Het re-integratietraject van begin tot eind
Wanneer je voor langere tijd ziek bent ga je samen met je werkgever kijken welke mogelijkheden er zijn om weer aan het werk te gaan. Dit heet re-integreren. In dit artikel leggen we uit hoe dit re-integratietraject eruit ziet.
Het re-integratieproces is een vast traject. In onderstaande video worden de stappen die worden doorlopen uitgelegd.
https://www.youtube.com/watch?v=XB5hkkcbQKQ
Wat kan je zelf doen?
Tijdens je ziekte heb je rechten en plichten. Er zijn vijf dingen die je zelf kunt doen tijdens je re-integratietraject.
- Ziek melden: op dag 1 van je ziekte moet je je ziek melden bij je werkgever.
- Bereikbaar zijn: tijdens je ziekte moet je zorgen dat je bereikbaar bent. Zowel je werkgever als de bedrijfsarts of arboarts moeten je kunnen bereiken als dat nodig is.
- Gesprekken voeren: je dient aanwezig te zijn bij de gesprekken met de bedrijfsarts of arboarts. Hier krijg je een oproep voor.
- Genezing niet tegen houden: natuurlijk is niemand graag ziek. Je doet er alles aan om beter te worden. En je doet niets wat jouw genezing kan vertragen.
- Hou je aan afspraken: zorg dat je de afspraken die je bijvoorbeeld in het plan van aanpak hebt afgesproken nakomt.
Ontslag tijdens re-integratie
Je werkgever mag je niet ontslaan tijdens je re-integratie. Er geldt een zogeheten opzegverbod. Er zijn wel een paar uitzonderingen.
Neem ook nooit zelf ontslag, als je ziek bent. Ga daarbij ook niet akkoord met ontslag dat wordt voorgesteld door je werkgever. Let op: Dringt je werkgever aan op ontslag tijdens ziekte of overweeg je toch zelf ontslag te nemen, neem altijd contact op met de FNV, aangezien dit grote gevolgen kan hebben.
Binnen vier weken weer ziek?
Wanneer je je beter meldt heb je misschien niet het gehele re-integratietraject doorlopen. Word je binnen vier weken na je betermelding weer ziek? Dan worden de twee periodes van ziekte bij elkaar opgeteld. Het re-integratietraject gaat dan verder op het punt waar je je de vorige keer beter hebt gemeld. Meld je je weer ziek buiten deze weken, dan begint het re-integratietraject weer van voren af aan.
Hulp bij re-integratie
Tijdens het re-integratietraject komt er veel op je af. Een re-integratieconsulent van de FNV vertelt je wat je te wachten staat en kan je (wanneer je lid bent) ook coachen bij je gesprekken met je werkgever, bedrijfsarts, en het UWV. Dat geeft zekerheid. Je staat er niet alleen voor. Neem telefonisch contact met ons op via 088 368 0368 om een afspraak te maken met een re-integratieconsulent.
Wil je meer weten? In de checklist ‘Ziekte en Werk’ vind je meer informatie. En in de checklist ‘Succesvol en Gezond re-integreren’ staan 9 tips waardoor je precies weet wat jouw rechten en plichten zijn en hoe je jouw re-integratietraject goed kan laten verlopen.
Deregulering in Europa: minder regels, meer risico's
Terwijl de woningnood groeit en de energietransitie vraagt om vakmanschap, zet Europa, onder invloed van de werkgeverslobby, in op minder regels en snellere procedures. De deregulering moet onder andere de woningbouwopgave versnellen, maar dreigt juist de positie van werkenden en goedwillende bouwbedrijven te verzwakken. Wat betekent deze koers concreet voor de bouwarbeidsmarkt? En wie betaalt uiteindelijk de prijs van ‘minder regels’?
Wie in de bouw werkt, voelt het al jaren: de druk is hoog. Projecten moeten sneller, goedkoper en met minder mensen. Tegelijkertijd stapelen de maatschappelijke opgaven zich op: van de woningnood tot de energietransitie. Tegen deze achtergrond presenteert Europa nu een dereguleringsagenda. Dat betekent minder regels, meer ruimte voor bedrijven, en snellere procedures. Op papier klinkt dat aantrekkelijk. Maar achter die agenda schuilt een ontwikkeling die grote gevolgen kan hebben voor alle werkenden in de sector: bouwvakkers, technici én UTA’ers in de sector.
De FNV volgt deze plannen al een hele tijd. En wat nu op ons afkomt, vraagt om aandacht.
Een golf van deregulering
Begin 2025 kondigde de Europese Commissie haar werkprogramma aan. Kern van de boodschap: Europa moet concurrerender worden. Dat betekent volgens de Commissie dat bedrijven minder last moeten hebben van ‘overmatige regelgeving’. Deze gedachte komt niet uit de lucht vallen. Grote werkgeversorganisaties en multinationals lobbyen hier al jaren voor, zowel op Europees niveau in Brussel als in Den Haag. Ook de Nederlandse regering omarmt deze koers.
