Privacy bij ziekte

Privacy bij ziekte: dit zijn jouw rechten

Ziekte kan een scala aan oorzaken hebben. Maar hoe zit het nu precies met je privacy wanneer je ziek wordt? Wat mag je werkgever wél en wat mag hij vooral niét aan je vragen?

We hebben in Europa de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), en zelfs in de Grondwet is opgenomen je recht hebt op privacy (artikel 10). Maar wanneer je ziek wordt vindt er uitwisseling van medische gegevens plaats. Je bent natuurlijk vrij in wat je wel en niet met mensen deelt over je situatie. In dit artikel vertellen wat je werkgever je wel en niet mag vragen, en wat de rol van de arbodienst/bedrijfsarts is. In onderstaande video worden jouw rechten en plichten met betrekking tot ziekte en privacy op een rijtje gezet.

https://www.youtube.com/watch?v=SbQNz2yZFM8

Wat mag je werkgever niét vragen?

Als werknemer heb je recht op privacy. Dat geldt natuurlijk ook wanneer je ziek bent. Dat betekent dat je werkgever niet mag vragen:

  • wat je precies mankeert
  • wat de oorzaak is
  • welke werkzaamheden je wel/niet kunt doen
  • of het te maken heeft met je privéleven
  • of de ziekte zwangerschap gerelateerd is

De werkgever mag je ook geen aangepast of vervangend werk opdragen zonder advies van de bedrijfsarts.

Wat mag je werkgever wél vragen?

Je werkgever wil graag informatie over je situatie. Dat is best logisch. Bijvoorbeeld hoe lang je niet beschikbaar bent voor werk. Misschien voel je je verplicht op antwoord te geven op alle vragen. Wees ervan bewust dat hij jou alleen de volgende vragen wel mag stellen:

  • waar en hoe je te bereiken bent
  • hoe lang je verzuim gaat duren
  • hoe het zit met je lopende afspraken en werkzaamheden
  • of je verzuim door een bedrijfsongeval of verkeersongeval komt

Ook mag de werkgever de arbodienst of bedrijfsarts inschakelen. Bijvoorbeeld om een oordeel te geven over welke werkzaamheden je (nog) wel kan doen. Alleen de bedrijfsarts of de Arboarts mogen jouw medische gegevens verwerken.

Heb je nog vragen? Je kunt hier de brochures ‘Ziekte en arbodienst’ en ‘Langdurig ziek’ downloaden. Je kunt ook gerust een mailtje sturen naar uta@fnv.nl wanneer je behoefte hebt aan advies.


Werkgever failliet

Werkgever failliet, wat nu?

Als je werkgever failliet gaat kan dat een hele onrustige en onzekere periode opleveren. In dit artikel leggen we uit wat je moet en kunt doen bij een faillissement.

Bij een faillissement kan je werkgever de kosten niet meer betalen, en kan het bedrijf niet meer bestaan. Wanneer je werkgever je loon niet meer kan betalen heet dat ‘betalingsonmacht’.

Wat gebeurt er eerst?

Tijdens het faillissement loopt je contract door. Dit betekent dat je moet blijven werken, en dat je recht hebt op loon. Wanneer je werkgever failliet gaat, benoemt de rechtbank een curator. De curator neemt de rol van de werkgever over en handelt het faillissement af. De curator mag alle arbeidsovereenkomsten opzeggen, ook wanneer een werknemer ziek is.

Er zijn voor jou drie mogelijke uitkomsten na een faillissement:

  1. Je verliest je baan, maar de curator moet zich aan een opzegtermijn van maximaal 6 weken houden. Je werkt tijdens de opzegtermijn door, hebt in deze tijd recht op loon, maar je hebt geen recht op een transitievergoeding.
  2. Ontslag na een doorstart: Als je wordt ontslagen nadat het bedrijf een doorstart maakt, heb je wél recht op een transitievergoeding.
  3. Baanbehoud: Er is ook een kans dat je je baan kunt houden nadat het bedrijf een doorstart maakt. Afhankelijk van of er sprake is van ‘overgang van onderneming’ behoudt je je oorspronkelijke contract. Neem bij twijfel contact op met uta@fnv.nl .

Loon en ontslagvergoedingen

Na het faillissement betaalt het UWV het loon. Je krijgt dan de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’. Het UWV betaalt:

  • Loon dat je nog niet hebt ontvangen van maximaal 13 weken voor jouw arbeidscontract is opgezegd (achterstallig loon);
  • Loon vanaf de het moment dat jouw contract is opgezegd tot aan het einde van de opzegtermijn (meestal 6 weken);
  • Vakantiegeld, vakantiedagen en niet betaalde pensioenpremies van het jaar voordat jouw contract is opgezegd.

