Rust is geen luxe, maar een noodzaak
In de wereld van de bouw zijn we gewend aan hard werken, strakke deadlines en veeleisende projecten. Het is een sector die trots is op zijn toewijding aan vakmanschap en hard werk, en terecht. Maar laten we eerlijk zijn: het kan soms overweldigend zijn. De druk van deadlines en het jongleren met verschillende verantwoordelijkheden kan zijn tol eisen wanneer je niet voldoende rust krijgt om te herstellen.
Het wordt vaak over het hoofd gezien, maar juist de hardste werkers zullen het hardst moeten rusten. In dit artikel bespreken we wat je zelf kunt doen om goed te herstellen, maar vooral ook wat je van je werkgever mag verwachten als het hierop aankomt.
Zoals ook iedere topsporter je kan vertellen is rust essentieel wanneer je een grote inspanning verricht. Zonder goed te rusten en herstellen zou een topsporter het niet kunnen bijbenen met de sporters die dit wel doen. Op werkgebied is dit eigenlijk niet anders. Het constant werken onder hoge druk kan zowel fysiek als mentaal uitputtend zijn. Doe dit te lang, en het kan zelfs leiden tot gezondheidsproblemen, verminderde productiviteit en een verstoord evenwicht tussen je werk en privéleven. Om dus te blijven werken op het niveau dat we willen is onze rust pakken geen luxe, maar noodzaak.
Wat kan je doen?
Gelukkig zijn er stappen die je zelf kunt nemen om je rust en herstel te bevorderen. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van pauzes tijdens je werk, niet te lang werken zonder verlof op te nemen, niet te vaak overuren maken, en natuurlijk ook voldoende slaap en ontspanning. Het is belangrijk om te onthouden dat rust pakken geen egoïsme is, maar juist een investering in je eigen welzijn en werkprestaties.
Het kan ook zo zijn dat het plannen van pauzes bijvoorbeeld lastig gaat. Of misschien zijn er wel anderen redenen waardoor het lastig is om goed rust te pakken. Je bent niet de enige. Hoewel dit soms als best lastig ervaren kan worden werkt het goed om dit bespreekbaar te maken met je collega’s en leidinggevende/werkgever. Wat niet wordt besproken kan ook niet samen opgelost worden.
De rol van je werkgever
Het is niet alleen je eigen verantwoordelijkheid om te zorgen dat je voldoende rust krijgt. Je werkgever heeft een cruciale rol in het creëren van een ondersteunende werkomgeving. Dit vinden niet alleen wij als vakbond, maar dit staat ook in de wet. Je werkgever is namelijk verplicht beleid te hebben om de risico’s van werkdruk te beperken.
De Arbowet legt de verplichtingen van werkgevers vast met betrekking tot de gezondheid en veiligheid van werknemers. Hierin is ook aandacht voor psychosociale arbeidsbelasting, wat betrekking heeft op stress en werkdruk. De RI&E (dat staat voor risico-inventarisatie en -evaluatie) is een instrument dat werkgevers verplicht zijn te gebruiken om risico's in kaart te brengen en te evalueren. Het bevat ook maatregelen om deze risico's te verminderen. Werknemers hebben het recht om te weten welke risico's er spelen en welke maatregelen worden genomen om hen te beschermen. Dit kan een goede aanleiding zijn voor een gesprek over werkdruk.
Faciliteren van rust
De Arbowet schrijft ook voor dat werkgevers moeten kijken naar een bronaanpak van een probleem. Als jij door een te krappe planning regelmatig moet overwerken, dan beperkt dit jou mogelijkheid om goed uit te rusten. Het is dan de verantwoordelijkheid van je werkgever om te zorgen dat er sprake is van een realistische taakbelasting.
Hetzelfde geldt voor goed kunnen pauzeren tijdens werktijd, niet gestoord worden buiten werktijd of het opnemen van verlof. Merk je dat je hier regelmatig uitdagingen in hebt, dan is het wederom belangrijk om dit bespreekbaar te maken. Dit doe je niet alleen uit eigen belang, maar ook voor je collega’s en de rest van de organisatie. Wanneer iemand uitvalt vanwege werkstress, dan heeft dat namelijk invloed op de hele organisatie.
Noodzaak
Onthoud: rust en herstel zijn geen luxe, maar een noodzaak. Rust pakken gebeurt helaas niet vanzelf, en juist daarom loont het om er bewust mee bezig te zijn. Door hierover in gesprek te gaan kunnen we een sector creëren die niet alleen bekend staat om zijn vakmanschap, maar ook om zijn toewijding aan het welzijn van zijn werknemers.
Heb je vragen of wil je je ervaring delen? Stuur gerust een mail naar uta@fnv.nl .
Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten: wat betekent dit voor mij?
Flexibele werknemers (zoals mensen met een 0-urencontract) hebben recht op zekerheid over het inkomen en het rooster. Om deze reden is er een wetsvoorstel gedaan over de rechten van flexwerkers; de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten.
