Ziek tijdens vakantie

Ziek tijdens vakantie? Dit moet je doen

Eindelijk geniet je van je welverdiende vakantie na weken of maanden hard werken. Maar dan word je ziek. Super vervelend. Naast dat je minder of niet kunt genieten van je vakantie, kan het ook zo zijn dat je je vakantiedagen kwijt bent. Wij vertellen je wat je moet doen.

In onderstaande video legt Caroline van Ooijen uit wat jouw rechten en plichten zijn als je ziek bent tijdens je verlof.

https://www.youtube.com/watch?v=po_IrG5aG1I&list=PLFr23ec3V0UBUg63B1yQ1Xd91bHie2InN&index=7

Meld je meteen ziek

Als je ziek wordt tijdens je vakantie, meld je dit meteen aan je werkgever. Dit doe je op de manier die je gewend bent. Meestal zijn hier afspraken over gemaakt in het bedrijfsreglement of in je arbeidsovereenkomst. Zo kunnen er afspraken zijn dat je je voor een bepaalde tijd of bij een bepaald persoon moet ziekmelden. Iemand anders mag ook contact met je werkgever opnemen, als jij zelf niet in staat bent om dit te doen.

Zodra je beter bent, meld je dit ook direct aan je werkgever. Het kan zijn dat je oproep krijgt van de bedrijfsarts als jij weer terug bent.

Overleg met een arts of je naar huis kunt

Ben je in het buitenland of op een ander vakantieadres? Dan hoef je niet naar huis als dat medisch niet verantwoord is. In dat geval is het belangrijker dat je snel beter wordt. Ga daarom zo snel mogelijk naar een arts. Deze moet dan verklaren dat jij ziek bent. Ook moet deze arts verklaren dat het niet mogelijk is om te reizen. Als je alleen thuis kan herstellen, kan je beter wel naar huis gaan. Ook dit bespreek je met de arts.

Blijf bereikbaar

Tijdens je ziekte is het in ieder geval belangrijk om bereikbaar te zijn voor je werkgever. Geef daarom je vakantie- of verpleegadres door aan je werkgever. Ook is het van belang dat je aan de arts vraagt of hij een officiële doktersverklaring geeft, waarin de diagnose, het advies van de arts en de verwachting van de ziekteduur in staat. Dit dient als bewijs en kan eventuele onduidelijkheden achteraf voorkomen.

Wat gebeurt er met je vakantiedagen?

Je werkgever mag geen vakantiedagen inhouden over de dagen dat je ziek bent. Hiervoor is het wel van belang dat je je meteen ziekmeldt bij je werkgever.

Als jij instemt om verlofdagen op te nemen tijdens je ziekte, of als je je al gedeeltelijk ziek gemeld had toen je op vakantie ging, dan lever je wel gewoon je vakantiedagen in. In je arbeidsovereenkomst of cao kunnen soms andere regels staan. Maar voor de cao Bouw & Infra is dit niet het geval.

Kom je er niet uit?

Wil je werkgever toch je vakantiedagen inhouden terwijl je je wel meteen hebt ziekgemeld en aan de voorschriften hebt gehouden? Neem dan contact met ons op! Stuur een mail naar uta@fnv.nl en we helpen je verder. Download hier de Checklist Ziekte en Vakantie.


Internationale Vrouwendag

Internationale Vrouwendag 8 maart 2024

Ieder jaar vieren we op 8 maart Internationale Vrouwendag. Op deze dag worden op verschillende plekken vrouwen extra in het zonnetje gezet, wordt er aandacht gevraagd voor vrouwen op de werkvloer en worden er evenementen georganiseerd. Zo ook door de FNV.

Op Internationale Vrouwendag staan we namelijk stil bij de stappen die zijn gezet op het gebied van gelijkheid op de werkvloer. Toch zijn er nog steeds uitdagingen op het gebied van gendergelijkheid. Vrouwen ervaren nog steeds ongelijkheid op de arbeidsmarkt, geweld en discriminatie. We moeten blijven strijden voor een wereld waarin mannen en vrouwen gelijke kansen hebben.

Wij organiseerden een webinar met inspirerende gasten. Onder begeleiding van Amy-Jane Gielen vroegen wij Sylvana Simons, Faith Bruyning (NSC) en andere vrouwen het hemd van het lijf over alles wat te maken heeft met gelijkheid op de werkvloer, zoals de loonkloof.

Heb je het gemist, maar wil je het terugkijken? Klik dan hier!

De boodschap is duidelijk. We moeten opstaan. Voor elkaar. Samen staan we namelijk veel sterker. Houd daarom onze kanalen nauw in de gaten. FNV|UTA wil dat het het hele jaar bouwvrouwendag is.


