Webinar: van WIA naar Beter
Je werkt en denkt: dat gebeurt mij niet, ziek worden, en dan ook nog langdurig. En dat hopen we natuurlijk ook. In dit webinar wil de FNV je vertellen over de WIA.
Ziek worden kan iedereen gebeuren. Op dit moment zijn er 850.000 mensen die niet meer kunnen werken en hun inkomen krijgen uit een uitkering. Je verwacht dat er ook voor jou in die situatie een goede verzekering is waar je een beroep op kunt doen voor je inkomen. Dat je niet ook nog zorgen hebt over je dagelijkse kosten, want ziek zijn is ellendig genoeg. Helaas is dat niet het geval. De zogeheten WIA heeft veel mankementen. Daar wil de FNV je over vertellen in dit webinar. In drie stappen vertellen Kitty Jong en Hacer Karadeniz je het verhaal van de WIA, en wat wij als de FNV aan de WIA willen verbeteren.
Webinar
We organiseren op 21 mei van 19.30 tot 20.30 uur een webinar Van WIA naar Beter, voor iedereen die meer over deze uitkering wil weten en wat er aan de wet schort volgens de FNV. Met ervaringsverhalen van leden en Kitty Jong die onze wensen voor een betere situatie toelicht. Je kunt je nu aanmelden (of je nu lid bent of niet) voor het webinar via deze registratiepagina: https://fnv.webinargeek.com/van-wia-naar-beter
Wat is het precies?
Je kunt door ziekte nog maar 65% of minder van je oude loon verdienen. En je bent 2 jaar ziek. In zo'n geval heb je misschien recht op de WIA-uitkering. WIA staat voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Er zijn twee soorten WIA-uitkeringen: de WGA en de IVA. De volgende situaties bepalen welke uitkering je krijgt:
- Je krijgt een WGA-uitkering als u minstens 35%, maar minder dan 80% arbeidsongeschikt bent.
- Je krijgt een WGA-uitkering als u minstens 80% arbeidsongeschikt bent. Maar er moet wel een redelijke kans op herstel zijn. U bent dus tijdelijk arbeidsongeschikt.
- Je krijgt een IVA-uitkering als u minstens 80% arbeidsongeschikt bent en er is weinig of geen kans op herstel.
Meer informatie over een WIA-uitkering aanvragen staat op de website van UWV. Heb je vragen? Stuur gerust een mailtje naar uta@fnv.nl
Het re-integratietraject van begin tot eind
Wanneer je voor langere tijd ziek bent ga je samen met je werkgever kijken welke mogelijkheden er zijn om weer aan het werk te gaan. Dit heet re-integreren. In dit artikel leggen we uit hoe dit re-integratietraject eruit ziet.
Het re-integratieproces is een vast traject. In onderstaande video worden de stappen die worden doorlopen uitgelegd.
https://www.youtube.com/watch?v=XB5hkkcbQKQ
Wat kan je zelf doen?
Tijdens je ziekte heb je rechten en plichten. Er zijn vijf dingen die je zelf kunt doen tijdens je re-integratietraject.
- Ziek melden: op dag 1 van je ziekte moet je je ziek melden bij je werkgever.
- Bereikbaar zijn: tijdens je ziekte moet je zorgen dat je bereikbaar bent. Zowel je werkgever als de bedrijfsarts of arboarts moeten je kunnen bereiken als dat nodig is.
- Gesprekken voeren: je dient aanwezig te zijn bij de gesprekken met de bedrijfsarts of arboarts. Hier krijg je een oproep voor.
- Genezing niet tegen houden: natuurlijk is niemand graag ziek. Je doet er alles aan om beter te worden. En je doet niets wat jouw genezing kan vertragen.
- Hou je aan afspraken: zorg dat je de afspraken die je bijvoorbeeld in het plan van aanpak hebt afgesproken nakomt.
Ontslag tijdens re-integratie
Je werkgever mag je niet ontslaan tijdens je re-integratie. Er geldt een zogeheten opzegverbod. Er zijn wel een paar uitzonderingen.
Neem ook nooit zelf ontslag, als je ziek bent. Ga daarbij ook niet akkoord met ontslag dat wordt voorgesteld door je werkgever. Let op: Dringt je werkgever aan op ontslag tijdens ziekte of overweeg je toch zelf ontslag te nemen, neem altijd contact op met de FNV, aangezien dit grote gevolgen kan hebben.
Binnen vier weken weer ziek?
Wanneer je je beter meldt heb je misschien niet het gehele re-integratietraject doorlopen. Word je binnen vier weken na je betermelding weer ziek? Dan worden de twee periodes van ziekte bij elkaar opgeteld. Het re-integratietraject gaat dan verder op het punt waar je je de vorige keer beter hebt gemeld. Meld je je weer ziek buiten deze weken, dan begint het re-integratietraject weer van voren af aan.
