Loonkloof

Wat is de loonkloof?

Sinds 1975 is gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wettelijk verplicht. Toch is er in Nederland nog steeds sprake van een flinke loonkloof. Het is een grote reden voor frustratie onder vrouwen op de werkvloer.

Er is sprake van ongelijke beloning als er ongelijk wordt beloond voor gelijkwaardig werk. Dit is het geval als vrouwen minder verdienen dan hun mannelijke collega voor vergelijkbaar werk. De termen ‘ongelijke beloning’ en ‘de loonkloof’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. De loonkloof gaat namelijk over de ongelijke positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwen gemiddeld minder verdienen.

De cijfers

38% -  Vrouwen verdienen per jaar gemiddeld 38% minder dan mannen in Nederland. In dit cijfer zie je terug dat vrouwen vaker deeltijd werken dan mannen. Een salarisverschil van 38% maakt dat vrouwen vaker financieel afhankelijk zijn van hun partner.

13% - Vrouwen verdienen gemiddeld 13% minder per uur dan mannen. Er wordt hierbij gekeken naar bruto uurloon in plaats van jaarsalaris, waardoor het deeltijdwerken gecorrigeerd wordt. Dit percentage wordt het meest gehanteerd.

6% - Als verschillende factoren gecorrigeerd worden, blijft er nog steeds een ‘onverklaarbare loonkloof’ over van 6%. Hiervoor word gekeken naar het bruto uurloon van mannen en vrouwen in vergelijkbare functies. Deze onverklaarbare loonkloof wijst op loondiscriminatie.

Slecht betaalde sectoren

Een veelgenoemde oorzaak van de loonkloof is dat vrouwen nou eenmaal vaak banen kiezen in sectoren die slechter betalen, zoals de zorg of het onderwijs. Echter constateerde socioloog Évelyne Sullerot dat beroepen waarin veel vrouwen werken, over het algemeen lager aanzien hebben. Sterker nog: hoe meer vrouwen in een vooral door mannen gedomineerde beroepsgroep aan de slag gaan, hoe meer de status van dat beroep afneemt en daarmee de salarissen.

Genderstereotypering is een van de voornaamste oorzaken van deze ontwikkeling. Deze genderstereotypen schrijven voor hoe mannen en vrouwen zich zouden moeten gedragen en bepalen wat mannen en vrouwen volgens de samenleving ‘horen’ te doen. Technische beroepen zijn namelijk typisch mannelijk en de zorg en het onderwijs typisch vrouwelijk. Vrouwen worden daardoor minder snel aangenomen voor typische ‘mannenberoepen’, waardoor het typische ‘mannenberoepen’ blijven.

Gebrek aan doorgroeimogelijkheden

Vrouwen krijgen vaak niet genoeg kansen om hogerop te komen, waardoor weinig vrouwen in leidinggevende posities zitten. Ook in de bouw zijn vrouwen helaas nog flink ondervertegenwoordigd in het bestuur. Slechts 5,8 procent van de bestuursfuncties wordt bekleed door een vrouw.

Er kunnen verschillende redenen zijn waarom vrouwen minder doorgroeikansen hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dat vrouwen geen contractverlening krijgen na een zwangerschap, niet meer uren mogen werken omdat het werk ‘te zwaar’ zou zijn, of het ontbreken van mogelijkheden voor opleidingen binnen het bedrijf.

Meer over de loonkloof

Wil je meer weten over de loonkloof, de oorzaken en oplossingen, download dan onze PDF waarin de loonkloof wordt uitgelegd: De loonkloof uitgelegd.


2024

Bouwsector 2024 | Dit verandert er

Nieuw jaar, nieuwe regels. Zowel op cao-niveau als landelijk treden er veranderingen op. Denk aan de loonstijging, en aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.

Hieronder vind je een overzicht met een aantal belangrijke verschillen in 2024, ten opzichte van vorig jaar.

Cao Bouw&Infra

Op 1 januari 2024 is de nieuwe cao Bouw&Infra ingegaan. Dat betekent dat de lonen per die datum met 3,5 procent en vijftig euro per maand stijgen. In juli komt dezelfde verhoging nog een keer. In totaal komt dit neer op zo’n 10 procent loonstijging.

Andere belangrijke veranderingen binnen de cao zijn dat de uitvoerder vanaf nu ook aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling, en dat er weer een onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden voor UTA-medewerkers.

Je leest hier alles over de nieuwe cao Bouw&Infra.

Minimumloon

Per 1 januari gaat in heel het land het minimumuurloon in. De wettelijk voorgeschreven minimum dag-, week-, en maandlonen verdwijnen. Hierdoor verdienen werknemers met een minimumloon altijd hetzelfde uurloon.

Wetten

Afgelopen jaar werd er ingestemd met de Omgevingswet op 1 januari 2024, maar deze instemming werd vrij vlot weer ingetrokken. Ondanks aanhoudende weerstand is de Omgevingswet, die alle regels rondom de leefomgeving moet versimpelen, dit jaar van start gegaan.