Werkgever failliet

Werkgever failliet, wat nu?

Als je werkgever failliet gaat kan dat een hele onrustige en onzekere periode opleveren. In dit artikel leggen we uit wat je moet en kunt doen bij een faillissement.

Bij een faillissement kan je werkgever de kosten niet meer betalen, en kan het bedrijf niet meer bestaan. Wanneer je werkgever je loon niet meer kan betalen heet dat ‘betalingsonmacht’.

Wat gebeurt er eerst?

Tijdens het faillissement loopt je contract door. Dit betekent dat je moet blijven werken, en dat je recht hebt op loon. Wanneer je werkgever failliet gaat, benoemt de rechtbank een curator. De curator neemt de rol van de werkgever over en handelt het faillissement af. De curator mag alle arbeidsovereenkomsten opzeggen, ook wanneer een werknemer ziek is.

Er zijn voor jou drie mogelijke uitkomsten na een faillissement:

  1. Je verliest je baan, maar de curator moet zich aan een opzegtermijn van maximaal 6 weken houden. Je werkt tijdens de opzegtermijn door, hebt in deze tijd recht op loon, maar je hebt geen recht op een transitievergoeding.
  2. Ontslag na een doorstart: Als je wordt ontslagen nadat het bedrijf een doorstart maakt, heb je wél recht op een transitievergoeding.
  3. Baanbehoud: Er is ook een kans dat je je baan kunt houden nadat het bedrijf een doorstart maakt. Afhankelijk van of er sprake is van ‘overgang van onderneming’ behoudt je je oorspronkelijke contract. Neem bij twijfel contact op met uta@fnv.nl .

Loon en ontslagvergoedingen

Na het faillissement betaalt het UWV het loon. Je krijgt dan de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’. Het UWV betaalt:

  • Loon dat je nog niet hebt ontvangen van maximaal 13 weken voor jouw arbeidscontract is opgezegd (achterstallig loon);
  • Loon vanaf de het moment dat jouw contract is opgezegd tot aan het einde van de opzegtermijn (meestal 6 weken);
  • Vakantiegeld, vakantiedagen en niet betaalde pensioenpremies van het jaar voordat jouw contract is opgezegd.

Wat moet jij doen?

Als de curator je contract heeft opgezegd en je hebt (nog) geen nieuwe baan op de planning staan, dan kun je bij het UWV een werkloosheidsuitkering aanvragen. Dit moet je binnen een week na het eind van de opzegtermijn van je failliete werkgever doen.

Je moet de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ ook zelf aanvragen bij het UWV. Soms informeert de curator je hierover. Je hoort ook een uitnodiging te krijgen van de curator en/of het UWV voor informatiebijeenkomsten over dit onderwerp.

Meld bij de curator welk bedrag je precies moet krijgen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je werkgever al langer dan 13 weken geen loon heeft betaald. De curator probeert dit aan je te betalen, maar andere schuldeisers (zoals de Belastingdienst) hebben voorrang.

Belangrijk om te weten

  • Betaalt je werkgever je loon niet, en is hij nog niet failliet verklaard door de rechter? Doen moet je je loon eisen bij de werkgever door middel van een loonvordering.
  • Als de curator je arbeidsovereenkomst opzegt, geldt er een opzegtermijn van maximaal 6 weken. Jouw dienstverband loopt dus nog maximaal 6 weken door nadat uw contract is opgezegd. De curator bepaalt of je in deze periode moet werken of niet. Je hebt in deze periode in ieder geval wél recht op loon.
  • Het UWV betaalt bij de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ maximaal 150% van het maximumdagloon.
  • Maakt het bedrijf een doorstart? Dan blijf je waarschijnlijk gewoon werkzaam bij het bedrijf. Als je dit niet wilt, let er dan op dat het afwijzen van een arbeidsovereenkomst invloed kan hebben op je recht op een WW-uitkering.
  • Begin je tijdens de opzegtermijn bij een andere werkgever? Dan moet de curator hier toestemming voor geven.
  • Bovenwettelijke vakantiedagen die je niet hebt opgenomen kun je omzetten in geld en uitbetaald krijgen.

Hulp nodig?

Nogmaals, zo’n faillissement is schrikken en brengt veel onzekerheid met zich mee. De FNV staat voor je klaar. Zijn er dingen onduidelijk? Of heb je gewoon advies of een luisterend oor nodig? Voor FNV-leden staan juristen voor je klaar, en kunnen we je loopbaanbegeleiding aanbieden. Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl of neem telefonisch contact op via 088 368 0368.


manieren

Werkdruk | Drie manieren waarop mensen ermee omgaan

In de bouwsector is werkdruk een veelgehoord probleem. De manier waarop je er mee omgaat maakt een groot verschil in wat er met de werkdruk gebeurt. In dit artikel bespreken we de drie manieren waarop mensen omgaan met werkdruk.

