Het re-integratietraject van begin tot eind
Wanneer je voor langere tijd ziek bent ga je samen met je werkgever kijken welke mogelijkheden er zijn om weer aan het werk te gaan. Dit heet re-integreren. In dit artikel leggen we uit hoe dit re-integratietraject eruit ziet.
Het re-integratieproces is een vast traject. In onderstaande video worden de stappen die worden doorlopen uitgelegd.
https://www.youtube.com/watch?v=XB5hkkcbQKQ
Wat kan je zelf doen?
Tijdens je ziekte heb je rechten en plichten. Er zijn vijf dingen die je zelf kunt doen tijdens je re-integratietraject.
- Ziek melden: op dag 1 van je ziekte moet je je ziek melden bij je werkgever.
- Bereikbaar zijn: tijdens je ziekte moet je zorgen dat je bereikbaar bent. Zowel je werkgever als de bedrijfsarts of arboarts moeten je kunnen bereiken als dat nodig is.
- Gesprekken voeren: je dient aanwezig te zijn bij de gesprekken met de bedrijfsarts of arboarts. Hier krijg je een oproep voor.
- Genezing niet tegen houden: natuurlijk is niemand graag ziek. Je doet er alles aan om beter te worden. En je doet niets wat jouw genezing kan vertragen.
- Hou je aan afspraken: zorg dat je de afspraken die je bijvoorbeeld in het plan van aanpak hebt afgesproken nakomt.
Ontslag tijdens re-integratie
Je werkgever mag je niet ontslaan tijdens je re-integratie. Er geldt een zogeheten opzegverbod. Er zijn wel een paar uitzonderingen.
Neem ook nooit zelf ontslag, als je ziek bent. Ga daarbij ook niet akkoord met ontslag dat wordt voorgesteld door je werkgever. Let op: Dringt je werkgever aan op ontslag tijdens ziekte of overweeg je toch zelf ontslag te nemen, neem altijd contact op met de FNV, aangezien dit grote gevolgen kan hebben.
Binnen vier weken weer ziek?
Wanneer je je beter meldt heb je misschien niet het gehele re-integratietraject doorlopen. Word je binnen vier weken na je betermelding weer ziek? Dan worden de twee periodes van ziekte bij elkaar opgeteld. Het re-integratietraject gaat dan verder op het punt waar je je de vorige keer beter hebt gemeld. Meld je je weer ziek buiten deze weken, dan begint het re-integratietraject weer van voren af aan.
Hulp bij re-integratie
Tijdens het re-integratietraject komt er veel op je af. Een re-integratieconsulent van de FNV vertelt je wat je te wachten staat en kan je (wanneer je lid bent) ook coachen bij je gesprekken met je werkgever, bedrijfsarts, en het UWV. Dat geeft zekerheid. Je staat er niet alleen voor. Neem telefonisch contact met ons op via 088 368 0368 om een afspraak te maken met een re-integratieconsulent.
Wil je meer weten? In de checklist ‘Ziekte en Werk’ vind je meer informatie. En in de checklist ‘Succesvol en Gezond re-integreren’ staan 9 tips waardoor je precies weet wat jouw rechten en plichten zijn en hoe je jouw re-integratietraject goed kan laten verlopen.
Bedrijfsarts: jouw rechten en plichten
Als je ziek bent moet je je ziekmelden bij je werkgever. Je kunt dan gevraagd worden om naar de bedrijfsarts te gaan. In dit artikel leggen we je uit hoe dit in zijn werk gaat.
De bedrijfsarts is er niet voor jou, ook niet voor je werkgever, maar om ervoor te zorgen dat een gezonde werksituatie zo snel mogelijk weer hervat kan worden op een manier die gunstig is voor alle partijen. Dat is goed om in je achterhoofd te houden.
Alleen een bedrijfsarts kan bepalen of een zieke werknemer (tijdelijk) arbeidsongeschikt is. Een werkgever kan en mag dat niet beoordelen. Het is dan ook belangrijk dat je werkgever de ziekmelding tijdig doorgeeft aan de bedrijfsarts of arbodienst.
Tijdlijn
Binnen 6 weken na de eerste dag van ziekte dient de bedrijfsarts een probleemanalyse op te stellen. Binnen 2 weken na de probleemanalyse stelt de werkgever samen met de werknemer het plan van aanpak op.