Hulp bij re-integratie
Tijdens het re-integratietraject komt er veel op je af. Een re-integratieconsulent van de FNV vertelt je wat je te wachten staat en kan je (wanneer je lid bent) ook coachen bij je gesprekken met je werkgever, bedrijfsarts, en het UWV. Dat geeft zekerheid. Je staat er niet alleen voor. Neem telefonisch contact met ons op via 088 368 0368 om een afspraak te maken met een re-integratieconsulent.
Wil je meer weten? In de checklist ‘Ziekte en Werk’ vind je meer informatie. En in de checklist ‘Succesvol en Gezond re-integreren’ staan 9 tips waardoor je precies weet wat jouw rechten en plichten zijn en hoe je jouw re-integratietraject goed kan laten verlopen.
Bedrijfsarts: jouw rechten en plichten
Als je ziek bent moet je je ziekmelden bij je werkgever. Je kunt dan gevraagd worden om naar de bedrijfsarts te gaan. In dit artikel leggen we je uit hoe dit in zijn werk gaat.
De bedrijfsarts is er niet voor jou, ook niet voor je werkgever, maar om ervoor te zorgen dat een gezonde werksituatie zo snel mogelijk weer hervat kan worden op een manier die gunstig is voor alle partijen. Dat is goed om in je achterhoofd te houden.
Alleen een bedrijfsarts kan bepalen of een zieke werknemer (tijdelijk) arbeidsongeschikt is. Een werkgever kan en mag dat niet beoordelen. Het is dan ook belangrijk dat je werkgever de ziekmelding tijdig doorgeeft aan de bedrijfsarts of arbodienst.
Tijdlijn
Binnen 6 weken na de eerste dag van ziekte dient de bedrijfsarts een probleemanalyse op te stellen. Binnen 2 weken na de probleemanalyse stelt de werkgever samen met de werknemer het plan van aanpak op.
Ziek is ziek, natuurlijk. Met de bedrijfsarts kun je eventueel overleggen of een deel van je werk wel kunt doen, en wat daar voor nodig is. Bijvoorbeeld:
- Welke taken kun je doen?
- Hoeveel uur kun je werken?
Let op: Ben je in vaste dienst, heb je een tijdelijk contract, of ben je stagiair? Dan kun je bij de bedrijfsarts van je werkgever terecht. Als vrijwilliger of zelfstandig ondernemer kun je dit niet.
Ben je 6 weken ziek? En lijkt het langer te gaan duren? Dan vult de bedrijfsarts een speciaal formulier in. Dat heet de probleemanalyse. Op basis van de probleemanalyse maken jullie vervolgens een Plan van Aanpak.
Bezoek bedrijfsarts
Als je ziek bent kan de bedrijfsarts of arbo-arts je uitnodigen op het spreekuur. Je mag zo’n uitnodiging niet weigeren. Je bent verplicht om te gaan, ook al word je naar de andere kant van het land geroepen. Lukt het je echt niet om de afspraak na te komen? Probeer de situatie dan in overleg met je werkgever op te lossen.
Geheimhoudingsplicht
De bedrijfsarts en arbo-arts hebben een geheimhoudingsplicht. De gesprekken met de arts zijn vertrouwelijk. Zonder jouw toestemming mag hij niet praten over je ziekte met je werkgever, huisarts of specialist. Lees hier [artikel over ziekte en privacy] meer over jouw privacy tijdens ziekte.
Er zijn een aantal dingen die de bedrijfsarts of arbo-arts wel met anderen mag bespreken:
- Hij mag advies geven aan je werkgever over welk werk je kunt doen en voor hoe lang.
- Hij kan aangeven of jij en je werkgever voldoende doen aan je re-integratie.
Second opinion
Wanneer jij het niet eens bent met je bedrijfsarts heb je recht op een second opinion. Je hoeft niet per se een conflict te hebben met de bedrijfsarts. Het kan ook zijn dat je in goed overleg besluit dat een andere bedrijfsarts een oordeel geeft. De bedrijfsarts moet dan een andere, onafhankelijke bedrijfsarts inschakelen om jou nogmaals te onderzoeken.
Je hebt sowieso recht op een second opinion in alle conflictsituaties, maar ook bij alle belangrijke beslissingen van de werkgever of arbodienst. Dat geldt in elk geval voor de volgende situaties:
- Als er sprake is van een concreet aanbod voor (aangepast) passend werk, ook wanneer dit bij een andere werkgever is.
- Als er twijfel is of iemand op een bepaald moment echt ongeschikt is om te werken. Dit kan ook het geval zijn als de bedrijfsarts in zijn of haar advies afwijkt van dat van de huisarts.
