Sofie Bolder

partnerverlof

Recht op zes weken partnerverlof vanaf 1 juli 2020

Waar je als partner sinds 1 januari 2019 recht had op één week geboorteverlof, wordt dit vanaf 1 juli 2020 uitgebreid met vijf weken. In dit artikel lees je wat er precies verandert en hoe je (aanvullend) partnerverlof aanvraagt.

Sinds 1 januari 2019 hebben partners één keer het aantal werkuren per week aan partnerverlof, ook wel geboorteverlof of kraamverlof genoemd. Het maakt niet uit of er parttime of fulltime wordt gewerkt. De werknemer kan het verlof naar eigen inzicht opnemen, maar dit moet wel binnen vier weken na de geboorte van het kind.

Vanaf 1 juli 2020 kunnen partners maximaal vijf weken aanvullend geboorteverlof opnemen. Dit is dus vijf keer het aantal werkuren per week éxtra.

Wat verandert er per 1 juli?

In totaal heeft de partner nu recht op zes weken geboorteverlof, waarvan één week het oorspronkelijke geboorteverlof en vijf weken aanvullend geboorteverlof. Je kunt het geboorteverlof aanvragen als je kindje op of na 1 juli 2020 geboren wordt. De eerste week geboorteverlof is volledig doorbetaald. Het aanvullend geboorteverlof niet. Tijdens dit verlof krijgt de partner geen salaris, maar een uitkering van het UWV. Deze uitkering is maximaal 70 procent van het dagloon. Het aanvullend geboorteverlof moet binnen zes maanden na de geboorte van het kind worden opgenomen. Het geboorteverlof van één week moet dan al zijn genoten.

Hoe vraag ik partnerverlof aan?

Je vraagt het partnerverlof aan minimaal vier weken voor je het verlof wilt laten ingaan. Dit moet je melden aan je werkgever door middel van een brief of een e-mail. In de aanvraag zet je wanneer je het verlof wilt opnemen. Dit kan je laten afhangen van de datum van de bevalling van je partner, het bevallingsverlof of van het geboorteverlof van één week dat je hebt opgenomen. Ook geef je aan hoeveel hele weken verlof je aan wilt vragen en/of over hoeveel weken je het verlof wilt verspreiden. Voor je het aanvullend partnerverlof opneemt, moet je het oorspronkelijke geboorteverlof voor partners opnemen.

Het kan gebeuren dat je het partnerverlof niet op tijd kunt aanvragen, bijvoorbeeld omdat je kind te vroeg geboren wordt. Meld dit in dit geval zo snel mogelijk bij je werkgever.

Het aanvullend geboorteverlof moet je opnemen binnen zes maanden na de geboorte van je kind. Je werkgever kan het verlof tot twee weken van tevoren nog veranderen, door bijvoorbeeld andere dagen of weken voor te stellen. Maar dit kan alleen bij een zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang, én in overleg met jou als werknemer.

De werkgever vraagt namens jou de uitkering voor het aanvullend geboorteverlof aan bij het UWV. Hiervoor heeft de werkgever de geboortedatum van je kind nodig.

Wanneer je vrij moet nemen omdat je partner bevalt, dan heb je volgens de cao Bouw en Infra recht op één dag betaald verlof.

ZZP’ers

Als ZZP’er heb je geen recht op geboorteverlof. Volgens de Rijksoverheid is geboorteverlof een recht dat enkel voor werknemers in loondienst is, omdat je als zelfstandige zelf je werktijden en verlof kunt bepalen.


Een hand houdt een klein wit klokje vast. Op de klok is het tien voor half drie.

Meer of minder werken

Misschien wil jij - om welke reden dan ook - meer of minder uren gaan werken. Dan kun je daarvoor een schriftelijk verzoek bij je werkgever neerleggen. Dit schriftelijk verzoek moet aan een aantal voorwaarden voldoen. Je werkgever moet een goede reden hebben om je verzoek eventueel te weigeren. Het is wel aan te raden eerst met de werkgever je wens te bespreken voordat je het verzoek neerlegt. Meer of minder uren werken kan bij zowel een tijdelijk als vast dienstverband.

Voorwaarden wijziging arbeidsduur

  • Je werkt bij een bedrijf waar met minimaal 10 werknemers.
  • Je bent minstens een half jaar in dienst bij je werkgever.
  • Je moet je schriftelijke verzoek uiterlijk 2 maanden voor de gewenste ingangsdatum
    indienen.

De volgende gegevens moet in het verzoek staan:

  • De gewenste ingangsdatum.
  • De gewenste arbeidsplaats.
  • Gewenst aantal werkuren per week (en eventuele spreiding van de werktijd).

Redenen om verzoek minder werken te weigeren

Je werkgever moet binnen 4 weken na het indienen van het verzoek zijn beslissing schriftelijk aan je laten weten. Wanneer je werkgever besluit je verzoek af te wijzen, moet hij hierover met je in overleg. Als je werkgever niet na 1 maand voor de ingangsdatum heeft gereageerd, heb je het recht om te gaan werken zoals in je verzoek staat. Het is wel slim om je werkgever eerst nog een keer aan je verzoek te herinneren.

