Loonsverhoging van 4% per 1 januari 2026!
In de cao Bouw & Infra is afgesproken dat je per 1 januari 2026 een loonsverhoging krijgt van 4%. We krijgen signalen dat het niet voor iedereen duidelijk is hoe deze verhoging in het loon wordt verwerkt.
Prestatietoeslag
Je krijgt de loonsverhoging over het ‘vast overeengekomen loon’. Dit is een term uit de cao. Hiermee wordt het garantieloon (het minimale cao-loon) plus de eventueel afgesproken prestatietoeslag. De loonsverhoging geldt dus ook voor de prestatietoeslag.
UTA
De loonsverhoging geldt voor iedereen die onder de cao valt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen UTA en bouwplaatspersoneel. Dus ook als UTA-werknemer moet jouw salaris met 4% worden verhoogd.
Meer dan het minimum
Ook als jij al meer dan het minimum van de cao verdient, moet jouw salaris met 4% worden verhoogd.
Het gaat niet goed, wat nu?
De afspraak over loonsverhogingen is al jaren hetzelfde. Als het nu niet goed gaat, dan gaat het waarschijnlijk al langer niet goed. Ga als eerste in gesprek met je werkgever. Ook de ondernemingsraad heeft wettelijk een taak om toe te zien op de juiste toepassing van de cao. Je kan ook altijd contact met de FNV opnemen. Stuur dan een mailtje naar uta@fnv.nl of bel ons Contactcenter op 088 368 03 68.
Dit verandert er in 2026 in de bouwsector
Nieuw jaar, nieuwe regels! Er veranderen meerdere dingen in de Bouw & Infra dit jaar. In dit artikel lees je over de belangrijkste veranderingen voor jou en de bouwsector in 2026.
Er zijn nieuwe cao-afspraken gemaakt, regels rond overwerk en pensioen worden aangepast en de zwaarwerkregeling wordt verbeterd. Ook voor zzp’ers en bbl-leerlingen veranderen er belangrijke zaken. Daarnaast blijft de woningbouw een groot aandachtspunt, met nieuwe plannen van het kabinet en een blijvend woningtekort. In dit artikel zetten we de belangrijkste veranderingen en ontwikkelingen overzichtelijk voor je op een rij, zodat je weet waar je in 2026 rekening mee kunt houden.
Cao Bouw & Infra
De nieuwe cao Bouw & Infra in een notendop:
- Looptijd: 27 maanden (van 1 januari 2025 – 1 april 2027)
- Loonsverhogingen: 2025: 3,5% (1 mei), 1% (1 juli); 2026: 4% (1 jan.); 2027: 1,5% (1 jan.)
- Bouwplaats: reisuren naar loongroep B, bestuurderstoeslag gaat omhoog.
Benieuwd naar alle veranderingen in de cao? De gehele cao Bouw & Infra vind je hier.
Zwaarwerkregeling blijft en wordt verbeterd
Goed nieuws: de zwaarwerkregeling wordt vanaf 2026 voor onbepaalde tijd voortgezet. Dat geeft meer zekerheid voor werknemers die door de zwaarte van hun werk eerder moeten stoppen.
Daarnaast gaat het bedrag van de zwaarwerkuitkering per 1 januari 2026 met €250,- bruto per maand omhoog. Deze verhoging geldt niet alleen voor nieuwe aanvragen, maar ook voor mensen die de zwaarwerkuitkering nual ontvangen.
Wil je meer informatie over het aanvragen van de zwaarwerkregeling? Neem dan contact op met een van onze vakbondsconsulenten door hier te klikken, of Stuur een e-mail naar bouw@fnv.nl , dan helpen we je graag verder.
Overuren voor UTA-uitvoerders: wat verandert er in 2026?
Dit jaar komt er een nieuwe overuren-regeling voor uitvoerders die minder dan drie keer het minimumloon verdienen.