- Bij de toetsing op re-integratie-inspanningen. Je kunt vrijwel altijd een verband leggen met de genoemde situaties. Aarzel dus niet om gebruik te maken van je recht op een second opinion.
En de uitslag van een second opinion? Je mag zelf weten wat je daarmee doet. In onderstaande video wordt alles uitgelegd over de second opinion.
https://www.youtube.com/watch?v=NMOq3JujeCc
Re-integratie
Als een werknemer langdurig ziek is geweest, kan het lastig zijn om weer aan het werk te gaan. Het opstarten met werken na een periode van verzuim noemen we re-integratie. De bedrijfsarts speelt een belangrijke rol in dit proces.
In de checklist ‘Ziekte en Werk’ van de FNV staat een tijdlijn waarin jij kan zien op welke momenten je een second opinion zou kunnen aanvragen.
Ben jij voor langere tijd ziek? Of aan het re-integreren? E-book ‘Langdurig ziek’ kan je van alle informatie voorzien.
Heb je behoefte aan advies, of een vraag? Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl en we helpen je op weg.
Privacy bij ziekte: dit zijn jouw rechten
Ziekte kan een scala aan oorzaken hebben. Maar hoe zit het nu precies met je privacy wanneer je ziek wordt? Wat mag je werkgever wél en wat mag hij vooral niét aan je vragen?
We hebben in Europa de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), en zelfs in de Grondwet is opgenomen je recht hebt op privacy (artikel 10). Maar wanneer je ziek wordt vindt er uitwisseling van medische gegevens plaats. Je bent natuurlijk vrij in wat je wel en niet met mensen deelt over je situatie. In dit artikel vertellen wat je werkgever je wel en niet mag vragen, en wat de rol van de arbodienst/bedrijfsarts is. In onderstaande video worden jouw rechten en plichten met betrekking tot ziekte en privacy op een rijtje gezet.
https://www.youtube.com/watch?v=SbQNz2yZFM8
Wat mag je werkgever niét vragen?
Als werknemer heb je recht op privacy. Dat geldt natuurlijk ook wanneer je ziek bent. Dat betekent dat je werkgever niet mag vragen:
- wat je precies mankeert
- wat de oorzaak is
- welke werkzaamheden je wel/niet kunt doen
- of het te maken heeft met je privéleven
- of de ziekte zwangerschap gerelateerd is
De werkgever mag je ook geen aangepast of vervangend werk opdragen zonder advies van de bedrijfsarts.
Wat mag je werkgever wél vragen?
Je werkgever wil graag informatie over je situatie. Dat is best logisch. Bijvoorbeeld hoe lang je niet beschikbaar bent voor werk. Misschien voel je je verplicht op antwoord te geven op alle vragen. Wees ervan bewust dat hij jou alleen de volgende vragen wel mag stellen:
- waar en hoe je te bereiken bent
- hoe lang je verzuim gaat duren
- hoe het zit met je lopende afspraken en werkzaamheden
- of je verzuim door een bedrijfsongeval of verkeersongeval komt
Ook mag de werkgever de arbodienst of bedrijfsarts inschakelen. Bijvoorbeeld om een oordeel te geven over welke werkzaamheden je (nog) wel kan doen. Alleen de bedrijfsarts of de Arboarts mogen jouw medische gegevens verwerken.
Heb je nog vragen? Je kunt hier de brochures ‘Ziekte en arbodienst’ en ‘Langdurig ziek’ downloaden. Je kunt ook gerust een mailtje sturen naar uta@fnv.nl wanneer je behoefte hebt aan advies.
Vakbondsconsulent Petra Elzinga: “Samen sterk voor zwaar werk”
Als werknemer onder de cao Bouw & Infra kan je voor vragen over je pensioen en de zwaarwerkregeling terecht bij vakbondsconsulenten van de FNV. Maar wat een vakbondsconsulent precies voor je doet? Wij vroegen het voor je aan Petra Elzinga, vakbondsconsulent van de FNV in Rotterdam.
Petra Elzinga is al ruim 24 jaar werkzaam als vakbondsconsulent. Dit heeft ze op verschillende locaties gedaan, maar is momenteel werkzaam in Rotterdam. Zij staat leden individueel bij op het gebied van arbeid, sociale zekerheid en pensioen. “Ik sta mensen bij van indiensttreding tot ontslag. We onderhandelen met werkgevers over beëindigingsvoorstellen, begeleiden re-integratieprocessen en maken bezwaar bij het UWV als er een uitkering is afgewezen,” zegt Elzinga. “Het is erg divers.” Zo’n vijftig procent van de tijd werkt Elzinga aan pensioenzaken.