Wat moet jij doen?

Als de curator je contract heeft opgezegd en je hebt (nog) geen nieuwe baan op de planning staan, dan kun je bij het UWV een werkloosheidsuitkering aanvragen. Dit moet je binnen een week na het eind van de opzegtermijn van je failliete werkgever doen.

Je moet de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ ook zelf aanvragen bij het UWV. Soms informeert de curator je hierover. Je hoort ook een uitnodiging te krijgen van de curator en/of het UWV voor informatiebijeenkomsten over dit onderwerp.

Meld bij de curator welk bedrag je precies moet krijgen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je werkgever al langer dan 13 weken geen loon heeft betaald. De curator probeert dit aan je te betalen, maar andere schuldeisers (zoals de Belastingdienst) hebben voorrang.

Belangrijk om te weten

  • Betaalt je werkgever je loon niet, en is hij nog niet failliet verklaard door de rechter? Doen moet je je loon eisen bij de werkgever door middel van een loonvordering.
  • Als de curator je arbeidsovereenkomst opzegt, geldt er een opzegtermijn van maximaal 6 weken. Jouw dienstverband loopt dus nog maximaal 6 weken door nadat uw contract is opgezegd. De curator bepaalt of je in deze periode moet werken of niet. Je hebt in deze periode in ieder geval wél recht op loon.
  • Het UWV betaalt bij de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ maximaal 150% van het maximumdagloon.
  • Maakt het bedrijf een doorstart? Dan blijf je waarschijnlijk gewoon werkzaam bij het bedrijf. Als je dit niet wilt, let er dan op dat het afwijzen van een arbeidsovereenkomst invloed kan hebben op je recht op een WW-uitkering.
  • Begin je tijdens de opzegtermijn bij een andere werkgever? Dan moet de curator hier toestemming voor geven.
  • Bovenwettelijke vakantiedagen die je niet hebt opgenomen kun je omzetten in geld en uitbetaald krijgen.

Hulp nodig?

Nogmaals, zo’n faillissement is schrikken en brengt veel onzekerheid met zich mee. De FNV staat voor je klaar. Zijn er dingen onduidelijk? Of heb je gewoon advies of een luisterend oor nodig? Voor FNV-leden staan juristen voor je klaar, en kunnen we je loopbaanbegeleiding aanbieden. Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl of neem telefonisch contact op via 088 368 0368.


manieren

Werkdruk | Drie manieren waarop mensen ermee omgaan

In de bouwsector is werkdruk een veelgehoord probleem. De manier waarop je er mee omgaat maakt een groot verschil in wat er met de werkdruk gebeurt. In dit artikel bespreken we de drie manieren waarop mensen omgaan met werkdruk.

Zwijgen

Veel mensen zullen ervoor kiezen om te zwijgen wanneer de werkdruk erg hoog is. Het lijkt misschien wel of anderen er geen last van hebben, dus wil je niet overkomen alsof je enige bent die het zwaar vindt. Of misschien vind je wel dat hard doorwerken de enige manier is waarop je met werkdruk om kunt gaan. Wanneer je ervoor kiest om een te hoge werkdruk niet te benoemen, verandert er vaak niets of wordt de situatie zelfs erger. Het is lijkt soms makkelijker om het probleem te negeren in de hoop dat het vanzelf verdwijnt. Helaas blijft de werkdruk vaak bestaan en neemt het meestal zelfs toe. Dit kan leiden tot frustratie, minder werkplezier en uiteindelijk zelfs uitvallen.

Klagen

Een andere veelvoorkomende reactie op werkdruk is klagen. Op z’n tijd mag er best even geklaagd worden. Maar wanneer het een gewoonte is geworden om te mopperen op alles wat niet lekker loopt, creëer je een negatieve sfeer op de bouwplaats. Klagen is probleemgericht en focust zich voornamelijk op wat er mis is, zonder een duidelijke oplossing te bieden. Dit kan de stemming van het hele team verlagen en leiden tot een minder efficiënte werkomgeving.

Erover praten

De meest effectieve benadering van werkdruk is erover spreken. Door openlijk te communiceren over je uitdagingen, neem je verantwoordelijkheid voor jezelf en je omgeving. Dit bevordert een oplossingsgerichte aanpak, waarbij je samen met je team naar manieren kan zoeken om de werkdruk te verminderen. Door te spreken over werkdruk, creëren je een cultuur van openheid, begrip en samenwerking. Ook daagt het uit om tot slimme oplossingen te komen voor dingen die niet lekker lopen. Dit leidt uiteindelijk tot een gezondere en productievere bouwomgeving.