De bouwsector staat hierbij nadrukkelijk in de schijnwerpers. Volgens de Commissie remmen regels de innovatie en productiviteit in de sector, en zouden arbeidstekorten in de bouw zelfs een belangrijke oorzaak zijn van de woningcrisis. Dat is een eenzijdige analyse. Ja, er zijn tekorten. Maar die zijn mede het gevolg van jarenlange flexibilisering, versnippering en te weinig investeringen in vakmanschap.
Minder regels, meer risico’s
Deregulering klinkt misschien vaag, maar de gevolgen zijn wel concreet. Minder regels op bijvoorbeeld controle en handhaving van grensoverschrijdend werken raken sectoren waar handhaving nu al moeilijk is, zoals de bouw. Denk aan detachering, lange ketens van onderaanneming en het gebruik van uitzend- en bemiddelingsbureaus. In theorie geldt in Europa het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek’. In de praktijk zien we dat dit bijna onmogelijk te controleren is.
Nederland is binnen de EU één van de grootste ontvangers van gedetacheerde bouwarbeiders. Vaak gaat het om laaggekwalificeerd werk, met mensen die vandaag hier werken en morgen ergens anders. Juist daarom is zicht op wie er op de bouwplaats rondloopt essentieel. Deregulering op controlerende maatregelen betekent concreet: meer werkenden onder de radar, meer kwetsbaarheid voor uitbuiting en meer oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden.
Ook de veiligheid op de bouwplaats staat op het spel. De bouw is nog altijd een van de gevaarlijkste sectoren om in te werken. Regels, certificaten en toezicht zijn geen overbodige luxe, maar dienen een doel. Het schrappen van regels is dan ook geen oplossing. Wat wél werkt, zijn betere, efficiëntere regels, én consequente handhaving daarvan.
Europese plannen rond woningbouw
Ook presenteerde de Commissie eind 2025 een Europees plan voor betaalbaar wonen. Daarin wordt wonen terecht neergezet als grondrecht en als sociale pijler van Europa. De analyse is herkenbaar: huizenprijzen en huren zijn fors gestegen, investeringen in woningbouw blijven achter en vergunningverlening loopt vast.
Maar de oplossingen die Europa voorstelt, zijn dubbel. Aan de ene kant wil men investeren en innovatie stimuleren. Aan de andere kant wordt deregulering gepresenteerd als sleutel tot succes. Minder rapportageverplichtingen, soepelere milieuregels en makkelijker grensoverschrijdend werken in de bouw moeten de productie opvoeren.
Wat daarbij ontbreekt, is aandacht voor de mensen die het werk moeten doen. Arbeidstekorten worden aangegrepen om meer arbeidsmigratie, ook van buiten de EU, te faciliteren, zonder stevige garanties voor scholing, integratie en bescherming. Dat zet extra druk op cao’s, opleidingsstructuren en arbeidsomstandigheden.
Eén Europese norm?
Een voorstel dat speciale aandacht vraagt, is de Speciale Bouwwetgeving (Construction Services Act) die de Commissie het laatste kwartaal van dit jaar verwacht te presenteren. In dit voorstel wordt gesproken over het ontwikkelen van één ‘Social ID card’ op Europees niveau. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. In diverse lidstaten zijn in de bouwsector dit soort ‘Social ID cards’ ontwikkelt. Wij praten in Nederland zelf al jaren over de implementatie van BouwplaatsID. Deze kaarten zijn ontwikkeld in de context van het (juridische) regime dat in een lidstaat aanwezig is. Deze systemen zijn per definitie maatwerk bedoeld om o.a. handhaving van arbeidsvoorwaarden of veiligheid te faciliteren of te ondersteunen. Met de ontwikkeling van één ‘EU social ID’-card wordt niet handhaving op nationaal niveau bevorderd, maar wordt meer grensoverschrijdende dienstverlening gefaciliteerd en dreigt harmonisatie op basis van de laagste gemene deler. Nationale systemen die juist zijn ontwikkeld om grip te krijgen op misstanden, worden gezien als ‘belemmering’.
Wat staat er echt op het spel?
De bouw heeft geen race naar beneden nodig, maar een toekomstvisie. Kwaliteitsbanen, goed opgeleide vakmensen, veilige bouwplaatsen en eerlijke concurrentie. Dat vraagt juist om duidelijke regels, handhaving en investeringen in mensen.
Europa kan daarbij helpen, mits werknemersbelangen centraal staan. Dat betekent onder meer:
- zicht op wie er werkt via een nationaal bouwplaats-ID systeem;
- het beperken van lange ketens van onderaanneming;
- het kaderen van de rol van uitzendbureaus (met name bij grensoverschrijdend werken);
- sociale voorwaarden bij aanbestedingen;
- investeren in opleiding en integratie, in plaats van snelle flexoplossingen.
Blijf niet aan de zijlijn staan, teken de petitie
De plannen zijn nog niet allemaal definitief. Consultaties lopen en de wetgeving wordt voorbereid. Juist nu is invloed mogelijk. Vakbonden in heel Europa trekken samen op om werknemersrechten te verdedigen. Ook FNV zit hier volop in.