Als vakbondsconsulent geeft Elzinga op verschillende vragen, zoals:
- ZWR is te weinig om van te leven, hoe kan ik dat combineren met pensioen?
- Als ik meedoe aan de ZWR, bouw ik dan nog pensioen op?
- Welke invloed heeft de ZWR?
- Moet ik mijn pensioen naar voren halen?
- Hoe werkt het als je naast BPF bouw ook bij andere pensioenfondsen pensioen heb opgebouwd?
Over de Zwaarwerkregeling
De zwaarwerkregeling was in eerste instantie in het leven geroepen voor bouwplaatsmedewerkers. Sinds dit jaar kunnen ook uitvoerders gebruik maken van deze regeling, en terecht! “Ik ben blij dat het per 1 januari 2024 meer gelijk is getrokken. Eerst was het erg vervelend als deze mensen net niet in aanmerking kwamen om deel te nemen aan de regeling,” zegt Elzinga. Er zijn verschillende voorwaarden waar je aan moet voldoen om gebruik te kunnen maken van de zwaarwerkregeling.
Ben je bouwplaatsmedewerker? Dan kun je gebruik maken van deze regeling als je:
- direct voor deelname bouwplaatsmedewerker bent en valt onder de cao Bouw & Infra, én
- op 1 juli 2019 of op 1 januari 2020 werkte als bouwplaatsmedewerker onder de cao Bouw & Infra, én
- de laatste 25 jaar minstens 20 jaar werkte als medewerker onder de cao Bouw & Infra (werkte je tenminste 6 maanden van een jaar onder deze voorwaarden, dan telt dat als een heel jaar).
Ben je UTA-medewerker? Dan kun je gebruik maken van deze regeling als je:
- direct voor deelname UTA-medewerker bent en valt onder de cao Bouw & Infra, én
- op 1 juli 2020 of op 1 januari 2021 werkte als medewerker onder de cao Bouw & Infra, én
- de laatste 25 jaar minstens
- 5 jaar werkte als bouwplaatsmedewerker onder de cao Bouw & Infra, én
- 20 jaar werkte als medewerker onder de cao Bouw & Infra
(werkte je tenminste 6 maanden van een jaar onder deze voorwaarden, dan telt dat als een heel jaar).
Let op! Ben je op 1 januari 2024 én direct voor deelname uitvoerder? Dan geldt niet de voorwaarde dat je de laatste 25 jaar minstens 5 jaar werkte als bouwplaatsmedewerker onder de cao Bouw & Infra.
Wat doen pensioenconsulenten op het gebied van pensioen en Zwaarwerkregeling?
Petra Elzinga: “Wij geven informatie over de zwaarwerkregeling. Over de voorwaarden en wanneer het aangevraagd kan worden, maar we helpen ook bij het aanvragen. Ook als je geen lid bent van de FNV kan je van deze diensten van pensioenconsulenten gebruikmaken. Voor leden van de FNV maken we ook pensioenberekeningen. In het verleden was deze dienst ook beschikbaar voor werknemers die geen lid waren van de FNV. Helaas is dit sinds 1 januari veranderd. Hierdoor kunnen we voor niet-leden geen pensioenberekening meer maken. We mogen wél helpen bij informatie over de zwaarwerkregeling. Maar de meeste mensen willen weten hoe het zit met het naar voren halen van je pensioen. Daarvoor moeten we nu doorverwijzen naar het pensioenfonds.”
Ook wanneer je niet in aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling kan het toch interessant zijn om een berekening te laten maken voor het naar voren halen van je pensioen. In de ervaring van de vakbondsconsulenten valt het men vaak mee hoeveel pensioen, ook zonder zwaarwerkuitkering, iemand kan ontvangen.
Wat kan men zelf doen?
Het is belangrijk dat de zwaarwerkregeling op tijd aangevraagd wordt. Dit doe je minstens drie maanden en uiterlijk zes maanden voor de datum waarop je de zwaarwerkregeling in wil laten gaan. “Het is belangrijk dat je datum dat je uit dienst gaat goed aansluit, anders heb je op basis van de cao geen ontslag”, aldus Elzinga.
Er is een uitgebreid stappenplan beschikbaar waarin elke stap uitgelegd staat.
Petra Elzinga: “Ik raad altijd aan: vraag de ZWR aan, toets of je voldoet aan de voorwaarden. Dan krijg je voorlopige toekenning. De pensioenregeling aanvragen vanaf 6 tot 2 maanden voordat het ingaat. Zodra de overeenkomst getekend is, dan kun je ontslag nemen bij je werkgever. Op de website staat een voorbeeld ontslagbrief ZWR. Een kopie van deze ontslagbrief moet aangeleverd worden. Zonder die brief heb je namelijk geen ZWR. Dit is een harde voorwaarde. Pas daarna wordt de uitkering definitief.”