Ziek is ziek, natuurlijk. Met de bedrijfsarts kun je eventueel overleggen of een deel van je werk wel kunt doen, en wat daar voor nodig is. Bijvoorbeeld:
- Welke taken kun je doen?
- Hoeveel uur kun je werken?
Let op: Ben je in vaste dienst, heb je een tijdelijk contract, of ben je stagiair? Dan kun je bij de bedrijfsarts van je werkgever terecht. Als vrijwilliger of zelfstandig ondernemer kun je dit niet.
Ben je 6 weken ziek? En lijkt het langer te gaan duren? Dan vult de bedrijfsarts een speciaal formulier in. Dat heet de probleemanalyse. Op basis van de probleemanalyse maken jullie vervolgens een Plan van Aanpak.
Bezoek bedrijfsarts
Als je ziek bent kan de bedrijfsarts of arbo-arts je uitnodigen op het spreekuur. Je mag zo’n uitnodiging niet weigeren. Je bent verplicht om te gaan, ook al word je naar de andere kant van het land geroepen. Lukt het je echt niet om de afspraak na te komen? Probeer de situatie dan in overleg met je werkgever op te lossen.
Geheimhoudingsplicht
De bedrijfsarts en arbo-arts hebben een geheimhoudingsplicht. De gesprekken met de arts zijn vertrouwelijk. Zonder jouw toestemming mag hij niet praten over je ziekte met je werkgever, huisarts of specialist. Lees hier [artikel over ziekte en privacy] meer over jouw privacy tijdens ziekte.
Er zijn een aantal dingen die de bedrijfsarts of arbo-arts wel met anderen mag bespreken:
- Hij mag advies geven aan je werkgever over welk werk je kunt doen en voor hoe lang.
- Hij kan aangeven of jij en je werkgever voldoende doen aan je re-integratie.
Second opinion
Wanneer jij het niet eens bent met je bedrijfsarts heb je recht op een second opinion. Je hoeft niet per se een conflict te hebben met de bedrijfsarts. Het kan ook zijn dat je in goed overleg besluit dat een andere bedrijfsarts een oordeel geeft. De bedrijfsarts moet dan een andere, onafhankelijke bedrijfsarts inschakelen om jou nogmaals te onderzoeken.
Je hebt sowieso recht op een second opinion in alle conflictsituaties, maar ook bij alle belangrijke beslissingen van de werkgever of arbodienst. Dat geldt in elk geval voor de volgende situaties:
- Als er sprake is van een concreet aanbod voor (aangepast) passend werk, ook wanneer dit bij een andere werkgever is.
- Als er twijfel is of iemand op een bepaald moment echt ongeschikt is om te werken. Dit kan ook het geval zijn als de bedrijfsarts in zijn of haar advies afwijkt van dat van de huisarts.
- Bij de toetsing op re-integratie-inspanningen. Je kunt vrijwel altijd een verband leggen met de genoemde situaties. Aarzel dus niet om gebruik te maken van je recht op een second opinion.
En de uitslag van een second opinion? Je mag zelf weten wat je daarmee doet. In onderstaande video wordt alles uitgelegd over de second opinion.
https://www.youtube.com/watch?v=NMOq3JujeCc
Re-integratie
Als een werknemer langdurig ziek is geweest, kan het lastig zijn om weer aan het werk te gaan. Het opstarten met werken na een periode van verzuim noemen we re-integratie. De bedrijfsarts speelt een belangrijke rol in dit proces.
In de checklist ‘Ziekte en Werk’ van de FNV staat een tijdlijn waarin jij kan zien op welke momenten je een second opinion zou kunnen aanvragen.
Ben jij voor langere tijd ziek? Of aan het re-integreren? E-book ‘Langdurig ziek’ kan je van alle informatie voorzien.
Heb je behoefte aan advies, of een vraag? Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl en we helpen je op weg.
Privacy bij ziekte: dit zijn jouw rechten
Ziekte kan een scala aan oorzaken hebben. Maar hoe zit het nu precies met je privacy wanneer je ziek wordt? Wat mag je werkgever wél en wat mag hij vooral niét aan je vragen?