Kortom; het verschil tussen zwijgen, klagen en erover spreken is duidelijk. Door te kiezen voor open communicatie, nemen we de controle over onze werkdruk en creëren we een positieve en oplossingsgerichte werkomgeving voor onszelf en ons team. Hoe ga jij met werkdruk om?

Wil je graag weten hoe je werkdruk het beste kan aanpakken? Houd dan deze website of onze LinkedIn in de gaten. Binnenkort hoor je hier meer over. Ondertussen kun je luisteren naar de podcast over werkdruk in de bouwsector.


Loonkloof

Wat is de loonkloof?

Sinds 1975 is gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wettelijk verplicht. Toch is er in Nederland nog steeds sprake van een flinke loonkloof. Het is een grote reden voor frustratie onder vrouwen op de werkvloer.

Er is sprake van ongelijke beloning als er ongelijk wordt beloond voor gelijkwaardig werk. Dit is het geval als vrouwen minder verdienen dan hun mannelijke collega voor vergelijkbaar werk. De termen ‘ongelijke beloning’ en ‘de loonkloof’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. De loonkloof gaat namelijk over de ongelijke positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwen gemiddeld minder verdienen.

De cijfers

38% -  Vrouwen verdienen per jaar gemiddeld 38% minder dan mannen in Nederland. In dit cijfer zie je terug dat vrouwen vaker deeltijd werken dan mannen. Een salarisverschil van 38% maakt dat vrouwen vaker financieel afhankelijk zijn van hun partner.

13% - Vrouwen verdienen gemiddeld 13% minder per uur dan mannen. Er wordt hierbij gekeken naar bruto uurloon in plaats van jaarsalaris, waardoor het deeltijdwerken gecorrigeerd wordt. Dit percentage wordt het meest gehanteerd.

6% - Als verschillende factoren gecorrigeerd worden, blijft er nog steeds een ‘onverklaarbare loonkloof’ over van 6%. Hiervoor word gekeken naar het bruto uurloon van mannen en vrouwen in vergelijkbare functies. Deze onverklaarbare loonkloof wijst op loondiscriminatie.

Slecht betaalde sectoren

Een veelgenoemde oorzaak van de loonkloof is dat vrouwen nou eenmaal vaak banen kiezen in sectoren die slechter betalen, zoals de zorg of het onderwijs. Echter constateerde socioloog Évelyne Sullerot dat beroepen waarin veel vrouwen werken, over het algemeen lager aanzien hebben. Sterker nog: hoe meer vrouwen in een vooral door mannen gedomineerde beroepsgroep aan de slag gaan, hoe meer de status van dat beroep afneemt en daarmee de salarissen.

Genderstereotypering is een van de voornaamste oorzaken van deze ontwikkeling. Deze genderstereotypen schrijven voor hoe mannen en vrouwen zich zouden moeten gedragen en bepalen wat mannen en vrouwen volgens de samenleving ‘horen’ te doen. Technische beroepen zijn namelijk typisch mannelijk en de zorg en het onderwijs typisch vrouwelijk. Vrouwen worden daardoor minder snel aangenomen voor typische ‘mannenberoepen’, waardoor het typische ‘mannenberoepen’ blijven.

Gebrek aan doorgroeimogelijkheden

Vrouwen krijgen vaak niet genoeg kansen om hogerop te komen, waardoor weinig vrouwen in leidinggevende posities zitten. Ook in de bouw zijn vrouwen helaas nog flink ondervertegenwoordigd in het bestuur. Slechts 5,8 procent van de bestuursfuncties wordt bekleed door een vrouw.

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom vrouwen minder doorgroeikansen hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dat vrouwen geen contractverlening krijgen na een zwangerschap, niet meer uren mogen werken omdat het werk ‘te zwaar’ zou zijn, of het ontbreken van mogelijkheden voor opleidingen binnen het bedrijf.

Meer over de loonkloof

Wil je meer weten over de loonkloof, de oorzaken en oplossingen, download dan onze PDF waarin de loonkloof wordt uitgelegd: De loonkloof uitgelegd.


2024

Bouwsector 2024 | Dit verandert er

Nieuw jaar, nieuwe regels. Zowel op cao-niveau als landelijk treden er veranderingen op. Denk aan de loonstijging, en aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Hieronder vind je een overzicht met een aantal belangrijke verschillen in 2024, ten opzichte van vorig jaar.