Maar draagvlak begint bij bewustwording. Deze dereguleringsagenda raakt jouw werk, jouw veiligheid en jouw toekomst in de bouw. Daarom blijven wij dit onderwerp agenderen. En daarom is het belangrijk dat werkenden hun stem laten horen. Teken de petitie en bescherm jouw rechten!
Wil je op de hoogte blijven over dit onderwerp, of heb je een vraag naar aanleiding van dit artikel? Neemt contact met ons op door een mail te sturen naar uta@fnv.nl
Evenement | Jong in de Bouw, cao in de steigers
Hierbij nodigen we je graag uit voor Jong in de Bouw, cao in de steigers op donderdag 24 september. Het cao-seizoen staat voor de deur. We trappen af met een bijeenkomst waarin de stem van jonge professionals centraal staat.
In de aanloop naar de nieuwe cao Bouw & Infra hebben jonge werkgevers en werknemers de handen ineengeslagen. Samen verkenden zij hoe de cao toekomstbestendiger en beter gedragen kan worden. Dit heeft geleid tot een aantal kernpunten die tijdens deze middag worden gepresenteerd aan de cao-partijen.
Tijdens het event Jong in de Bouw, cao in de steigers op donderdag 24 september 2026 nemen we je mee in dit proces én de uitkomsten. Wat speelt er bij de nieuwe generatie? Waar liggen kansen en waar schuurt het? En vooral: wat betekent dit voor de toekomst van de sector?
Klik hier om je aan te melden!
We starten plenair met een keynote van Iris Gündel, die inzicht geeft in generatieverschillen op de werkvloer. Zij schetst het kader voor de rest van de dag: hoe kijken verschillende generaties naar werk, samenwerking en arbeidsvoorwaarden? Met deze basis ontstaat meer begrip voor elkaars perspectief en de gesprekken die volgen.
Daarna ga je zelf aan de slag. In kleinere groepen duik je in actuele cao-thema’s en wissel je ideeën en standpunten uit met andere deelnemers. Zo blijft het niet bij luisteren, maar draag je actief bij aan het gesprek over de toekomst van de cao.
Wat kun je verwachten:
- Inzicht in de voorstellen van jonge werkgevers en werknemers
- Nieuwe perspectieven door het begrijpen van generatieverschillen
- Actieve sessies waarin jouw mening telt
- Ontmoeting met andere (jonge) professionals uit de Bouw & Infra
Programma
| 14:00 uur | Inloop met koffie, thee en wat lekkers |
| 14:30 uur | Start plenair programma Keynote van Iris Gündel over generatieverschillen |
| 16:00 uur | Pauze |
| 16:30 uur | Diverse werksessies in losse groepen |
| 17:30 uur | Plenaire afsluiting |
| 17:45 uur | Borrel |
Locatie
De Vuursche Lodge
Hilversumsestraatweg 19
3744 KB Baarn
Klik hier om je aan te melden!
Met vriendelijke groet,
AFNL, CNV, FNV en Jong Bouwend Nederland*
* Het is mogelijk dat je deze uitnodiging via meerdere organiserende partijen ontvangt. Dit kan het geval zijn wanneer je bij meerdere organisaties bent aangesloten of betrokken. Uiteraard is één aanmelding voldoende.
Ziek tijdens vakantie? Dit moet je doen
Eindelijk geniet je van je welverdiende vakantie na weken of maanden hard werken. Maar dan word je ziek. Super vervelend. Naast dat je minder of niet kunt genieten van je vakantie, kan het ook zo zijn dat je je vakantiedagen kwijt bent. Of toch niet? Wij vertellen je wat je moet doen.
In onderstaande video legt Caroline van Ooijen uit wat jouw rechten en plichten zijn als je ziek bent tijdens je verlof.
https://www.youtube.com/watch?v=po_IrG5aG1I&list=PLFr23ec3V0UBUg63B1yQ1Xd91bHie2InN&index=7
Meld je meteen ziek
Als je ziek wordt tijdens je vakantie, meld je dit meteen aan je werkgever. Dit doe je op de manier die je gewend bent. Meestal zijn hier afspraken over gemaakt in het bedrijfsreglement of in je arbeidsovereenkomst. Zo kunnen er afspraken zijn dat je je voor een bepaalde tijd of bij een bepaald persoon moet ziekmelden. Iemand anders mag ook contact met je werkgever opnemen, als jij zelf niet in staat bent om dit te doen.
Zodra je beter bent, meld je dit ook direct aan je werkgever. Het kan zijn dat je oproep krijgt van de bedrijfsarts als jij weer terug bent. Afhankelijk van of je nog ziek bent, kun je met je werkgever overleggen of de afspraak bij de bedrijfsarts nog wel of niet nodig is.
Overleg met een arts of je naar huis kunt
Ben je in het buitenland of op een ander vakantieadres? Dan hoef je niet naar huis als dat medisch niet verantwoord is. In dat geval is het belangrijker dat je snel beter wordt. Ga daarom zo snel mogelijk naar een arts. De arts moet dan verklaren dat jij ziek bent en of je kan reizen of niet. Als je alleen thuis kan herstellen, kan je beter wel naar huis gaan. Ook dit bespreek je met de arts.