Zwijgen

Veel mensen zullen ervoor kiezen om te zwijgen wanneer de werkdruk erg hoog is. Het lijkt misschien wel of anderen er geen last van hebben, dus wil je niet overkomen alsof je enige bent die het zwaar vindt. Of misschien vind je wel dat hard doorwerken de enige manier is waarop je met werkdruk om kunt gaan. Wanneer je ervoor kiest om een te hoge werkdruk niet te benoemen, verandert er vaak niets of wordt de situatie zelfs erger. Het is lijkt soms makkelijker om het probleem te negeren in de hoop dat het vanzelf verdwijnt. Helaas blijft de werkdruk vaak bestaan en neemt het meestal zelfs toe. Dit kan leiden tot frustratie, minder werkplezier en uiteindelijk zelfs uitvallen.

Klagen

Een andere veelvoorkomende reactie op werkdruk is klagen. Op z’n tijd mag er best even geklaagd worden. Maar wanneer het een gewoonte is geworden om te mopperen op alles wat niet lekker loopt, creëer je een negatieve sfeer op de bouwplaats. Klagen is probleemgericht en focust zich voornamelijk op wat er mis is, zonder een duidelijke oplossing te bieden. Dit kan de stemming van het hele team verlagen en leiden tot een minder efficiënte werkomgeving.

Erover praten

De meest effectieve benadering van werkdruk is erover spreken. Door openlijk te communiceren over je uitdagingen, neem je verantwoordelijkheid voor jezelf en je omgeving. Dit bevordert een oplossingsgerichte aanpak, waarbij je samen met je team naar manieren kan zoeken om de werkdruk te verminderen. Door te spreken over werkdruk, creëren je een cultuur van openheid, begrip en samenwerking. Ook daagt het uit om tot slimme oplossingen te komen voor dingen die niet lekker lopen. Dit leidt uiteindelijk tot een gezondere en productievere bouwomgeving.

Kortom; het verschil tussen zwijgen, klagen en erover spreken is duidelijk. Door te kiezen voor open communicatie, nemen we de controle over onze werkdruk en creëren we een positieve en oplossingsgerichte werkomgeving voor onszelf en ons team. Hoe ga jij met werkdruk om?

Wil je graag weten hoe je werkdruk het beste kan aanpakken? Houd dan deze website of onze LinkedIn in de gaten. Binnenkort hoor je hier meer over. Ondertussen kun je luisteren naar de podcast over werkdruk in de bouwsector.


Loonkloof

Wat is de loonkloof?

Sinds 1975 is gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wettelijk verplicht. Toch is er in Nederland nog steeds sprake van een flinke loonkloof. Het is een grote reden voor frustratie onder vrouwen op de werkvloer.

Er is sprake van ongelijke beloning als er ongelijk wordt beloond voor gelijkwaardig werk. Dit is het geval als vrouwen minder verdienen dan hun mannelijke collega voor vergelijkbaar werk. De termen ‘ongelijke beloning’ en ‘de loonkloof’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. De loonkloof gaat namelijk over de ongelijke positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwen gemiddeld minder verdienen.

De cijfers

38% -  Vrouwen verdienen per jaar gemiddeld 38% minder dan mannen in Nederland. In dit cijfer zie je terug dat vrouwen vaker deeltijd werken dan mannen. Een salarisverschil van 38% maakt dat vrouwen vaker financieel afhankelijk zijn van hun partner.

13% - Vrouwen verdienen gemiddeld 13% minder per uur dan mannen. Er wordt hierbij gekeken naar bruto uurloon in plaats van jaarsalaris, waardoor het deeltijdwerken gecorrigeerd wordt. Dit percentage wordt het meest gehanteerd.

6% - Als verschillende factoren gecorrigeerd worden, blijft er nog steeds een ‘onverklaarbare loonkloof’ over van 6%. Hiervoor word gekeken naar het bruto uurloon van mannen en vrouwen in vergelijkbare functies. Deze onverklaarbare loonkloof wijst op loondiscriminatie.

Slecht betaalde sectoren

Een veelgenoemde oorzaak van de loonkloof is dat vrouwen nou eenmaal vaak banen kiezen in sectoren die slechter betalen, zoals de zorg of het onderwijs. Echter constateerde socioloog Évelyne Sullerot dat beroepen waarin veel vrouwen werken, over het algemeen lager aanzien hebben. Sterker nog: hoe meer vrouwen in een vooral door mannen gedomineerde beroepsgroep aan de slag gaan, hoe meer de status van dat beroep afneemt en daarmee de salarissen.