Bij de invoering van deze nieuwe Omgevingswet is ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) afgelopen januari in werking getreden. Dat is de opvolger van het Bouwbesluit 2012.

De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat stapsgewijs in.

STAP wordt SLIM

De scholingssubsidie STAP stopt in 2024. Van het bedrag dat hierdoor vrijkomt (147 miljoen euro) gaat 73,5 miljoen euro naar de scholingssubsidie SLIM in de periode 2024-2027.

Werkkostenregeling

De eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt verlaagd van 3 procent in 2023, naar 1,92 procent in 2024.

Verwachting 2024

Volgens de ING is de bouwsector in 2023 met 3 procent gegroeid, maar zal er sprake zijn van een krimp in 2024. Deze krimp wordt geschat op -2,5 procent.

De ING ziet dat de meeste bouwbedrijven er na jaren van grote groei er nog steeds goed voor staan. Door de buffers verwacht de bank dat de bouwsector de volumekrimp goed moet kunnen doorstaan. Daarbij is de verwachting dat aannemers hun prijzen verhogen.

Ook de nieuwbouw profiteert. Nieuwbouwprojecten die eerst niet konden worden uitgevoerd vanwege te hoge kosten, kunnen in 2024 vaker wel tot stand komen. Dat komt goed uit, want de interesse in nieuwbouw neemt ook weer toe. Dat is te zien in de verkoopcijfers van nieuwbouw.


Hoofduitvoerder Sander Goudriaan

Hoofduitvoerder Sander Goudriaan: "De einddatum staat"

George Evers ontmoet Sander bij een groot renovatieproject van een kantoorpand in hartje Amsterdam. Sander werkt inmiddels ruim 32 jaar in de bouw, waarvan een groot aantal jaren bij IJbouw. IJbouw is een groot bouwbedrijf uit Amsterdam en is onderdeel van een groter concern.

Sander is hoofduitvoerder en dat is goed te merken. In zijn kantoor lopen voortdurend mannen in en uit om even met hem te overleggen over de uitvoering van het werk. Alle lijnen lopen via hem, een echte spin in het web. Ondanks deze drukte straalt het werkplezier ervan af: Sander gedijt goed in de hectiek van alledag. En of het niet genoeg is, zorgt hij daarnaast ook nog voor de inzet van de timmerlieden bij alle projecten van IJbouw.

Werken met onderaannemers

Sander werkt veel met onderaannemers in projecten, zoals gebruikelijk is in de bouw. De onderaannemers zijn andere bedrijven, maar ook zzp-ers. ‘Ik werk zoveel mogelijk met vaste partners samen en dat geldt ook voor zzp-ers. Ik ken ze goed, weet wat ik kan verwachten en zij weten precies wat ik wil. Doordat je elkaar goed kent is de samenwerking goed en weet ik dat zij goede kwaliteit leveren. Ik heb wel eens een zzp-er gehad die niet de door mij gewenste kwaliteit leverde en zich ook niet liet aansturen. Ja, dan moet je op een gegeven moment afscheid nemen van iemand.’

Sander benadrukt dat je als hoofduitvoerder duidelijk moet zijn in hoe het werk moet worden uitgevoerd. ‘Er zijn tekeningen gemaakt die aangeven wat er moet gebeuren, maar in het werk kom je allerlei zaken tegen die je ter plekke moet regelen. Ik weet hoe ik het uitgevoerd wil hebben en bespreek dat met de mannen. Het komt wel voor dat iemand een beter idee heeft hoe het ook kan, ja dan neem je dat wel over. Voor mijn werk heb je overtuigingskracht nodig en overwicht op anderen. Anders red je het niet.’

Werkdruk

Uit een recent onderzoek uitgevoerd in opdracht van de sociale partners, blijkt dat in de bouw veel werkdruk voorkomt. Hoe is dat bij Sander? ‘Werkdruk is heel herkenbaar, daar heeft iedereen mee te maken. Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor het ontstaan van werkdruk. Om te beginnen, de computer. Vroeger toen alles met de hand werd getekend betekende een wijziging dat je heel voorzichtig de tekening moest aanpassen. Je schraapte als het ware met een fijn mesje een deel van de tekening weg. Als je dat iets te onzorgvuldig deed dan kon je een nieuwe tekening maken, en je weet hoeveel werk dat was. Nu met de computer is het aanpassen een fluitje van een cent. Je ziet daardoor eindeloos veel aanpassingen en veranderingen in de tekeningen, de ene versie na de andere. Die wijzigingen zijn afkomstig van de architect, de opdrachtgever, maar ook vanuit overheid als een ontwerp niet voldoet aan de eisen. Het lastige is dat deze wijzigingen zelfs worden aangebracht tijdens de werkzaamheden en ja dan moet je echt het uitvoeringsplan bijstellen.’