Blijf bereikbaar
Tijdens je ziekte is het belangrijk om bereikbaar te zijn voor je werkgever, als je wil dat je vakantiedagen ingetrokken worden. Je bent dan ziek net zoals je thuis zou zijn. Dan moet je ook bereikbaar zijn voor je werkgever. Geef daarom je vakantie- of verpleegadres door aan je werkgever. Ook is het van belang dat je aan de arts vraagt of hij een officiële doktersverklaring geeft, waarin de diagnose, het advies van de arts en de verwachting van de ziekteduur in staat. Dit dient als bewijs en kan eventuele onduidelijkheden achteraf voorkomen.
Wat gebeurt er met je vakantiedagen?
Je werkgever mag geen vakantiedagen inhouden over de dagen dat je ziek bent. Hiervoor is het wel van belang dat je je meteen ziekmeldt bij je werkgever en bereikbaar bent.
Stem jij in dat je verlofdagen wel afgeschreven worden, dan mag je werkgever deze ook gewoon afschrijven. In je arbeidsovereenkomst of cao kunnen soms andere regels staan. Maar voor de cao Bouw & Infra is dit niet het geval.
Ben je al ziek en wil je nog op vakantie?
Je vakantie komt er eindelijk aan en dan….. word je ziek. Denk jij dat het wel mogelijk is om van je vakantie gebruik te maken? Overleg dit dan met je werkgever en/of bedrijfsarts. Zij moeten toestemming geven of je op vakantie mag tijdens ziekte. De bedrijfsarts zou dit bijvoorbeeld kunnen weigeren als jouw vakantie juist je herstel in de weg zou staan.
Als je op vakantie gaat terwijl je (gedeeltelijk) ziek bent, dan mag de werkgever gewoon 100% van de vakantiedagen afschrijven. In je arbeidsovereenkomst of cao kunnen soms andere regels staan. Maar voor de cao Bouw & Infra is dit niet het geval.
Kom je er niet uit?
Wil je werkgever toch je vakantiedagen inhouden terwijl je je wel meteen hebt ziekgemeld en aan de voorschriften hebt gehouden? Neem dan contact met ons op! Stuur een mail naar uta@fnv.nl en we helpen je verder. Download hier de Checklist Ziekte en Vakantie.
Loonstrook | Waar moet je op letten?
Het is belangrijk om je loonstrook goed te controleren. Hierop staat namelijk precies hoe je salaris is opgebouwd en welke bedragen worden ingehouden. Een foutje is snel gemaakt, dus in dit artikel leggen we uit waar je op moet letten.
Een loonstrook is het overzicht van je salaris. Je krijgt elke maand, of elke vier weken, loon op je rekening gestort. Dat bedrag bestaat uit verschillende onderdelen. Op je loonstrook zie je bijvoorbeeld:
- Je brutoloon,
- Toeslagen en vergoedingen,
- Inhoudingen zoals belasting en pensioenpremie,
- Je nettoloon.
Je ontvangt een loonstrook vaak per mail, via een app, via een online personeelsportaal, of soms nog gewoon op papier. De meeste werknemers ontvangen iedere maand een loonstrook, maar dat hoeft niet. Het komt ook voor dat je per vier weken of wekelijks een loonstrook ontvangt. Het is voor de werkgever alleen verplicht om bij je eerste salaris een loonstrook te geven, en wanneer er iets verandert in je loon.
Je kunt hier een voorbeeld vinden van een loonstrook.
Het verschil tussen bruto en netto
Je brutoloon is het totale salaris dat je hebt verdiend voordat er belastingen en premies worden ingehouden. Van dit bedrag gaan bijvoorbeeld loonheffing en pensioenpremie af.
Wat er daarna overblijft is je nettoloon. Dit is het bedrag dat je daadwerkelijk op je bankrekening ontvangt.
Wat staat er op een loonstrook?
Iedere loonstrook ziet er anders uit, maar een aantal onderdelen moeten altijd vermeld worden:
- Persoonlijke gegevens; de naam van de werknemer en de naam van de werkgever,
- Het stamsalaris; dit is het brutosalaris dat je zou ontvangen wanneer je fulltime werkt,
- Het aantal gewerkte uren of het parttimepercentage; wanneer je parttime werkt moet je goed controleren of het aantal uren of het percentage klopt.
- Loontijdvak; de periode waarover je salaris wordt betaald, bijvoorbeeld april 2026,
- Vergoedingen; bijvoorbeeld reiskostenvergoeding of thuiswerkvergoeding,
- Wettelijk minimumloon,
- Vakantietoeslag,
- Inhoudingen; zoals pensioenpremie,
- Loonheffing; dit bestaat onder andere uit de loonbelasting, premies volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen, en de bijdrage Zorgverzekeringswet
Pensioenpremie
In veel cao’s is afgesproken dat werknemers pensioen opbouwen. Daar betaal je vaak zelf ook een deel aan mee. Dit zie je terug op je loonstrook. Wanneer jouw werkgever zonder pensioenregeling werkt wordt er mogelijk geen pensioenpremie ingehouden.