Genderstereotypering is een van de voornaamste oorzaken van deze ontwikkeling. Deze genderstereotypen schrijven voor hoe mannen en vrouwen zich zouden moeten gedragen en bepalen wat mannen en vrouwen volgens de samenleving ‘horen’ te doen. Technische beroepen zijn namelijk typisch mannelijk en de zorg en het onderwijs typisch vrouwelijk. Vrouwen worden daardoor minder snel aangenomen voor typische ‘mannenberoepen’, waardoor het typische ‘mannenberoepen’ blijven.

Gebrek aan doorgroeimogelijkheden

Vrouwen krijgen vaak niet genoeg kansen om hogerop te komen, waardoor weinig vrouwen in leidinggevende posities zitten. Ook in de bouw zijn vrouwen helaas nog flink ondervertegenwoordigd in het bestuur. Slechts 5,8 procent van de bestuursfuncties wordt bekleed door een vrouw.

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom vrouwen minder doorgroeikansen hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dat vrouwen geen contractverlening krijgen na een zwangerschap, niet meer uren mogen werken omdat het werk ‘te zwaar’ zou zijn, of het ontbreken van mogelijkheden voor opleidingen binnen het bedrijf.

Meer over de loonkloof

Wil je meer weten over de loonkloof, de oorzaken en oplossingen, download dan onze PDF waarin de loonkloof wordt uitgelegd: De loonkloof uitgelegd.


Krimp verwacht

Krimp verwacht: banen verdwijnen en minder gebouwd

Het EIB concludeert dat na jaren van groei een krimp in de bouwproductie dit jaar van 3,5 procent. De werkgelegenheid neemt in twee jaar tijd waarschijnlijk af met zo’n 12.000 voltijdbanen.

Vooral de nieuwbouw van woningen en utiliteitsbouw loopt fors terug. Ook de arbeidsproductiviteit valt terug. Dit staat in de studie ‘Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2024’ van het EIB.

Wooncrisis

Nederland kampt met een woningtekort. Daarbij wordt er al jaren minder gebouwd dan de regering voor ogen heeft. Het streven is om er jaarlijks 100.000 huizen bij te bouwen, maar dat lukt niet.

Vakbonden

FNV is niet verrast door de aangekondigde banenkrimp in de sector. Een optelsom van problemen leidt ertoe dat de productie van nieuwbouwwoningen al langere tijd achterloopt bij de ambities van het kabinet. “Woningbouw levert van de takken in de bouw de meeste werkgelegenheid op. Als daar een kink in de kabel komt, gaat dat meteen arbeidsplaatsen kosten”, legt FNV-bestuurder Hans Crombeen uit aan het Nederlands Dagblad.

Gunstige vooruitzichten in de toekomst

Gelukkig zijn er ook betere vooruitzichten, met name op middellange termijn. De totale bouwproductie kan volgende de studie van het EIB namelijk gemiddeld met 2,5 procent groeien in de periode 2026-2028. Hieraan leveren alle onderdelen van de bouw een bijdrage. Bij deze ontwikkeling neemt ook de vraag op de arbeidsmarkt weer toe en zullen er in deze periode zo’n 17.000 extra arbeidskrachten nodig zijn. Naar verwachting kan er op deze middellange termijn een goede baanzekerheid worden geboden.

Dat klinkt veelbelovend, maar volgens het EIB zullen inspanningen verricht moeten worden om de bouw als aantrekkelijk neer te zetten en leerlingen te blijven interesseren voor een baan in de bouw.


Zwaarwerkregeling uitvoerders

Zwaarwerkregeling uitvoerders per 1 januari 2024

In de nieuwe cao Bouw&Infra is geregeld dat de voorwaarden voor het deelnemen aan de zwaarwerkregeling voor uitvoerders onder de cao Bouw&Infra worden versoepeld. In dit artikel lees je alles wat je moet weten over de zwaarwerkregeling en welke stappen je moet zetten om het aan te vragen.

Het werk van sommige UTA’ers fysiek, maar ook vooral mentaal erg zwaar. De zwaarwerkregeling is niet voor iedere UTA’er even vanzelfsprekend. Daar is door cao-onderhandelingen enige verandering ingekomen.

Tijdlijn zwaarwerkregeling

Sinds 1 januari 2021 kunnen bouwplaatsmedewerkers gebruik maken van de zwaarwerkregeling om maximaal drie jaar voor hun AOW-leeftijd te kunnen stoppen met werken. Vanaf 1 januari 2022 kunnen UTA-medewerkers ook gebruik maken van deze regeling. Een voorwaarde is echter dat de een UTA’er in de laatste 25 jaar minstens 5 jaar op de bouwplaats moet hebben gewerkt. Voor uitvoerders is dit sinds 1 januari 2024 anders; deze voorwaarde vervalt. Uitvoerders hoeven dus niet meer minimaal 5 jaar als bouwplaatsmedewerker te hebben gewerkt.