Je werkgever moet het verzoek met je bespreken. Als hij het verzoek weigert, dient hij dit schriftelijk te doen. Hij mag echter niet zomaar weigeren; hij moet hier wel een goede reden voor hebben. Alleen wanneer er sprake is van een zwaarwegend bedrijfsbelang mag je werkgever weigeren. Voorbeelden van een zwaarwegend bedrijfsbelang zijn:

  • Er is niemand om je werk over te nemen.
  • Het geeft problemen met het werkrooster.
  • Het zorgt voor een onveilige situatie.
  • Er is niet voldoende werk of geld.
  • Er is geen ruimte in de personeelsformatie.

Maar ook andere organisatorische of financiële omstandigheden kunnen een werkgever reden geven tot weigering van je verzoek. Dit kan alleen als het goed wordt onderbouwd.

Uiteraard worden de meeste verzoeken gehonoreerd of komt men met elkaar tot een oplossing. Een werkgever wil immers graag een goede en tevreden werknemer houden. In de cao is de mogelijkheid van een werkweek van 4 x 8 uur dan ook expliciet genoemd. Bekijk hier in de caoartikel 25 lid 1. Wanneer je werkgever je verzoek weigert, kun je pas weer na 1 jaar opnieuw een verzoek indienen.

Gevolgen voor je salaris en pensioensopbouw

Houd er rekening mee dat meer of minder uren werken invloed heeft op je salaris en pensioenopbouw. Je pensioenfonds kan beoordelen wat de wijziging voor je pensioen betekent. Als je in deeltijd gaat werken, worden de meeste cao-bepalingen naar rato van de omvang van de arbeidstijd toegepast (bijvoorbeeld vakantie- en roostervrije dagen). De naar rato-bepaling geldt niet voor de overwerkregeling en de reis- en verhuiskostenregeling.

Checken?

Heb je vragen over het wijzigen van de arbeidsduur? Twijfel je over de juistheid van je nieuwe arbeidsovereenkomst of loonstrook of vind je de afwijzing van de werkgever niet terecht? Bij al dit soort vragen kan je bij FNV UTA terecht. Wij kijken graag met je mee, zoeken naar mogelijkheden en geven je advies. Onze gegevens vind je onderaan deze pagina.


Op de hoogte blijven via de UTA Nieuwsflits

De bouwsector is constant in beweging. Natuurlijk wil je op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen die jou als UTA'er raken. Daarvoor kun je je aanmelden voor de FNV | UTA Nieuwsflits. Daarnaast kun je je ook abonneren op vierwekelijkse nieuwsbrief van FNV Bouwen&Wonen. Deze nieuwsbrief richt zich op de hele bouwsector en niet alleen UTA.

Meld je aan voor de UTA Nieuwsflits

Meld je aan voor de FNV Bouwen&Wonen nieuwsbrief


Prachtige donkere lucht, waartegen zich kranen bij een bouwplaats aftekenen.

Arbeidsmarkt Bouw

De UWV-afdeling Arbeidsmarktinformatie en -advies heeft een publicatie uitgebracht over de arbeidsmarkt in de bouw. Je kunt het hele rapport hier lezen, maar we lichten er een paar belangrijke ontwikkelingen uit.

Banengroei

Het aantal banen op de arbeidsmarkt neemt toe, maar stikstof en PFAS vormen een bedreiging voor de banengroei. Het aantal vacatures in de bouw is verder toegenomen en leidt tot tekorten aan personeel. Moeilijk vervulbare vacatures zijn vooral te vinden op middelbaar beroepsniveau en bij UTA-medewerkers.

De bouw zal zich moeten inspannen om jongeren en zij-instromers te vinden. Buitenlandse werknemers en statushouders zijn mogelijk oplossingen voor de tekorten aan personeel, naast omscholing.

Samenstelling werkenden op de arbeidsmarkt

Verdere kenmerken van de bouw zijn dat er veel mannen werken, in veel voltijdsbanen. In vergelijking met andere sectoren naar verhouding veel laagopgeleiden, en minder middelbaar en hoger opgeleiden. Het aandeel vaste contracten in de bouw is lager dan bij andere sectoren en het aandeel zzp-ers is hoog. Het aantal WW-uitkeringen voor de bouw is sterk gedaald, maar dat was voor de stikstofcrisis. Het UWV geeft aan dat préfab en herverdeling van taken kan leiden tot effectievere inzet van personeel.

Trends 

Trends in de bouw zijn: meer préfab en digitalisering in de bouw. Hoewel de bouw achterloopt bij andere sectoren, loopt Nederland voor op de bouw in andere landen. De verwachting is dat digitalisering snel gaat doorzetten en dat werknemers nieuwe en andere vaardigheden moeten aanleren. De zogenaamde soft skills, zoals communicatievaardigheden, klantgerichtheid en wendbaar kunnen zijn worden belangrijker voor bouwpersoneel.

Altijd op de hoogte blijven van bouwnieuws? Schrijf je in voor onze Nieuwsflits!


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.