Jelle Nieuwenstein

Hestia Demi Bolster: “Ik wil dit, dus ik ga dit doen.”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze keer is Demi Bolster, Grondwerker, aan het woord.

Naam: Demi Bolster  
Leeftijd: 20 jaar  
Functie: Grondwerker  
Opleiding: TweedejaarVakvrouw GWW, daarna uitvoerdersopleiding 

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde? 
“Dat kwam eigenlijk per toeval. Ik deed eerst een kappersopleiding, maar dat was helemaal niks voor mij, dus toen ben ik met die opleiding gestopt. Daarna heb ik een opleiding gevolgd in de retail. Die heb ik wel afgemaakt, maar ik wist al snel dat ik niet meer in de supermarkt wilde werken. Toen ben ik door een vriend gevraagd om op zaterdag mee te gaan helpen bij een klusje waar gestraat moest worden. Eerst gewoon stenen aangeven, en op dezelfde dag nog zelf stenen gaan leggen. En toen dacht ik: dit vind ik eigenlijk hartstikke leuk. Daarna ben ik met een andere vriend mee geweest en ook dat beviel me. Toen ben ik opleidingen gaan zoeken. Zo is het begonnen.” 

Hoe werd daarop gereageerd? 
“Iedereen vond het heel logisch. Mijn familie had er geen moeite mee, ze vonden dit eigenlijk al bij me passen. Ik was altijd al buiten bezig, hielp mee met klusjes en vond het fijn om actief te zijn. Mijn moeder vond het vooral leuk. Zij heeft zelf ook in de bouw gewerkt als timmervrouw.” 

Wat maakt de bouw zo leuk? / Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Dat je buiten werkt én ziet wat je maakt. Aan het begin van de dag is er soms niks, en aan het einde staat er echt iets. Dat geeft voldoening. Ik houd ook van de afwisseling: bij Heijmans doe ik elke week weer iets anders. Ik leer continu nieuwe dingen, en dat maakt het werk heel leuk.”

Wat is een moment in je carrièrewaar je trots op bent?
“Dat ik de stap heb gezet om de bouw in te gaan, ondanks dat je nog weinig vrouwen ziet in de infra. Ik ben in een klas vol jongens terechtgekomen en werk tussen alleen maar mannen. En toch ben ik dit gaan doen. Daar ben ik trots op.” 

Je werkt nu 1,5 jaar in de bouw. Zijn er dingen die inmiddels makkelijker zijn geworden voor vrouwen – en wat blijft juist hardnekkig hetzelfde? OF Wat zijn de grootste uitdagingen die je als vrouw in de bouw tegenkomt?
“Het grootste verschil is dat ik nu veel meer kan dan toen ik begon. Ik had nul ervaring en nu kan ik in mijn vrije tijd zelfs klusjes doen waarvan ik een jaar geleden niet eens wist waar ik moest beginnen.
Uitdagingen blijven er ook. Sommige klussen zijn fysiek zwaar, vooral tillen. En ik ben kleiner dan de meeste collega’s, dat merk je soms. Maar je krijgt altijd hulp als het nodig is.” 

Werk je veel met andere vrouwen samen, of ben je vaak de enige? Hoe is dat?   
“Ik ben eigenlijk altijd de enige vrouw op de bouw. Voor mij voelt dat niet raar, ik heb er geen last van. Ik word goed opgenomen in de groep.” 

Wie in de bouw inspireert jou?
“Mijn moeder. Zij was een van de eerste opgeleide timmervrouwen in de Achterhoek. Daar is ooit zelfs een krantenartikel over geschreven. Dat vind ik heel inspirerend. Het motiveert me om ook zichtbaar te zijn, zodat andere vrouwen kunnen zien dat dit werk óók voor hen is.” 

Als je één ding kon veranderen om de sector (nog) beter te maken voor vrouwen – wat zou dat zijn?  
“Dat het taboe eraf gaat. Dat het normaal wordt dat vrouwen in de bouw werken. Dat je niet hoeft te denken: “Kan ik dit wel, want ik ben een vrouw?” maar gewoon: “Ik wil dit, dus ik ga dit doen.” Meer zichtbare voorbeelden helpen daarbij.” 

Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Eerst nog een paar jaar grondwerk doen. Dat vind ik nu echt leuk. Daarna wil ik graag uitvoerder worden binnen Heijmans, in de infra. Dat is mijn grote doel.”

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
“Gewoon doen! Echt. Niet te veel nadenken over wat anderen ervan vinden. Je weet pas of het iets voor je is als je het probeert.” 

Welke boodschap wil je meegeven aan de mannen in de sector?
"Geef vrouwen een kans. Ga niet bij voorbaat denken dat ze iets niet kunnen. Je weet pas wat iemand kan als je haar ook echt de ruimte geeft het te laten zien.”


Loonsverhoging van 4% per 1 januari 2026!

In de cao Bouw & Infra is afgesproken dat je per 1 januari 2026 een loonsverhoging krijgt van 4%. We krijgen signalen dat het niet voor iedereen duidelijk is hoe deze verhoging in het loon wordt verwerkt.  

Prestatietoeslag
Je krijgt de loonsverhoging over het ‘vast overeengekomen loon’. Dit is een term uit de cao. Hiermee wordt het garantieloon (het minimale cao-loon) plus de eventueel afgesproken prestatietoeslag. De loonsverhoging geldt dus ook voor de prestatietoeslag.  

UTA 
De loonsverhoging geldt voor iedereen die onder de cao valt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen UTA en bouwplaatspersoneel. Dus ook als UTA-werknemer moet jouw salaris met 4% worden verhoogd.  

Meer dan het minimum 
Ook als jij al meer dan het minimum van de cao verdient, moet jouw salaris met 4% worden verhoogd.  

Het gaat niet goed, wat nu? 
De afspraak over loonsverhogingen is al jaren hetzelfde. Als het nu niet goed gaat, dan gaat het waarschijnlijk al langer niet goed. Ga als eerste in gesprek met je werkgever. Ook de ondernemingsraad heeft wettelijk een taak om toe te zien op de juiste toepassing van de cao. Je kan ook altijd contact met de FNV opnemen. Stuur dan een mailtje naar uta@fnv.nl of bel ons Contactcenter op  088 368 03 68 


Vier Internationale Vrouwendag met andere vrouwen uit de Bouw & Infra op 5 maart!

Vier Internationale Vrouwendag met andere vrouwen uit de Bouw & Infra op 5 maart!

Op 8 maart is het Internationale Vrouwendag. Dat vieren wij op donderdagavond 5 maart met vrouwen die werken in de bouw & infra. Een avond om elkaar te ontmoeten, ervaringen te delen en vooral te voelen: je staat er niet alleen voor.

We zijn trots op ons werk in de bouw/infra. Want eerlijk, we hebben een prachtig beroep. Toch is het niet altijd vanzelfsprekend om je plek in te nemen in een sector waarin vrouwen nog steeds in de minderheid zijn. Werken als vrouw in de bouw vraagt om kracht. Om doorzettingsvermogen. En soms om een extra dikke huid. Gelukkig kunnen we hierin op elkaar bouwen. Ervaar jij obstakels? Zoals grapjes, een gebrek aan passende werkkleding of voorzieningen, of harder moeten werken om serieus genomen te worden? Of heb jij juist geleerd hiermee om te gaan, het van je af te laten glijden? Laten we op 5 maart kennismaken. Deze avond gaan we met elkaar in gesprek en delen we praktische kennis, tools en ervaringen. Want echte verandering begint in het gesprek, in het delen van verhalen en in het versterken van elkaar.