Sander wijst er op dat de eisen die worden gesteld steeds strenger zijn. ‘Er zijn steeds meer regels waarmee ik rekening moet houden tijdens de werkzaamheden. Wordt er gewerkt met gevaarlijke stoffen of wordt er op hoogte gewerkt? Welke maatregelen moet je dan nemen om ervoor te zorgen dat het werk veilig en gezond gebeurt. Tegenwoordig moet je rekening houden met circulariteit: je kunt verwijderde materialen niet meer standaard in de container storten, want ze moeten opnieuw worden gebruikt. Als hoofduitvoerder ben je verantwoordelijk voor alles wat er op de bouw gebeurt, dus moet je voortdurend alert zijn.’

De werkdruk wordt ook veroorzaakt als een aantal zaken nog niet bekend zijn. Soms is een vergunning nog niet afgegeven, is nog niet bekend met welke bouwmaterialen moet worden gewerkt of is nog niet duidelijk welk budget beschikbaar is. Terwijl je wel al moet starten, want de einddatum staat. Die is heilig. Dat betekent dat je soms moet besluiten om extra te werken, bijvoorbeeld op een zaterdag om wat tijd in te halen. ‘Die flexibiliteit heb je nodig, het moet natuurlijk niet standaard zijn, maar soms is dat de manier om de opleverdatum te halen. Ook dan loop je tegen bepaalde zaken aan, die je niet kunt beïnvloeden. We werken nu op een plek waar de opdrachtgever zorgt voor de toegang. En zij openen iets later dan wij soms willen beginnen of zij hebben op zaterdag een beperkte openingstijd. Ja daar heb je dan wel mee te maken.’

Erkenning

Er is binnen de bouw wel de erkenning dat werkdruk bestaat, maar het voorkomen en oplossen is lastig. Sander geeft aan dat hij het gesprek met zijn werkgever in harmonie voert over compensatie van de extra gewerkte uren.  Maar wie het initiatief hiervoor ook neemt daargelaten. Het zou het fijner zijn afspraken over dit onderwerp in de cao met elkaar te maken, immers het kan maar duidelijk zijn wat de afspraken zijn. ‘Binnen de bouw is de gedachte dat de extra uren er nu eenmaal bij horen. Ten dele klopt dat wel, want veel in de bouw is moeilijk voorspelbaar en dat vraagt om de nodige flexibiliteit. Ik vind dat bouwbedrijven soms te gemakkelijk rekenen op deze flexibiliteit en de inzet van bouwmedewerkers. Daar zijn we als medewerkers ten dele mede schuldig aan, want je wilt  uiteindelijk dat een bouwproject op tijd klaar is.’


CAP B&I ronde 1

Cao Bouw & Infra: Verbazing over het niet herkennen van UTA-onderzoek

Cao Bouw & Infra: Verbazing over het niet herkennen van UTA-onderzoek

Op 5 oktober vond de eerste onderhandelingsronde voor de nieuwe cao Bouw&Infra plaats. In deze update over ronde 1 informeren we je over deze onderhandelingsdag, de voorstellen van de werkgevers én onze eerste reactie hierop.

We zijn verbaasd

Eerste onderhandelaar Hans Crombeen naar aanleiding van deze eerste onderhandelingsronde: “De eerste ronde verliep in een goede sfeer. Wel zijn we erg verbaasd dat werkgevers aangeven zich niet te herkennen in de uitkomsten van de grote UTA-enquête die cao-partijen in gezamenlijkheid hebben uitgezet.”

Het UTA-onderzoek

Het UTA-onderzoek, uitgevoerd door onafhankelijk onderzoeksbureau Berenschot, is maar liefst door 662 werkgevers en 2.099 werknemers ingevuld. Met deze aantallen hebben de betrokken cao-partijen en Berenschot de enquête-resultaten als representatief vastgesteld. Om die reden zijn we nu verbaasd dat de werkgeversorganisaties aangeven zich niet in de resultaten te herkennen. We gaan er vanuit dat in de volgende onderhandelingsronden de uitkomsten én de oplossingen besproken worden.

Verlenging zwaarwerkregeling is een positief signaal

De werkgevers geven aan dat ook zij de zwaarwerkregeling willen verlengen. De zwaarwerkregeling bestaat sinds 2021 en had een einddatum. Dit is een positief en belangrijk signaal. Wel hebben we vanuit de FNV ook andere wensen om de zwaarwerkregeling te verbeteren.

Via de links hieronder kun je alle voorstellen lezen, zowel die van de werkgevers, als die van de FNV.

Klik om de cao-voorstellen van de werkgevers te bekijken

In dit eerdere nieuwsbericht lees je wat onze FNV-voorstellen voor de nieuwe cao Bouw & Infra zijn.

Wil je op de hoogte blijven van het cao-traject? Meld je hieronder aan voor de nieuwsbrief!

Blijf op de hoogte en meld je aan voor de nieuwsbrief!