Zijn er andere dingen waar mensen op moeten letten?
Elzinga: “Het Tijdspaarfonds wordt doorbetaald tot de laatste dag waarop je in dienst bent. Dat wordt niet automatisch uitgekeerd. Jaarlijks word je vakantietoeslag betaald in mei, maar je Duurzame Inzetbaarheid-budget pas wanneer jij dit aanvraagt. Dit moet je dus niet vergeten te doen als je uit dienst gaat. Het gaat om hoge bedragen van soms wel duizenden euro’s.”
Ook raadt Elzinga aan om goed te letten op de voorwaarden en restricties bij horen bij deelname aan de zwaarwerkregeling. Zo mag je geen eigen onderneming hebben, niet ingeschreven staan bij de KvK, en geen recht hebben op een WW- of andere uitkering. Ook mag je slechts onder bepaalde voorwaarden vrijwilligerswerk doen.
Ze vult nog verder aan: “Waar veel mensen ook niet over nadenken is de uitkering bij overlijden. Als je als deelnemer overlijdt, dan blijft de partner recht hebben op de uitkering tot de eigenlijke AOW-leeftijd van de deelnemer. Dat geeft iets meer rust. Alleen als je geen deelnemer meer bent, eindigt het nabestaandenpensioen. De uitkering blijf je houden tot overlijden. Als je geen partner hebt, dan wordt de uitkering uitbetaald aan nabestaanden.”
Einde zwaarwerkregeling?
Mogelijk komt er op 31 december 2025 een einde aan de zwaarwerkregeling. De RVU loopt dan af. Dit is een tijdelijke regeling die mogelijk maakt dat werknemers drie jaar eerder kunnen stoppen met werken. De zwaarwerkregeling is een uitvoering van de RVU. De zwaarwerkregeling is in onze sector cao-breed georganiseerd. In andere sectoren kan het individueel afgesproken worden.
“Het is heel zuur als de regeling stopt. Mensen die net niet in aanmerking komen, hebben heel veel vragen,” zegt Elzinga. “Zij hebben alleen pensioen, tenzij de regeling wordt doorgezet. Het werk wordt niet ineens lichter. Ik hoop echt dat het wordt omgezet in een definitieve regeling. Werken in de bouw is gewoon zwaar. Er zijn wel steeds meer hulpmiddelen gekomen, maar het blijft belastend werk. Veel mensen werken al vanaf hun 15e. Samen sterk voor zwaar werk.”
Op 20 maart, van 19:30 tot 20:30 organiseert FNV Bouwen & Wonen een webinar over de zwaarwerkregeling en de RVU. Ga in gesprek met vakbondsconsulent Petra Elzinga en hoofdonderhandelaar van de cao Bouw&Infra Hans Crombeen over de huidige zwaarwerkregeling, waar je op moet letten, en waarom het belangrijk is dat we ons moeten inzetten voor een verlenging en verbetering van de wettelijke RVU-regeling voor iedereen die te maken heeft met zwaar werk. Denk met ons mee; hoe zorgen we ervoor dat hard werken loont, en dat iedereen gezond de AOW-leeftijd bereikt? Meld je hier aan!
Wanneer moet je nadenken over je pensioen?
Het is belangrijk om al vroeg na te denken over je pensioen. Elzinga legt uit waarom: “Je moet je bewust zijn van je keuzes en welke gevolgen die hebben. Uitzendkrachten komen bijvoorbeeld niet in aanmerking voor de zwaarwerkregeling, daar moet je je dus bewust van zijn. Denk ook na over duurzame inzetbaarheid. Hoe kan je zo gezond en gemotiveerd mogelijk de eindstreep halen?”
Elzinga geeft nog aan dat, ondanks dat uitzendkrachten meestal niet kunnen meedoen aan de regeling, ze wel altijd terecht bij pensioenconsulenten voor vragen. En ook al kan je niet meedoen aan de zwaarwerkregeling, kun je ook altijd nog individueel met je werkgever naar afspraken kijken.
Pensioenproeverij
Als je met pensioen gaat, ga je een hele andere levensfase in. Opeens hoef je niet meer vroeg op te staan bijvoorbeeld. Of opeens zit je hele dagen thuis met je partner. Hoe ga je daarmee om? Daarom organiseert de FNV een pensioenproeverij. Je kunt dan met gelijkgestemden in gesprek. Klik hier voor meer informatie over de pensioenproeverij!
Heb je vragen over de Zwaarwerkregeling en/of over de Regeling Vervroegd Uittreden? Neem dan contact op met een vakbondsconsulent zoals Petra Elzinga. Zij kunnen je voorzien van alle informatie en geven advies over jouw persoonlijke situatie.