De Regeling Vervroegd Uittreden (RVU) loopt eind 2025 af.

De voorwaarden voor uitvoerders per 1 januari 2024

Als uitvoerder kun je tot maximaal drie jaar voor je AOW-leeftijd stoppen met werken wanneer je voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • Op 1 januari 2024 en direct voor deelname aan de zwaarwerkregeling ben je uitvoerder en val je onder de cao Bouw&Infra,
  • Op 1 juli 2020 en/of op 1 januari 2021 was je werkzaam onder de cao Bouw&Infra,
  • Van de laatste 25 jaar werkte je minstens 20 jaar als medewerker onder de cao Bouw&Infra.

Let op: andere UTA’ers kunnen ook gebruik maken van de zwaarwerkregeling, zij hebben dus als extra voorwaarde dat zij de afgelopen 25 jaar minstens 5 jaar op de bouwplaats moeten hebben gewerkt.

Stappenplan zwaarwerkregeling aanvragen

Denk je dat je in aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling? Hier zijn de stappen die moet ondernemen om het in gang te zetten:

  1. Controleer of je aan de voorwaarden voldoet. Deze leeftijdschecker kan een handig hulpmiddel zijn.
  2. Vraag het op tijd aan. Je dient je aanvraag minstens drie maanden en uiterlijk zes maanden voor de datum waarop je zwaarwerkregeling in wilt laten gaan in. Een vakbondsconsulent van de FNV kan je hierbij helpen.
  3. Als je voldoet aan de voorwaarden ontvang je binnen 10 werkdagen na het indienen van je aanvraag je voorlopige toekenning.
  4. Je beslist nu of je definitief wilt deelnemen aan de zwaarwerkregeling. Zo ja, dan zeg je je arbeidsovereenkomst bij je werkgever op. Dit doe je door een ontslagbrief te schrijven. Hou hierbij rekening met je opzegtermijn.
  5. Stuur een kopie van je ontslagbrief als bewijs van het beëindigen van je arbeidsovereenkomst (en eventueel je loonbelastingverklaring) uiterlijk 14 dagen voor de ingangsdatum op naar APG. Dat kan per e-mail of per post. Wanneer je niet op tijd alle documenten stuurt kan er geen betaling van de uitkering plaatsvinden.
  6. Binnen 10 werkdagen na het opsturen van de documenten uit stap 5 ontvang je je definitieve toekenning.
  7. De eerste uitkering van de zwaarwerkregeling ontvang je op de laatste donderdag van de maand.

Pensioen

Je kunt de zwaarwerkuitkering eventueel combineren met het eerder laten ingaan van je pensioen als je een hoger inkomen wenst dan alleen de zwaarwerkuitkering. Ook hier kan een vakbondsconsulent van de FNV je bij helpen door een berekening te maken, en ze kunnen je helpen met de aanvraag zelf. Tijdens zo’n afspraak staat centraal welk inkomen je nu en in de toekomst wenst. Voor informatie en hulp bij het aanvragen hoef je geen lid te zijn van de FNV, dit is een dienst die waar iedereen die onder de cao Bouw&Infra werkt gebruik van kan maken.

FAQ

Heb ik recht op een transitievergoeding wanneer ik gebruik maak van de zwaarwerkregeling?
Nee. Door gebruik te maken van de zwaarwerkregeling neem je ontslag bij je werkgever en ga je uit dienst. Daardoor heb je geen recht op een transitievergoeding.

Waarom moet ik een bewijs van beëindiging van de arbeidsovereenkomst opsturen?
De zwaarwerkregeling gaat in op de eerste dag na de laatste dag van je arbeidsovereenkomst. Deze dagen sluiten dus direct op elkaar aan. Hier kunnen geen dagen tussen zitten. Om de exacte datum van het einde van je arbeidsovereenkomst te bepalen is een kopie van het bewijs van beëindiging van je arbeidsovereenkomst nodig (zoals een ontslagbrief). Let op: De laatste dag van je arbeidsovereenkomst hoeft niet dezelfde dag te zijn als de laatste dag dat je nog aan het werk bent. Bijvoorbeeld omdat je nog verlofdagen hebt en deze opneemt.

Ik maak gebruik van de vierdaagse werkweek 55-plus. Is de hoogte van de uitkering zwaarwerkregeling dan lager?
Nee. De hoogte van de uitkering wordt gebaseerd op een fulltime dienstverband. Als je gebruik maakt van de vierdaagse werkweek 55-plus (6.5 cao Bouw & Infra) blijft je arbeidsovereenkomst namelijk onveranderd. Die blijft uitgaan van een vijfdaagse werkweek van gemiddeld 40 uur.