FNV UTA gebruikt de gegevens die u op dit formulier verstrekt om contact met u op te nemen en om updates en marketing aan te bieden. U kunt zich op elk moment afmelden door te klikken op de link in de voettekst van onze e-mails. ons privacybeleid

Blijf op de hoogte en meld je aan voor de nieuwsbrief!

FNV UTA gebruikt de gegevens die u op dit formulier verstrekt om contact met u op te nemen en om updates en marketing aan te bieden. U kunt zich op elk moment afmelden door te klikken op de link in de voettekst van onze e-mails. ons privacybeleid


wet verbetering zekerheid flex

Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten: wat betekent dit voor mij?  

Flexibele werknemers (zoals mensen met een 0-urencontract) hebben recht op zekerheid over het inkomen en het rooster. Om deze reden is er een wetsvoorstel gedaan over de rechten van flexwerkers; de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten.

Met dit wetsvoorstel wordt verwacht dat je sneller een contract voor onbepaalde tijd zal krijgen. Op dit moment kunnen burgers, bedrijven instellingen reageren op het wetsvoorstel. De wet zal op zijn vroegst op 1 januari 2026 ingaan.

Wat gaat er veranderen?

Door de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten krijgen flexwerkers meer zekerheid in hun werk. Mensen met een tijdelijk contract, zullen beter beschermd worden. Het doel is om ervoor te zorgen dat als iemand langdurig werk verricht, deze persoon recht heeft op een vast contract zonder dat de werkgever bepaalde regels kan omzeilen. In dit artikel zullen wij in hoofdlijnen vertellen wat er mogelijk gaat veranderen. Meer weten? Neem contact met ons op!

Ketenregeling / tijdelijke contracten

Een werkgever moet jou een vast contract aanbieden als jij langer dan drie jaar in dienst bent of als jij al drie opeenvolgende contracten aangeboden gekregen hebt. Dit wordt ook wel de ketenregeling genoemd. In een cao kunnen afwijkende afspraken staan. Deze keten wordt doorbroken als jij een periode van zes maanden of langer niet werkzaam bent voor dezelfde werkgever.

Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, gaat dit veranderen. Als de wet in werking gaat, zal namelijk het contract van iemand die in een periode van vijf jaar regelmatig wordt ingehuurd automatisch worden omgezet in een vast contract. Dit geldt ook voor uitzendkrachten.

Daarnaast kan er nu in cao’s afgeweken worden van regels over hoelang iemand tijdelijk werk mag doen voordat deze persoon een vast contract krijgt. Ook dit gaat veranderen. Een van deze regels gaat over opvolgend werkgeverschap. Opvolgend werkgeverschap betekent dat de periodes waarbij je voor verschillende bedrijven werkt in dezelfde functie bij elkaar opgeteld worden. Zo’n situatie komt bijvoorbeeld voor als je via een uitzendbureau bij een gemeente werkt, en je later in dienst gaat bij deze gemeente in dezelfde functie. Bedrijven kunnen nu in cao’s afspreken dat deze periodes niet bij elkaar worden opgeteld. Deze nieuwe wet zorgt ervoor dat dit niet meer mogelijk is. Dit voorkomt dat je bijvoorbeeld dat je na drie jaar te werken voor een bedrijf niet als uitzendkracht ingezet kan worden om de ketenregeling te omzeilen.

Oproepcontracten

Nulurencontracten worden afgeschaft. Zo weet je beter waar je aan toe bent. Je weet wat je verdient per maand en je weet wanneer je aan het werk moet. En kan je beter je werk combineren met bijvoorbeeld je studie, een andere baan, mantelzorg of thuissituatie. Er komen namelijk (vast en tijdelijke) basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor je ten minste wordt ingeroosterd en die stabiel betaald worden. Ook komen er meer regels voor de extra beschikbaarheid. Buiten deze beschikbaarheid is er geen verplichting om te komen werken.

Uitzonderingen voor studenten!

Voor scholieren en studenten gelden wel andere regels. Jij mag nog steeds op oproepbasis blijven werken. Hierdoor ben je flexibeler in het aantal uur dat je werkt. Toetsweek? Dan werk je wat minder. Vakantie? Even lekker cashen. Ook geldt voor jou de ketenregeling niet. Met de nieuwe wet blijft dit zo.


Werk en een gezin: "Op vakantie en weer aan het werk"

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) vertelt over haar leven met partner Stefan Bok (33) en hun kindje. In december 2022 werden ze ouders van dochter Gijsje. Deze keer vertelt ze over op vakantie gaan met een baby en weer aan het werk gaan na je vakantie.

"Ons kleine croissantje is alweer acht maanden oud. Ze tijgert en kruipt het hele huis door, zit zelfstandig op d’r billen, heeft acht tandjes en ze gaat al staan. Staan ja, op twee benen! Gijsje verschonen gaat niet meer want binnen één seconde draait ze zich om en zit ze in de kruiphouding. Dat is lastig billen afvegen kan ik je vertellen. Dus daar zijn we maar mee gestopt. Nee grapje, maar het is serieus een two-man job geworden. De een houdt haar in de houdgreep en de ander maakt van verschonen een wedstrijdje. Je moet wat.