Met dit wetsvoorstel wordt verwacht dat je sneller een contract voor onbepaalde tijd zal krijgen. Op dit moment kunnen burgers, bedrijven instellingen reageren op het wetsvoorstel. De wet zal op zijn vroegst op 1 januari 2026 ingaan.
Wat gaat er veranderen?
Door de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten krijgen flexwerkers meer zekerheid in hun werk. Mensen met een tijdelijk contract, zullen beter beschermd worden. Het doel is om ervoor te zorgen dat als iemand langdurig werk verricht, deze persoon recht heeft op een vast contract zonder dat de werkgever bepaalde regels kan omzeilen. In dit artikel zullen wij in hoofdlijnen vertellen wat er mogelijk gaat veranderen. Meer weten? Neem contact met ons op!
Ketenregeling / tijdelijke contracten
Een werkgever moet jou een vast contract aanbieden als jij langer dan drie jaar in dienst bent of als jij al drie opeenvolgende contracten aangeboden gekregen hebt. Dit wordt ook wel de ketenregeling genoemd. In een cao kunnen afwijkende afspraken staan. Deze keten wordt doorbroken als jij een periode van zes maanden of langer niet werkzaam bent voor dezelfde werkgever.
Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, gaat dit veranderen. Als de wet in werking gaat, zal namelijk het contract van iemand die in een periode van vijf jaar regelmatig wordt ingehuurd automatisch worden omgezet in een vast contract. Dit geldt ook voor uitzendkrachten.
Daarnaast kan er nu in cao’s afgeweken worden van regels over hoelang iemand tijdelijk werk mag doen voordat deze persoon een vast contract krijgt. Ook dit gaat veranderen. Een van deze regels gaat over opvolgend werkgeverschap. Opvolgend werkgeverschap betekent dat de periodes waarbij je voor verschillende bedrijven werkt in dezelfde functie bij elkaar opgeteld worden. Zo’n situatie komt bijvoorbeeld voor als je via een uitzendbureau bij een gemeente werkt, en je later in dienst gaat bij deze gemeente in dezelfde functie. Bedrijven kunnen nu in cao’s afspreken dat deze periodes niet bij elkaar worden opgeteld. Deze nieuwe wet zorgt ervoor dat dit niet meer mogelijk is. Dit voorkomt dat je bijvoorbeeld dat je na drie jaar te werken voor een bedrijf niet als uitzendkracht ingezet kan worden om de ketenregeling te omzeilen.
Oproepcontracten
Nulurencontracten worden afgeschaft. Zo weet je beter waar je aan toe bent. Je weet wat je verdient per maand en je weet wanneer je aan het werk moet. En kan je beter je werk combineren met bijvoorbeeld je studie, een andere baan, mantelzorg of thuissituatie. Er komen namelijk (vast en tijdelijke) basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor je ten minste wordt ingeroosterd en die stabiel betaald worden. Ook komen er meer regels voor de extra beschikbaarheid. Buiten deze beschikbaarheid is er geen verplichting om te komen werken.
Uitzonderingen voor studenten!
Voor scholieren en studenten gelden wel andere regels. Jij mag nog steeds op oproepbasis blijven werken. Hierdoor ben je flexibeler in het aantal uur dat je werkt. Toetsweek? Dan werk je wat minder. Vakantie? Even lekker cashen. Ook geldt voor jou de ketenregeling niet. Met de nieuwe wet blijft dit zo.
UTA onderzoek: resultaten bekend
Resultaten UTA-onderzoek: ruim een kwart van de werknemers heeft last van (te) hoge werkdruk
Bereikbaar moeten zijn buiten de geplande werktijd, het (wekelijks) maken van overuren, lange reisuren en in de avond of nacht werken; de uitkomsten van het UTA-onderzoek liegen er niet om. Al deze factoren dragen bij aan de hoge werkdruk onder UTA-personeel. Dit moet anders en kan alleen met jouw hulp. Meld je daarom aan voor de webinar en geef je input op de resultaten en het vervolg.
In de vorige cao Bouw & Infra is afgesproken dat er onderzoek gedaan zou worden naar de ervaringen, wensen en eventuele knelpunten van UTA-werknemers. Dit onderzoek heeft eerder dit jaar plaatsgevonden en is massaal door jullie ingevuld, waarvoor nogmaals dank! Naast de vragenlijst voor werknemers, is er ook een vragenlijst uitgezet onder werkgevers. De afgelopen maanden heeft onderzoeksbureau Berenschot de resultaten geanalyseerd. In dit artikel vind je de belangrijkste uitkomsten.
Uit het onderzoek blijkt dat jullie eerder stoppen met werken voorafgaand aan pensioen, werkdruk en de werk-privébalans de belangrijkste onderwerpen vinden. Voor jongeren zijn overuren een groot punt van aandacht. Niet zo gek natuurlijk, want het werk is zwaar en de dagen zijn lang. Deadlines in het werk en de personeelstekorten spelen daarbij een belangrijke rol.
