plaatsen we bij de krapte op de arbeidsmarkt:

  • De krapte op de arbeidsmarkt is natuurlijk geen nieuw verschijnsel, dat is al jaren bekend. Bij de overheid werd destijds gesproken over de grote uittocht. Sinds de jaren '10 van deze eeuw weten we dat er een grote groep mensen met pensioen zal gaan. Dat gevoegd bij minder instroom van jongeren (ontgroening). Ook in de bouw zien we al jaren dat de gemiddelde leeftijd aan het toenemen is en dat het aandeel oudere werknemers groeit.
    Hoe kan het dat we een kleine twintig jaar verder zijn en we nog steeds de vergrijzing aanhalen als oorzaak van de problemen op de arbeidsmarkt? Wat is er in de tussentijd gebeurd en welke maatregelen zijn genomen? Het lijkt erop dat we al die jaren weinig hebben gedaan met de inzichten rond vergrijzing. Je kunt dat betitelen als beleidsarmoede.
  • De arbeidsproductiviteit blijft achter in vergelijking met andere landen. Dit wordt gepresenteerd als een soort natuurverschijnsel, maar dat is het niet. Nederland is al jaren kampioen flexwerk met veel onzeker en tijdelijk werk. In de bouw is het aandeel zzp-ers fors gestegen na de kredietcrisis van 2008. Denk aan uitzendwerk, platformwerk, zzp-ers, maar er zijn zonder enige twijfel nog vele andere constructies waar medewerkers mee te maken hebben. Dit flexwerk betaalt in de regel minder goed dan medewerkers met een vast dienstverband. Ook is de pensioenvoorziening veel slechter en de mogelijkheden om zich verder te ontwikkelen zijn doorgaans afwezig. Kortom flexwerk is lekker goedkoop. Deze goedkope arbeid maakt werkgevers lui, want de noodzaak om te investeren in productiviteit bevorderende maatregelen is niet groot. Er is altijd een groot reservoir beschikbaar geweest aan snel inzetbaar en goedkope werknemers. Helaas zien we dat er sectoren zijn, zoals nu de bouw, die aangeven dat werk zo goedkoop mogelijk moet zijn. Werk wordt gezien als kostenpost met als gevolg dat werk verder wordt uitgekleed tot routinematige en kleine taken.
    Als werknemers kunnen kiezen op de arbeidsmarkt vanwege de grote vraag, dan ontstaat er een arbeidsmarktprobleem. Met een focus op de korte termijn en makkelijk geld verdienen was dit te voorspellen.
  • Er zijn sectoren die het extra moeilijk hebben om mensen te werven. Sectoren die op de één of andere manier gelinkt zijn aan de overheid merken dit vooral. We moeten hierbij niet vergeten dat de afgelopen jaren verschillende regeringen hebben ingezet op minder overheid en meer overlaten aan de markt. Met als gevolg dat met minder medewerkers het werk moeten uitvoeren, meer werkdruk, voortdurende bezuinigingen en reorganisaties. In de bouw is er ook de neiging om zo goedkoop mogelijk te produceren, omdat de ‘markt’ dat nu eenmaal vraagt. Bedenk daarbij dat een groot deel van de vraag naar woningen is afkomstig van de overheid.
    Of dat nou ideaal is om prettig te werken is de vraag.
  • Zinvol werk. Medewerkers stellen steeds meer eisen aan de inhoud van het werk. Werk moet bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling met het oog op het behoud van een duurzame positie op de arbeidsmarkt. Zinvol werk, kunnen samenwerken met anderen en werk dat een beroep doet op eigen verantwoordelijkheid zijn elementen die werk aantrekkelijk maken. Daarbij is het niet van belang wat voor soort werk de medewerker uitvoert, kenniswerk of werk dat een beroep doet op praktische vaardigheden. Goede inhoud van het werk is voor iedereen heel relevant.
    Nu de veranderingen in het werk snel gaan (onder andere door digitalisering) is er een grote noodzaak om in kennis en vaardigheden van medewerkers te investeren. De karige paar procent die werkgevers beschikbaar hebben voor opleiden en ontwikkelen is wel wat mager. Misschien moeten we het maar eens hebben over dat minimaal 10% van de loonsom beschikbaar moet zijn voor opleiden en ontwikkelen. Uiteraard naast andere goede arbeidsvoorwaarden. Het wordt tijd dat serieus werk wordt gemaakt van het vergroten van de kennis en vaardigheden van medewerkers. Dat maakt werk aantrekkelijk.

Krapte op de arbeidsmarkt vraagt om visie

Er zijn vele redenen waarom we te maken hebben met krapte op de arbeidsmarkt. Dit is geen natuur verschijnsel, maar heeft te maken met visie en beleid. Laten we hebben over de visie op zinvol werk en over wat er nu gedaan kan worden om de krapte aan te pakken."

 


Back to work - Tips en tricks

Back to work! Tips en tricks

Je kunt er soms best tegenop zien als je na een vakantie weer aan het werk gaat. In dit artikel vind je wat tips om aan de post-vakantie-blues te ontkomen, of je nu vanuit huis werkt of weer naar kantoor gaat.

Je badpak maakt weer plaats voor je kantoor-tenue. En misschien wel het ergste; je moet je wekker weer zetten. De één heeft er meer last van dan de ander, maar iedereen kan baat hebben bij het implementeren van een beetje verandermanagement om de switch van vakantie naar werk te maken.