Val je binnen deze groep? Dan geldt vanaf 1 januari 2026:
Overuren worden in principe gecompenseerd in vrije tijd (tijd-voor-tijd):
- voor ieder gewerkt overuur krijg je één uur vrij.
- Als jij en je werkgever het samen eens zijn, kunnen overuren ook worden uitbetaald tegen het uurloon.
- De eerste 15 minuten vóór en ná werktijd tellen niet als overwerk.
- Overwerk moet plaatsvinden in opdracht van de werkgever en kan vooraf of achteraf worden goedgekeurd.
Wanneer verandert er niets voor jou?
Voor sommige uitvoerders blijft alles zoals het nu is. Dat is het geval als:
- Je meer dan drie keer het minimumloon verdient (inclusief vakantietoeslag). Dat is ongeveer € 7.895 bruto per maand.
- Er vóór 1 januari 2026 afspraken over overwerk zijn vastgelegd in je arbeidsovereenkomst.
- De ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging vóór 1 januari 2026 een overwerkregeling heeft afgesproken die onderdeel is van je arbeidsovereenkomst.
In deze situaties blijft de bestaande afspraak gewoon gelden.
Alle informatie over UTA-overuren vind je hier.
Pensioen: wat verandert er vanaf 1 januari 2026?
Per 1 januari 2026 is bpfBOUW overgestapt op de nieuwe regels voor pensioen. Alle bestaande pensioenen zijn automatisch overgezet naar het vernieuwde pensioenstelsel. Bij de overstap is voor iedereen berekend wat het pensioen waard was in de oude én de nieuwe regeling. In november 2025 ontving je al een voorlopig overzicht. In 2026 krijg je een definitief pensioenoverzicht.
Bouwde je op 31 december 2025 pensioen op bij bofBOUW en was je toen ouder dan 28 en jonger dan 67 jaar? Dan kom je mogelijk in aanmerking voor compensatie.
Meer informatie over wat er verandert bij bpfBOUW vind je hier. Hulp of advies nodig rond je pensioen? Stuur dan gerust een mailtje naar bouw@fnv.nl
Doorbetaalde schooldag
Goed nieuws voor bbl-leerlingen in de Bouw & Infra! In de nieuwe cao is afgesproken dat de wekelijkse schooldag wordt doorbetaald.
Vanaf 1 januari 2026 ontvangen studenten die een bbl2- of bbl3-opleiding volgen een schooldagbonus voor de dag dat zij naar school gaan. De werkgever betaalt deze bonus iedere loonperiode uit, samen met het salaris, en vermeldt deze apart op de loonstrook.
De hoogte van de Schooldagbonus is vastgesteld in de cao en verschilt per leeftijd en opleiding. Hierbij wordt gekeken naar de leeftijd van de student bij de start van de opleiding. Alle informatie rond de doorbetaalde schooldag vind je hier.
Nieuw kabinet: plannen voor woningbouw
Begin december presenteerden D66 en CDA hun gezamenlijke agenda voor een nieuwe coalitie. Een belangrijk punt daarin is de woningbouw. De partijen houden vast aan het doel om jaarlijks 100.000 woningen toe te voegen. Om dit mogelijk te maken, willen zij onder andere het aantal bezwaarprocedures verminderen, woningdelen toegankelijker maken, en bouwnormen standaardiseren, zodat gemeenten en provincies geen extra eisen kunnen stellen die de bouw vertragen.
Daarnaast pleiten de partijen voor een actief grondbeleid van gemeenten. Hierbij moeten winsten op grond vaker ten goede komen aan de samenleving, bijvoorbeeld voor voorzieningen en infrastructuur. Ook bevat de agenda plannen voor 21 grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang, verspreid over Nederland. Dit kan gaan om nieuwe wijken, maar ook om volledig nieuwe steden.
Woningtekort
De bouwsector staat (nog steeds) voor een grote opgave. Volgens de Nationale Woonagenda moeten er tot 2030 jaarlijks 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd. In de praktijk blijkt dat lastig. In 2023 werden 73.638 nieuwbouwwoningen opgeleverd en in 2024 68.129. Daarnaast kwamen er jaarlijks ongeveer 8.000 woningen bij door de transformatie van bijvoorbeeld kantoorgebouwen naar woningen.