Overwerk vaak niet geregistreerd en gecompenseerd
Meer dan 80 procent van de werkgevers geeft aan dat werknemers meer werken dan het aantal uren dat is overeengekomen in de arbeidsovereenkomst. 56 procent van het uitvoerende en technische personeel maakt wekelijks overuren. In 24 procent van de gevallen gaat het om gemiddeld 6 uur of meer per week. Bij meer dan twee derde van de werknemers worden overuren niet geregistreerd en bijna 50 procent van de werknemers geeft aan niet te worden gecompenseerd voor overuren. De hoeveelheid niet geregistreerde en niet gecompenseerde overuren is daarmee aanzienlijk. En dat terwijl de cao stelt dat in principe moet worden vermeden dat de UTA-werknemer structureel overuren maakt.
Oorzaak overuren
De reden van deze overuren? Volgens de werknemers zijn het personeelstekorten en een te strakke planning, maar ook een hoog gevoel van verantwoordelijkheid om de gestelde doelen te halen. Werkgevers geven aan dat het halen van deadlines de voornaamste reden van overwerk is (51 procent). Daarnaast zeggen zij ook dat het op eigen initiatief gebeurt en het bij de functie hoort. Momenteel is in de cao bepaald dat overwerk door UTA-werknemers slechts wordt gecompenseerd indien het van aanzienlijke omvang is en gebeurt in opdracht van de werkgever.
Werk-privébalans: behoefte aan andere invulling werkweek
Er blijkt een grote behoefte te zijn aan een andere invulling van de werkweek. 56 procent van de werknemers vindt namelijk dat de werk-privé balans verbeterd moet worden. 29 procent van de werknemers zou graag minder uren willen werken, 22 procent zou meer vanuit huis willen werken en 14 procent zou de werktijden willen veranderen. Naast de vele overuren die gemaakt worden, valt dit ook te verklaren als we kijken naar de arbeidstijden. Bijna 60 procent van de werknemers ervaart werken in de avond, nacht en in het weekend als belastend. Iets meer dan 20 procent ervaart dit zelfs als zeer belastend.
Eerder stoppen met werken
Als UTA-medewerker kun je momenteel gebruik maken van de zwaarwerkregeling als je:
- Direct voor deelname UTA-medewerker bent, valt onder de cao Bouw & Infra en;
- Op 1 juli 2020 of 1 januari 2021 werkte als medewerker onder de cao Bouw & Infra én;
- De laatste 25 jaar minstens
- Vijf jaar werkte als bouwplaatsmedewerker onder de cao Bouw & Infra én
- 20 jaar werkte als medewerker onder de cao Bouw & Infra.
We hebben vaker geluiden gehoord dat er onder UTA-medewerkers de wens bestaat om deze voorwaarden voor UTA-medewerkers te veranderen. Veel UTA’ers vallen nu net buiten de boot. Dat UTA-personeel eerder zouden willen stoppen met werken, blijkt ook uit het onderzoek. Bijna 90 procent van de werknemers zou namelijk eerder stoppen met werken als er een mogelijkheid voor zou zijn.
Druk vanuit werkgevers
Naast de vele overuren, zijn UTA-werknemers ook nog eens lang onderweg. Meer dan 70 procent van de werknemers heeft een reistijd van langer dan een uur per dag. Ook deze uren worden meestal niet vergoed. 70 procent van de werkgevers geeft namelijk aan dat zij geen reisurenregeling hebben voor UTA-werknemers.
En als jullie dan thuis en vrij zijn, worden jullie vaak nog gebeld, gemaild of geappt. Dit geldt voor alle UTA-werknemers, maar de cijfers voor het uitvoerende en technische personeel zijn twee keer zo hoog. 44 procent van de werkgevers geeft aan dat van werknemers wordt verwacht dat ze bereikbaar zijn in hun vrije tijd.
Meer weten over de uitkomsten of het rapport nog rustig nalezen? Download dan hier de onderzoeksresultaten: Onderzoek naar de positie van UTA-werknemers op het gebied van arbeidsvoorwaarden en arbeidstijden in de bouw en infra
Tijd voor minder werkdruk
Bereikbaar moeten zijn buiten de geplande werktijd, het (wekelijks) maken van overuren, lange reisuren en in de avond of nacht werken. Het is heel begrijpelijk dat 90 procent van de UTA-werknemers werkdruk ervaart. Het is tijd voor verandering!
Webinar UTA-onderzoek
Dat er iets moet gaan veranderen is duidelijk. De resultaten van het onderzoek nemen wij natuurlijk mee naar de cao-onderhandelingen, maar wij hebben wel jullie steun en input nodig. Afgelopen 26 september hebben wij een webinar georganiseerd waarin we de resultaten van het UTA-onderzoek voor jullie uiteen hebben gezet, en waarin je in gesprek kon gaan met hoofdonderhandelaar Hans Crombeen.
Zo zorgen wij samen voor betere arbeidsvoorwaarden en uiteindelijk een betere werk- en privé balans voor UTA-medewerkers. Lees hier het verslag van het webinar!
Vragen of opmerkingen?
Heb je vragen, opmerkingen, of wil je iets anders kwijt naar aanleiding van de resultaten uit het UTA-onderzoek? Neem gerust contact met ons op door een e-mail te sturen naar uta@fnv.nl .
