Deregulering van Europa

Deregulering in Europa: minder regels, meer risico's

Terwijl de woningnood groeit en de energietransitie vraagt om vakmanschap, zet Europa, onder invloed van de werkgeverslobby, in op minder regels en snellere procedures. De deregulering moet onder andere de woningbouwopgave versnellen, maar dreigt juist de positie van werkenden en goedwillende bouwbedrijven te verzwakken. Wat betekent deze koers concreet voor de bouwarbeidsmarkt? En wie betaalt uiteindelijk de prijs van ‘minder regels’?

Wie in de bouw werkt, voelt het al jaren: de druk is hoog. Projecten moeten sneller, goedkoper en met minder mensen. Tegelijkertijd stapelen de maatschappelijke opgaven zich op: van de woningnood tot de energietransitie. Tegen deze achtergrond presenteert Europa nu een dereguleringsagenda. Dat betekent minder regels, meer ruimte voor bedrijven, en snellere procedures. Op papier klinkt dat aantrekkelijk. Maar achter die agenda schuilt een ontwikkeling die grote gevolgen kan hebben voor alle werkenden in de sector: bouwvakkers, technici én UTA’ers in de sector.

De FNV volgt deze plannen al een hele tijd. En wat nu op ons afkomt, vraagt om aandacht.

Een golf van deregulering

Begin 2025 kondigde de Europese Commissie haar werkprogramma aan. Kern van de boodschap: Europa moet concurrerender worden. Dat betekent volgens de Commissie dat bedrijven minder last moeten hebben van ‘overmatige regelgeving’. Deze gedachte komt niet uit de lucht vallen. Grote werkgeversorganisaties en multinationals lobbyen hier al jaren voor, zowel op Europees niveau in Brussel als in Den Haag. Ook de Nederlandse regering omarmt deze koers.

De bouwsector staat hierbij nadrukkelijk in de schijnwerpers. Volgens de Commissie remmen regels de innovatie en productiviteit in de sector, en zouden arbeidstekorten in de bouw zelfs een belangrijke oorzaak zijn van de woningcrisis. Dat is een eenzijdige analyse. Ja, er zijn tekorten. Maar die zijn mede het gevolg van jarenlange flexibilisering, versnippering en te weinig investeringen in vakmanschap.

Minder regels, meer risico’s

Deregulering klinkt misschien vaag, maar de gevolgen zijn wel concreet. Minder regels op bijvoorbeeld controle en handhaving van grensoverschrijdend werken raken sectoren waar handhaving nu al moeilijk is, zoals de bouw. Denk aan detachering, lange ketens van onderaanneming en het gebruik van uitzend- en bemiddelingsbureaus. In theorie geldt in Europa het principe ‘gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plek’. In de praktijk zien we dat dit bijna onmogelijk te controleren is.

Nederland is binnen de EU één van de grootste ontvangers van gedetacheerde bouwarbeiders. Vaak gaat het om laaggekwalificeerd werk, met mensen die vandaag hier werken en morgen ergens anders. Juist daarom is zicht op wie er op de bouwplaats rondloopt essentieel. Deregulering op controlerende maatregelen betekent concreet: meer werkenden onder de radar, meer kwetsbaarheid voor uitbuiting en meer oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden.

Ook de veiligheid op de bouwplaats staat op het spel. De bouw is nog altijd een van de gevaarlijkste sectoren om in te werken. Regels, certificaten en toezicht zijn geen overbodige luxe, maar dienen een doel. Het schrappen van regels is dan ook geen oplossing. Wat wél werkt, zijn betere, efficiëntere regels, én consequente handhaving daarvan.

Europese plannen rond woningbouw

Ook presenteerde de Commissie eind 2025 een Europees plan voor betaalbaar wonen. Daarin wordt wonen terecht neergezet als grondrecht en als sociale pijler van Europa. De analyse is herkenbaar: huizenprijzen en huren zijn fors gestegen, investeringen in woningbouw blijven achter en vergunningverlening loopt vast.