Cao Bouw&Infra

Op 1 januari 2024 is de nieuwe cao Bouw&Infra ingegaan. Dat betekent dat de lonen per die datum met 3,5 procent en vijftig euro per maand stijgen. In juli komt dezelfde verhoging nog een keer. In totaal komt dit neer op zo’n 10 procent loonstijging.

Andere belangrijke veranderingen binnen de cao zijn dat de uitvoerder vanaf nu ook aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling, en dat er weer een onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden voor UTA-medewerkers.

Je leest hier alles over de nieuwe cao Bouw&Infra.

Minimumloon

Per 1 januari gaat in heel het land het minimumuurloon in. De wettelijk voorgeschreven minimum dag-, week-, en maandlonen verdwijnen. Hierdoor verdienen werknemers met een minimumloon altijd hetzelfde uurloon.

Wetten

Afgelopen jaar werd er ingestemd met de Omgevingswet op 1 januari 2024, maar deze instemming werd vrij vlot weer ingetrokken. Ondanks aanhoudende weerstand is de Omgevingswet, die alle regels rondom de leefomgeving moet versimpelen, dit jaar van start gegaan.

Bij de invoering van deze nieuwe Omgevingswet is ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) afgelopen januari in werking getreden. Dat is de opvolger van het Bouwbesluit 2012.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat stapsgewijs in.

STAP wordt SLIM

De scholingssubsidie STAP stopt in 2024. Van het bedrag dat hierdoor vrijkomt (147 miljoen euro) gaat 73,5 miljoen euro naar de scholingssubsidie SLIM in de periode 2024-2027.

Werkkostenregeling

De eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt verlaagd van 3 procent in 2023, naar 1,92 procent in 2024.

Verwachting 2024

Volgens de ING is de bouwsector in 2023 met 3 procent gegroeid, maar zal er sprake zijn van een krimp in 2024. Deze krimp wordt geschat op -2,5 procent.

De ING ziet dat de meeste bouwbedrijven er na jaren van grote groei er nog steeds goed voor staan. Door de buffers verwacht de bank dat de bouwsector de volumekrimp goed moet kunnen doorstaan. Daarbij is de verwachting dat aannemers hun prijzen verhogen.

Ook de nieuwbouw profiteert. Nieuwbouwprojecten die eerst niet konden worden uitgevoerd vanwege te hoge kosten, kunnen in 2024 vaker wel tot stand komen. Dat komt goed uit, want de interesse in nieuwbouw neemt ook weer toe. Dat is te zien in de verkoopcijfers van nieuwbouw.


Hoofduitvoerder Sander Goudriaan

Hoofduitvoerder Sander Goudriaan: "De einddatum staat"

George Evers ontmoet Sander bij een groot renovatieproject van een kantoorpand in hartje Amsterdam. Sander werkt inmiddels ruim 32 jaar in de bouw, waarvan een groot aantal jaren bij IJbouw. IJbouw is een groot bouwbedrijf uit Amsterdam en is onderdeel van een groter concern.

Sander is hoofduitvoerder en dat is goed te merken. In zijn kantoor lopen voortdurend mannen in en uit om even met hem te overleggen over de uitvoering van het werk. Alle lijnen lopen via hem, een echte spin in het web. Ondanks deze drukte straalt het werkplezier ervan af: Sander gedijt goed in de hectiek van alledag. En of het niet genoeg is, zorgt hij daarnaast ook nog voor de inzet van de timmerlieden bij alle projecten van IJbouw.

Werken met onderaannemers

Sander werkt veel met onderaannemers in projecten, zoals gebruikelijk is in de bouw. De onderaannemers zijn andere bedrijven, maar ook zzp-ers. ‘Ik werk zoveel mogelijk met vaste partners samen en dat geldt ook voor zzp-ers. Ik ken ze goed, weet wat ik kan verwachten en zij weten precies wat ik wil. Doordat je elkaar goed kent is de samenwerking goed en weet ik dat zij goede kwaliteit leveren. Ik heb wel eens een zzp-er gehad die niet de door mij gewenste kwaliteit leverde en zich ook niet liet aansturen. Ja, dan moet je op een gegeven moment afscheid nemen van iemand.’

Sander benadrukt dat je als hoofduitvoerder duidelijk moet zijn in hoe het werk moet worden uitgevoerd. ‘Er zijn tekeningen gemaakt die aangeven wat er moet gebeuren, maar in het werk kom je allerlei zaken tegen die je ter plekke moet regelen. Ik weet hoe ik het uitgevoerd wil hebben en bespreek dat met de mannen. Het komt wel voor dat iemand een beter idee heeft hoe het ook kan, ja dan neem je dat wel over. Voor mijn werk heb je overtuigingskracht nodig en overwicht op anderen. Anders red je het niet.’