We hebben in Europa de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), en zelfs in de Grondwet is opgenomen je recht hebt op privacy (artikel 10). Maar wanneer je ziek wordt vindt er uitwisseling van medische gegevens plaats. Je bent natuurlijk vrij in wat je wel en niet met mensen deelt over je situatie. In dit artikel vertellen wat je werkgever je wel en niet mag vragen, en wat de rol van de arbodienst/bedrijfsarts is. In onderstaande video worden jouw rechten en plichten met betrekking tot ziekte en privacy op een rijtje gezet.
https://www.youtube.com/watch?v=SbQNz2yZFM8
Wat mag je werkgever niét vragen?
Als werknemer heb je recht op privacy. Dat geldt natuurlijk ook wanneer je ziek bent. Dat betekent dat je werkgever niet mag vragen:
- wat je precies mankeert
- wat de oorzaak is
- welke werkzaamheden je wel/niet kunt doen
- of het te maken heeft met je privéleven
- of de ziekte zwangerschap gerelateerd is
De werkgever mag je ook geen aangepast of vervangend werk opdragen zonder advies van de bedrijfsarts.
Wat mag je werkgever wél vragen?
Je werkgever wil graag informatie over je situatie. Dat is best logisch. Bijvoorbeeld hoe lang je niet beschikbaar bent voor werk. Misschien voel je je verplicht op antwoord te geven op alle vragen. Wees ervan bewust dat hij jou alleen de volgende vragen wel mag stellen:
- waar en hoe je te bereiken bent
- hoe lang je verzuim gaat duren
- hoe het zit met je lopende afspraken en werkzaamheden
- of je verzuim door een bedrijfsongeval of verkeersongeval komt
Ook mag de werkgever de arbodienst of bedrijfsarts inschakelen. Bijvoorbeeld om een oordeel te geven over welke werkzaamheden je (nog) wel kan doen. Alleen de bedrijfsarts of de Arboarts mogen jouw medische gegevens verwerken.
Heb je nog vragen? Je kunt hier de brochures ‘Ziekte en arbodienst’ en ‘Langdurig ziek’ downloaden. Je kunt ook gerust een mailtje sturen naar uta@fnv.nl wanneer je behoefte hebt aan advies.
Digitalisering | Investeer in vaardigheden van mensen
Meer woningen, digitalisering, de energietransitie, een duurzame gebouwde omgeving: om alle urgente ambities te realiseren is digitale (keten)samenwerking cruciaal. Vanuit FNV Bouwen & Wonen dragen we daar graag aan bij.
https://youtu.be/ZbSSN0tYEj4
Kitty van den Hoven, bestuurder bij FNV Bouwen & Wonen: “De wereld om ons heen verandert, daardoor ontstaan ook nieuwe technieken en werkwijzen. Er is veel aandacht voor de technische innovatie, maar veel minder voor de sociale innovatie. Dit terwijl de veranderingen voor de mens/werknemers groot zijn. Er komen nieuwe functies, er verdwijnen functies en er veranderen functies. En als er aandacht is voor de sociale innovatie is deze vaak gericht op studenten/jonge werknemers, terwijl we alle werknemers hierin mee moeten nemen. Juist ook de huidige groep werknemers.”
Wat zie je gebeuren in de praktijk?
Kitty: “Iemand die nu 40 is, had tijdens zijn schooltijd nog nauwelijks ervaring met internet. Hij heeft ongetwijfeld bijgeleerd door het gebruik van zijn mobiele telefoon. Maar de diepere achtergronden - hoe werkt het, wanneer werkt iets wel en wanneer niet, hoe staat het met de digitale veiligheid? - kennen de meeste 35-ers niet. Dan heb je het wel over een grote groep die nog ruim 25 jaar moet werken. De meeste digitale bijscholing richt zich op werknemers met een hbo- of wo-opleiding. Maar dat zijn niet degenen die het werk op de bouwplaats doen.”
Wat is er nodig in de sector?
Kitty: “We moeten weten waar we nu staan, en waar we naar toe willen. We hebben een visie van bedrijven nodig op digitalisering en welke impact dat heeft op de organisatie en het werk. Ik zie hier een belangrijke rol weggelegd voor HR en de OR.”
Wat kunnen werkgevers doen?