Een maand vakantie

Mijn vakantie zit erop; ik ben weer aan het werk. Ik kan terugkijken op een heerlijke vakantie. Van vijf weken overigens. Vijf weken ja. Ik moet er bij vertellen dat daarvan een gedeelte bestond uit betaald ouderschapsverlof. Twee van de vijf weken vakantie verbleven we in Frankrijk. Precies in die weken dat het hier in Nederland alleen maar regende. Bofkonten dus. We zaten op een camping in een glampingtent. Met een houtenterras waar Papa en Mama konden genieten van een wijntje, een boek en van Gijsje natuurlijk. Genieten met een hoofdletter, want Gijsje zat zo nu en dan in een opblaasbare box. Dikke tip! We kochten een opblaasbaar badje. Niet groot, niet klein. Net zo groot als een box ongeveer, maar dan rond. Je vult het badje niet met water maar met speelgoed. Uren speelplezier. Wat ook hielp is dat er veel campinggasten op weg naar het zwembad voorbij onze tent liepen. Gijsje lag dan vaak met haar armpjes over de rand te kijken naar iedereen die voorbij liep. Zie je het voor je?

Het was echt niet alleen maar rozengeur en maneschijn op vakantie. Zeker niet. Gijsje is onderweg een paar keer doorgelekt. Dat ruik je dan ineens. Eerst checkten we of de geur niet van buiten kwam (wat nooit zo was) en dan: auto aan de kant en Gijsje verschonen in de kofferbak. Ook de eerste nacht verliep niet vlekkeloos. Gijsje vond het lastig om in haar campingbedje te slapen, dus sliep ze de hele nacht tussen ons in. Dat klinkt romantisch, maar dat is het niet. En wat denk je van die dikke tip van hierboven: na drie dagen spelen vond Gijsje het wel welletjes geweest en besloot er eigenhandig uit te kruipen. Dag boek, hallo Gijsje.

Weer aan het werk

En toen naderde de laatste week van mijn vakantie. Ik denk dan veel na over wat er de komende tijd op de planning staat. Wat er met spoed gebeuren moet, de leuke klusjes, de minder leuke klusjes, wat er op mijn agenda staat op mijn eerste werkdag, et cetera et cetera. En stiekem word ik daar best een beetje zenuwachtig van. Weer een wekker zetten, bammetjes smeren, naar de kinderopvang, files, enzovoort. Herkenbaar?

Op onze verjaardagskalender in de maand augustus staat het volgende op de kalender: ‘’Tijdens je werk naar een fijne vakantie verlangen is goed. Tijdens een fijne vakantie verlangen naar je werk is geweldig.’’ Gaat dit voor jou op? Dan krijg je van mij een FNV|UTA koffiebeker to-go. Stuur een mailtje naar uta@fnv.nl onder de vermelding van het onderwerp ‘koffiebeker to-go’’ en licht in minimaal 100 woorden toe waarom jij tijdens je vakantie naar je werk verlangt."

Combineer jij net als FNV|UTA consulent Daniëlle je werk met een gezin en heb je vragen over je rechten met betrekking tot verlof of andere gerelateerde zaken? Schroom dan niet en mail naar uta@fnv.nl of bel/whatsapp naar 06-18511269.

 

Daniëlle Strijbos – Bok

Consulent UTA/moeder

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) heeft een relatie met Stefan Bok (33). Samen hebben ze een dochter Gijsje (0).

 


wfw

Als UTA’er meer, minder, of flexibel werken

In een wereld die continu in beweging is, is het cruciaal dat je werk met je meebeweegt. De “Wet flexibel werken” (Wfw) helpt je om die balans tussen werk en privé te creëren. Een evenwichtige werk-privé balans is namelijk geen luxe, maar een noodzaak.

Om gemotiveerd en productief te blijven is het belangrijk dat je je werk en je persoonlijk leven op een goede manier kunnen combineren. Zo kan het bijvoorbeeld erg helpen wanneer je werkt vanuit huis of een locatie dichter bij huis. Of misschien wil je juist méér of minder werken, of op andere tijden. De Wfw is om deze reden dan ook in het leven geroepen.

Wet flexibel werken

Maar wat houd de Wfw dan precies in? De wet bepaald dat werknemers bij hun werkgever een verzoek mogen indienen voor een wijziging van arbeidsduur, arbeidstijden en arbeidsplaats. De wfw geeft daarbij ook aan hoe werkgevers met zo’n verzoek om moeten gaan. Bijvoorbeeld: een verzoek voor wijziging van arbeidsduur of arbeidstijden moet een werkgever altijd goedkeuren, zolang dit geen grote problemen met zich meebrengt voor de bedrijfsvoering.