Ook voor 2025 en 2026 wordt verwacht dat de productie niet boven de 70.000 woningen per jaar uitkomt. Tegelijkertijd is er een woningtekort van circa 400.000 woningen dat moet worden ingehaald. De mogelijkheden voor transformatie nemen bovendien af.
Wat verandert er in 2026 voor zzp’ers?
Voor zzp’ers brengt 2026 een aantal belangrijke financiële veranderingen met zich mee. Het is goed om hier alvast rekening mee te houden, zodat je niet voor verrassingen komt te staan.
Aanpassing inkomstenbelasting (box 1)
De schijven en tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting zijn in 2026 aangepast. Dit kan invloed hebben op hoeveel belasting je betaalt over je inkomen. Wat dit concreet voor jou betekent, hangt af van je totale winst en persoonlijke situatie. Wil je hier advies over? De consulenten van FNV ZZP staan voor je klaar.
Contant betalen boven €3.000 niet meer toegestaan
Reken je grote bedragen wel eens contant af? Vanaf 1 januari 2026 is dat niet meer toegestaan voor bedragen boven de 3.000 euro. Betalingen moeten dan via pin, bankoverschrijving of een andere digitale betaalmethode verlopen. De overheid wil met deze maatregel witwassen en fraude tegengaan.
Zelfstandigenaftrek verder omlaag
De zelfstandigenaftrek wordt in 2026 opnieuw verlaagd. In 2025 was deze aftrek nog 2.470 euro, maar in 2026 daalt dit bedrag naar 1.200 euro. Dit bedrag mag je aftrekken van je winst, waardoor je minder belasting betaalt. Let op: om recht te hebben op de zelfstandigenaftrek moet je minimaal 1.225 uur per kalenderjaar in je bedrijf werken. De komende jaren wordt deze aftrek verder afgebouwd.
Meer informatie over deze en andere wetswijzigingen voor ondernemers vind je hier.
Trends in de bouwsector
Nederland wordt duurzamer
Nederland wil de CO₂-uitstoot in 2030 met 60% verminderen ten opzichte van 1990 en in 2050 zelfs met 95%. Gebouwen zijn verantwoordelijk voor bijna 12% van de totale uitstoot, waarvan ongeveer 2% door de bouwsector zelf wordt veroorzaakt. Het terugdringen hiervan vraagt om andere bouwmethoden, materialen en installaties.
Nederland wordt meer circulair
Bij circulair bouwen draait het om het verminderen van bouwafval, het hergebruik van bouwmaterialen en het ontwerpen van gebouwen die eenvoudig aanpasbaar zijn. Nog duurzamer is het wanneer bestaande gebouwen via renovatie of transformatie een nieuw leven krijgen.
De bevolkingssamenstelling verandert
De Nederlandse bevolking blijft naar verwachting groeien, vooral door migratie en een stijgende levensverwachting. Volgens scenario’s van CBS en NIDI kan het aantal inwoners in 2050 oplopen tot 21,8 miljoen. Dit zorgt niet alleen voor meer vraag naar woningen, maar ook voor een andere vraag: kleiner, flexibeler en geschikt voor verschillende levensfasen.
Technologie verhoogt de productiviteit
Digitalisering en industrialisatie veranderen het bouwproces. Ontwerp en productie worden steeds vaker digitaal ondersteund en deels verplaatst naar fabrieken. De bouwplaats wordt meer een assemblageplek. Dit maakt maatwerk mogelijk binnen gestandaardiseerde processen en helpt om de groeiende woningvraag op te vangen, ondanks de toenemende arbeidsschaarste.
Voor meer trends en cijfers over de bouwsector kun je kijken op deze website van de ING.