Werkgever failliet, wat nu?
Als je werkgever failliet gaat kan dat een hele onrustige en onzekere periode opleveren. In dit artikel leggen we uit wat je moet en kunt doen bij een faillissement.
Bij een faillissement kan je werkgever de kosten niet meer betalen, en kan het bedrijf niet meer bestaan. Wanneer je werkgever je loon niet meer kan betalen heet dat ‘betalingsonmacht’.
Wat gebeurt er eerst?
Tijdens het faillissement loopt je contract door. Dit betekent dat je moet blijven werken, en dat je recht hebt op loon. Wanneer je werkgever failliet gaat, benoemt de rechtbank een curator. De curator neemt de rol van de werkgever over en handelt het faillissement af. De curator mag alle arbeidsovereenkomsten opzeggen, ook wanneer een werknemer ziek is.
Er zijn voor jou drie mogelijke uitkomsten na een faillissement:
- Je verliest je baan, maar de curator moet zich aan een opzegtermijn van maximaal 6 weken houden. Je werkt tijdens de opzegtermijn door, hebt in deze tijd recht op loon, maar je hebt geen recht op een transitievergoeding.
- Ontslag na een doorstart: Als je wordt ontslagen nadat het bedrijf een doorstart maakt, heb je wél recht op een transitievergoeding.
- Baanbehoud: Er is ook een kans dat je je baan kunt houden nadat het bedrijf een doorstart maakt. Afhankelijk van of er sprake is van ‘overgang van onderneming’ behoudt je je oorspronkelijke contract. Neem bij twijfel contact op met uta@fnv.nl .
Loon en ontslagvergoedingen
Na het faillissement betaalt het UWV het loon. Je krijgt dan de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’. Het UWV betaalt:
- Loon dat je nog niet hebt ontvangen van maximaal 13 weken voor jouw arbeidscontract is opgezegd (achterstallig loon);
- Loon vanaf de het moment dat jouw contract is opgezegd tot aan het einde van de opzegtermijn (meestal 6 weken);
- Vakantiegeld, vakantiedagen en niet betaalde pensioenpremies van het jaar voordat jouw contract is opgezegd.
Wat moet jij doen?
Als de curator je contract heeft opgezegd en je hebt (nog) geen nieuwe baan op de planning staan, dan kun je bij het UWV een werkloosheidsuitkering aanvragen. Dit moet je binnen een week na het eind van de opzegtermijn van je failliete werkgever doen.
Je moet de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ ook zelf aanvragen bij het UWV. Soms informeert de curator je hierover. Je hoort ook een uitnodiging te krijgen van de curator en/of het UWV voor informatiebijeenkomsten over dit onderwerp.
Meld bij de curator welk bedrag je precies moet krijgen. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat je werkgever al langer dan 13 weken geen loon heeft betaald. De curator probeert dit aan je te betalen, maar andere schuldeisers (zoals de Belastingdienst) hebben voorrang.
Belangrijk om te weten
- Betaalt je werkgever je loon niet, en is hij nog niet failliet verklaard door de rechter? Doen moet je je loon eisen bij de werkgever door middel van een loonvordering.
- Als de curator je arbeidsovereenkomst opzegt, geldt er een opzegtermijn van maximaal 6 weken. Jouw dienstverband loopt dus nog maximaal 6 weken door nadat uw contract is opgezegd. De curator bepaalt of je in deze periode moet werken of niet. Je hebt in deze periode in ieder geval wél recht op loon.
- Het UWV betaalt bij de ‘uitkering wegens betalingsonmacht’ maximaal 150% van het maximumdagloon.
- Maakt het bedrijf een doorstart? Dan blijf je waarschijnlijk gewoon werkzaam bij het bedrijf. Als je dit niet wilt, let er dan op dat het afwijzen van een arbeidsovereenkomst invloed kan hebben op je recht op een WW-uitkering.
- Begin je tijdens de opzegtermijn bij een andere werkgever? Dan moet de curator hier toestemming voor geven.
- Bovenwettelijke vakantiedagen die je niet hebt opgenomen kun je omzetten in geld en uitbetaald krijgen.
Hulp nodig?
Nogmaals, zo’n faillissement is schrikken en brengt veel onzekerheid met zich mee. De FNV staat voor je klaar. Zijn er dingen onduidelijk? Of heb je gewoon advies of een luisterend oor nodig? Voor FNV-leden staan juristen voor je klaar, en kunnen we je loopbaanbegeleiding aanbieden. Stuur gerust een e-mail naar uta@fnv.nl of neem telefonisch contact op via 088 368 0368.
Tragisch ongeval bouwplaats Lochem
De FNV heeft met ontsteltenis kennisgenomen van het tragische ongeval op een bouwplaats te Lochem.