Kitty: “Werkgevers moeten flink investeren in de kennis en vaardigheden van hun werknemers. De sector kan hier ondersteuning bieden door dit gezamenlijk op te pakken. Zo zorgen we samen voor goed opgeleid personeel en daarmee goed werk. Leren hoeft niet in de schoolbanken, maar kan ook gerealiseerd worden door bijvoorbeeld iemand stage laten lopen binnen het eigen bedrijf. Bedrijven moeten ruimte geven aan de werknemers om zich te kunnen ontwikkelen. Laat werknemers meedenken, meepraten, en ook meebeslissen. Dan zijn ze een stuk gemotiveerder om mee te gaan in alle ontwikkelingen. Wij pleiten voor een innovatieve organisatie waar technologische innovatie en sociale innovatie samengaan.”
Wat zie je gebeuren in de toekomst?
Kitty: “Opdrachtgevers gaan steeds meer eisen stellen, dus het is voor bedrijven eigenlijk onmogelijk om niet mee te gaan met deze ontwikkelingen. En ook, door sommige technologische ontwikkelingen neemt de fysieke belasting voor werknemers af. Dat is goed! Maar het mag niet gaan leiden tot een slechte kwaliteit van werk: veel van hetzelfde, eentonigheid, et cetera. Voor werknemers wordt het werk interessanter als ze meer vaardigheden hebben en daardoor breed inzetbaar zijn. Kortom zich kunnen blijven ontwikkelen. Niemand vindt saai werk leuk!”
Bedrijven en werknemers kunnen contact opnemen met FNV Bouwen & Wonen voor ondersteuning op het gebied van sociale innovatie via uta@fnv.nl.
Nachtwerkers meer kans op slechte werk-privébalans
Door de globalisering en technologische vooruitgang werken we steeds minder op standaard werktijden. De verwachting is dat deze trend de komende decennia nog verder toenemen. Nachtwerkers hebben meer kans op een slechte werk-privé balans.
In 2019 werkten ruim 1,2 miljoen Nederlanders soms of regelmatig in de nacht, zo luidt de data van het CBS. In het onderzoek betekent nachtwerk dat er minimaal 1 uur gewerkt wordt tussen 00:00 ’s nachts en 06:00 ’s ochtends.
Mensen die in de nacht werken, hebben meer dan 2,5 keer zoveel kans op een slechte werk-privébalans. Zij vinden het lastiger om werk en privé te combineren dan mensen die alleen overdag werken. Dat is een van de resultaten uit het onderzoek van het RIVM en TNO, naar de impact van nachtwerken en mogelijke oplossingen. De nachtwerkers geven in de interviews verder aan dat zij door nachtwerk minder tijd met hun familie of partner kunnen doorbrengen en dat ze zich geïsoleerd voelen. Ook hebben ze door vermoeidheid op vrije dagen minder behoefte aan sociale contacten hebben of mijden ze deze zelfs, omdat ze zich moeten voorbereiden op een nachtdienst. Dit geldt overigens niet voor alle nachtwerkers. Sommigen geven aan dat zij privétaken juist beter kunnen combineren wanneer zij nachtdiensten draaien dan tijdens dagdiensten.
Dag-nachtritme
Het menselijk lichaam heeft een biologische klok. Hierdoor hebben we allemaal een dag-nachtritme van dat ongeveer 24 uur duurt. Dit ritme wordt ook wel het circadiane ritme genoemd, wat ‘circa één dag’ betekent. Het ritme is te zien in het slaap-waakritme, maar ook in een groot aantal andere lichaamsprocessen. Zo heeft je biologische klok invloed op je hormoonafgifte (onder andere melatonine en cortisol) en je glucosehuishouding.
Verschillende functies van het lichaam, waaronder lichaamstemperatuur, honger, en verzadiging, worden ook gereguleerd door de biologische klok. Je klok zorgt er dus voor dat de processen in je lichaam op het juiste moment plaatsvinden.
Effecten op gezondheid
De impact die nachtwerken op de gezondheid van iemand heeft wordt waarschijnlijk medebepaald door verschillende karakteristieken. Denk aan de duur van de nachtdiensten en hoe vaak men in diensten werkt. Ook het rooster of patroon waarin verschillende typen diensten elkaar opvolgen speelt mogelijk een rol.