Hieronder vind je een overzicht van de richtlijnen rondom het indienen van een verzoek voor wijzing van je arbeidsduur, arbeidstijden, of arbeidsplaats

 

Verzoek werknemer

Wie 
- Werknemers die 6 maanden in dienst zijn geweest (met een maximale onderbreking van 6 maanden) op de datum dat de wijziging in zou gaan.
- Werkzaam bij een organisatie met 10+ werknemers.

Wat
Schriftelijk verzoek met de volgende info:
- Wanneer je wilt dat de wijziging ingaat
- Gewenste werktijden, werkduur of werkplaats

Wanneer
Tenminste twee maanden voor de datum dat je wilt dat de wijziging ingaat.

Hoe vaak
Maximaal één keer per jaar (vanaf het moment dat het vorige verzoek is goedgekeurd of afgewezen).

Je vindt hier een brief die je als voorbeeld kunt gebruiken voor je eigen verzoek.

 

Reactie werkgever

Wat
Schriftelijke reactie. Wanneer het verzoek niet wordt goedgekeurd moet de werkgever dit motiveren.

Wanneer
Uiterlijk één maand voordat de wijziging in zou gaan.

Goedkeuren of afwijzen
- Voor wijzigingen in arbeidsduur en arbeidstijden moet het verzoek geaccepteerd worden zolang het geen grote negatieve gevolgen heeft voor de bedrijfsvoering.
- Voor wijziging van arbeidsplaats geldt dat een werkgever het verzoek minimaal moet overwegen en met je moet overleggen als deze wordt afgewezen.
Ben je het niet eens met een afwijzing van je verzoek? Dan kan je naar de rechter stappen. Mail uta@fnv.nl wanneer je hier hulp bij kunt gebruiken. We helpen je graag.

Wanneer mag het afgekeurd worden

Je werkgever dient dus uiterlijk een maand voordat de wijziging in zou moeten gaan een reactie te geven. Wordt het goedgekeurd, dan gaat de wijziging in op de datum die in het verzoek staat. Is er geen reactie, dan mag je dit op dezelfde manier behandelen als een goedkeuring. Wordt het verzoek afgewezen, dan moet je werkgever dit dus motiveren; er moet namelijk sprake zijn van een groot probleem voor de bedrijfsvoering. Maar wat betekend dat nou, een groot probleem voor de bedrijfsvoering? Wanneer spreken we van een groot probleem en wanneer niet? Hieronder een aantal voorbeelden:

Minder werken:
- Het zou problemen geven met het werkrooster
- Er is niemand om je werk over te nemen

Meer werken:
- Er is niet voldoende geld om meer uren te bekostigen
- Er is niet voldoende werk om meer uren te werken

Arbeidstijden
- Het bedrijf zou alleen voor jou eerder open moeten
- Door de wijziging zouden er onveilige situaties ontstaan als anderen of jij bijvoorbeeld alleen moeten werken

Arbeidsplaatsen
- Het is niet mogelijk om het werk uit te voeren vanaf de voorgestelde locatie
- Het zou problemen geven met het werkrooster

 

Wet werken waar je wilt

Er is dus een verschil in hoe arbeidsplaats wordt behandeld ten opzichte van arbeidstijden en arbeidsuren. De Tweede Kamer heeft een wetsvoorstel goedgekeurd die ervoor zou zorgen dat de beslissing over arbeidsplaats op een vergelijkbare manier wordt behandeld als een verzoek voor arbeidsuren of arbeidsplaats. Een werkgever kan deze dan minder makkelijk afwijzen. Dit maakt het dus makkelijker om je arbeidsplek te wijzigen en bijvoorbeeld vanuit huis te werken. Op 12 september 2023 wordt deze wet besproken door de Eerste Kamer. Zodra er meer bekend is zullen wij hier uiteraard wat over delen.


Column Daan #3

Weer aan het werk: "Voor het eerst als gezin op vakantie"

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) vertelt over haar leven met partner Stefan Bok (33) en hun kindje. In december 2022 werden ze ouders van dochter Gijsje. Dit keer vertelt ze over voor het eerst als gezin op vakantie gaan.

"Op het moment dat je mijn column leest heb ik vakantie. In totaal vijf weken. Een gedeelte van die vijf weken is betaald ouderschapsverlof. Om recht te hebben op betaald ouderschapsverlof moet je de negen betaalde weken opnemen in het eerste levensjaar van je kindje. Doe je dat niet, dan behoudt je de weken in tijd, maar vervalt de plicht van het UWV om je salaris (tot maximaal 70% van het maximum dagloon) door te betalen. Iets om in de gaten te houden dus.

Vive la France

Over een week gaan we voor het eerst als gezin op vakantie. We gaan met de auto naar de kust van Frankrijk. De westkust om precies te zijn, vlakbij Bordeaux. We rijden zowel de heen- als de terugweg in twee etappes. Al met al neemt elke etappe zo’n vijf à zes uur in beslag. Dat lijkt mij nu goed te doen, maar of dat ook echt goed gaat laat ik jullie weten in mijn volgende column. De heenweg overnachten we in het plaatsje Versailles. Bij het paleis. Heerlijk om daar even in de tuin(en) te wandelen, naar de fonteinen te kijken en te genieten van onze eerste Franse lunch. Ik kan niet wachten!