Langs deze weg willen wij onze steun betuigen aan de familie van de slachtoffers en de gewonde werknemers,
maar ook willen wij de collega’s van deze werknemers in deze moeilijke tijd alle sterkte toewensen.
Namens alle FNV-collega’s Bouwen & Wonen
Werkdruk | Drie manieren waarop mensen ermee omgaan
In de bouwsector is werkdruk een veelgehoord probleem. De manier waarop je er mee omgaat maakt een groot verschil in wat er met de werkdruk gebeurt. In dit artikel bespreken we de drie manieren waarop mensen omgaan met werkdruk.
Zwijgen
Veel mensen zullen ervoor kiezen om te zwijgen wanneer de werkdruk erg hoog is. Het lijkt misschien wel of anderen er geen last van hebben, dus wil je niet overkomen alsof je enige bent die het zwaar vindt. Of misschien vind je wel dat hard doorwerken de enige manier is waarop je met werkdruk om kunt gaan. Wanneer je ervoor kiest om een te hoge werkdruk niet te benoemen, verandert er vaak niets of wordt de situatie zelfs erger. Het is lijkt soms makkelijker om het probleem te negeren in de hoop dat het vanzelf verdwijnt. Helaas blijft de werkdruk vaak bestaan en neemt het meestal zelfs toe. Dit kan leiden tot frustratie, minder werkplezier en uiteindelijk zelfs uitvallen.
Klagen
Een andere veelvoorkomende reactie op werkdruk is klagen. Op z’n tijd mag er best even geklaagd worden. Maar wanneer het een gewoonte is geworden om te mopperen op alles wat niet lekker loopt, creëer je een negatieve sfeer op de bouwplaats. Klagen is probleemgericht en focust zich voornamelijk op wat er mis is, zonder een duidelijke oplossing te bieden. Dit kan de stemming van het hele team verlagen en leiden tot een minder efficiënte werkomgeving.
Erover praten
De meest effectieve benadering van werkdruk is erover spreken. Door openlijk te communiceren over je uitdagingen, neem je verantwoordelijkheid voor jezelf en je omgeving. Dit bevordert een oplossingsgerichte aanpak, waarbij je samen met je team naar manieren kan zoeken om de werkdruk te verminderen. Door te spreken over werkdruk, creëren je een cultuur van openheid, begrip en samenwerking. Ook daagt het uit om tot slimme oplossingen te komen voor dingen die niet lekker lopen. Dit leidt uiteindelijk tot een gezondere en productievere bouwomgeving.
Kortom; het verschil tussen zwijgen, klagen en erover spreken is duidelijk. Door te kiezen voor open communicatie, nemen we de controle over onze werkdruk en creëren we een positieve en oplossingsgerichte werkomgeving voor onszelf en ons team. Hoe ga jij met werkdruk om?
Wil je graag weten hoe je werkdruk het beste kan aanpakken? Houd dan deze website of onze LinkedIn in de gaten. Binnenkort hoor je hier meer over. Ondertussen kun je luisteren naar de podcast over werkdruk in de bouwsector.
Wat is de loonkloof?
Sinds 1975 is gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wettelijk verplicht. Toch is er in Nederland nog steeds sprake van een flinke loonkloof. Het is een grote reden voor frustratie onder vrouwen op de werkvloer.
Er is sprake van ongelijke beloning als er ongelijk wordt beloond voor gelijkwaardig werk. Dit is het geval als vrouwen minder verdienen dan hun mannelijke collega voor vergelijkbaar werk. De termen ‘ongelijke beloning’ en ‘de loonkloof’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. De loonkloof gaat namelijk over de ongelijke positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwen gemiddeld minder verdienen.
De cijfers
38% - Vrouwen verdienen per jaar gemiddeld 38% minder dan mannen in Nederland. In dit cijfer zie je terug dat vrouwen vaker deeltijd werken dan mannen. Een salarisverschil van 38% maakt dat vrouwen vaker financieel afhankelijk zijn van hun partner.
13% - Vrouwen verdienen gemiddeld 13% minder per uur dan mannen. Er wordt hierbij gekeken naar bruto uurloon in plaats van jaarsalaris, waardoor het deeltijdwerken gecorrigeerd wordt. Dit percentage wordt het meest gehanteerd.
6% - Als verschillende factoren gecorrigeerd worden, blijft er nog steeds een ‘onverklaarbare loonkloof’ over van 6%. Hiervoor word gekeken naar het bruto uurloon van mannen en vrouwen in vergelijkbare functies. Deze onverklaarbare loonkloof wijst op loondiscriminatie.