Loonheffingskorting
Wanneer je in Nederland werkt heb je meestal recht op belastinkorting via de loonheffingskorting. Let wel op: je mag de loonheffingskorting maar bij één werkgever laten toepassen, ook als je meerdere werkgevers hebt.
Je loonstrook controleren
Pak je arbeidscontract er eens bij en controleer ook de cao of het bedrijfsreglement als die van toepassing zijn. Vergelijk deze documenten met je loonstrook.
Controleer bijvoorbeeld:
- klopt het brutoloon?
- zijn toeslagen goed verwerkt?
- staat het juiste aantal uren vermeld?
- worden overuren correct uitbetaald?
- klopt de pensioeninhouding?
- is het nettoloon daadwerkelijk op je rekening gestort?
Het is ook raadzaam om zelf je gewerkte uren en overuren bij te houden. Zo kun je op tijd zien of er iets ontbreekt of niet klopt.
Hulp nodig?
Je loonstrook kan een ingewikkeld document zijn. Neem de tijd om je loonstrook te leren begrijpen en vraag uitleg als iets onduidelijk is.
Denk je dat er iets niet klopt op je loonstrook? Overleg dit met je werkgever. De werkgever moet jouw loonstrook controleren en corrigeren als er inderdaad iets niet klopt. Twijfel je? Als FNV-lid kun je ook bij ons terecht voor hulp en advies bij problemen met je loonstrook. Stuur een mail naar uta@fnv.nl . Wij kijken graag met je mee en helpen je om te controleren of je krijgt waar je recht op hebt.
5 mei: Vrij op Bevrijdingsdag?
Op 5 mei vieren we in Nederland Bevrijdingsdag. Volgens de wet is Bevrijdingsdag een officiële nationale feestdag, maar is het ook een vrije dag?
Dat 5 mei een nationale feestdag is betekend niet dat je automatisch ook vrij bent. Of dit wel of niet het geval is vind je terug in je cao of in je arbeidsovereenkomst. In artikel 3.4.1 van de cao Bouw & Infra, genaamd 'In de cao erkende feestdagen', staat dat de werknemer recht heeft op betaald verlof op nieuwjaarsdag, tweede paasdag, Koningsdag, Hemelvaartsdag, tweede pinksterdag, de beide kerstdagen, en eens in de vijf jaar op 5 mei (2025, 2030, enzovoort).
Dit jaar is Bevrijdingsdag dus niet een doorbetaalde vrije dag!
In de cao erkende feestdagen
Verder staat er in de cao Bouw & Infra in het artikel over in de cao erkende feestdagen dat de werkgever over de eerder genoemde feestdagen het vast overeengekomen loon of het salaris betaalt. En werkt de werknemer op een cao erkende feestdag in ploegendienst? Dan geeft de werkgever hem/haar op een andere dag betaald verlof.
Bekijk hier de lijst van de officiële feestdagen in Nederland in 2026.
Hestia Hinke Wallinga: “Ik ben in 36 jaar tijd nog nooit een andere vrouwelijke metselaar tegengekomen.”
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Hinke Wallinga, Metselaar bij Koedooder metselwerk, aan het woord.

Naam: Hinke Wallinga
Functie: Metselaar bij Koedooder Metselwerken
Opleiding: Metselaar bij Stichting Samenwerkingsverband Praktijk (later overgegaan in ESPEQ Bouwopleidingen)
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
“Ik heb eigenlijk geleerd voor dierverzorging, maar daar was geen droog brood in te verdienen. En ik wil toch mijn eigen geld verdienen. Een klasgenootje zei toen: er is een open dag op het SSP – zo heette dat doen. Daar zijn we heen gegaan en toen heb ik voor de opleiding tot Metselaar gekozen. Dat leek me wel wat. Zo ben ik begonnen en ik ben altijd blijven plakken.”
Hoe werd daarop gereageerd?
“Goed! De mensen in mijn omgeving vonden het leuk, want het paste bij mij. Ik ben een buitenmens en ik ben graag creatief bezig, met m’n handen. Dus het was eigenlijk best wel een logische keuze. Ik was alleen wel het enige meisje. In het begin wilde ik me nog heel erg bewijzen, laten zien: ik kan het ook. Maar je moet gewoon jezelf blijven.”
Wat maakt de bouw zo leuk?
“Ik ben gewoon graag lekker buiten en met mijn handen bezig. Ik ben heel simpel wat dat betreft. Je maakt dingen die heel lang blijven staan, dat vind ik mooi. En meestal is het hartstikke gezellig met die jongens.”
Wat is een moment in je carrière waar je trots op bent?
“Ik ben er trots op dat ik mijn eigen geld verdien. En op wat voor manier, dat maakt me eigenlijk niet zo veel uit. Als je maar plezier hebt in je werk. Ik ben helemaal geen carrièretijger. Ik wil gewoon mijn ding doen en mijn geld verdienen en dan vind ik het prima.”
Je werkt nu 36 jaar in de bouw. Zijn er dingen makkelijker geworden – en wat blijft hardnekkig hetzelfde?
“Ik kom nog uit de tijd dat de muur van de keet behangen was met naakte vrouwen. Daar heb ik dan wel eens een mooie kerel tussen geplakt. Het commentaar van de mannen was geweldig. Ik heb me rot gelachen!