Wil je op de hoogte blijven van het cao-traject? Meld je hier aan voor de nieuwsbrief!
Blijf op de hoogte van het cao-traject
Blijf op de hoogte van het cao-traject!
Bacteriële bouwvakkers: oplossing voor bouwcrisis?
Aan de University of Cambridge hebben architecten in samenwerking met microbiologen een nieuw soort bouwmateriaal ontwikkeld. Dit nieuwe materiaal bevat cyanobacteriën. Deze wezentjes halen stikstof en CO2 uit de lucht.
Tegelijkertijd zorgt dit proces ervoor dat het bouwmateriaal sterker wordt. Het is een revolutionaire stap in de biodesign-wereld, die ook met name voor de bouwsector ontzettend interessant is.
Biodesign
Het doel van biodesigners is om duurzame oplossingen te bedenken voor vraagstukken, en daarbij levende organismen in te zetten. In dit geval zijn er dus cyanobacteriën toegevoegd aan bouwmateriaal, die ervoor zorgen dat stoffen zoals koolstofdioxide (CO2) uit de lucht worden gehaald en worden opgeslagen in het bouwmateriaal. Een win-winsituatie dus, want niet alleen wordt de lucht schoner, ook het materiaal wordt sterker omdat proces de verbindingen tussen zanddeeltjes versterkt.
De wereldwijde behoefte aan duurzame oplossingen is groot. Ook de bouwsector is druk op zoek naar nieuwe manieren om duurzamer te werk te kunnen gaan. Hiervoor zijn onder andere duurzame bouwmaterialen nodig. De wetenschappers hopen hiermee een stap in de goede richting te doen, zo luidt het paper. Juist in Nederland is dit materiaal ook erg interessant, vanwege de stikstofcrisis.
Bacteriële bouwvakkers
Het integreren van cyanobacteriën in bouwmaterialen kan mogelijk een waardevolle oplossing bieden voor zowel het stikstofvraagstuk als de klimaatproblematiek in de Nederlandse bouwsector. De wetenschappers van de University of Cambridge hebben ervoor gezorgd dat de bacteriën kunnen leven in een oplossing van calciumcarbonaat. Deze stof wordt veel als bouwmateriaal gebruikt. Er werden proefconstructies gebouwd, of eigenlijk geprint, waarin de cyanobacteriën zich in de muren konden ontwikkelen. En die proeven zijn geslaagd! Na veel experimenten is het de wetenschappers gelukt om een nieuw, duurzaam, en levend bouwmateriaal te creëren.
Cyanobacteriën
De cyanobacterie is familie van de algen. Deze organismen zijn van groot belang op ecologisch en evolutionair niveau. Het fotosyntheseproces is de belangrijkste taak van de bacterie, waarbij koolstofdioxide wordt omgezet in zuurstof. Daarnaast zijn dit de enige organismen die stikstof uit de lucht kunnen halen. Een ideaal kenmerk gezien de stikstofcrisis waar Nederland mee kampt. Het doel van dit bouwmateriaal is dus om energie uit zonlicht te halen, zuurstof te produceren, en CO2 in het materiaal te laten neerslaan.
Klik hier om meer te weten te komen over de wetenschap achter de cyanobacteriën.
Als UTA’er meer, minder, of flexibel werken
In een wereld die continu in beweging is, is het cruciaal dat je werk met je meebeweegt. De “Wet flexibel werken” (Wfw) helpt je om die balans tussen werk en privé te creëren. Een evenwichtige werk-privé balans is namelijk geen luxe, maar een noodzaak.
Om gemotiveerd en productief te blijven is het belangrijk dat je je werk en je persoonlijk leven op een goede manier kunnen combineren. Zo kan het bijvoorbeeld erg helpen wanneer je werkt vanuit huis of een locatie dichter bij huis. Of misschien wil je juist méér of minder werken, of op andere tijden. De Wfw is om deze reden dan ook in het leven geroepen.
Wet flexibel werken
Maar wat houd de Wfw dan precies in? De wet bepaald dat werknemers bij hun werkgever een verzoek mogen indienen voor een wijziging van arbeidsduur, arbeidstijden en arbeidsplaats. De wfw geeft daarbij ook aan hoe werkgevers met zo’n verzoek om moeten gaan. Bijvoorbeeld: een verzoek voor wijziging van arbeidsduur of arbeidstijden moet een werkgever altijd goedkeuren, zolang dit geen grote problemen met zich meebrengt voor de bedrijfsvoering.
Hieronder vind je een overzicht van de richtlijnen rondom het indienen van een verzoek voor wijzing van je arbeidsduur, arbeidstijden, of arbeidsplaats
Verzoek werknemer
Wie
- Werknemers die 6 maanden in dienst zijn geweest (met een maximale onderbreking van 6 maanden) op de datum dat de wijziging in zou gaan.
- Werkzaam bij een organisatie met 10+ werknemers.