Hoeveel geld krijg ik?
De maandelijkse bruto uitkering in 2024 is €1.939,32. Dit geldt bij een fulltime dienstverband en is inclusief vakantiegeld.

Hoeveel geld ontvang ik netto?
Dit hangt af van de belasting die op jouw uitkering wordt ingehouden. Je kunt gebruik maken van loonheffingskorting. Dan betaal je minder belasting. Let op! Je mag de loonheffingskorting voor één uitkering (of salaris) gebruiken. Ontvang je naast de zwaarwerkuitkering bijvoorbeeld ook een pensioenuitkering? Dan mag je de loonheffingskorting op één van deze twee uitkeringen toepassen. Op deze website van de Belastingdienst lees je hoe je de loonheffingskorting aanvraagt.

In de voorlopige toekenning van de zwaarwerkuitkering zie je het nettobedrag zonder loonheffingskorting. Stuur je later een loonbelastingverklaring op? Dan zie je het nettobedrag met loonheffingskorting in de definitieve toekenning of op je volgende betaalspecificatie.

Bedragen per maand (2023) bij een fulltime dienstverband voordat je stopt met werken:
Bruto bedrag zwaarwerkuitkering €1.846,97
Netto zonder loonheffingskorting €1.065,35
Netto met loonheffingskorting €1.321,18

Waar kan ik de aanvraag voor de zwaarwerkregeling doen?
Via deze link kom je bij het aanvraagformulier ‘uitkering zwaarwerkregeling’.

Kan mijn werkgever de aanvraag weigeren?
Nee. Het is jouw eigen keuze en je recht om gebruik te maken van de zwaarwerkregeling.

Deelnemen aan de zwaarwerkregeling is voorlopig mogelijk tot en met 31 december 2025. Stel dat ik in juli 2024 deelneem aan de zwaarwerkregeling, stopt de uitkering dan op 1 januari 2026?
Nee, als je zwaarwerkuitkering ingaat op uiterlijk 31 december 2025 dan heb je recht op de uitkering tot je AOW-leeftijd. Ook als de AOW-leeftijd pas in 2027 ligt. De start van je deelname aan de zwaarwerkregeling moet dus wel vóór 1 januari 2026 zijn.

 

Alle informatie met betrekking tot de zwaarwerkregeling vind je op zwaarwerkregeling.nl .

Overweeg je van de zwaarwerkregeling gebruik te maken? Neem dan contact op met een vakbondsconsulent. Dit kan ook als je geen lid bent. Zij kunnen met jou in gesprek gaan over de voorwaarden, helpen met de aanvraag doen en nemen alle stappen met je door. Ze begeleiden van begin tot het eind en dat kost niets!

Voor andere vragen kan je contact opnemen via uta@fnv.nl


2024

Bouwsector 2024 | Dit verandert er

Nieuw jaar, nieuwe regels. Zowel op cao-niveau als landelijk treden er veranderingen op. Denk aan de loonstijging, en aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Hieronder vind je een overzicht met een aantal belangrijke verschillen in 2024, ten opzichte van vorig jaar.

Cao Bouw&Infra

Op 1 januari 2024 is de nieuwe cao Bouw&Infra ingegaan. Dat betekent dat de lonen per die datum met 3,5 procent en vijftig euro per maand stijgen. In juli komt dezelfde verhoging nog een keer. In totaal komt dit neer op zo’n 10 procent loonstijging.

Andere belangrijke veranderingen binnen de cao zijn dat de uitvoerder vanaf nu ook aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling, en dat er weer een onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden voor UTA-medewerkers.

Je leest hier alles over de nieuwe cao Bouw&Infra.

Minimumloon

Per 1 januari gaat in heel het land het minimumuurloon in. De wettelijk voorgeschreven minimum dag-, week-, en maandlonen verdwijnen. Hierdoor verdienen werknemers met een minimumloon altijd hetzelfde uurloon.

Wetten

Afgelopen jaar werd er ingestemd met de Omgevingswet op 1 januari 2024, maar deze instemming werd vrij vlot weer ingetrokken. Ondanks aanhoudende weerstand is de Omgevingswet, die alle regels rondom de leefomgeving moet versimpelen, dit jaar van start gegaan.

Bij de invoering van deze nieuwe Omgevingswet is ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) afgelopen januari in werking getreden. Dat is de opvolger van het Bouwbesluit 2012.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat stapsgewijs in.