Werkdruk

Uit een recent onderzoek uitgevoerd in opdracht van de sociale partners, blijkt dat in de bouw veel werkdruk voorkomt. Hoe is dat bij Sander? ‘Werkdruk is heel herkenbaar, daar heeft iedereen mee te maken. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor het ontstaan van werkdruk. Om te beginnen, de computer. Vroeger toen alles met de hand werd getekend betekende een wijziging dat je heel voorzichtig de tekening moest aanpassen. Je schraapte als het ware met een fijn mesje een deel van de tekening weg. Als je dat iets te onzorgvuldig deed dan kon je een nieuwe tekening maken, en je weet hoeveel werk dat was. Nu met de computer is het aanpassen een fluitje van een cent. Je ziet daardoor eindeloos veel aanpassingen en veranderingen in de tekeningen, de ene versie na de andere. Die wijzigingen zijn afkomstig van de architect, de opdrachtgever, maar ook vanuit overheid als een ontwerp niet voldoet aan de eisen. Het lastige is dat deze wijzigingen zelfs worden aangebracht tijdens de werkzaamheden en ja dan moet je echt het uitvoeringsplan bijstellen.’

Sander wijst er op dat de eisen die worden gesteld steeds strenger zijn. ‘Er zijn steeds meer regels waarmee ik rekening moet houden tijdens de werkzaamheden. Wordt er gewerkt met gevaarlijke stoffen of wordt er op hoogte gewerkt? Welke maatregelen moet je dan nemen om ervoor te zorgen dat het werk veilig en gezond gebeurt. Tegenwoordig moet je rekening houden met circulariteit: je kunt verwijderde materialen niet meer standaard in de container storten, want ze moeten opnieuw worden gebruikt. Als hoofduitvoerder ben je verantwoordelijk voor alles wat er op de bouw gebeurt, dus moet je voortdurend alert zijn.’

De werkdruk wordt ook veroorzaakt als een aantal zaken nog niet bekend zijn. Soms is een vergunning nog niet afgegeven, is nog niet bekend met welke bouwmaterialen moet worden gewerkt of is nog niet duidelijk welk budget beschikbaar is. Terwijl je wel al moet starten, want de einddatum staat. Die is heilig. Dat betekent dat je soms moet besluiten om extra te werken, bijvoorbeeld op een zaterdag om wat tijd in te halen. ‘Die flexibiliteit heb je nodig, het moet natuurlijk niet standaard zijn, maar soms is dat de manier om de opleverdatum te halen. Ook dan loop je tegen bepaalde zaken aan, die je niet kunt beïnvloeden. We werken nu op een plek waar de opdrachtgever zorgt voor de toegang. En zij openen iets later dan wij soms willen beginnen of zij hebben op zaterdag een beperkte openingstijd. Ja daar heb je dan wel mee te maken.’

Erkenning

Er is binnen de bouw wel de erkenning dat werkdruk bestaat, maar het voorkomen en oplossen is lastig. Sander geeft aan dat hij het gesprek met zijn werkgever in harmonie voert over compensatie van de extra gewerkte uren.  Maar wie het initiatief hiervoor ook neemt daargelaten. Het zou het fijner zijn afspraken over dit onderwerp in de cao met elkaar te maken, immers het kan maar duidelijk zijn wat de afspraken zijn. ‘Binnen de bouw is de gedachte dat de extra uren er nu eenmaal bij horen. Ten dele klopt dat wel, want veel in de bouw is moeilijk voorspelbaar en dat vraagt om de nodige flexibiliteit. Ik vind dat bouwbedrijven soms te gemakkelijk rekenen op deze flexibiliteit en de inzet van bouwmedewerkers. Daar zijn we als medewerkers ten dele mede schuldig aan, want je wilt  uiteindelijk dat een bouwproject op tijd klaar is.’


Werk en een gezin: "Op vakantie en weer aan het werk"

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) vertelt over haar leven met partner Stefan Bok (33) en hun kindje. In december 2022 werden ze ouders van dochter Gijsje. Deze keer vertelt ze over op vakantie gaan met een baby en weer aan het werk gaan na je vakantie.