Wat
Schriftelijk verzoek met de volgende info:
- Wanneer je wilt dat de wijziging ingaat
- Gewenste werktijden, werkduur of werkplaats
Wanneer
Tenminste twee maanden voor de datum dat je wilt dat de wijziging ingaat.
Hoe vaak
Maximaal één keer per jaar (vanaf het moment dat het vorige verzoek is goedgekeurd of afgewezen).
Je vindt hier een brief die je als voorbeeld kunt gebruiken voor je eigen verzoek.
Reactie werkgever
Wat
Schriftelijke reactie. Wanneer het verzoek niet wordt goedgekeurd moet de werkgever dit motiveren.
Wanneer
Uiterlijk één maand voordat de wijziging in zou gaan.
Goedkeuren of afwijzen
- Voor wijzigingen in arbeidsduur en arbeidstijden moet het verzoek geaccepteerd worden zolang het geen grote negatieve gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.
- Voor wijziging van arbeidsplaats geldt dat een werkgever het verzoek minimaal moet overwegen en met je moet overleggen als deze wordt afgewezen.
Ben je het niet eens met een afwijzing van je verzoek? Dan kan je naar de rechter stappen. Mail uta@fnv.nl wanneer je hier hulp bij kunt gebruiken. We helpen je graag.
Wanneer mag het afgekeurd worden
Je werkgever dient dus uiterlijk een maand voordat de wijziging in zou moeten gaan een reactie te geven. Wordt het goedgekeurd, dan gaat de wijziging in op de datum die in het verzoek staat. Is er geen reactie, dan mag je dit op dezelfde manier behandelen als een goedkeuring. Wordt het verzoek afgewezen, dan moet je werkgever dit dus motiveren; er moet namelijk sprake zijn van een groot probleem voor de bedrijfsvoering. Maar wat betekend dat nou, een groot probleem voor de bedrijfsvoering? Wanneer spreken we van een groot probleem en wanneer niet? Hieronder een aantal voorbeelden:
Minder werken:
- Het zou problemen geven met het werkrooster
- Er is niemand om je werk over te nemen
Meer werken:
- Er is niet voldoende geld om meer uren te bekostigen
- Er is niet voldoende werk om meer uren te werken
Arbeidstijden
- Het bedrijf zou alleen voor jou eerder open moeten
- Door de wijziging zouden er onveilige situaties ontstaan als anderen of jij bijvoorbeeld alleen moeten werken
Arbeidsplaatsen
- Het is niet mogelijk om het werk uit te voeren vanaf de voorgestelde locatie
- Het zou problemen geven met het werkrooster
Wet werken waar je wilt
Er is dus een verschil in hoe arbeidsplaats wordt behandeld ten opzichte van arbeidstijden en arbeidsuren. De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel goedgekeurd die ervoor zou zorgen dat de beslissing over arbeidsplaats op een vergelijkbare manier wordt behandeld als een verzoek voor arbeidsuren of arbeidsplaats. Een werkgever kan deze dan minder makkelijk afwijzen. Dit maakt het dus makkelijker om je arbeidsplek te wijzigen en bijvoorbeeld vanuit huis te werken. Op 12 september 2023 wordt deze wet besproken door de Eerste Kamer. Zodra er meer bekend is zullen wij hier uiteraard wat over delen.
ZZP | Verplichte AOV in 2024
De regering heeft samen met werknemers- en werkgeversorganisaties een pensioenakkoord gesloten. Onderdeel van dit akkoord is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ondernemers.
Naar verwachting ligt het wetsvoorstel over het pensioenakkoord in het voorjaar van 2024 klaar. Als dan de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het voorstel wordt de wet daadwerkelijk ingevoerd.
Veel zelfstandigen onverzekerd
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is nu niet verplicht voor zzp’ers, en veel zelfstandigen sluiten zo’n verzekering ook niet af. 35 procent van zelfstandig ondernemers heeft geen voorziening getroffen om het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid te verminderen, meldt het CBS op basis van onderzoek.
De meest voorkomende reden hiervoor is financieel. 46 procent van de respondenten gaf aan dat de kosten van zo’n verzekering niet opwegen tegen de baten, en 32 procent zei de kosten voor een verzekering niet te kunnen betalen. 20 procent, waarvan met name vrouwen, gaf aan in geval van arbeidsongeschiktheid terug te kunnen vallen op het inkomen van hun partner.
Wel is het zo dat zelfstandigen andere oplossingen hebben om het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid te verminderen. Denk bijvoorbeeld aan spaargeld en beleggingen (37 procent), de waarde van de woning welke het risico afdekt (11 procent), of een schenkkring (6 procent).
Het doel van de verplichte AOV is dat ondernemers straks beschermt zijn tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Ook de samenleving loopt daardoor minder risico en maakt minder kosten.
Hoe ziet de verplichte AOV eruit?
Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering eruit komt te zien. Het ministerie van Sociale Zaken is dit aan het uitwerken op basis van het adviesrapport ‘Keuze voor zekerheid: Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid’ van de Stichting van de Arbeid. Hierin staat onder andere dat vanwege de diversiteit in de zelfstandigenpopulatie, dat het voorstel verschillende keuzemogelijkheden heeft. Zo kan elke zelfstandige zelf bepalen welke verzekering passen is. Ook staat in het rapport dat zelfstandigen mét personeel worden uitgezonderd van de verzekeringsplicht.