Meld je nu aan!

Wat kun je verwachten? 

18:00 | Inloop
We starten met een hapje en een drankje. Er worden foto’s van vrouwen in de bouw in Rwanda tentoongesteld.  Tijd om binnen te lopen, rond te kijken en alvast kennis te maken.  

18:30 | Opening
Welkom en korte aftrap van de avond.  

18:45 | Verhalen uit de praktijk
Twee vrouwen uit de sector nemen plaats op het podium. Maaike Waals, timmervrouw bij Van Wijnen en Iris van Uden, Projectleider MWPO & zelfstandig ondernemer actief als spreker, dagvoorzitter en coach delen hun persoonlijke ervaringen als vrouw in de bouw. Over kansen en obstakels, over trots en twijfel, en over wat hen heeft geholpen om door te zetten. 

19:15 | In gesprek
We gaan uiteen in kleinere groepen om ervaringen uit te wisselen. Wat herken je? Wat mis je? En wat maakt de bouw nou zo leuk? 

19:45 | PubQuiz
Laat jouw kennis over vrouwen in de Bouw & Infra zien tijdens deze pubquiz. Wellicht ga jij ervandoor met een leuke prijs! 

20:30 | Netwerken & borrel
We sluiten af met ruimte om na te praten, contacten te leggen en elkaar beter te leren kennen. 

Voor wie?
Voor alle vrouwen die werken in de bouw & infra, op de bouwplaats, op kantoor of daar ergens tussenin. Of je nu net begint of al jaren meedraait: je bent welkom.

Waar?
FNV Centraal Vakbondshuis, Hertogswetering 159, 3543 AS Utrecht

Waarom je dit niet wilt missen
Je ontmoet vrouwen die jouw werkveld begrijpen

  • Je hoort eerlijke verhalen uit de praktijk
  • Je deelt ervaringen in een veilige en open setting
  • Je bouwt mee aan een sterker netwerk van vrouwen in de bouw

Samen zijn we meer dan individueel sterk. Samen maken we verschil. Schrijf je nu in!

Meld je hier aan:

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden van ons aanbod en om je te informeren over de workshop.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.

Meld je hier aan:

Je gegevens worden ruim een jaar opgeslagen om je in de toekomst op de hoogte te houden van ons aanbod en om je te informeren over de workshop.

Pas als je akkoord gaat met deze voorwaarden kun je dit formulier verzenden.


Hestia Deborah Bosgoed: “Blijf vooral vrouw: dat is je kracht!”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze keer is Deborah Bosgoedbouwkundig expert, spreker en eigenaar van een bouwbedrijf gespecialiseerd in biobased renovatie en restauratie, aan het woord.

Functie: Eigenaar bouwbedrijf Bosgoed Bouw & Advies  
Leeftijd: 49 jaar 
Woonplaats: Empe 
Opleiding: MBO bouwkundeHBO bouwkunde (duaal), post-HBO aannemersopleiding 

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
“Volgens mij was ik een jaar of zes. Mijn vader werkte in de houtindustrie en houtskeletbouw, dus ik was al jong gewend aan het bouwleven. We stonden in de herfstvakantie zelfs met de caravan op de bouwplaats. Dat vond mijn moeder gezelliger.  

Als klein meisje liep ik over de bouw en ik vond het heerlijk. Toen ik veertien was, ging ik een dag met mijn vader mee. We reden een dijk af en kwamen bij een bouwbedrijf. Aan de ene kant zat het kantoor en de werkplaats, aan de andere kant was het woonhuis. We gingen daar in de keuken koffiedrinken met de eigenaar en een paar medewerkers. Het was zo’n gezellige, huiselijke sfeer. Toen dacht ik: dit wil ik ook. Een eigen aannemersbedrijf. En dat idee heb ik nooit meer losgelaten.” 

Hoe werd daarop gereageerd?
“Mijn ouders steunden me, maar op school liep ik tegen muren aan. Op de havo zei ik dat ik MTS bouwkunde wilde doen. Een leraar vroeg wat ik wilde worden. Toen ik zei dat ik uitvoerder wilde worden, zei hij: ‘Dat gaat je niet lukken, je bent een meisje.’ 

Maar ik ben eigenwijs, dus ik deed het toch.
Op de MTS werd het niet beter. De eerste dag van mijn laatste jaar liep een leraar de klas uit omdat hij me geen les wilde geven – ik was de enige vrouw in de richting uitvoering. 

Ik heb keihard moeten knokken om erdoorheen te komen. En dat had niet gehoeven. Achteraf zie ik hoe diep die patronen zitten. Daarom wil ik nu de weg vrijmaken voor meiden na mij – zodat zij kunnen bouwen zonder zich eerst te moeten bewijzen.” 

Wat maakt de bouw zo leuk?
“De bouw is geweldig. Ik heb er echt een enorme passie voor. Je bouwt van niks iets – iets tastbaars dat nog generaties meegaat. Dat geeft zo’n kick. Zeker als je werkt met natuurlijke materialen zoals hout en leem. Dan voelt het nóg waardevoller. En je maakt mensen blij, dat is het mooiste.” 

Wie in de bouw inspireert jou?
“Ik probeer mezelf te inspireren door niet mee te gaan in het conservatieve denken van ‘zo doen we het al jaren’, maar door mijn eigen vrouwelijke blik te blijven inzetten. Die is anders, en die voegt iets toe. 

Ik haal ook inspiratie uit anderen. Bijvoorbeeld uit een vrouw van 37 die bij mij solliciteerde als timmervrouw. Zij heeft haar leven omgegooid om iets nieuws te doen, en dat vind ik geweldig. Ze had moeite om een leermeester te vinden. Dat zegt veel over hoe moeilijk het nog steeds is. 

En buiten de bouw bewonder ik mensen zoals Marlies Dekkers. Zij heeft de mannenwereld van de textielindustrie opengebroken. Dat vind ik krachtig. Zij maakt van haar werk ook een statement.” 

Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Dat ik mijn werk helemaal zelf heb vormgegeven. Ik zit niet alleen op kantoor, ik werk ook mee op de bouw. Ik neem werk aan, regel dingen, ben overal bij betrokken. Die afwisseling vind ik heerlijk. 

Wat ik ook heel mooi vind, is het contact met particulieren. We werken veel in bewoonde situaties, dus mensen zijn thuis. Dan kom ik binnen en zeggen vrouwen vaak: : ‘Wat fijn dat jij komt, ik durfde deze vragen niet aan een man te stellen.’ Dan besef ik weer hoe belangrijk representatie is, en hoe anders vrouwen bouwen – vaak met meer aandacht voor detail, samenwerking en duurzaamheid.’ Mannen hebben toch een andere houding. Ik ben toegankelijker. En ik luister echt. Gisteravond bijvoorbeeld kwam een vrouw met allemaal slimme suggesties. Dan denk ik: ja, vrouwen bouwen gewoon anders. En daar is niets mis mee.” 

Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Dat er 25% vrouwen in de bouw werken. Daar denk ik al jaren over na. Soms fantaseer ik over een bouwbedrijf met alleen maar vrouwen. Maar uiteindelijk geloof ik meer in samenwerken. Mannen én vrouwen brengen allebei iets waardevols. Samen krijg je het mooiste resultaat.” 