STAP wordt SLIM

De scholingssubsidie STAP stopt in 2024. Van het bedrag dat hierdoor vrijkomt (147 miljoen euro) gaat 73,5 miljoen euro naar de scholingssubsidie SLIM in de periode 2024-2027.

Werkkostenregeling

De eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt verlaagd van 3 procent in 2023, naar 1,92 procent in 2024.

Verwachting 2024

Volgens de ING is de bouwsector in 2023 met 3 procent gegroeid, maar zal er sprake zijn van een krimp in 2024. Deze krimp wordt geschat op -2,5 procent.

De ING ziet dat de meeste bouwbedrijven er na jaren van grote groei er nog steeds goed voor staan. Door de buffers verwacht de bank dat de bouwsector de volumekrimp goed moet kunnen doorstaan. Daarbij is de verwachting dat aannemers hun prijzen verhogen.

Ook de nieuwbouw profiteert. Nieuwbouwprojecten die eerst niet konden worden uitgevoerd vanwege te hoge kosten, kunnen in 2024 vaker wel tot stand komen. Dat komt goed uit, want de interesse in nieuwbouw neemt ook weer toe. Dat is te zien in de verkoopcijfers van nieuwbouw.


vuurwerk

Gewond door vuurwerk: betaalt werkgever loon door?

Het is bijna oud en nieuw en er wordt al aardig wat vuurwerk afgestoken. Sommige personen zijn er bang voor en anderen geven honderden tot duizenden euro’s uit aan de hardste klappen of kleurrijkste potten. Maar hoe zit het als het fout gaat en je daardoor niet meer kan werken? Betaalt je werkgever dan je loon door?

De wet (artikel 7:629 BW) bepaalt dat je recht hebt op loondoorbetaling wanneer je door arbeidsongeschiktheid niet in staat bent je werk te doen. Een vuurwerkongeluk kan hier dus ook onder vallen. Toch is er een uitzondering op het recht op loondoorbetaling bij ziekte. Namelijk als de ziekte door opzet van de werknemer is veroorzaakt.

Wat denk jij? Stel dat je gewond raakt door het afsteken van (illegaal) vuurwerk. Denk je dat dit als opzet gezien wordt?

Opzet

De opzet moet gericht zijn geweest op het veroorzaken van de arbeidsongeschiktheid. Dit betekent dat opzettelijk risicovol gedrag dat leidt tot arbeidsongeschiktheid, niet altijd leidt tot verlies van loonaanspraak. Hierover oordeelde de rechter ook in een zaak waarbij een werknemer in zijn vrije tijd vuurwerk maakte, waarbij hij zwaar letsel aan zijn pols en hand had opgelopen. De rechter oordeelde dat dit geen opzet gericht op het veroorzaken van de arbeidsongeschiktheid was. De werknemer had daarom recht op loon bij ziekte.

Toch is dit nu geen vrijbrief om roekeloos om te gaan met vuurwerk. Er zijn namelijk ook andere uitspraken van rechters geweest die anders oordeelden. Gewoon uitkijken met vuurwerk dus!

Als FNV-lid hulp bij letselschade

Heb je een ongeluk gehad op je werk, in het verkeer of in een andere situatie? Als FNV-lid krijgen jij én je gezinsleden juridische hulp bij letselschade die door iemand anders is veroorzaakt. Onze specialisten bekijken of je in aanmerking komt voor een schadevergoeding. Klik hier voor meer informatie over hulp bij letselschade.


Hoofduitvoerder Sander Goudriaan

Hoofduitvoerder Sander Goudriaan: "De einddatum staat"

George Evers ontmoet Sander bij een groot renovatieproject van een kantoorpand in hartje Amsterdam. Sander werkt inmiddels ruim 32 jaar in de bouw, waarvan een groot aantal jaren bij IJbouw. IJbouw is een groot bouwbedrijf uit Amsterdam en is onderdeel van een groter concern.

Sander is hoofduitvoerder en dat is goed te merken. In zijn kantoor lopen voortdurend mannen in en uit om even met hem te overleggen over de uitvoering van het werk. Alle lijnen lopen via hem, een echte spin in het web. Ondanks deze drukte straalt het werkplezier ervan af: Sander gedijt goed in de hectiek van alledag. En of het niet genoeg is, zorgt hij daarnaast ook nog voor de inzet van de timmerlieden bij alle projecten van IJbouw.

Werken met onderaannemers

Sander werkt veel met onderaannemers in projecten, zoals gebruikelijk is in de bouw. De onderaannemers zijn andere bedrijven, maar ook zzp-ers. ‘Ik werk zoveel mogelijk met vaste partners samen en dat geldt ook voor zzp-ers. Ik ken ze goed, weet wat ik kan verwachten en zij weten precies wat ik wil. Doordat je elkaar goed kent is de samenwerking goed en weet ik dat zij goede kwaliteit leveren. Ik heb wel eens een zzp-er gehad die niet de door mij gewenste kwaliteit leverde en zich ook niet liet aansturen. Ja, dan moet je op een gegeven moment afscheid nemen van iemand.’