Nu zit je nog steeds in een mannenwereld. En je moet niet alles wat ze zeggen heel serieus nemen. Een grapje af en toe hoort erbij, vind ik. In het begin dacht ik nog wel eens, moet dat nou? Maar ik heb het maar gewoon geaccepteerd. Ik moest wel wat zelfverzekerder worden om me staande te houden. Ik heb geleerd om me op mezelf te richten: dit is mijn ding en ik doe dit gewoon. En dan kijken ze maar even wat ze ervan vinden.
Een ding dat ik wel heb zien veranderen is dat er tegenwoordig meestal wel twee wc’s op de bouwplaats aanwezig zijn en op de grotere klussen zelfs een dames wc!”
Wat zijn de grootste uitdagingen die je als vrouw in de bouw tegenkomt?
“Ze negeren je nog wel eens. Dan lopen ze langs je heen en dan pakken ze iemand anders om tegen te praten. Dat is wel een dingetje. Maar als je dan meteen zegt: ‘Hé, wat doe jij nou? Ik hoor er ook bij,’ dan komt het meestal wel goed.”
Werk je veel met andere vrouwen samen, of ben je vaak de enige?
“De enige. In de 36 jaar dat ik als metselaar werk ben ik nog nooit een andere vrouwelijke metselaar tegengekomen.”
Wie in de bouw inspireert jou?
“Niemand. Ik kijk niet ergens naar op. Ik wil gewoon mijn ding doen en mijn geld verdienen en het naar min zin hebben. Ik wil ook niet hogerop. Ik ben ooit voorman geweest, maar dat beviel me totaal niet.”
Als je één ding kon veranderen om de sector beter te maken voor vrouwen – wat zou dat zijn?
“Je moet gewoon jezelf zijn. Als je jezelf bent en je ding doet en je kan je ding, dan is er niks aan de hand. In mijn ogen dan hè, ik heb nog nooit nare ervaringen gehad.”
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Gezond met pensioen gaan. En het liefst eerder dan later! Ik moet nog twaalf jaar en drie maanden. Maar met de Zwaarwerkregeling iets minder.”
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
“Gewoon doen. Wees gewoon jezelf, doe je ding. Dan gaat het vanzelf wel.”
Welke boodschap wil je meegeven aan de mannen in de sector?
“Doe normaal! Maar de meeste accepteren het gewoon hoor.”
Is er iets dat je zelf graag wilt toevoegen?
“Gewoon lekker je ding doen. Als je de bouw in wil, gewoon doen wat je wil. Als je het kan, waarom niet?”
Hestia Demi Bolster: “Ik wil dit, dus ik ga dit doen.”
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze keer is Demi Bolster, Grondwerker
, aan het woord.
Naam: Demi Bolster
Leeftijd: 20 jaar
Functie: Grondwerker
Opleiding: Tweedejaars Vakvrouw GWW, daarna uitvoerdersopleiding
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
“Dat kwam eigenlijk per toeval. Ik deed eerst een kappersopleiding, maar dat was helemaal niks voor mij, dus toen ben ik met die opleiding gestopt. Daarna heb ik een opleiding gevolgd in de retail. Die heb ik wel afgemaakt, maar ik wist al snel dat ik niet meer in de supermarkt wilde werken. Toen ben ik door een vriend gevraagd om op zaterdag mee te gaan helpen bij een klusje waar gestraat moest worden. Eerst gewoon stenen aangeven, en op dezelfde dag nog zelf stenen gaan leggen. En toen dacht ik: dit vind ik eigenlijk hartstikke leuk. Daarna ben ik met een andere vriend mee geweest en ook dat beviel me. Toen ben ik opleidingen gaan zoeken. Zo is het begonnen.”
Hoe werd daarop gereageerd?
“Iedereen vond het heel logisch. Mijn familie had er geen moeite mee, ze vonden dit eigenlijk al bij me passen. Ik was altijd al buiten bezig, hielp mee met klusjes en vond het fijn om actief te zijn. Mijn moeder vond het vooral leuk. Zij heeft zelf ook in de bouw gewerkt als timmervrouw.”
Wat maakt de bouw zo leuk? / Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Dat je buiten werkt én ziet wat je maakt. Aan het begin van de dag is er soms niks, en aan het einde staat er echt iets. Dat geeft voldoening. Ik houd ook van de afwisseling: bij Heijmans doe ik elke week weer iets anders. Ik leer continu nieuwe dingen, en dat maakt het werk heel leuk.”
Wat is een moment in je carrièrewaar je trots op bent?
“Dat ik de stap heb gezet om de bouw in te gaan, ondanks dat je nog weinig vrouwen ziet in de infra. Ik ben in een klas vol jongens terechtgekomen en werk tussen alleen maar mannen. En toch ben ik dit gaan doen. Daar ben ik trots op.”
Je werkt nu 1,5 jaar in de bouw. Zijn er dingen die inmiddels makkelijker zijn geworden voor vrouwen – en wat blijft juist hardnekkig hetzelfde? OF Wat zijn de grootste uitdagingen die je als vrouw in de bouw tegenkomt?