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes of vrouwen die de bouw in willen?
“Ga ervoor. Maar weet dat je er echt vol voor moet gaan. Het is nog steeds niet makkelijk. En probeer geen man te worden. Blijf vooral vrouw. Veel meiden proberen stoerder te worden, gaan anders praten of lopen om erbij te horen. Maar als het niet bij je past, hou je het niet vol. Blijf wie je bent. Dat is je kracht.” 

Wil je zelf nog iets toevoegen?
“Ja. Ik wil vrouwen aanmoedigen om zich uit te spreken. Als iemand iets zegt wat niet oké is, zeg dan dat het niet leuk is. Veel vrouwen durven dat niet, maar mannen hebben het vaak niet eens door. Pas als je het zegt, worden ze zich ervan bewust. 

Ook werkgevers wil ik iets meegeven: als een vrouw bij je solliciteert, weet dan dat ze daar écht over nagedacht heeft. Geef haar het voordeel van de twijfel, en neem haar serieus als professional. Want vrouwen brengen vaak andere perspectieven mee – op samenwerking, communicatie en duurzaamheid – die de sector juist nu hard nodig heeft. 

Het lichaam van een vrouw werkt ook anders dan dat van een man. Ik maak dingen als menstruatie bespreekbaar op de werkvloer. Dat deed ik vroeger niet en probeerde ik me groot te houden. Maar daar ga je aan onderdoor. Door het wél bespreekbaar te maken, maak je ruimte. Voor jezelf en voor anderen. En dat is waar het om gaat. 

We bouwen niet alleen aan huizen, maar ook aan een nieuwe norm – eentje waarin plek is voor vakmanschap, diversiteit én de natuur.” 


Dit verandert er in 2026 in de bouwsector

Nieuw jaar, nieuwe regels! Er veranderen meerdere dingen in de Bouw & Infra dit jaar. In dit artikel lees je over de belangrijkste veranderingen voor jou en de bouwsector in 2026.

Er zijn nieuwe cao-afspraken gemaakt, regels rond overwerk en pensioen worden aangepast en de zwaarwerkregeling wordt verbeterd. Ook voor zzp’ers en bbl-leerlingen veranderen er belangrijke zaken. Daarnaast blijft de woningbouw een groot aandachtspunt, met nieuwe plannen van het kabinet en een blijvend woningtekort. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen en ontwikkelingen overzichtelijk voor je op een rij, zodat je weet waar je in 2026 rekening mee kunt houden.

Cao Bouw & Infra
De nieuwe cao Bouw & Infra in een notendop:

  • Looptijd: 27 maanden (van 1 januari 2025 – 1 april 2027)
  • Loonsverhogingen: 2025: 3,5% (1 mei), 1% (1 juli); 2026: 4% (1 jan.); 2027: 1,5% (1 jan.)
  • Bouwplaats: reisuren naar loongroep B, bestuurderstoeslag gaat omhoog.

Benieuwd naar alle veranderingen in de cao? De gehele cao Bouw & Infra vind je hier.

Zwaarwerkregeling blijft en wordt verbeterd
Goed nieuws: de zwaarwerkregeling wordt vanaf 2026 voor onbepaalde tijd voortgezet. Dat geeft meer zekerheid voor werknemers die door de zwaarte van hun werk eerder moeten stoppen.

Daarnaast gaat het bedrag van de zwaarwerkuitkering per 1 januari 2026 met €250,- bruto per maand omhoog. Deze verhoging geldt niet alleen voor nieuwe aanvragen, maar ook voor mensen die de zwaarwerkuitkering nual ontvangen.

Wil je meer informatie over het aanvragen van de zwaarwerkregeling? Neem dan contact op met een van onze vakbondsconsulenten door hier te klikken, of Stuur een e-mail naar bouw@fnv.nl , dan helpen we je graag verder.

Overuren voor UTA-uitvoerders: wat verandert er in 2026?
Dit jaar komt er een nieuwe overuren-regeling voor uitvoerders die minder dan drie keer het minimumloon verdienen.

Val je binnen deze groep? Dan geldt vanaf 1 januari 2026:
Overuren worden in principe gecompenseerd in vrije tijd (tijd-voor-tijd):

  • voor ieder gewerkt overuur krijg je één uur vrij.
  • Als jij en je werkgever het samen eens zijn, kunnen overuren ook worden uitbetaald tegen het uurloon.
  • De eerste 15 minuten vóór en ná werktijd tellen niet als overwerk.
  • Overwerk moet plaatsvinden in opdracht van de werkgever en kan vooraf of achteraf worden goedgekeurd.

Wanneer verandert er niets voor jou?
Voor sommige uitvoerders blijft alles zoals het nu is. Dat is het geval als:

  • Je meer dan drie keer het minimumloon verdient (inclusief vakantietoeslag). Dat is ongeveer € 7.895 bruto per maand.
  • Er vóór 1 januari 2026 afspraken over overwerk zijn vastgelegd in je arbeidsovereenkomst.
  • De ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging vóór 1 januari 2026 een overwerkregeling heeft afgesproken die onderdeel is van je arbeidsovereenkomst.

In deze situaties blijft de bestaande afspraak gewoon gelden.

Alle informatie over UTA-overuren vind je hier.

Pensioen: wat verandert er vanaf 1 januari 2026?
Per 1 januari 2026 is bpfBOUW overgestapt op de nieuwe regels voor pensioen. Alle bestaande pensioenen zijn automatisch overgezet naar het vernieuwde pensioenstelsel. Bij de overstap is voor iedereen berekend wat het pensioen waard was in de oude én de nieuwe regeling. In november 2025 ontving je al een voorlopig overzicht. In 2026 krijg je een definitief pensioenoverzicht.

Bouwde je op 31 december 2025 pensioen op bij bofBOUW en was je toen ouder dan 28 en jonger dan 67 jaar? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor compensatie.

Meer informatie over wat er verandert bij bpfBOUW vind je hier. Hulp of advies nodig rond je pensioen? Stuur dan gerust een mailtje naar bouw@fnv.nl

Doorbetaalde schooldag
Goed nieuws voor bbl-leerlingen in de Bouw & Infra! In de nieuwe cao is afgesproken dat de wekelijkse schooldag wordt doorbetaald.

Vanaf 1 januari 2026 ontvangen studenten die een bbl2- of bbl3-opleiding volgen een schooldagbonus voor de dag dat zij naar school gaan. De werkgever betaalt deze bonus iedere loonperiode uit, samen met het salaris, en vermeldt deze apart op de loonstrook.

De hoogte van de Schooldagbonus is vastgesteld in de cao en verschilt per leeftijd en opleiding. Hierbij wordt gekeken naar de leeftijd van de student bij de start van de opleiding. Alle informatie rond de doorbetaalde schooldag vind je hier.

Nieuw kabinet: plannen voor woningbouw
Begin december presenteerden D66 en CDA hun gezamenlijke agenda voor een nieuwe coalitie. Een belangrijk punt daarin is de woningbouw. De partijen houden vast aan het doel om jaarlijks 100.000 woningen toe te voegen. Om dit mogelijk te maken, willen zij onder andere het aantal bezwaarprocedures verminderen, woningdelen toegankelijker maken, en bouwnormen standaardiseren, zodat gemeenten en provincies geen extra eisen kunnen stellen die de bouw vertragen.