Dit verandert er in 2025 in de bouwsector
Nieuw jaar, nieuwe regels! De bouwsector staat in 2025 voor diverse veranderingen, met een focus op verduurzaming, digitalisering en veranderende arbeidsmarktbehoeften. Wat verandert er voor de bouwsector en voor jou in 2025?
Cao Bouw & Infra 2025
De vakbonden hebben de cao-onderhandelingen opgeschort. Werkgevers niet bereid zijn om te praten over betere arbeidsvoorwaarden, zoals een hoger loon en verbeterde regelingen voor UTA-werknemers. De vakbonden blijven zich inzetten voor eerlijke arbeidsomstandigheden en roepen op tot solidariteit tussen bouwplaats- en UTA-werknemers. Hier vind je de meest actuele informatie.
Minimumloon
Ieder jaar wordt het minimumloon geïndexeerd, dit jaar met 2,75%. Bekijk hier de minimumloontabellen van 2025.
Handhaving op schijnzelfstandigheid
Vanaf 1 januari 2025 gaat de Belastingdienst volledig handhaven op schijnzelfstandigheid. Bedrijven en organisaties die mensen als zzp’er inhuren voor werk dat zij niet zelfstandig uitvoeren, kunnen naheffingen krijgen.
Bekijk hier de keuzehulp van de Rijksoverheid voor het voorkomen van schijnzelfstandigheid.
De zelfstandigenaftrek gaat verder omlaag
Per 1 januari 2025 gaat de zelfstandigenaftrek verder omlaag van € 3.750 naar € 2.470. De zelfstandigenaftrek wordt versneld afgebouwd tot € 900 in 2027. Hiermee worden de fiscale verschillen tussen zelfstandigen en werknemers kleiner.
Certificering uitzendbureaus
De regering wil een certificaat invoeren voor uitzendbureaus. Dit komt doordat de positie van mensen die tijdelijk werken beter beschermd moet worden. Ook moet de wet ervoor zorgen dat bedrijven die mensen inlenen en uitlenen, eerlijk met elkaar concurreren. Bedrijven die zich niet aan de regels houden, moeten worden uitgesloten van de markt.
Gelijke beloning van vrouwen en mannen
Op 6 juni 2023 is een nieuwe EU-richtlijn van kracht geworden, die ervoor moet zorgen dat er geen beloningsdiscriminatie meer is tussen mannen en vrouwen. Alle EU-lidstaten moeten ervoor zorgen dat zij uiterlijk op 7 juni 2026 voldoen aan deze richtlijn. In Nederland wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel om deze richtlijn in de nationale wetgeving op te nemen. Het initiatiefvoorstel Wet gelijke beloning van vrouwen en mannen, dat al op 7 maart 2019 werd ingediend, voldoet echter nog niet volledig aan de eisen van de EU-richtlijn. De ingangsdatum is nog niet bekend.
Hervorming concurrentiebeding
Er is een wetsvoorstel ingediend om het concurrentiebeding moderner te maken. De bedoeling van het voorstel is dat werkgevers het concurrentiebeding niet meer onnodig gebruiken, bijvoorbeeld om personeel aan zich te binden. In het wetsvoorstel staat dat de nieuwe regels niet zullen gelden voor bedingen die zijn overeengekomen vóór 1 januari 2025.
Bereikbaarheid
Het Wetsvoorstel “Aangaan gesprek tussen werkgever en werknemers over bereikbaarheid buiten werktijd” moet regelen dat werkgevers en werknemers afspraken maken over niet bereikbaar zijn buiten werktijd. De ingangsdatum is nog niet bekend.
Sector brede vooruitblik
De bouwsector zet volgens de ING in op circulair bouwen, met het gebruik van duurzame materialen zoals hout en bio-based producten, wat zowel de CO2-uitstoot verlaagt als de circulariteit vergroot. Ook wordt er meer gebruikgemaakt van technologieën zoals AI en robotisering om de productiviteit te verhogen en de complexiteit te verlagen.