"Ons kleine croissantje is alweer acht maanden oud. Ze tijgert en kruipt het hele huis door, zit zelfstandig op d’r billen, heeft acht tandjes en ze gaat al staan. Staan ja, op twee benen! Gijsje verschonen gaat niet meer want binnen één seconde draait ze zich om en zit ze in de kruiphouding. Dat is lastig billen afvegen kan ik je vertellen. Dus daar zijn we maar mee gestopt. Nee grapje, maar het is serieus een two-man job geworden. De een houdt haar in de houdgreep en de ander maakt van verschonen een wedstrijdje. Je moet wat.

Een maand vakantie

Mijn vakantie zit erop; ik ben weer aan het werk. Ik kan terugkijken op een heerlijke vakantie. Van vijf weken overigens. Vijf weken ja. Ik moet er bij vertellen dat daarvan een gedeelte bestond uit betaald ouderschapsverlof. Twee van de vijf weken vakantie verbleven we in Frankrijk. Precies in die weken dat het hier in Nederland alleen maar regende. Bofkonten dus. We zaten op een camping in een glampingtent. Met een houtenterras waar Papa en Mama konden genieten van een wijntje, een boek en van Gijsje natuurlijk. Genieten met een hoofdletter, want Gijsje zat zo nu en dan in een opblaasbare box. Dikke tip! We kochten een opblaasbaar badje. Niet groot, niet klein. Net zo groot als een box ongeveer, maar dan rond. Je vult het badje niet met water maar met speelgoed. Uren speelplezier. Wat ook hielp is dat er veel campinggasten op weg naar het zwembad voorbij onze tent liepen. Gijsje lag dan vaak met haar armpjes over de rand te kijken naar iedereen die voorbij liep. Zie je het voor je?

Het was echt niet alleen maar rozengeur en maneschijn op vakantie. Zeker niet. Gijsje is onderweg een paar keer doorgelekt. Dat ruik je dan ineens. Eerst checkten we of de geur niet van buiten kwam (wat nooit zo was) en dan: auto aan de kant en Gijsje verschonen in de kofferbak. Ook de eerste nacht verliep niet vlekkeloos. Gijsje vond het lastig om in haar campingbedje te slapen, dus sliep ze de hele nacht tussen ons in. Dat klinkt romantisch, maar dat is het niet. En wat denk je van die dikke tip van hierboven: na drie dagen spelen vond Gijsje het wel welletjes geweest en besloot er eigenhandig uit te kruipen. Dag boek, hallo Gijsje.

Weer aan het werk

En toen naderde de laatste week van mijn vakantie. Ik denk dan veel na over wat er de komende tijd op de planning staat. Wat er met spoed gebeuren moet, de leuke klusjes, de minder leuke klusjes, wat er op mijn agenda staat op mijn eerste werkdag, et cetera et cetera. En stiekem word ik daar best een beetje zenuwachtig van. Weer een wekker zetten, bammetjes smeren, naar de kinderopvang, files, enzovoort. Herkenbaar?

Op onze verjaardagskalender in de maand augustus staat het volgende op de kalender: ‘’Tijdens je werk naar een fijne vakantie verlangen is goed. Tijdens een fijne vakantie verlangen naar je werk is geweldig.’’ Gaat dit voor jou op? Dan krijg je van mij een FNV|UTA koffiebeker to-go. Stuur een mailtje naar uta@fnv.nl onder de vermelding van het onderwerp ‘koffiebeker to-go’’ en licht in minimaal 100 woorden toe waarom jij tijdens je vakantie naar je werk verlangt."

Combineer jij net als FNV|UTA consulent Daniëlle je werk met een gezin en heb je vragen over je rechten met betrekking tot verlof of andere gerelateerde zaken? Schroom dan niet en mail naar uta@fnv.nl of bel/whatsapp naar 06-18511269.

 

Daniëlle Strijbos – Bok

Consulent UTA/moeder

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) heeft een relatie met Stefan Bok (33). Samen hebben ze een dochter Gijsje (0).

 


Column Daan #3

Weer aan het werk: "Voor het eerst als gezin op vakantie"

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) vertelt over haar leven met partner Stefan Bok (33) en hun kindje. In december 2022 werden ze ouders van dochter Gijsje. Dit keer vertelt ze over voor het eerst als gezin op vakantie gaan.

"Op het moment dat je mijn column leest heb ik vakantie. In totaal vijf weken. Een gedeelte van die vijf weken is betaald ouderschapsverlof. Om recht te hebben op betaald ouderschapsverlof moet je de negen betaalde weken opnemen in het eerste levensjaar van je kindje. Doe je dat niet, dan behoudt je de weken in tijd, maar vervalt de plicht van het UWV om je salaris (tot maximaal 70% van het maximum dagloon) door te betalen. Iets om in de gaten te houden dus.