Daarnaast pleiten de partijen voor een actief grondbeleid van gemeenten. Hierbij moeten winsten op grond vaker ten goede komen aan de samenleving, bijvoorbeeld voor voorzieningen en infrastructuur. Ook bevat de agenda plannen voor 21 grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang, verspreid over Nederland. Dit kan gaan om nieuwe wijken, maar ook om volledig nieuwe steden.

Woningtekort
De bouwsector staat (nog steeds) voor een grote opgave. Volgens de Nationale Woonagenda moeten er tot 2030 jaarlijks 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd. In de praktijk blijkt dat lastig. In 2023 werden 73.638 nieuwbouwwoningen opgeleverd en in 2024 68.129. Daarnaast kwamen er jaarlijks ongeveer 8.000 woningen bij door de transformatie van bijvoorbeeld kantoorgebouwen naar woningen.

Ook voor 2025 en 2026 wordt verwacht dat de productie niet boven de 70.000 woningen per jaar uitkomt. Tegelijkertijd is er een woningtekort van circa 400.000 woningen dat moet worden ingehaald. De mogelijkheden voor transformatie nemen bovendien af.

Wat verandert er in 2026 voor zzp’ers?
Voor zzp’ers brengt 2026 een aantal belangrijke financiële veranderingen met zich mee. Het is goed om hier alvast rekening mee te houden, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.

Aanpassing inkomstenbelasting (box 1)
De schijven en tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting zijn in 2026 aangepast. Dit kan invloed hebben op hoeveel belasting je betaalt over je inkomen. Wat dit concreet voor jou betekent, hangt af van je totale winst en persoonlijke situatie. Wil je hier advies over? De consulenten van FNV ZZP staan voor je klaar.

Contant betalen boven €3.000 niet meer toegestaan
Reken je grote bedragen wel eens contant af? Vanaf 1 januari 2026 is dat niet meer toegestaan voor bedragen boven de 3.000 euro. Betalingen moeten dan via pin, bankoverschrijving of een andere digitale betaalmethode verlopen. De overheid wil met deze maatregel witwassen en fraude tegengaan.

Zelfstandigenaftrek verder omlaag
De zelfstandigenaftrek wordt in 2026 opnieuw verlaagd. In 2025 was deze aftrek nog 2.470 euro, maar in 2026 daalt dit bedrag naar 1.200 euro. Dit bedrag mag je aftrekken van je winst, waardoor je minder belasting betaalt. Let op: om recht te hebben op de zelfstandigenaftrek moet je minimaal 1.225 uur per kalenderjaar in je bedrijf werken. De komende jaren wordt deze aftrek verder afgebouwd.

Meer informatie over deze en andere wetswijzigingen voor ondernemers vind je hier.

Trends in de bouwsector

Nederland wordt duurzamer
Nederland wil de CO₂-uitstoot in 2030 met 60% verminderen ten opzichte van 1990 en in 2050 zelfs met 95%. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor bijna 12% van de totale uitstoot, waarvan ongeveer 2% door de bouwsector zelf wordt veroorzaakt. Het terugdringen hiervan vraagt om andere bouwmethoden, materialen en installaties.

Nederland wordt meer circulair
Bij circulair bouwen draait het om het verminderen van bouwafval, het hergebruik van bouwmaterialen en het ontwerpen van gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn. Nog duurzamer is het wanneer bestaande gebouwen via renovatie of transformatie een nieuw leven krijgen.

De bevolkingssamenstelling verandert
De Nederlandse bevolking blijft naar verwachting groeien, vooral door migratie en een stijgende levensverwachting. Volgens scenario’s van CBS en NIDI kan het aantal inwoners in 2050 oplopen tot 21,8 miljoen. Dit zorgt niet alleen voor meer vraag naar woningen, maar ook voor een andere vraag: kleiner, flexibeler en geschikt voor verschillende levensfasen.

Technologie verhoogt de productiviteit
Digitalisering en industrialisatie veranderen het bouwproces. Ontwerp en productie worden steeds vaker digitaal ondersteund en deels verplaatst naar fabrieken. De bouwplaats wordt meer een assemblageplek. Dit maakt maatwerk mogelijk binnen gestandaardiseerde processen en helpt om de groeiende woningvraag op te vangen, ondanks de toenemende arbeidsschaarste.

Voor meer trends en cijfers over de bouwsector kun je kijken op deze website van de ING.


Hestia Ruth Langemeijer: “Mannen moeten leren hoe ze met vrouwen omgaan op de bouw”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Ruth Langemeijer, zelfstandig uitvoerder, aan het woord.

Naam: Ruth Langemeijer
Functie: Uitvoerder (12 jaar zelfstandig)
Opleiding: MTS bouwkunde, MTS weg- en waterbouwkunde, aannemersopleiding, diverse cursussen en studies waaronder milieu, inkoopopleiding (NEVI) en bedrijfskunde

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?

“Eigenlijk al als kind. Ik wilde architect worden, maar op de havo kon ik me slecht concentreren en bleef ik twee keer zitten. Toen dacht ik: ik wil iets praktisch doen. Ik ben naar de MTS gegaan en dacht: ik kan altijd nog verder studeren. Dat verder studeren deed ik naast mijn werk. Tien jaar lang werken en leren tegelijk, heerlijk. Ik volgde diverse opleidingen waaronder de aannemersopleiding, milieukunde, bachelor bedrijfskunde – richting verandermanagement. Leren en meteen in praktijk brengen.

Hoe werd daarop gereageerd?

“Dat was dertig jaar geleden. Toen was het nog veel minder normaal dan nu. Ik ging de aannemersopleiding volgen en daarnaast aan de slag als assistent-uitvoerder bij een aannemer. Al heel snel werd ik uitvoerder. Mensen moesten duidelijk wennen aan een jonge vrouw in zo’n functie. Maar het ging niet alleen om mijn gender – ook mijn leeftijd speelde mee. Je moet gewoon overwicht hebben en stressbestendig zijn. Dat leer je met de jaren. Nu, als 51-jarige, heb ik mijn strepen wel verdiend.”

Wat vind je het allerleukst aan je werk?

“Van niets iets maken. Dat je straks langs een gebouw kunt lopen en kunt zeggen: “Dat heb ik helpen realiseren.” Ik vind het geweldig om samen met vakmensen te werken, problemen op te lossen en elke dag buiten te zijn. De dynamiek van de bouw, dat maakt het voor mij het mooiste vak dat er is. Het is nooit saai.”

Wat is een moment in je carrière waar je trots op bent?

“Dat ik al twaalf jaar succesvol als zelfstandige uitvoerder werk. Ik regel mijn klussen zelf, zonder tussenpersonen. Bedrijven vragen mij rechtstreeks, via-via. Dat vind ik een groot compliment. Ik begon tijdens de crisis, en dat het me is gelukt om sindsdien te blijven draaien, maakt me trots.”

Je werkt nu 30 jaar in de bouw. Zijn er dingen die inmiddels makkelijker zijn geworden voor vrouwen, en wat blijft juist hardnekkig hetzelfde?