Avec le voiture

Voor een eerste gezinsvakantie hebben wij gekozen voor een autovakantie. Omdat Frankrijk aan al onze wensen voldoet is vliegen niet nodig. Wij hebben thuis ook een fijne gezinsauto voor de deur staan. Groot genoeg voor een autovakantie. Tenminste, dat denk ik. Want toen ik visualiseerde wat we allemaal mee moeten nemen raakte ik toch een klein beetje in paniek. Want dat past toch nooit? De kinderwagen, campingbedje, matrasje, lakentjes/slaapzakken, badje, luiers, doekjes, kleding, verzorgingsspullen, speelgoed, et cetera et cetera. Hoe dan? En wij hebben maar één kindje. Moet je nagaan als je twee, drie of meer kinderen hebt. We vroegen vrienden en familie met kinderen het hemd van het lijf. De beste tip: koop een buggy. Dat hebben we meteen gedaan. Zo eentje die je tevens als schoudertas gebruiken kunt. Lekker compact. Manlief was niet meteen overtuigd want er waren ook goedkopere alternatieven. En hoewel dat klopte waren ze ook een stuk minder mooi. Dat was echter niet het beste argument om Stefan te overtuigen. Een argument waar de consumentenbond in verwerkt is werkt vaak beter. Nadat Stefan de buggy een paar keer (soepel) in- en uitklapte was hij overtuigd. Hij leek zelfs onder de indruk. Allebei blij.

Naast de buggy-tip kregen we de tip om een dakkoffer aan te schaffen. Om nog meer spullen mee te nemen die je waarschijnlijk helemaal niet gaat gebruiken. Herkenbaar? Meestal nemen we de helft van onze ingepakte kleren weer schoon terug mee naar huis. Om ze vervolgens wel uit te wassen, want ze liggen niet meer zo fris in de koffer. Wie is er net zo gek?

Een fijne zomer!

Mijn vakantie is aanstaande, misschien zit die er van jou al op of mag je nog. Hoe dan ook; ik wens je een hele fijne zomer toe!"

 

Daniëlle Strijbos – Bok

Consulent UTA/moeder

FNV|UTA Consulent Daniëlle Strijbos - Bok (32) heeft een relatie met Stefan Bok (33). Samen hebben ze een dochter Gijsje (0).

 


Een officiële waarschuwing, wat nu?

Een officiële waarschuwing, wat nu?

Is dat even schrikken; een officiële waarschuwing. Hiermee laat je werkgever weten dat hij/zij bepaald gedrag van jou bezwaarlijk vindt. In dit artikel lees je wat een officiële waarschuwing precies is, en hoe je erop kunt reageren.

Een officiële waarschuwing krijg je niet zomaar. Dat gebeurt eigenlijk alleen als jij verantwoordelijk bent voor een vervelende gebeurtenis of situatie op je werk. Het kan ook voorkomen dat je betrokken bent bij zo’n gebeurtenis.

Zo kun je er bijvoorbeeld een krijgen als je regelmatig te laat komt, diefstal, of een ernstig conflict. Je krijgt (meestal) een aangetekende brief met de officiële waarschuwing daarin. Als je je gedrag niet aanpast, kan dit reden zijn om je te ontslaan. Een officiële waarschuwing komt in je personeelsdossier te staan.

Ziekte

De werkgever mag een officiële waarschuwing geven als je ziek bent. Dat kan bijvoorbeeld als je je niet houdt aan de regels voor ziekteverzuim. Wanneer je je gedrag in dit geval niet aanpast, kan de werkgever de betaling van het loon uitstellen of stopzetten. Dit moet worden aangegeven in deze waarschuwing.

Reageren

Door een officiële waarschuwing kan je werkgever een negatief dossier over je opbouwen. Reageer daarom altijd, en doe dit schriftelijk, zodat je altijd kunt aantonen dat je gereageerd hebt.

Geef in je reactie aan met welke punten je het eens en oneens bent. En licht dit ook toe. Geef een reden van je gedrag, of een bewijs dat je onschuldig bent in de situatie. Blijf wel zakelijk en positief (ook je reactie komt namelijk in je personeelsdossier). Als je begrijpt waarom je werkgever je waarschuwt, geef dat dan aan. Bijvoorbeeld omdat je vaak te laat komt. Laat in je reactie weten dat je graag wilt verbeteren en dat je hierover in gesprek wilt gaan met je werkgever.

Mondelinge waarschuwing

Je kunt ook een mondelinge waarschuwing krijgen voor je een officiële waarschuwing krijgt. Protesteer in het geval van een mondelinge waarschuwing niet schriftelijk. Daarmee bewijs je dat je een waarschuwing hebt gehad, en dit kan in je nadeel werken.