“Het grootste verschil is dat ik nu veel meer kan dan toen ik begon. Ik had nul ervaring en nu kan ik in mijn vrije tijd zelfs klusjes doen waarvan ik een jaar geleden niet eens wist waar ik moest beginnen.
Uitdagingen blijven er ook. Sommige klussen zijn fysiek zwaar, vooral tillen. En ik ben kleiner dan de meeste collega’s, dat merk je soms. Maar je krijgt altijd hulp als het nodig is.”
Werk je veel met andere vrouwen samen, of ben je vaak de enige? Hoe is dat?
“Ik ben eigenlijk altijd de enige vrouw op de bouw. Voor mij voelt dat niet raar, ik heb er geen last van. Ik word goed opgenomen in de groep.”
Wie in de bouw inspireert jou?
“Mijn moeder. Zij was een van de eerste opgeleide timmervrouwen in de Achterhoek. Daar is ooit zelfs een krantenartikel over geschreven. Dat vind ik heel inspirerend. Het motiveert me om ook zichtbaar te zijn, zodat andere vrouwen kunnen zien dat dit werk óók voor hen is.”
Als je één ding kon veranderen om de sector (nog) beter te maken voor vrouwen – wat zou dat zijn?
“Dat het taboe eraf gaat. Dat het normaal wordt dat vrouwen in de bouw werken. Dat je niet hoeft te denken: “Kan ik dit wel, want ik ben een vrouw?” maar gewoon: “Ik wil dit, dus ik ga dit doen.” Meer zichtbare voorbeelden helpen daarbij.”
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Eerst nog een paar jaar grondwerk doen. Dat vind ik nu echt leuk. Daarna wil ik graag uitvoerder worden binnen Heijmans, in de infra. Dat is mijn grote doel.”
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
“Gewoon doen! Echt. Niet te veel nadenken over wat anderen ervan vinden. Je weet pas of het iets voor je is als je het probeert.”
Welke boodschap wil je meegeven aan de mannen in de sector?
"Geef vrouwen een kans. Ga niet bij voorbaat denken dat ze iets niet kunnen. Je weet pas wat iemand kan als je haar ook echt de ruimte geeft het te laten zien.”
Loonsverhoging van 4% per 1 januari 2026!
In de cao Bouw & Infra is afgesproken dat je per 1 januari 2026 een loonsverhoging krijgt van 4%. We krijgen signalen dat het niet voor iedereen duidelijk is hoe deze verhoging in het loon wordt verwerkt.
Prestatietoeslag
Je krijgt de loonsverhoging over het ‘vast overeengekomen loon’. Dit is een term uit de cao. Hiermee wordt het garantieloon (het minimale cao-loon) plus de eventueel afgesproken prestatietoeslag. De loonsverhoging geldt dus ook voor de prestatietoeslag.
UTA
De loonsverhoging geldt voor iedereen die onder de cao valt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen UTA en bouwplaatspersoneel. Dus ook als UTA-werknemer moet jouw salaris met 4% worden verhoogd.
Meer dan het minimum
Ook als jij al meer dan het minimum van de cao verdient, moet jouw salaris met 4% worden verhoogd.
Het gaat niet goed, wat nu?
De afspraak over loonsverhogingen is al jaren hetzelfde. Als het nu niet goed gaat, dan gaat het waarschijnlijk al langer niet goed. Ga als eerste in gesprek met je werkgever. Ook de ondernemingsraad heeft wettelijk een taak om toe te zien op de juiste toepassing van de cao. Je kan ook altijd contact met de FNV opnemen. Stuur dan een mailtje naar uta@fnv.nl of bel ons Contactcenter op 088 368 03 68.
Hestia Deborah Bosgoed: “Blijf vooral vrouw: dat is je kracht!”
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze keer is Deborah Bosgoed, bouwkundig expert, spreker en eigenaar van een bouwbedrijf gespecialiseerd in biobased renovatie en restauratie, aan het woord.
Functie: Eigenaar bouwbedrijf Bosgoed Bouw & Advies
Leeftijd: 49 jaar
Woonplaats: Empe
Opleiding: MBO bouwkunde, HBO bouwkunde (duaal), post-HBO aannemersopleiding
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde? 
“Volgens mij was ik een jaar of zes. Mijn vader werkte in de houtindustrie en houtskeletbouw, dus ik was al jong gewend aan het bouwleven. We stonden in de herfstvakantie zelfs met de caravan op de bouwplaats. Dat vond mijn moeder gezelliger.
Als klein meisje liep ik over de bouw en ik vond het heerlijk. Toen ik veertien was, ging ik een dag met mijn vader mee. We reden een dijk af en kwamen bij een bouwbedrijf. Aan de ene kant zat het kantoor en de werkplaats, aan de andere kant was het woonhuis. We gingen daar in de keuken koffiedrinken met de eigenaar en een paar medewerkers. Het was zo’n gezellige, huiselijke sfeer. Toen dacht ik: dit wil ik ook. Een eigen aannemersbedrijf. En dat idee heb ik nooit meer losgelaten.”
Hoe werd daarop gereageerd?