“Mensen blijven zich verbazen over een vrouwelijke uitvoerder. Er werken tegenwoordig wel wat meer vrouwen in de bouw, en dat maakt het makkelijker. De acceptatie is iets toegenomen. Maar er zijn nog steeds veel vooroordelen. Een vrouw zou niet sterk genoeg zijn voor op de bouw, of niet zo hard kunnen werken als een man. En wat me erg tegenvalt, is dat vaak wordt gezegd dat vrouwen zich ‘weerbaarder’ moeten maken. Ze moeten er maar tegen kunnen, zo'n werkomgeving. Dat vind ik zo verkeerd. Nee, vrouwen moeten zich niet weerbaarder maken, mannen moeten leren hoe ze met vrouwen omgaan op de bouwplaats. Dat is niet aan de vrouwen, dat is aan de mannen. En daar hebben we nog een hele slag te slaan.

Ook wordt er vaak gezegd dat er geen uitzonderingspositie voor vrouwen moet komen. Maar het ís een uitzonderingspositie. Laten we dat nou met elkaar erkennen. Ik weet bijvoorbeeld 100% zeker dat ik nog steeds minder verdien dan een mannelijke uitvoerder. Nou interesseert mij dat toevallig helemaal geen biet, maar ik bedoel, de vrouwenemancipatie, waar hebben we het over? We staan aan het begin.”

Werk je veel met andere vrouwen samen, of ben je vaak de enige? Hoe is dat?

“Ik ben meestal de enige vrouw op de bouw. Af en toe heb ik een vrouwelijke stagiaire of vakvrouw op de bouwplaats, en dan zorg ik altijd dat er voorzieningen zijn, zoals een eigen toilet. Ik zeg ook altijd: als er iets is, kom naar mij toe. Gewoon zorgen dat er een vertrouwende omgeving is voor zo'n dame. Dat is super belangrijk en dat zouden mannelijke uitvoerders ook moeten doen.”

Wie in de bouw inspireert jou?

“Ik heb niet echt een rolmodel. Wat mij inspireert, zijn de vakmensen. De jongens die elke dag voor dag en dauw opstaan, kilometers rijden en heel, heel zwaar werk doen. Vooral de vaklieden in de nieuwbouw. Die hebben een ongelooflijk zwaar beroep, en daar mogen we best meer respect voor hebben.”

Als je één ding kon veranderen om de sector beter te maken voor vrouwen – wat zou dat zijn?

“Het is niet één ding. Het gaat om een cultuurverandering. En het bespreekbaar maken. Dus de kwetsbaarheid eraf halen door juist aan te geven hoe kwetsbaar het is om als éénling tussen al die anderen te lopen.

Leidinggevenden moeten oog hebben voor kwetsbare mensen op de bouw. Dat kunnen vrouwen zijn, maar ook homo's, of allochtone mannen, of oudere mensen. Haal die kwetsbaarheid eraf door iemand niet in z'n eentje te laten zwemmen.

En durf onderscheid te maken. Durf te zeggen: jij bent een timmerman van 60 plus en ik vind het prima als jij even extra pauze houdt, of soms even wat eerder naar huis gaat, want jij sjouwt met diezelfde zware spullen als die jonge mensen en jouw lichaam is al een beetje op. Mensen moeten niet allemaal hetzelfde behandeld worden, want we zijn allemaal verschillend. Iedereen snapt dat je als jonge God net even wat meer sjouwt dan een oude man van boven de 60.”

Wat zijn je dromen voor de toekomst?

“Ik wil nog een paar bijzondere gebouwen realiseren, zoals bijvoorbeeld een ziekenhuis, zwembad of hotel. Ik werk nu vooral aan woningbouw, vaak op lastige locaties. Dat vind ik leuk: projecten met logistieke uitdagingen. Later hoop ik door Amsterdam te fietsen en te kunnen zeggen: “Dat gebouw heb ik geregisseerd.”

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?

“Wees niet bang voor de omgeving. Laat zien wat je kunt, en je wordt omarmd. De bouw is een heerlijke wereld: buiten werken, aanpakken, samenwerken. Als je eenmaal je plek hebt gevonden, is het echt een grote familie.”

Welke boodschap wil je meegeven aan de mannen in de sector?

“Hou af en toe even je mond. Denk na over wat je zegt. Niet elke opmerking hoeft eruit. En kijk om je heen: hoe voelt de sfeer voor anderen? Een beetje meer bewustzijn zou de bouw voor iedereen prettiger maken.”

Is er iets dat je zelf graag wilt toevoegen?

“We moeten jongeren beter leren kijken naar wat bij hen past. Niet iedereen is gemaakt voor een kantoorbaan. Kijk naar je karakter: kun je niet stilzitten, ben je graag buiten, houd je van aanpakken? Dan is de bouw misschien juist dé plek voor jou. Ga doen wat bij jou past en waar jouw kracht ligt, in plaats van wat gezien wordt als ‘hoger’ of beter.”


Hestia: Giny en Wytske: “Mijn moeder maakte de weg vrij, voor mij voelde de bouw nooit als een rare keuze.”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week zijn Giny Steggink, Projectleider Bouwteamprojecten bij Heijmans en haar dochter Wytske Maat, Manager Verwerving Services bij Hegeman Bouw & Infra, aan het woord.

Naam: Giny Steggink
Functie: Projectleider bouwteamprojecten bij Heijmans
Leeftijd: 57
Opleiding: HTS Civiele Techniek, Master Bedrijfskunde

Naam: Wytske Maat
Functie: Manager Verwerving Services bij Hegeman Bouw & Infra
Leeftijd: 27
Opleiding: Bestuurskunde (bachelor) en Bedrijfskunde (master) aan de Radboud Universiteit

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
Giny: “Mijn vader werkte in de bouw. Als kind ging ik in het weekend met hem mee, bijvoorbeeld om te helpen de betonnen vloeren weer nat te maken. Mijn opa had ook een aannemersbedrijf, dus ik groeide ermee op. Toch koos ik eerst voor laboratoriumonderwijs. In datzelfde gebouw zat Civiele Techniek en toen ik die studenten zag lopen met hun tekenkokers, dacht ik: dát lijkt me interessanter! Zo stapte ik over naar HTS Civiele Techniek. Eind jaren ’80 waren er nauwelijks vrouwen in de bouw – ik was de tweede vrouw ooit op de HTS Civiele Techniek. Ik denk dat het daardoor ook niet eerder in mij op kwam om voor die opleiding te kiezen. Het is een beetje via een omweg gegaan.”

Hoe werd daarop gereageerd?
Giny: “Toen ik mijn eerste baan kreeg bij een aannemer, twijfelde de directie of ze wel een vrouw moesten aannemen. Een van de directieleden had ’s avonds tegen zijn vrouw gezegd: ‘Eigenlijk vinden we die dame wel de beste. Maar ja, een vrouw in de aannemerij, moeten we dat nu wel doen?’ ‘Natuurlijk wel!’ had zijn vrouw gereageerd. En zo ben ik daar dus binnen gekomen.

Een week later moest ik voor een aanbesteding inlichtingen ophalen op het gemeentehuis. Zat ik daar tussen allemaal mannelijke aannemers. Toen ik terugkwam op kantoor hadden er allemaal mensen gebeld: ‘hebben jullie echt een vrouw in dienst?’ Ook dachten mensen vaak dat ik de secretaresse was als ik de telefoon opnam.