Vive la France

Over een week gaan we voor het eerst als gezin op vakantie. We gaan met de auto naar de kust van Frankrijk. De westkust om precies te zijn, vlakbij Bordeaux. We rijden zowel de heen- als de terugweg in twee etappes. Al met al neemt elke etappe zo’n vijf à zes uur in beslag. Dat lijkt mij nu goed te doen, maar of dat ook echt goed gaat laat ik jullie weten in mijn volgende column. De heenweg overnachten we in het plaatsje Versailles. Bij het paleis. Heerlijk om daar even in de tuin(en) te wandelen, naar de fonteinen te kijken en te genieten van onze eerste Franse lunch. Ik kan niet wachten!

Avec le voiture

Voor een eerste gezinsvakantie hebben wij gekozen voor een autovakantie. Omdat Frankrijk aan al onze wensen voldoet is vliegen niet nodig. Wij hebben thuis ook een fijne gezinsauto voor de deur staan. Groot genoeg voor een autovakantie. Tenminste, dat denk ik. Want toen ik visualiseerde wat we allemaal mee moeten nemen raakte ik toch een klein beetje in paniek. Want dat past toch nooit? De kinderwagen, campingbedje, matrasje, lakentjes/slaapzakken, badje, luiers, doekjes, kleding, verzorgingsspullen, speelgoed, et cetera et cetera. Hoe dan? En wij hebben maar één kindje. Moet je nagaan als je twee, drie of meer kinderen hebt. We vroegen vrienden en familie met kinderen het hemd van het lijf. De beste tip: koop een buggy. Dat hebben we meteen gedaan. Zo eentje die je tevens als schoudertas gebruiken kunt. Lekker compact. Manlief was niet meteen overtuigd want er waren ook goedkopere alternatieven. En hoewel dat klopte waren ze ook een stuk minder mooi. Dat was echter niet het beste argument om Stefan te overtuigen. Een argument waar de consumentenbond in verwerkt is werkt vaak beter. Nadat Stefan de buggy een paar keer (soepel) in- en uitklapte was hij overtuigd. Hij leek zelfs onder de indruk. Allebei blij.

Naast de buggy-tip kregen we de tip om een dakkoffer aan te schaffen. Om nog meer spullen mee te nemen die je waarschijnlijk helemaal niet gaat gebruiken. Herkenbaar? Meestal nemen we de helft van onze ingepakte kleren weer schoon terug mee naar huis. Om ze vervolgens wel uit te wassen, want ze liggen niet meer zo fris in de koffer. Wie is er net zo gek?

Een fijne zomer!

Mijn vakantie is aanstaande, misschien zit die er van jou al op of mag je nog. Hoe dan ook; ik wens je een hele fijne zomer toe!"

 

Daniëlle Strijbos – Bok

Consulent UTA/moeder

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) heeft een relatie met Stefan Bok (33). Samen hebben ze een dochter Gijsje (0).

 


concurrentiebeding voorkomen

Hoe voorkom ik een concurrentiebeding

Onlangs is uit onderzoek is gebleken dat de beperking die je hebt wanneer je een concurrentiebeding ondertekent onterecht is. In dit artikel geven we je tips over hoe jij een concurrentiebeding in je contract kunt voorkomen. 

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft dit onderzoek door het onderzoeksbureau Panteia laten uitvoeren als vervolg op een motie die in de Tweede Kamer is ingediend. De motie vroeg om nadere voorwaarden voor het gebruik van het concurrentiebeding. Het gebruik van het concurrentiebeding is namelijk dusdanig breed dat het tot een ongerechtvaardigde beperking van werknemers kan leiden. Op dit moment is het zo dat 1 op de 3 Nederlanders te maken heeft met een concurrentiebeding. Lees hier alle ins en outs over het concurrentiebeding.

Wetsvoorstel

Het kabinet wil dat het op voorhand duidelijker wordt wanneer een concurrentiebeding kan worden opgenomen en ingeroepen door een werkgever. Daarom is minister Van Gennip van plan de volgende wijzigingen uit te werken in een wetsvoorstel:
Het concurrentiebeding wordt wettelijk begrensd in duur. Daarnaast moet het concurrentiebeding geografisch worden afgebakend, specifiek en gemotiveerd in het contract. De werkgever moet in vaste contracten het zwaarwichtig bedrijfsbelang van een concurrentiebeding motiveren (dit geldt al voor tijdelijke contracten).
Als een werkgever een vertrekkende werknemer aan het concurrentiebeding houdt, moet de werkgever een vergoeding betalen aan de werknemer. Dit wordt een wettelijk bepaald percentage van het laatstverdiende salaris. Zo'n vergoeding zorgt ervoor dat werkgevers goed nadenken voordat ze het concurrentiebeding opnemen en inroepen.