Als je het niet eens bent met deze mondelinge waarschuwing kun je erover met je werkgever in gesprek. Leg uit wat er aan de hand is, en ga samen op zoek naar een oplossing. Zet de afspraken vervolgens op papier, zodat er geen onduidelijkheden over kunnen ontstaan.

Kom je er niet uit? We helpen je graag. Stuur een mail naar uta@fnv.nl .


bouwplaats-ID

Bouwplaats-ID voor een eerlijke en veilige werkomgeving

In 2015 is de cao-afspraak gemaakt om Bouwplaats-ID te ontwikkelen en te implementeren op de Nederlandse bouwplaatsen. Dit instrument moet eerlijk en veilig werken op de bouwplaats bevorderen. Daarnaast versterkt het de positie van de werkenden en verlaagt het de administratieve lasten voor de werkgever.

Bouwplaats-ID is een ‘bouwplaatsregistratiesysteem’ dat wordt ingezet op bouwplaatsen vanaf een bepaalde grootte. Bouwplaats-ID brengt de onderlinge relaties op de bouwplaats in kaart tussen hoofdaannemer (project), onderaannemers, werkenden en ZZP’ers. De hoofdaannemer moet weten wie op welk moment (geoorloofd) op de bouwplaats rondloopt en of deze persoon wel over de juiste papieren beschikt voor de activiteit die moet worden uitgevoerd. Met Bouwplaats-ID wordt dit in één keer zichtbaar en wordt keer duidelijk wie voor wie aan het werk is. Daarnaast heeft de werknemer toegang tot zijn eigen data- ook wanneer deze al lang niet meer op het project werkt.

In 2019 werd duidelijk dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgeleigenheid (SZW) niet de benodigde algemeen verbindend verklaring wilde geven op deze cao-afspraak. Ondersteund door twee moties in het parlement die met overgrote meerderheid zijn aangenomen, onderzoeken we nu samen met SZW de juridische basis van Bouwplaats-ID.

Waarom is BouwplaatsID nodig?

Door fragmentering van de sector staan eerlijk en veilig werk onder druk en staat de aantrekkelijkheid van de sector op het spel. Bouwplaats-ID is een digitale tool waardoor we preventief zaken op gebied van eerlijk en veilig werk kunnen ondervangen.

Digitalisering is de manier om enerzijds aan alle (wettelijke) verplichtingen die de hoofopdrachtgever heeft, te voldoen en anderzijds om de positie van de werkenden te versterken: de werknemer geeft toestemming voor het gebruik van zijn data, de werknemer heeft toegang tot zijn data en behoudt dit ook wanneer het project of zijn werkzaamheden in de bouwsector, al lang zijn afgelopen.

De ontwikkelingen in de bouwsector van de afgelopen jaren laten het belang van een digitaal instrument zien. Dit begon al in 2008, toen de kredietcrisis onder andere leidde tot flexibilisering van de arbeidsmarkt. Het aantal uitzendkrachten, zzp’ers, en kleine ondernemingen is gestegen (uitbesteden en onderaanneming zijn in de sector de norm geworden). Nu de economie weer aantrekt en er een grote bouwopgave ligt, blijkt dat er een tekort aan vakmensen is waardoor de werkdruk en het aandeel flex in de sector toeneemt.

Volgens de Nederlandse Arbeidsinspectie hebben uitzendkrachten, zzp’ers en buitenlandse werknemers vaker een arbeidsongeval.

Doelstellingen bouwplaats-ID

De doelstellingen van bouwplaats-ID zijn:

  1. Verhogen van de veiligheid. Beschikt iedereen over de juiste papieren/certificaten?
  2. Voorkomen van schijnconstructies. Door goede registratie vooraf en een check aan de poort neemt het risico op malafide praktijken af.
  3. Versterken van de positie van werkenden. De medewerker is eigenaar van zijn eigen data en is geen onzichtbare speler op de bouwplaats.
  4. Verminderen administratieve lasten van werkgevers.

Bijkomend voordeel is dat er eindelijk goede data gegenereerd wordt over de bouwsector. Tot nu toe zien we heel veel schattingen voorbij komen, maar juist de werknemers die snel van werkplek naar werkplek gaan en die maar kort op een project werken, blijven onder de radar van officiële statistieken. Bouwplaats-ID maakt ook deze groep werkenden zichtbaar.

Preventie en toezicht

FNV pleit al jaren voor het Bouwplaats-ID omdat hiermee eerlijk en veilig werken op de bouwplaatsen wordt vergroot. Duurzame banen met goede arbeidsvoorwaarden en een veilige werkomgeving zijn essentieel om de mensen te behouden in de bouwsector. Bouwplaats-ID moet ervoor zorgen dat de werknemer een betere positie heeft wanneer zaken misgaan en daardoor beter en sneller zijn recht kan halen.


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.