Wytske: Ik had laatst nog dat ik bij een universiteit aan kwam voor een schouw. Nog voor ik me kon aanmelden zei iemand al: ‘Oh, de studenten moeten de andere kant op.’

Giny: Toch heb ik over het algemeen positieve ervaringen gehad. Als je inhoudelijk sterk bent, accepteren ze je. Soms had ik zelfs het gevoel dat het een voordeel was – je valt op en mensen onthouden je sneller.”

Wanneer ontdekte jij dat jij de bouw in wilde, Wytske? Heeft de baan van jouw moeder daar ook aan bijgedragen?
Wytske: “Zeker. Ik heb bestuurs- en bedrijfskunde gestudeerd, dus technisch lag niet voor de hand. Maar omdat mijn ouders beiden in de bouw werkten, kreeg ik er thuis al veel van mee. Mijn eerste bijbaan was bij mijn vader op een groot infra project in Amsterdam. Dat beviel zo goed dat ik tijdens mijn studie ben blijven werken in de sector. Zo rolde ik er vanzelf in. Inmiddels werk ik ruim vier jaar fulltime bij Hegeman. Ik denk dat de vanzelfsprekendheid waarmee ik in de bouw stapte, zeker komt door mijn moeder. Voor mij voelde het nooit als een rare keuze.”

Welke verschillen zien jullie tussen de tijd dat jij begon (moeder) en nu (dochter) als vrouw in de sector?
Wytske: “Er zijn meer vrouwen, ook bij ons bedrijf. Soms zelfs zóveel dat er grapjes worden gemaakt door vrouwen zelf: ‘doe er maar geen vrouw meer bij.’ Dat was in mijn moeders tijd echt ondenkbaar.”

Giny: “Klopt. Toen ik begon, was ik vaak de enige. Voor dingen als kolven was helemaal geen plek, dat moest ik op de WC of in de auto doen. Ik denk dat dat nu wel beter is. Toevallig is bij ons pas nog besloten om te gaan zorgen voor passende werkkleding voor vrouwen.”

Wytske: Ik heb veel collega’s die niet full time werken, ook mannelijke collega’s. Voor niet alle functies wordt meer 40 uur gevraagd. Dat maakt het ook makkelijker voor vrouwen om hier te komen werken, zeker als ze kinderen hebben.

Giny: Ik ben op een gegeven moment wel naar 32 uur gegaan bij die aannemer, maar dat vond men destijds wel lastig. Er was toen ook een vacature voor afdelingshoofd. Die paste echt bij mij dus heb ik gesolliciteerd. Maar de directeur zei: nee, want jij werkt parttime. Ik denk dat er nu bij onze directie zeker wel meer bewustzijn is, omdat ze in de praktijk ervaren hebben dat het goed is om ook vrouwen in je teams te hebben. Het is gewoon beter voor het bedrijf, voor het resultaat van je projecten en voor de sfeer, om wat meer een mengelmoes te hebben.

 

Wat maakt de bouw zo leuk?
Wytske: “Voor mij is dat de diversiteit. Elk project is anders. Nieuwe klanten, nieuwe teams, telkens opnieuw verdiepen. Dat maakt het heel dynamisch. En ook de diversiteit qua teams. We hebben een lekkere mengelmoes qua mannen en vrouwen. Maar dat het ietsje meer mannen zijn, vind ik eerlijk gezegd wel fijn. Ik werk graag met mannen.”

Giny: “Jij gaat je ook altijd helemaal inlezen in de techniek, ook al heb je geen technische functie of achtergrond. En dan vertel je daar thuis over, bijvoorbeeld over hoe een damwandconstructie werkt. Dat vind ik leuk om te zien.

Voor mij is het teamwork het allermooiste aan de bouw. Je werkt met allerlei mensen samen – van kraanmachinisten tot ingenieurs – en je maakt iets tastbaars waar je trots op kunt zijn. Dat geeft veel voldoening.”

 

Wat is een moment in de carrière van je moeder/dochter dat je trots op haar was?
Giny: “Ik ben trots dat Wytske zich zo goed staande houdt in een mannenwereld en zichzelf blijft. Dat is niet altijd makkelijk. Je moet je toch meer bewijzen als vrouw. Wytske doet dat heel goed en maakt mooie stappen.”

Wytske: “Wat ik mooi vind bij mijn moeder is hoe ze in haar rol als projectleider de samenwerking centraal stelt. Ze blijft rustig en empathisch, en daardoor draaien projecten beter. Daar kan ik veel van leren.”

 

Zijn er dingen die inmiddels makkelijker zijn geworden voor vrouwen – en wat blijft juist hardnekkig hetzelfde?
Giny: “Parttime werken en voorzieningen zoals kolfruimtes en werkkleding zijn beter geregeld. Maar voor hogere functies moet je als vrouw nog steeds extra moeite doen om zichtbaar te maken dat je het kunt.”

Wytske: “Ja, en je merkt dat assertief gedrag bij vrouwen nog steeds anders wordt beoordeeld dan bij mannen. Als ik fel ben, krijg ik opmerkingen als ‘pittige tante,’ terwijl een man dat niet te horen krijgt.”

 

Wie is jullie rolmodel?
Wytske: “Mijn moeder is mijn grootste rolmodel. Daardoor vond ik het vanzelfsprekend om in de bouw te werken.”

Giny: “Vroeger had ik nauwelijks rolmodellen. Nu zie ik bij directies soms vrouwen – dat vind ik knap en inspirerend.”

 

Als jullie samen één ding mochten veranderen in de sector om het voor vrouwen aantrekkelijker te maken – wat zou dat zijn?
Giny: “Ik houd niet van een voorkeursbehandeling, maar als vrouw moet je vaak toch nog meer vechten voor je positie. Iets vaker kiezen voor de vrouwelijke in plaats van de mannelijke collega maakt het wellicht wat eerlijker. Als die vrouw van de directeur destijds niet had gezegd dat hij mij moest aannemen, was ik het niet geworden.”

Wytske: “En meer bewustwording bij directies: bespreek ambities en kansen ook expliciet met je vrouwelijke medewerkers.”

 

Wat zijn jullie dromen voor de toekomst?
Wytske: “Ooit een directiefunctie bekleden. Met mijn achtergrond kan ik juist daar bijdragen aan strategie en verandering in de bouw.”

Giny: “Nog grotere projecten leiden waarin samenwerking centraal staat. Vroeger had ik misschien een eigen bureau willen starten, maar dat zie ik nu meer als iets voor de volgende generatie.”

 

Wat zouden jullie tegen jonge vrouwen zeggen die twijfelen om deze sector in te stappen?
Giny: “Gewoon doen! Het is een prachtige sector met veel kansen.”

Wytske: “Ja, de bouw is divers, dynamisch en belangrijk voor de toekomst. Er is altijd wel een rol die bij je past – ook als je geen technische opleiding hebt.”

 

Is er iets dat jullie zelf graag willen toevoegen?
Wytske: “Wij zijn positief, maar we weten dat er ook andere verhalen zijn. Juist daarom is het goed dat deze verhalen zichtbaar worden.”

Giny: “Precies. Als je praat over de dingen waar je tegenaan loopt, merk je pas: misschien ligt het niet aan mij als persoon, misschien is het ook het vrouw zijn wat het moeilijker maakt.