Werken in de nacht verstoort het dag-nachtritme (de biologische klok) van het lichaam. Volgens de Gezondheidsraad leidt (langdurig) nachtwerk tot een verhoogd risico op slaapproblematiek, diabetes type 2, en hart- en vaatziekten.
In het onderzoek melden de respondenten dat zij verschillende gezondheidsklachten ervaren. De fysieke klachten zijn onder andere vermoeidheid, hoofdpijn, maag-darmklachten, en spier- of gewrichtsklachten. Ook is er sprake van verschillende mentale gezondheidsgevolgen, zoals gevolgen voor het cognitief functioneren (verminderde focus, alertheid, geheugen, en concentratie), prikkelbaar zijn, eenzaamheid en somberheid, en stress.
Werknemers met nachtwerk hebben ongeveer 1,5 keer zoveel kans op arbeidsongevallen (gedurende de dag of nacht) dan werknemers zonder nachtwerk. Dit blijkt uit de analyses op basis van de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) van TNO en CBS onder bijna 400.000 werknemers. Hierbij zijn geen grote verschillen tussen sectoren te zien. Het is echter onbekend of de ongevallen plaatsvinden tijdens een dag- of een nachtdienst. Ook werd de terugreis naar huis na een nachtdienst (waarbij de kans bestaat dat nachtwerkers zitten te knikkebollen achter het stuur) niet meegenomen in de NEA.
Waarom toch ’s nachts werken?
64 procent van de werkgevers gaf in het onderzoek van het RIVM en TNO aan dat de belangrijkste reden voor nachtwerk is dat het werk direct uitgevoerd moet worden. Denk hierbij aan werk in de zorg, bij de politie, of de brandweer. Economische redenen, zoals het behalen van productiedoelstellingen en de optimale inzet van machines, en praktische redenen zoals machines die 24 uur per dag moeten draaien, zijn voor ongeveer een derde van de werkgevers (zeer) belangrijke redenen.
Oplossingen
Het RIVM en TNO hebben in het onderzoek ook gekeken naar oplossingen om de risico’s voor gezondheid en welzijn van nachtwerkers te verminderen. Hier valt ook de werk-privébalans onder. Uit de resultaten blijkt dat zowel werkgevers als werknemers en bedrijfsartsen weinig mogelijkheden zien om minder werk in de nacht te doen.
Werkgevers benoemen bereikbaarheidsdiensten en het inzetten van nieuwe technologie (denk aan automatisering) als opties om het nachtwerk misschien voor een klein deel te verminderen.
De nachtwerkers zelf zijn niet te spreken over de bereikbaarheidsdiensten, omdat deze mogelijk een negatief effect hebben op de slaapkwaliteit en op de werk-privébalans. Dat is dus geen oplossing, maar het verplaatsen van het probleem. Nachtwerkers zelf benoemen verschillende oplossingen, zoals het beperken van de hoeveelheid taken in de nacht, of onderling ervaringen delen.
Tijdens het symposium over het onderzoek van het RIVM en TNO afgelopen 16 maart, sprak een verpleegkundige die regelmatig nachtdiensten draait over de oplossingen die haar ziekenhuis biedt aan nachtwerkers. Zo krijgen de nachtwerkers ’s nachts een gezonde maaltijd en snack aangeboden, en bestaat er de mogelijkheid om een powernap te doen tijdens de dienst.
Volgens het RIVM en TNO is het gezien de beperkte mogelijkheden om nachtwerk te verminderen, nodig dat er meer kennis komt over mogelijke oplossingen en hoe deze oplossingen op een goede manier gerealiseerd kunnen worden.
Biedt jouw werkgever oplossingen voor nachtwerk? Heb je vragen, of wil je jouw eigen ervaringen met werken in de nacht delen? Stuur een e-mail naar uta@fnv.nl en we nemen contact met je op.
Sta hier eens bij stil: we zitten te veel
Uit onderzoek van TNO blijkt dat 57 procent van de UTA’ers teveel zit. Langdurig zitten brengt gezondheidsrisico’s met zich mee. Zo heb je een grotere kans op vroegtijdig overlijden, en meer kans op hart- en vaatziekten. Tijd om te bewegen!