Maar de oplossingen die Europa voorstelt, zijn dubbel. Aan de ene kant wil men investeren en innovatie stimuleren. Aan de andere kant wordt deregulering gepresenteerd als sleutel tot succes. Minder rapportageverplichtingen, soepelere milieuregels en makkelijker grensoverschrijdend werken in de bouw moeten de productie opvoeren.

Wat daarbij ontbreekt, is aandacht voor de mensen die het werk moeten doen. Arbeidstekorten worden aangegrepen om meer arbeidsmigratie, ook van buiten de EU, te faciliteren, zonder stevige garanties voor scholing, integratie en bescherming. Dat zet extra druk op cao’s, opleidingsstructuren en arbeidsomstandigheden.

Eén Europese norm?

Een voorstel dat speciale aandacht vraagt, is de Speciale Bouwwetgeving (Construction Services Act) die de Commissie het laatste kwartaal van dit jaar verwacht te presenteren. In dit voorstel wordt gesproken over het ontwikkelen van één ‘Social ID card’ op Europees niveau. Dit is een zorgwekkende ontwikkeling. In diverse lidstaten zijn in de bouwsector dit soort ‘Social ID cards’ ontwikkelt. Wij praten in Nederland zelf al jaren over de implementatie van BouwplaatsID. Deze kaarten zijn ontwikkeld in de context van het (juridische) regime dat in een lidstaat aanwezig is. Deze systemen zijn per definitie maatwerk bedoeld om o.a. handhaving van arbeidsvoorwaarden of veiligheid te faciliteren of te ondersteunen. Met de ontwikkeling van één ‘EU social ID’-card wordt niet handhaving op nationaal niveau bevorderd, maar wordt meer grensoverschrijdende dienstverlening gefaciliteerd en dreigt harmonisatie op basis van de laagste gemene deler. Nationale systemen die juist zijn ontwikkeld om grip te krijgen op misstanden, worden gezien als ‘belemmering’.

Wat staat er echt op het spel?

De bouw heeft geen race naar beneden nodig, maar een toekomstvisie. Kwaliteitsbanen, goed opgeleide vakmensen, veilige bouwplaatsen en eerlijke concurrentie. Dat vraagt juist om duidelijke regels, handhaving en investeringen in mensen.

Europa kan daarbij helpen, mits werknemersbelangen centraal staan. Dat betekent onder meer:

  • zicht op wie er werkt via een nationaal bouwplaats-ID systeem;
  • het beperken van lange ketens van onderaanneming;
  • het kaderen van de rol van uitzendbureaus (met name bij grensoverschrijdend werken);
  • sociale voorwaarden bij aanbestedingen;
  • investeren in opleiding en integratie, in plaats van snelle flexoplossingen.

Blijf niet aan de zijlijn staan, teken de petitie

De plannen zijn nog niet allemaal definitief. Consultaties lopen en de wetgeving wordt voorbereid. Juist nu is invloed mogelijk. Vakbonden in heel Europa trekken samen op om werknemersrechten te verdedigen. Ook FNV zit hier volop in.

Maar draagvlak begint bij bewustwording. Deze dereguleringsagenda raakt jouw werk, jouw veiligheid en jouw toekomst in de bouw. Daarom blijven wij dit onderwerp agenderen. En daarom is het belangrijk dat werkenden hun stem laten horen. Teken de petitie en bescherm jouw rechten!

Wil je op de hoogte blijven over dit onderwerp, of heb je een vraag naar aanleiding van dit artikel? Neemt contact met ons op door een mail te sturen naar uta@fnv.nl


bouwplaats-ID

Bouwplaats-ID voor een eerlijke en veilige werkomgeving

In 2015 is de cao-afspraak gemaakt om Bouwplaats-ID te ontwikkelen en te implementeren op de Nederlandse bouwplaatsen. Dit instrument moet eerlijk en veilig werken op de bouwplaats bevorderen. Daarnaast versterkt het de positie van de werkenden en verlaagt het de administratieve lasten voor de werkgever.