Sander benadrukt dat je als hoofduitvoerder duidelijk moet zijn in hoe het werk moet worden uitgevoerd. ‘Er zijn tekeningen gemaakt die aangeven wat er moet gebeuren, maar in het werk kom je allerlei zaken tegen die je ter plekke moet regelen. Ik weet hoe ik het uitgevoerd wil hebben en bespreek dat met de mannen. Het komt wel voor dat iemand een beter idee heeft hoe het ook kan, ja dan neem je dat wel over. Voor mijn werk heb je overtuigingskracht nodig en overwicht op anderen. Anders red je het niet.’

Werkdruk

Uit een recent onderzoek uitgevoerd in opdracht van de sociale partners, blijkt dat in de bouw veel werkdruk voorkomt. Hoe is dat bij Sander? ‘Werkdruk is heel herkenbaar, daar heeft iedereen mee te maken. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor het ontstaan van werkdruk. Om te beginnen, de computer. Vroeger toen alles met de hand werd getekend betekende een wijziging dat je heel voorzichtig de tekening moest aanpassen. Je schraapte als het ware met een fijn mesje een deel van de tekening weg. Als je dat iets te onzorgvuldig deed dan kon je een nieuwe tekening maken, en je weet hoeveel werk dat was. Nu met de computer is het aanpassen een fluitje van een cent. Je ziet daardoor eindeloos veel aanpassingen en veranderingen in de tekeningen, de ene versie na de andere. Die wijzigingen zijn afkomstig van de architect, de opdrachtgever, maar ook vanuit overheid als een ontwerp niet voldoet aan de eisen. Het lastige is dat deze wijzigingen zelfs worden aangebracht tijdens de werkzaamheden en ja dan moet je echt het uitvoeringsplan bijstellen.’

Sander wijst er op dat de eisen die worden gesteld steeds strenger zijn. ‘Er zijn steeds meer regels waarmee ik rekening moet houden tijdens de werkzaamheden. Wordt er gewerkt met gevaarlijke stoffen of wordt er op hoogte gewerkt? Welke maatregelen moet je dan nemen om ervoor te zorgen dat het werk veilig en gezond gebeurt. Tegenwoordig moet je rekening houden met circulariteit: je kunt verwijderde materialen niet meer standaard in de container storten, want ze moeten opnieuw worden gebruikt. Als hoofduitvoerder ben je verantwoordelijk voor alles wat er op de bouw gebeurt, dus moet je voortdurend alert zijn.’

De werkdruk wordt ook veroorzaakt als een aantal zaken nog niet bekend zijn. Soms is een vergunning nog niet afgegeven, is nog niet bekend met welke bouwmaterialen moet worden gewerkt of is nog niet duidelijk welk budget beschikbaar is. Terwijl je wel al moet starten, want de einddatum staat. Die is heilig. Dat betekent dat je soms moet besluiten om extra te werken, bijvoorbeeld op een zaterdag om wat tijd in te halen. ‘Die flexibiliteit heb je nodig, het moet natuurlijk niet standaard zijn, maar soms is dat de manier om de opleverdatum te halen. Ook dan loop je tegen bepaalde zaken aan, die je niet kunt beïnvloeden. We werken nu op een plek waar de opdrachtgever zorgt voor de toegang. En zij openen iets later dan wij soms willen beginnen of zij hebben op zaterdag een beperkte openingstijd. Ja daar heb je dan wel mee te maken.’

Erkenning

Er is binnen de bouw wel de erkenning dat werkdruk bestaat, maar het voorkomen en oplossen is lastig. Sander geeft aan dat hij het gesprek met zijn werkgever in harmonie voert over compensatie van de extra gewerkte uren.  Maar wie het initiatief hiervoor ook neemt daargelaten. Het zou het fijner zijn afspraken over dit onderwerp in de cao met elkaar te maken, immers het kan maar duidelijk zijn wat de afspraken zijn. ‘Binnen de bouw is de gedachte dat de extra uren er nu eenmaal bij horen. Ten dele klopt dat wel, want veel in de bouw is moeilijk voorspelbaar en dat vraagt om de nodige flexibiliteit. Ik vind dat bouwbedrijven soms te gemakkelijk rekenen op deze flexibiliteit en de inzet van bouwmedewerkers. Daar zijn we als medewerkers ten dele mede schuldig aan, want je wilt  uiteindelijk dat een bouwproject op tijd klaar is.’