Post-vakantie-blues

Dit fenomeen bestaat echt. Het is een vorm van depressie die mensen na het hebben van vakantie krijgen. De duur ervan is gelukkig korter dan die van een klinische depressie, maar het heeft wel dezelfde soort symptomen. Zoals stress, insomnia, geïrriteerdheid, en een gevoel van verlies. Hierdoor kan het moeilijk zijn om weer terug in je ‘gewone’ routine te komen. Volgens PSYCOM heeft dit vooral te maken met het abrupte gebrek aan adrenaline wanneer je weer aan het werk gaat. En ander belangrijke oorzaak is dat je brein bij het doormaken van een grote verandering (zoals weer aan het werk gaan) de gebeurtenissen overdrijft. Hierdoor lijkt je dag erger dan het daadwerkelijk is.

Tips!

Ga niet bij de pakken neerzitten. Hoe leuk en ontspannend je vakantie ook was, je werk is vast dragelijker dan je denkt.

  1. Plan de eerste paar dagen
    Als je de dag voordat je weer begint met werken op een rijtje hebt wat je de komende dagen gaat doen, zorgt dat al voor een stuk relaxtere start. Zorg ook dat je planning realistisch is. Vraag jezelf bij welke projecten, teams, activiteiten en individuen je betrokken wil zijn, en maak dat een prioriteit.
  2. Denk om je mentale gesteldheid
    Focus op de goede dingen die je werk met zich meebrengt. Zo blijf je positief en gemotiveerd. Als je erg tegenop ziet weer te beginnen met werken en als stres krijgt bij het idee, helpt het om erover te hebben met familie of vrienden.
  3. Vergeet je vrije tijd niet
    Om je terugkeer naar de oude routine niet te abrupt te maken, helpt het om alles uit je vrije tijd ná je werkdag te halen.
  4. Nieuwe routine
    Nu je toch opnieuw aan een nieuwe routine gaat beginnen, waarom implementeer je niet iets nieuws? Of verander iets aan de bestaande routine waar je niet zo blij mee was voor je op vakantie ging. Zet bijvoorbeeld je wekker tien minuten vroeger, zodat je rustig je kop koffie in de tuin of op je balkon kunt drinken in plaats van in de auto.
  5. Grenzen stellen
    Wanneer je vanuit huis werkt kunnen de grenzen van je werk misschien wat vervaagd zijn. Als je aan de keukentafel zit is het een stuk moeilijker om werk en privé gescheiden te houden. Wanneer je weer aan het werk gaat is dat je kans om grenzen wat betreft communicatie, werktijden, en beschikbaarheid weer eens helder te krijgen. Kijk wat voor jou werkbaar is!

Onderzoek naar knelpunten UTA-werknemers

Onderzoek naar knelpunten UTA-werknemers

Onlangs is bekend geworden dat er een onderhandelingsresultaat ligt voor de Cao Bouw & Infra. Een van de afspraken is dat er onafhankelijk en representatief onderzoek gedaan gaat worden naar de positie van UTA-werknemers.

Het onderzoek gaat zich richten op de praktijk in de bedrijven en de ervaringen en wensen van UTA-werknemers met betrekking tot de thema’s arbeidstijden, overuren en reisuren. Het doel hiervan is werknemers gezond en fit te houden en een aantrekkelijke sector te zijn.

Voorwaarden onderzoek

Het onderzoek start uiterlijk begin 2023 en is binnen een tijdsbestek van een half jaar afgerond. Na oplevering van het onderzoek gaan cao-partijen binnen een termijn van drie maanden serieus met elkaar in gesprek over de positie van UTA-werknemers en de eventueel geconstateerde knelpunten.

Voor de onderzoeksopzet gelden de volgende voorwaarden:

  • Onafhankelijke en neutrale onderzoeker, instemming van cao partijen,
  • De onderzoeker stelt een vragenlijst op naar aanleiding van interviews met cao-partijen, er zijn geen blokkades op vragen,
  • Diversiteit aan functiegroepen wordt benaderd voor het onderzoek,
  • Cao-partijen kunnen voordrachten doen voor de selectiekaders. De onderzoeker maakt de uiteindelijke selectie, maar houdt rekening met de voorgedragen selectie,
  • Anonimiteit van respondenten wordt gegarandeerd,
  • Respondenten wordt gevraagd prioriteiten binnen de thema’s aan te geven. Partijen volgen die prioritering.

Overwerk

Er is in het onderhandelingsresultaat een apart stuk gewijd aan het onderwerp overwerk. In de huidige cao is vastgelegd dat in beginsel moet worden vermeden dat een UTA-werknemer structureel overwerkt. Afgesproken is wanneer structureel overwerk wel wordt geconstateerd (binnen functiegroepen), dat cao-partijen met elkaar in overleg gaan over de mogelijkheden om dit overwerk te beperken en om afspraken te maken die voorkomen dat deze tijden gewerkt wordt. Hierbij ligt onder andere ook de betaling van overwerk als bespreekpunt op tafel.

Conclusie: Aan de hand van de resultaten van het onderzoek moeten werkgevers serieus met ons in onderhandeling over hoe de knelpunten te ondervangen in de volgende cao-afspraak!


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.