Naar verwachting zijn dit enkele belangrijke hoofdlijnen van de verplichte AOV:
- Als je arbeidsongeschikt raakt, moet je het eerste jaar zelf financieel overbruggen. Ná dat jaar ontvang je de uitkering,
- Als je inkomstenbelasting betaald over de winst uit je onderneming, dan ben je verplicht een AOV te hebben,
- De jaarpremie bedraagt tussen de 7,5 en 8 procent van het laatst verdiende inkomen,
- De uitkering is 70 procent van je laatstverdiende loon, waarbij de maximale uitkering 100 procent is van het wettelijk minimumloon (wat het wettelijk minimumloon is in 2023 vind je hier),
- De premie is fiscaal aftrekbaar.
Voorbereid zijn
Het is natuurlijk niet leuk om na te denken over arbeidsongeschikt raken, maar stel dat het jou overkomt, ben je dan voorbereid? Het is goed om na te denken over hoe jij je financiën regelt als je ooit onverhoopt arbeidsongeschikt raakt.
FNV kan je hierbij helpen. We geven advies bij geldzorgen, en onze adviseurs Sociale Voorzieningen ondersteunen je graag. Klik hier om eens een afspraak te maken, dan kijken we samen naar jouw financieel overzicht en kom je wanneer het er op aan komt niet voor verassingen te staan.
FNV Zelfstandigen is er speciaal voor zzp’ers. Op de website vind je meer informatie die voor jou als zelfstandige relevant is.
Een officiële waarschuwing, wat nu?
Is dat even schrikken; een officiële waarschuwing. Hiermee laat je werkgever weten dat hij/zij bepaald gedrag van jou bezwaarlijk vindt. In dit artikel lees je wat een officiële waarschuwing precies is, en hoe je erop kunt reageren.
Een officiële waarschuwing krijg je niet zomaar. Dat gebeurt eigenlijk alleen als jij verantwoordelijk bent voor een vervelende gebeurtenis of situatie op je werk. Het kan ook voorkomen dat je betrokken bent bij zo’n gebeurtenis.
Zo kun je er bijvoorbeeld een krijgen als je regelmatig te laat komt, diefstal, of een ernstig conflict. Je krijgt (meestal) een aangetekende brief met de officiële waarschuwing daarin. Als je je gedrag niet aanpast, kan dit reden zijn om je te ontslaan. Een officiële waarschuwing komt in je personeelsdossier te staan.
Ziekte
De werkgever mag een officiële waarschuwing geven als je ziek bent. Dat kan bijvoorbeeld als je je niet houdt aan de regels voor ziekteverzuim. Wanneer je je gedrag in dit geval niet aanpast, kan de werkgever de betaling van het loon uitstellen of stopzetten. Dit moet worden aangegeven in deze waarschuwing.
Reageren
Door een officiële waarschuwing kan je werkgever een negatief dossier over je opbouwen. Reageer daarom altijd, en doe dit schriftelijk, zodat je altijd kunt aantonen dat je gereageerd hebt.
Geef in je reactie aan met welke punten je het eens en oneens bent. En licht dit ook toe. Geef een reden van je gedrag, of een bewijs dat je onschuldig bent in de situatie. Blijf wel zakelijk en positief (ook je reactie komt namelijk in je personeelsdossier). Als je begrijpt waarom je werkgever je waarschuwt, geef dat dan aan. Bijvoorbeeld omdat je vaak te laat komt. Laat in je reactie weten dat je graag wilt verbeteren en dat je hierover in gesprek wilt gaan met je werkgever.
Mondelinge waarschuwing
Je kunt ook een mondelinge waarschuwing krijgen voor je een officiële waarschuwing krijgt. Protesteer in het geval van een mondelinge waarschuwing niet schriftelijk. Daarmee bewijs je dat je een waarschuwing hebt gehad, en dit kan in je nadeel werken.
Als je het niet eens bent met deze mondelinge waarschuwing kun je erover met je werkgever in gesprek. Leg uit wat er aan de hand is, en ga samen op zoek naar een oplossing. Zet de afspraken vervolgens op papier, zodat er geen onduidelijkheden over kunnen ontstaan.
Kom je er niet uit? We helpen je graag. Stuur een mail naar uta@fnv.nl .
"Werkdruk hoort erbij..."
We hoeven je niet te vertellen dat werken in de bouw uitdagingen met zich meebrengt. Maar een beetje werkdruk hoort erbij, toch? Misschien is het voor jou zelfs zo dat je graag wat werkdruk hebt, anders zou je je gaan vervelen. Uitdaging is voor vrijwel iedereen een belangrijk onderdeel van zijn werk, en dus ook werkplezier. Een beetje uitdaging in je werk hoort er dus zeker bij, maar dan hebben we het natuurlijk wel over een gezonde hoeveelheid. Wanneer is die werkdruk nou gezond en wanneer niet?