Slecht betaalde sectoren
Een veelgenoemde oorzaak van de loonkloof is dat vrouwen nou eenmaal vaak banen kiezen in sectoren die slechter betalen, zoals de zorg of het onderwijs. Echter constateerde socioloog Évelyne Sullerot dat beroepen waarin veel vrouwen werken, over het algemeen lager aanzien hebben. Sterker nog: hoe meer vrouwen in een vooral door mannen gedomineerde beroepsgroep aan de slag gaan, hoe meer de status van dat beroep afneemt en daarmee de salarissen.
Genderstereotypering is een van de voornaamste oorzaken van deze ontwikkeling. Deze genderstereotypen schrijven voor hoe mannen en vrouwen zich zouden moeten gedragen en bepalen wat mannen en vrouwen volgens de samenleving ‘horen’ te doen. Technische beroepen zijn namelijk typisch mannelijk en de zorg en het onderwijs typisch vrouwelijk. Vrouwen worden daardoor minder snel aangenomen voor typische ‘mannenberoepen’, waardoor het typische ‘mannenberoepen’ blijven.
Gebrek aan doorgroeimogelijkheden
Vrouwen krijgen vaak niet genoeg kansen om hogerop te komen, waardoor weinig vrouwen in leidinggevende posities zitten. Ook in de bouw zijn vrouwen helaas nog flink ondervertegenwoordigd in het bestuur. Slechts 5,8 procent van de bestuursfuncties wordt bekleed door een vrouw.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom vrouwen minder doorgroeikansen hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dat vrouwen geen contractverlening krijgen na een zwangerschap, niet meer uren mogen werken omdat het werk ‘te zwaar’ zou zijn, of het ontbreken van mogelijkheden voor opleidingen binnen het bedrijf.
Meer over de loonkloof
Wil je meer weten over de loonkloof, de oorzaken en oplossingen, download dan onze PDF waarin de loonkloof wordt uitgelegd: De loonkloof uitgelegd.
Bouwsector 2024 | Dit verandert er
Nieuw jaar, nieuwe regels. Zowel op cao-niveau als landelijk treden er veranderingen op. Denk aan de loonstijging, en aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Hieronder vind je een overzicht met een aantal belangrijke verschillen in 2024, ten opzichte van vorig jaar.
Cao Bouw&Infra
Op 1 januari 2024 is de nieuwe cao Bouw&Infra ingegaan. Dat betekent dat de lonen per die datum met 3,5 procent en vijftig euro per maand stijgen. In juli komt dezelfde verhoging nog een keer. In totaal komt dit neer op zo’n 10 procent loonstijging.
Andere belangrijke veranderingen binnen de cao zijn dat de uitvoerder vanaf nu ook aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling, en dat er weer een onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden voor UTA-medewerkers.
Je leest hier alles over de nieuwe cao Bouw&Infra.
Minimumloon
Per 1 januari gaat in heel het land het minimumuurloon in. De wettelijk voorgeschreven minimum dag-, week-, en maandlonen verdwijnen. Hierdoor verdienen werknemers met een minimumloon altijd hetzelfde uurloon.
Wetten
Afgelopen jaar werd er ingestemd met de Omgevingswet op 1 januari 2024, maar deze instemming werd vrij vlot weer ingetrokken. Ondanks aanhoudende weerstand is de Omgevingswet, die alle regels rondom de leefomgeving moet versimpelen, dit jaar van start gegaan.
Bij de invoering van deze nieuwe Omgevingswet is ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) afgelopen januari in werking getreden. Dat is de opvolger van het Bouwbesluit 2012.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat stapsgewijs in.
STAP wordt SLIM
De scholingssubsidie STAP stopt in 2024. Van het bedrag dat hierdoor vrijkomt (147 miljoen euro) gaat 73,5 miljoen euro naar de scholingssubsidie SLIM in de periode 2024-2027.
Werkkostenregeling
De eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt verlaagd van 3 procent in 2023, naar 1,92 procent in 2024.
Verwachting 2024
Volgens de ING is de bouwsector in 2023 met 3 procent gegroeid, maar zal er sprake zijn van een krimp in 2024. Deze krimp wordt geschat op -2,5 procent.
De ING ziet dat de meeste bouwbedrijven er na jaren van grote groei er nog steeds goed voor staan. Door de buffers verwacht de bank dat de bouwsector de volumekrimp goed moet kunnen doorstaan. Daarbij is de verwachting dat aannemers hun prijzen verhogen.
Ook de nieuwbouw profiteert. Nieuwbouwprojecten die eerst niet konden worden uitgevoerd vanwege te hoge kosten, kunnen in 2024 vaker wel tot stand komen. Dat komt goed uit, want de interesse in nieuwbouw neemt ook weer toe. Dat is te zien in de verkoopcijfers van nieuwbouw.