“Draai een keer in het rond, stamp met je voeten op de grond, zwaai je armen in de lucht, en ga nu zitten met een zucht”. Waarschijnlijk zit jij nu met dit kinderliedje in je hoofd. En in plaats van dit lied de rest van de dag te zingen, is het misschien verstandig om het dansje erbij te gaan doen. 57 procent van het UTA-personeel zit namelijk te veel, zo vertelde Lidewij Renaud van TNO tijdens de Volandis Deskundigendag afgelopen 17 november. Geen verkeerd idee dus om wat vaker te bewegen, want er zitten enkele gezondheidsrisico’s aan langdurig zitten.
Hoelang is te lang?
In 2021 hebben Nederlandse volwassenen van 18 t/m 64 jaar gemiddeld 9,6 uur van de dag zittend doorgebracht, aldus TNO. Men zit in het weekend minder lang dan doordeweeks. In het weekend is dit namelijk 8,4 uur en doordeweeks 10,1 uur. Meer dan de helft van het zitten vindt plaats tijdens het werk. Het gaat hier om gemiddeld 4,6 uur per dag. In de vrije tijd zit men ongeveer 3,2 uur. De overige tijd (1 uur) zitten we in de auto voor het woon-werkverkeer. In 2015 en 2017 waren Nederlanders ‘Europees kampioen zitten’. Het gaat echt om zitten, dus activiteiten met een laag energiegebruik in zittende of (half)liggende houding, maar niet slapend.
In Nederland geldt de algemene beweegrichtlijn om minimaal 150 minuten per week matig-intensief te bewegen. Je kunt hierbij denken aan wandelen en fietsen. Daarnaast wordt ook geadviseerd om minstens twee keer per week spier- en botversterkende activiteiten te doen.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om zitten te vervangen door fysieke activiteit. Het maakt hierbij niet uit hoe intensief je beweegt, omdat iedere activiteit beter is dan zitten. Voor mensen met een zittend beroep is het goed om regelmatig, bij voorkeur elk halfuur, het zitten te onderbreken met staan of lopen.
Gezondheidsrisico’s
Langdurig zitten hangt samen met een risico op vroegtijdig overleiden, aldus de Gezondheidsraad. Meer dan acht uur zitten per dag kan leiden tot 27 procent meer kans op vroegtijdig overlijden dan als men minder dan vier uur zit. Daarnaast heb je door langdurig te zitten een hoger risico op hart- en vaatziekten. De kans op hart- en vaatziekten is namelijk 74 procent hoger voor mensen die meer dan 8 uur zitten per dag en weinig bewegen, in vergelijking met mensen die minder dan vier uur per dag zitten en erg veel bewegen. Daarnaast zou langdurig zitten ook de kans op diabetes type II, depressieve klachten en sommige vormen van kanker verhogen. Wanneer het zitten met beeldschermwerk wordt gecombineerd, is er ook sprake van een verhoogde kans op klachten aan armen, nek en schouders.
Kom in beweging
Je kunt meer bewegen een onderdeel van je werkdag te maken door elk halfuur even op te staan en door je huis, werkruimte of buiten te lopen. Leg de lat niet te hoog voor jezelf, door meteen aan de beweegnorm te voldoen. Begin met kleine stapjes en kijk naar wat jij leuk vindt om te doen. Het gebruik van een stappenteller kan al een leuke motivator zijn om meer stappen op een dag te zetten. Of ga eens een rondje wandelen in je pauze, of pak wat vaker de fiets of trap. Je kan er ook voor kiezen om de meest favoriete collega te worden door steeds koffie voor anderen te gaan halen.
Ga vooral ook eens in gesprek met je leidinggevende. Je kan bijvoorbeeld vragen om hulpmiddelen, zoals een zit-stabureau of een beweegschema. Uiteindelijk heeft je werkgever er baat bij dat het personeel meer beweegt. Goed voorbeeld doet volgen.
Het moet organisatorisch wel mogelijk zijn om het zitten te onderbreken. Geef niet meteen op als het niet mogelijk is om te gaan staan, maar kijk wat er mogelijk is binnen jouw werk. Zwaai bijvoorbeeld een paar keer met je armen, of haal je schouders een aantal keer op. Heb je alle ruimte? Draai dan een keer in het rond, en doe een dansje. Niet alleen goed voor je gezondheid, maar ook nog eens voor je concentratie en stemming.