Tips

Hieronder geven wij jou wat tips die jij kan gebruiken tijdens jouw sollicitatieprocedure om een concurrentiebeding te voorkomen.

  1. Geef je zorgen aan. Benoem tijdens de sollicitatie- of onderhandelingsfase waarom je van mening bent dat een concurrentiebeding in de weg kan staan van je carrière en groei mogelijkheden. Tenslotte beperkt een concurrentiebeding je ‘’bewegingsvrijheid’’. En als je bij je vórige werkgevers een concurrentiebeding had gehad, had je hier nu niet kunnen solliciteren!
  2. Ga in op de specifieke voorwaarden van het concurrentiebeding en benoem waarom die je beperken. Een werkgever is vaak bereid om af te zien of om bepaalde wijzigingen aan te brengen om je als werknemer aan te trekken.
  3. Raadpleeg een specialist. Onderteken nooit gelijk je contract. Een arbeidsjurist of de vakbond kan jouw contract checken. Vaak is een concurrentiebeding niet geldig omdat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Op grond van artikel 7:653 lid 3 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter kan jouw concurrentiebeding buiten werking stellen of beperken als jij door het beding onbillijk wordt benadeeld. Zo oordeelde de rechter in een kortgeding zaak dat ‘’Een concurrentiebeding is bedoeld om het bedrijfsdebiet van een werkgever te beschermen, niet om – al dan niet in een krappe arbeidsmarkt – werknemers te binden’’.

Wil je dat wij je contract voor je checken? We doen het graag. Stuur een mailtje naar uta@fnv.nl


Transitie pensioenfondsen | Duurzaam beleggen nieuwe norm

Je werkgever betaalt maandelijks voor al zijn werknemers een pensioenpremie. Hiermee bouw je een pensioenkapitaal op. Dit kapitaal wordt vervolgens collectief belegd in duizenden aandelen en obligaties wereldwijd. Het duurzaam beleggen van pensioenfondsen is een groeiende trend.

Duurzaam beleggen in pensioenfondsen houdt in dat er rekening wordt gehouden met milieu-, sociale en governance (ESG) factoren bij het nemen van beleggingsbeslissingen. Het doel is om zowel financiële rendementen te behalen als positieve maatschappelijke en milieueffecten te genereren.

BpfBOUW

BpfBOUW doet mee aan de groeiende trend van duurzaam beleggen. De overtuiging is dat duurzaam beleggen bijdraagt aan een goed pensioen. Daarnaast helpt het om een goed rendement te behalen en dat het financiële risico’s op de lange termijn verminderd. BpfBOUW legt de nadruk op duurzaam wonen, werken, en leven. Dit betekent dat bpfBOUW hun beleggingen vooral richt op de thema’s klimaat, goede arbeidsomstandigheden en hergebruik van materialen (circulariteit).

Het is het beleid binnen bpfBOUW om niet te beleggen in bedrijven die betrokken zijn bij het maken van tabak, kernwapens, clusterbommen, landmijnen, chemische- en biologische wapens. Ook beleggen zij niet in staatsobligaties van landen waar een bindend VN- of EU-wapenembargo van kracht is. Of van landen die burgervrijheden en democratie ernstig beperken.

Als jongere houd je je vaak nog niet bezig met pensioen. Omdat het nog voor sommigen wel veertig jaar duurt staan we er vaak helemaal niet bij stil. Het is verstandig om op jonge leeftijd al te beginnen met het opbouwen van pensioen. Wat er dan gebeurt is dat de premies die je afdraagt nog heel lang worden belegd. Door het rente-op-rente-effect levert dit veel meer op dan als je op je 50e pas start. Indien je wil bijdragen aan een duurzame toekomst is het verstandig om vroeg te beginnen met het opbouwen van pensioen.

Verdiep je in je pensioen! Controleer je loonstrook. Kijk of je werkgevers maandelijks premie voor je afdraagt. Indien je geïnteresseerd bent of vragen hebt kun je altijd met ons contact opnemen.

Wil je meer informatie over je pensioen? Wij hebben alles over het pensioen van de UTA’er op een rijtje gezet. Download het ‘UTA pensioen e-book’ hier.


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.