Werkdruk is als een dubbelzijdig zwaard. Een gezonde dosis aan uitdaging kan je motiveren, je productief maken en je voldoening geven. Het houdt je op je tenen en laat je groeien. Maar wanneer die uitdaging te veel toeneemt zonder dat je daar voldoende hulpmiddelen bij krijgt, verandert de situatie. Stress slaat toe, je energie raakt uitgeput en je mentale welzijn komt in gevaar. Dan hebben we te maken met een ongezonde werkdruk, wat weer leidt tot werkstress. Het komt helaas nog te vaak voor dat mensen door werkstress uitvallen.
Dus, waaraan herken je gezonde hoeveelheid uitdaging Je voelt een gezonde spanning, maar het is beheersbaar. Je hebt uitdagende taken die je creativiteit prikkelen en zorgen dat je je best wilt doen. Je hebt bijvoorbeeld een strakke deadline voor een project, maar je hebt genoeg middelen en ondersteuning om het tot een succesvol einde te brengen. Gezonde werkdruk geeft je een gevoel van voldoening en groei, zonder je te overweldigen.
Gezonde uitdaging vs. Werkdruk
Ongezonde werkdruk voelt daarentegen behoorlijk anders. Het is overweldigend en kan soms aanvoelen als een marathon zonder eind. Zo kun je bijvoorbeeld te maken hebben met situaties waarbij je verantwoordelijk bent voor het toezicht houden op meerdere bouwprojecten tegelijkertijd, terwijl de deadlines strak zijn en de middelen beperkt zijn. Je krijgt misschien niet de ondersteuning die je nodig hebt om het werk fatsoenlijk te doen. Dit kan leiden tot overuren, constante stress, het gevoel dat je continu onder druk staat en een onhoudbare werk-privé balans. Voor korte duur kan je dit misschien goed hebben, maar op lange termijn gaat het ten koste van jezelf.
Hoe merk je dat je zelf last hebt van een ongezonde werkdruk? Let op de waarschuwingssignalen. Merk je dat je prikkelbaar en gespannen bent, zelfs buiten werktijd? Word je voortdurend geconfronteerd met deadlines die onhaalbaar lijken? Heb je het gevoel dat je constant achter de feiten aanloopt en nooit genoeg tijd hebt om je taken af te ronden? Dit zijn tekenen dat je mogelijk te maken hebt met ongezonde werkdruk.
Gelukkig hoef je dit niet alleen te doorstaan. Hoewel het soms wel zo kan voelen, is een ongezonde werkdruk zelden iets waar maar één persoon last van heeft. Uit onderzoek blijkt ook dat meer dan de helft van de UTA’ers aangeeft een grote werkdruk te ervaren. Door werkdruk bespreekbaar te maken kan je samen met collega’s en je leidinggevende op zoek naar oplossingen.
Vermoed je last te hebben van een ongezonde werkdruk? Doe dan in 1 minuut de Sneltest en krijg hier meer inzicht in.
Of heb je juist weleens oplossingen tegen werkdruk gecreëerd? Neem dan vooral contact met ons op via uta@fnv.nl , we horen graag hoe jij dit hebt gedaan!
ZZP | Trends in de bouwsector
De bouw staat nooit stil. Denk aan technologische ontwikkelingen, zoals BIM, maar ook aan het inzetten van heel nieuwe bouwmethoden, zoals we nu zien in de huizenfabrieken. In dit artikel zetten we een aantal belangrijke trends voor jou als zzp'er op een rijtje.
Door op de hoogte te blijven van de continue ontwikkelingen en trends in de bouwsector, kun je blijven inspelen op de huidige behoeften.
Trends
Voor jou als zzp’er zijn dit vijf specifieke trends die op dit moment relevant zijn:
- Duurzaam bouwen
Duurzaamheid is in de bouwsector op dit moment één van de belangrijkste trends. Steeds meer mensen en bedrijven hechten waarde aan milieuvriendelijke bouwmethoden. Als zzp’er kun je je focussen op duurzame bouwtechnieken. Zoals het gebruik van duurzame materialen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan hennep, kurk en lisdodde. - Digitalisering
Onder andere het Building Information Model (BIM) is een geavanceerde technologie om digitaal mee te bouwen waar je in de bouwsector eigenlijk niet meer omheen kunt. Als zzp’er kun je hier op inspelen door jezelf vertrouwd te maken met BIM-software en het gebruik ervan integreren in je eigen werk. - Slimme woningen
Je ziet steeds vaker slimme woningtechnologie. Denk hierbij aan slimme thermostaten, beveiligingssystemen, verlichting, en andere geautomatiseerde systemen die ook data kunnen verzamelen. Het is de moeite waard om te weten hoe dit precies werkt en hoe je ze kunt implementeren in je projecten. - Renovatie en herbestemming
In sommige gevallen is het renoveren en herbestemmen van bestaande gebouwen duurzamer en kostenefficiënter dan nieuwbouw. Als zzp’er zou je kunnen overwegen je te specialiseren in renovatie- en herbestemmingsprojecten, om aan de vraag naar deze projecten te kunnen voldoen. - Gezondheid en welzijn
Er is een groeiende bewustwording van de impact van de gebouwde omgeving op onze gezondheid en algemeen welzijn. Hierdoor neemt de vraag naar dergelijke ‘groene’ gebouwen toe. Denk bij je projecten eens aan het implementeren van gezondheid- en welzijnsaspecten, zoals natuurlijk licht, en het creëren van gezonde binnenklimaten.