Bouwplaats-ID is een ‘bouwplaatsregistratiesysteem’ dat wordt ingezet op bouwplaatsen vanaf een bepaalde grootte. Bouwplaats-ID brengt de onderlinge relaties op de bouwplaats in kaart tussen hoofdaannemer (project), onderaannemers, werkenden en ZZP’ers. De hoofdaannemer moet weten wie op welk moment (geoorloofd) op de bouwplaats rondloopt en of deze persoon wel over de juiste papieren beschikt voor de activiteit die moet worden uitgevoerd. Met Bouwplaats-ID wordt dit in één keer zichtbaar en wordt keer duidelijk wie voor wie aan het werk is. Daarnaast heeft de werknemer toegang tot zijn eigen data- ook wanneer deze al lang niet meer op het project werkt.

In 2019 werd duidelijk dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgeleigenheid (SZW) niet de benodigde algemeen verbindend verklaring wilde geven op deze cao-afspraak. Ondersteund door twee moties in het parlement die met overgrote meerderheid zijn aangenomen, onderzoeken we nu samen met SZW de juridische basis van Bouwplaats-ID.

Waarom is BouwplaatsID nodig?

Door fragmentering van de sector staan eerlijk en veilig werk onder druk en staat de aantrekkelijkheid van de sector op het spel. Bouwplaats-ID is een digitale tool waardoor we preventief zaken op gebied van eerlijk en veilig werk kunnen ondervangen.

Digitalisering is de manier om enerzijds aan alle (wettelijke) verplichtingen die de hoofopdrachtgever heeft, te voldoen en anderzijds om de positie van de werkenden te versterken: de werknemer geeft toestemming voor het gebruik van zijn data, de werknemer heeft toegang tot zijn data en behoudt dit ook wanneer het project of zijn werkzaamheden in de bouwsector, al lang zijn afgelopen.

De ontwikkelingen in de bouwsector van de afgelopen jaren laten het belang van een digitaal instrument zien. Dit begon al in 2008, toen de kredietcrisis onder andere leidde tot flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het aantal uitzendkrachten, zzp’ers, en kleine ondernemingen is gestegen (uitbesteden en onderaanneming zijn in de sector de norm geworden). Nu de economie weer aantrekt en er een grote bouwopgave ligt, blijkt dat er een tekort aan vakmensen is waardoor de werkdruk en het aandeel flex in de sector toeneemt.

Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie hebben uitzendkrachten, zzp’ers en buitenlandse werknemers vaker een arbeidsongeval.

Doelstellingen bouwplaats-ID

De doelstellingen van bouwplaats-ID zijn:

  1. Verhogen van de veiligheid. Beschikt iedereen over de juiste papieren/certificaten?
  2. Voorkomen van schijnconstructies. Door goede registratie vooraf en een check aan de poort neemt het risico op malafide praktijken af.
  3. Versterken van de positie van werkenden. De medewerker is eigenaar van zijn eigen data en is geen onzichtbare speler op de bouwplaats.
  4. Verminderen administratieve lasten van werkgevers.

Bijkomend voordeel is dat er eindelijk goede data gegenereerd wordt over de bouwsector. Tot nu toe zien we heel veel schattingen voorbij komen, maar juist de werknemers die snel van werkplek naar werkplek gaan en die maar kort op een project werken, blijven onder de radar van officiële statistieken. Bouwplaats-ID maakt ook deze groep werkenden zichtbaar.

Preventie en toezicht

FNV pleit al jaren voor het Bouwplaats-ID omdat hiermee eerlijk en veilig werken op de bouwplaatsen wordt vergroot. Duurzame banen met goede arbeidsvoorwaarden en een veilige werkomgeving zijn essentieel om de mensen te behouden in de bouwsector. Bouwplaats-ID moet ervoor zorgen dat de werknemer een betere positie heeft wanneer zaken misgaan en daardoor beter en sneller zijn recht kan halen.


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.