Ik heb zelf ervaren dat het moeilijk kan zijn om door te groeien naar een hogere functie. Toen ik dat besprak met mijn man zei hij: ‘dat komt denk ik ook echt wel doordat jij een vrouw bent’. In zo’n situatie benoem ik dat dan niet expliciet. En misschien moet je dat inderdaad toch soms wél benoemen. Dat zorgt  gewoon voor bewustwording, waardoor het beter wordt.”

Wytske: “En dat is natuurlijk ook makkelijker als er meer vrouwen zijn. Ik denk dat dat misschien ook nog wel een verschil is met toen jij begon. Dat ik het minder ervaar omdat er echt wel meer vrouwen in de bouw werken nu.”


Masculinity Contest Culture: waarom de ‘mannelijke wedstrijdcultuur’ in de bouw ons allemaal raakt

Stel je voor: je werkt in een team waar het draait om wie het hardst werkt, het meest weet of het snelst beslist. Waar het vanzelfsprekend is dat je nooit mag twijfelen, altijd sterk moet zijn, en vooral niet te veel praat over wat moeilijk is. Waar fouten maken gezien wordt als zwakte, en samenwerking soms als tijdverlies.

Herkenbaar? Dan is de kans groot dat je werkt in een omgeving die beïnvloed wordt door wat onderzoekers Masculinity Contest Culture (MCC) noemen — letterlijk: een competitieve werkcultuur waarin vooral traditionele, ‘mannelijke’ eigenschappen worden beloond.

In dit artikel kijken we wat MCC precies is, of het in de bouw- en infrasector vaak voorkomt, wat het betekent voor vrouwen én mannen, en vooral: hoe we deze cultuur samen kunnen veranderen. Want MCC is geen individueel probleem. Het is een cultuurprobleem. En cultuur kunnen we alleen collectief veranderen.

Wat is masculinity contest culture eigenlijk?
De term komt uit onderzoek van de Amerikaanse psycholoog Peter Glick en collega’s, en verwijst naar een werkcultuur waarin medewerkers voortdurend in competitie lijken te zijn — niet alleen over resultaten, maar ook over identiteit. Wie is de sterkste? Wie kan het langst doorgaan? Wie toont nooit zwakte?

In een masculinity contest culture is winnen belangrijker dan samenwerken, status belangrijker dan collegialiteit, en assertiviteit belangrijker dan reflectie. Hulp vragen of fouten erkennen wordt gezien als een teken van zwakte. De ‘beste werknemer’ is degene die het hardst werkt, de meeste uren maakt en altijd beschikbaar is.

Kennisinstituut VHTO beschrijft MCC als een werkomgeving “waarin vooral masculiene eigenschappen worden beloond, zoals assertiviteit en competitie.” Dat betekent automatisch dat andere kwaliteiten — samenwerken, zorgvuldigheid, empathie — minder waardering krijgen.

Het gevolg is een cultuur waarin één soort gedrag als beste wordt gezien, en alles wat daarvan afwijkt, bewust of onbewust, lager wordt gewaardeerd.

De bouw: het toneel van MCC?
Laten we eerlijk zijn: de Bouw & Infra is nog steeds een mannenwereld. Op de bouwplaats, in de uitvoering, in het management – de meerderheid is man. En met dat evenwicht komt ook een cultuur die traditioneel ‘mannelijk’ gedrag waardeert.

Assertief zijn, durven aanpakken, niet te veel praten maar dóen – dat zijn eigenschappen die hier vaak als vanzelfsprekend worden gezien. Daar is op zich niets mis mee, maar het wordt een probleem als dat de enige manier is om serieus genomen te worden.

Want wat gebeurt er dan met mensen die op een andere manier werken? De collega die liever samen beslist dan alleen de leiding neemt. De vrouw die vragen stelt in plaats van meteen een oordeel velt. De man die liever luistert dan praat. In een masculinity contest culture worden die mensen vaak over het hoofd gezien, of zelfs gezien als “niet ambitieus genoeg”. En dat terwijl juist zij vaak zorgen voor verbinding, kwaliteit en veiligheid – dingen die in de sector essentieel zijn.

Wat MCC doet met vrouwen
Voor vrouwen heeft MCC vaak een dubbele uitwerking. Aan de ene kant passen vrouwen vaak niet in het dominante plaatje. De ‘ideale werknemer’ in een MCC-cultuur is iemand die altijd beschikbaar is (lees: geen zorgtaken thuis heeft), niet twijfelt en niet te veel emotie toont. Wie daar niet in past, wordt minder snel gezien als ‘leidinggevend’ of ‘sterk’. Als vrouwen zich wél aanpassen, kunnen ze weerstand krijgen. Vrouwen die zich juist wel assertief en competitief opstellen, krijgen vaak te horen dat ze “te fel,” “te hard” of “niet vrouwelijk genoeg” zijn. Het is dus een lose-lose-situatie.

Onderzoek laat zien dat MCC leidt tot meer stress en emotionele uitputting, vooral bij vrouwen. Ze voelen zich minder gezien en minder verbonden met hun organisatie. En dat vergroot het risico op vertrek of uitval.

Herken jij dat? Dat je het gevoel hebt dat je je voortdurend moet bewijzen, harder moet werken om serieus genomen te worden, of niet echt kunt zijn wie je bent? Dat is niet jouw persoonlijke tekortkoming — dat is een effect van een cultuur die maar één type gedrag beloont.

Wat MCC doet met mannen
Mannen kunnen ook last hebben van zo’n werkcultuur. Niet iedere man wil de alfaman uithangen of in eindeloze competitie leven. Maar in een MCC-omgeving is dat vaak wél wat van hen verwacht wordt. Onderzoek toont aan dat mannen in zo’n omgeving sneller last krijgen van werkstress, burn-out en verminderde werktevredenheid, zeker als ze van nature minder competitief zijn.

Ook kunnen mannen zich gevangen voelen in de rol van de ‘sterke’ collega: altijd presteren, nooit kwetsbaar zijn, geen fouten mogen maken. Dat is niet gezond – niet voor de mens, niet voor het team, en niet voor het bedrijf. Kortom: MCC is niet alleen een vrouwenprobleem. Het raakt iedereen.

De prijs die bedrijven betalen
Voor bedrijven lijkt een masculinity contest culture op korte termijn misschien efficiënt. Iedereen zet zich in, er wordt hard gewerkt, er is daadkracht. Maar op de lange termijn is de schade groot.

Teams waarin mensen met elkaar concurreren in plaats van samenwerken, delen minder kennis. Creatieve ideeën komen niet boven tafel, omdat men bang is om fouten te maken. De werkdruk stijgt, de betrokkenheid daalt, en medewerkers branden op.

Onderzoek van Glick en collega’s toont aan dat bedrijven met een sterke masculinity contest culture slechtere bedrijfsresultaten laten zien, omdat samenwerking en betrokkenheid ontbreken. En misschien wel het belangrijkste: bedrijven met een sterke wedstrijdcultuur zijn minder aantrekkelijk voor nieuw talent. Vrouwen, en steeds vaker ook jonge mannen, kiezen liever voor een omgeving waar samenwerking, veiligheid en groei centraal staan.

Wil de sector toekomstbestendig zijn – met voldoende instroom, innovatie en veiligheid – dan moet die cultuur veranderen.

Herken jij het op je werk?
Sta eens even stil bij jouw werkplek. Wordt daar vooral gekeken naar wie het hardst werkt of naar wie het team verder helpt? Kun je open praten over twijfels of fouten, of is dat een teken van zwakte?