Wil je meer informatie over wat FNV voor jou als zzp’er zou kunnen betekenen? Als zzp’er staat je er soms misschien alleen voor, maar niet bij FNV Zelfstandigen.
Bouwplaats-ID voor een eerlijke en veilige werkomgeving
In 2015 is de cao-afspraak gemaakt om Bouwplaats-ID te ontwikkelen en te implementeren op de Nederlandse bouwplaatsen. Dit instrument moet eerlijk en veilig werken op de bouwplaats bevorderen. Daarnaast versterkt het de positie van de werkenden en verlaagt het de administratieve lasten voor de werkgever.
Bouwplaats-ID is een ‘bouwplaatsregistratiesysteem’ dat wordt ingezet op bouwplaatsen vanaf een bepaalde grootte. Bouwplaats-ID brengt de onderlinge relaties op de bouwplaats in kaart tussen hoofdaannemer (project), onderaannemers, werkenden en ZZP’ers. De hoofdaannemer moet weten wie op welk moment (geoorloofd) op de bouwplaats rondloopt en of deze persoon wel over de juiste papieren beschikt voor de activiteit die moet worden uitgevoerd. Met Bouwplaats-ID wordt dit in één keer zichtbaar en wordt keer duidelijk wie voor wie aan het werk is. Daarnaast heeft de werknemer toegang tot zijn eigen data- ook wanneer deze al lang niet meer op het project werkt.
In 2019 werd duidelijk dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgeleigenheid (SZW) niet de benodigde algemeen verbindend verklaring wilde geven op deze cao-afspraak. Ondersteund door twee moties in het parlement die met overgrote meerderheid zijn aangenomen, onderzoeken we nu samen met SZW de juridische basis van Bouwplaats-ID.
Waarom is BouwplaatsID nodig?
Door fragmentering van de sector staan eerlijk en veilig werk onder druk en staat de aantrekkelijkheid van de sector op het spel. Bouwplaats-ID is een digitale tool waardoor we preventief zaken op gebied van eerlijk en veilig werk kunnen ondervangen.
Digitalisering is de manier om enerzijds aan alle (wettelijke) verplichtingen die de hoofopdrachtgever heeft, te voldoen en anderzijds om de positie van de werkenden te versterken: de werknemer geeft toestemming voor het gebruik van zijn data, de werknemer heeft toegang tot zijn data en behoudt dit ook wanneer het project of zijn werkzaamheden in de bouwsector, al lang zijn afgelopen.
De ontwikkelingen in de bouwsector van de afgelopen jaren laten het belang van een digitaal instrument zien. Dit begon al in 2008, toen de kredietcrisis onder andere leidde tot flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het aantal uitzendkrachten, zzp’ers, en kleine ondernemingen is gestegen (uitbesteden en onderaanneming zijn in de sector de norm geworden). Nu de economie weer aantrekt en er een grote bouwopgave ligt, blijkt dat er een tekort aan vakmensen is waardoor de werkdruk en het aandeel flex in de sector toeneemt.
Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie hebben uitzendkrachten, zzp’ers en buitenlandse werknemers vaker een arbeidsongeval.
Doelstellingen bouwplaats-ID
De doelstellingen van bouwplaats-ID zijn:
- Verhogen van de veiligheid. Beschikt iedereen over de juiste papieren/certificaten?
- Voorkomen van schijnconstructies. Door goede registratie vooraf en een check aan de poort neemt het risico op malafide praktijken af.
- Versterken van de positie van werkenden. De medewerker is eigenaar van zijn eigen data en is geen onzichtbare speler op de bouwplaats.
- Verminderen administratieve lasten van werkgevers.
Bijkomend voordeel is dat er eindelijk goede data gegenereerd wordt over de bouwsector. Tot nu toe zien we heel veel schattingen voorbij komen, maar juist de werknemers die snel van werkplek naar werkplek gaan en die maar kort op een project werken, blijven onder de radar van officiële statistieken. Bouwplaats-ID maakt ook deze groep werkenden zichtbaar.
Preventie en toezicht
FNV pleit al jaren voor het Bouwplaats-ID omdat hiermee eerlijk en veilig werken op de bouwplaatsen wordt vergroot. Duurzame banen met goede arbeidsvoorwaarden en een veilige werkomgeving zijn essentieel om de mensen te behouden in de bouwsector. Bouwplaats-ID moet ervoor zorgen dat de werknemer een betere positie heeft wanneer zaken misgaan en daardoor beter en sneller zijn recht kan halen.