“Mijn ouders steunden me, maar op school liep ik tegen muren aan. Op de havo zei ik dat ik MTS bouwkunde wilde doen. Een leraar vroeg wat ik wilde worden. Toen ik zei dat ik uitvoerder wilde worden, zei hij: ‘Dat gaat je niet lukken, je bent een meisje.’
Maar ik ben eigenwijs, dus ik deed het toch.
Op de MTS werd het niet beter. De eerste dag van mijn laatste jaar liep een leraar de klas uit omdat hij me geen les wilde geven – ik was de enige vrouw in de richting uitvoering.
Ik heb keihard moeten knokken om erdoorheen te komen. En dat had niet gehoeven. Achteraf zie ik hoe diep die patronen zitten. Daarom wil ik nu de weg vrijmaken voor meiden na mij – zodat zij kunnen bouwen zonder zich eerst te moeten bewijzen.”
Wat maakt de bouw zo leuk?
“De bouw is geweldig. Ik heb er echt een enorme passie voor. Je bouwt van niks iets – iets tastbaars dat nog generaties meegaat. Dat geeft zo’n kick. Zeker als je werkt met natuurlijke materialen zoals hout en leem. Dan voelt het nóg waardevoller. En je maakt mensen blij, dat is het mooiste.”
Wie in de bouw inspireert jou?
“Ik probeer mezelf te inspireren door niet mee te gaan in het conservatieve denken van ‘zo doen we het al jaren’, maar door mijn eigen vrouwelijke blik te blijven inzetten. Die is anders, en die voegt iets toe.
Ik haal ook inspiratie uit anderen. Bijvoorbeeld uit een vrouw van 37 die bij mij solliciteerde als timmervrouw. Zij heeft haar leven omgegooid om iets nieuws te doen, en dat vind ik geweldig. Ze had moeite om een leermeester te vinden. Dat zegt veel over hoe moeilijk het nog steeds is.
En buiten de bouw bewonder ik mensen zoals Marlies Dekkers. Zij heeft de mannenwereld van de textielindustrie opengebroken. Dat vind ik krachtig. Zij maakt van haar werk ook een statement.”
Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Dat ik mijn werk helemaal zelf heb vormgegeven. Ik zit niet alleen op kantoor, ik werk ook mee op de bouw. Ik neem werk aan, regel dingen, ben overal bij betrokken. Die afwisseling vind ik heerlijk.
Wat ik ook heel mooi vind, is het contact met particulieren. We werken veel in bewoonde situaties, dus mensen zijn thuis. Dan kom ik binnen en zeggen vrouwen vaak: : ‘Wat fijn dat jij komt, ik durfde deze vragen niet aan een man te stellen.’ Dan besef ik weer hoe belangrijk representatie is, en hoe anders vrouwen bouwen – vaak met meer aandacht voor detail, samenwerking en duurzaamheid.’ Mannen hebben toch een andere houding. Ik ben toegankelijker. En ik luister echt. Gisteravond bijvoorbeeld kwam een vrouw met allemaal slimme suggesties. Dan denk ik: ja, vrouwen bouwen gewoon anders. En daar is niets mis mee.”
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Dat er 25% vrouwen in de bouw werken. Daar denk ik al jaren over na. Soms fantaseer ik over een bouwbedrijf met alleen maar vrouwen. Maar uiteindelijk geloof ik meer in samenwerken. Mannen én vrouwen brengen allebei iets waardevols. Samen krijg je het mooiste resultaat.”
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes of vrouwen die de bouw in willen?
“Ga ervoor. Maar weet dat je er echt vol voor moet gaan. Het is nog steeds niet makkelijk. En probeer geen man te worden. Blijf vooral vrouw. Veel meiden proberen stoerder te worden, gaan anders praten of lopen om erbij te horen. Maar als het niet bij je past, hou je het niet vol. Blijf wie je bent. Dat is je kracht.”
Wil je zelf nog iets toevoegen?
“Ja. Ik wil vrouwen aanmoedigen om zich uit te spreken. Als iemand iets zegt wat niet oké is, zeg dan dat het niet leuk is. Veel vrouwen durven dat niet, maar mannen hebben het vaak niet eens door. Pas als je het zegt, worden ze zich ervan bewust.
Ook werkgevers wil ik iets meegeven: als een vrouw bij je solliciteert, weet dan dat ze daar écht over nagedacht heeft. Geef haar het voordeel van de twijfel, en neem haar serieus als professional. Want vrouwen brengen vaak andere perspectieven mee – op samenwerking, communicatie en duurzaamheid – die de sector juist nu hard nodig heeft.
Het lichaam van een vrouw werkt ook anders dan dat van een man. Ik maak dingen als menstruatie bespreekbaar op de werkvloer. Dat deed ik vroeger niet en probeerde ik me groot te houden. Maar daar ga je aan onderdoor. Door het wél bespreekbaar te maken, maak je ruimte. Voor jezelf en voor anderen. En dat is waar het om gaat.
We bouwen niet alleen aan huizen, maar ook aan een nieuwe norm – eentje waarin plek is voor vakmanschap, diversiteit én de natuur.”