Krijgen vrouwen, of mensen met een andere stijl van communiceren, evenveel ruimte en waardering als de luidere, snellere types? En hoe vaak zie je dat collega’s elkaar uitdagen in plaats van ondersteunen?

Van individueel naar collectief: samen sterk
Als vrouw in de bouw is het makkelijk om te denken: “Ligt het aan mij? Doe ik iets verkeerd?”
Maar nee, het ligt niet aan jou. Het ligt aan een cultuur die decennia lang maar één manier van werken heeft beloond.

Die cultuur kunnen we alleen veranderen als we het samen doen. Door ervaringen te delen, elkaar te steunen, en het gesprek aan te gaan over wat anders kan.

En dáár komt de vakbond in beeld. Als collectief, verenigd in een vakbond, kunnen jij en jouw collega’s:

  • De vinger op de zere plek leggen: zichtbaar maken hoe MCC eruitziet in onze sector.
  • Werkgevers aanspreken: vragen stellen over cultuur, leiderschap en diversiteit.
  • Vrouwen verbinden: ervaringen delen en elkaar versterken.
  • Opleiding en beleid beïnvloeden: zorgen dat verschillende kwaliteiten gewaardeerd worden.

Alleen samen kunnen we een cultuur bouwen waarin iedereen meetelt.

Wil jij hierover verder praten of ervaringen delen? Neem dan contact met ons op.


Regiobijeenkomsten Rotterdam voor vrouwen in de Bouw & Infra

Regiobijeenkomsten Rotterdam voor vrouwen in de Bouw & Infra

Werk jij als vrouw in de Bouw & Infra en lijkt het je leuk om ook andere vrouwen uit jouw vakgebied te ontmoeten? We bouwen aan een netwerk van vrouwen in de regio Rotterdam. Daarom organiseren wij eens per kwartaal regiobijeenkomsten. Ben jij erbij? Meld je onderaan de pagina aan!

Waarom deze bijeenkomsten?
Als vrouw in de Bouw & Infra is het belangrijk om je stem te laten horen. Het aantal vrouwen in deze sector is nog altijd laag. Veel vrouwen die wél voor de bouw kiezen, verlaten de sector weer vroegtijdig.  Een belangrijke reden: ze voelen zich niet altijd serieus genomen. Herken jij dat? 

De bouw- en infrasector heeft vrouwen hard nodig. Diversiteit zorgt voor betere samenwerking, innovatie en werkplezier. 

Wat gaan we doen?
Hoe blijf je als vrouw stevig staan in een mannenwereld? En waarom is dit hét moment om vrouwennetwerken op te bouwen? We gaan met elkaar in gesprek en delen ervaringen. Samen willen we onderzoeken hoe we de positie van vrouwen in de sector kunnen versterken.  

Interesse maar woon je in een andere regio? 
Geen probleem! We gaan in verschillende regio’s bijeenkomsten organiseren, dus we komen vanzelf bij jou in de buurt. Wil je wel al met ons in contact komen, stuur dan een e-mail naar uta@fnv.nl.   

Iemand meenemen? Graag! 
Wil je een vriendin of collega meenemen? Superleuk! Stuur deze uitnodiging gerust door. Hoe meer vrouwen, hoe sterker ons netwerk. 
 

Blijf op de hoogte:

Blijf op de hoogte:


Hestia Claudia Tuinfort: “Het is geen mannenwerk. Het is gewoon werk”

Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze week is Claudia Tuinfort, Timmervrouw bij Van Wijnen aan het woord.

Naam: Claudia Tuinfort
Functie: Timmervrouw bij Van Wijnen
Leeftijd: 19
Opleiding: MBO 3 Timmeren bij Bouwmensen Dordrecht

Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde?
“Dat begon eigenlijk toen we onze schuur opnieuw moesten bouwen. Ik hielp mee en merkte dat ik het superleuk vond om te doen. Mijn vader is altijd timmerman geweest en heel handig. Daar keek ik enorm tegenop en ik dacht: als je dat allemaal zelf kunt, is dat heel handig. Ik ben ook creatief aangelegd, altijd bezig geweest met knutselen en dingen maken. Dat samen zorgde ervoor dat ik de bouw in wilde.” 

Hoe werd daarop gereageerd?
“Mijn familie reageerde superpositief en heel ondersteunend. Ze vonden dat het goed bij me paste, omdat ik altijd al handig was. Natuurlijk kreeg ik ook wel negatieve reacties. Zo zei een docent achter mijn rug dat hij dacht dat ik het niet zou halen. Dat vond ik jammer, maar het gaf me ook motivatie om te laten zien dat ik het wél kan. Uiteindelijk is 99% gewoon positief geweest.” 

Wat maakt de bouw zo leuk? Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Ik vind het fijn dat ik niet de hele dag achter een scherm hoef te zitten, dat past gewoon niet bij mij. In de bouw kan ik met mijn handen werken, creatief nadenken en echt iets maken. De sfeer op de bouw is vaak relaxed. Mannen zijn direct, er wordt weinig geroddeld en het is gezellig. Ik vind het ook gewoon grappig om met die “lompe mannen” samen te werken. Dat maakt het werk leuk.” 

Wie in de bouw inspireert jou?
“Mijn vader is mijn grootste inspiratie. Hij kon altijd alles maken en dat bewonder ik. Ook de vakmensen op mijn werk inspireren me. Soms ben ik uren bezig met een probleem en dan lossen zij het in vijf minuten op. Dat vind ik heel knap. Een echt rolmodel heb ik niet per se, maar ik leer veel van de mensen om me heen.” 

Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Eerst wil ik mijn diploma’s halen en ervaring opdoen. Daarna lijkt het me leuk om leermeester te worden en anderen het vak te leren. Uiteindelijk wil ik een eigen bedrijf beginnen, samen met mijn broer die ook timmerman is. Mijn droom is om daar ook ruimte te maken voor vrouwen in de bouw. Ik zou graag een veilige plek bieden waar ze kunnen werken en leren, zodat de stap minder groot is.” 

Wat zou je willen zeggen tegen meisjes/vrouwen die een baan in de bouw overwegen?
“Gewoon doen! Als je het leuk vindt, moet je ervoor gaan. Natuurlijk krijg je soms te maken met negatieve reacties of vooroordelen, maar het is geen mannenwerk. Het is gewoon werk. Iedereen kan het doen. Ik ben heel blij dat ik deze keuze heb gemaakt. Ik ga elke dag met plezier naar mijn werk en doe dingen die ik leuk vind.” 

Is er iets dat je zelf graag wilt toevoegen?
“Omdat ik een vrouw ben in een mannenwereld heb ik vaak het gevoel dat ik me extra moet bewijzen. Alsof ik altijd 120% moet geven in plaats van 100%. Dat kan soms druk geven, bijvoorbeeld als ik zware platen moet tillen en denk: ik mag dit niet loslaten, want dan zien ze me als ‘zwak’. Aan de andere kant motiveert het me ook om het beste uit mezelf te halen. Maar ik hoop dat het in de toekomst normaal wordt dat vrouwen in de bouw werken, zonder dat ze zich steeds hoeven te bewijzen.” 

 


Privacy Preference Center

Deze website maakt gebruik van cookies om u de beste ervaring te geven. Geef goedkeuring door op de 'Accepteer' knop te klikken.