De demografische veranderingen in Nederland, waaronder de toename van kleinere huishoudens, zorgen voor een grotere vraag naar flexwoningen en zorgwoningen. Tegelijkertijd verandert de aard van het werk door de groeiende behoefte aan IT- en technisch personeel. De sector moet ook voldoen aan strengere CO2-reductie-eisen, met als doel de uitstoot in 2030 met de helft te verminderen en in 2050 zelfs 95% te verlagen, wat de bouwsector sterk zal beïnvloeden.
Met alle veranderingen (en onzekerheden) die het komende jaar gaat brengen, is een sterke vakbond heel belangrijk. Sluit je aan.
Bouwsector 2024 | Dit verandert er
Nieuw jaar, nieuwe regels. Zowel op cao-niveau als landelijk treden er veranderingen op. Denk aan de loonstijging, en aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Hieronder vind je een overzicht met een aantal belangrijke verschillen in 2024, ten opzichte van vorig jaar.
Cao Bouw&Infra
Op 1 januari 2024 is de nieuwe cao Bouw&Infra ingegaan. Dat betekent dat de lonen per die datum met 3,5 procent en vijftig euro per maand stijgen. In juli komt dezelfde verhoging nog een keer. In totaal komt dit neer op zo’n 10 procent loonstijging.
Andere belangrijke veranderingen binnen de cao zijn dat de uitvoerder vanaf nu ook aanmerking komt voor de zwaarwerkregeling, en dat er weer een onderzoek naar de arbeidsvoorwaarden voor UTA-medewerkers.
Je leest hier alles over de nieuwe cao Bouw&Infra.
Minimumloon
Per 1 januari gaat in heel het land het minimumuurloon in. De wettelijk voorgeschreven minimum dag-, week-, en maandlonen verdwijnen. Hierdoor verdienen werknemers met een minimumloon altijd hetzelfde uurloon.
Wetten
Afgelopen jaar werd er ingestemd met de Omgevingswet op 1 januari 2024, maar deze instemming werd vrij vlot weer ingetrokken. Ondanks aanhoudende weerstand is de Omgevingswet, die alle regels rondom de leefomgeving moet versimpelen, dit jaar van start gegaan.
Bij de invoering van deze nieuwe Omgevingswet is ook het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) afgelopen januari in werking getreden. Dat is de opvolger van het Bouwbesluit 2012.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) gaat stapsgewijs in.
STAP wordt SLIM
De scholingssubsidie STAP stopt in 2024. Van het bedrag dat hierdoor vrijkomt (147 miljoen euro) gaat 73,5 miljoen euro naar de scholingssubsidie SLIM in de periode 2024-2027.
Werkkostenregeling
De eerste schijf van de vrije ruimte van de werkkostenregeling wordt verlaagd van 3 procent in 2023, naar 1,92 procent in 2024.
Verwachting 2024
Volgens de ING is de bouwsector in 2023 met 3 procent gegroeid, maar zal er sprake zijn van een krimp in 2024. Deze krimp wordt geschat op -2,5 procent.
De ING ziet dat de meeste bouwbedrijven er na jaren van grote groei er nog steeds goed voor staan. Door de buffers verwacht de bank dat de bouwsector de volumekrimp goed moet kunnen doorstaan. Daarbij is de verwachting dat aannemers hun prijzen verhogen.
Ook de nieuwbouw profiteert. Nieuwbouwprojecten die eerst niet konden worden uitgevoerd vanwege te hoge kosten, kunnen in 2024 vaker wel tot stand komen. Dat komt goed uit, want de interesse in nieuwbouw neemt ook weer toe. Dat is te zien in de verkoopcijfers van nieuwbouw.
Cadeautip: het FNV-lidmaatschap voor je kind
Ben je zelf lid van FNV? Dan ben je bekend met de voordelen van het lidmaatschap. Je kunt nu je kind een FNV-lidmaatschap cadeau doen zodat ook zij van de voordelen gebruik kunnen maken. Een lidmaatschap geef je al vanaf €2,08 per maand!
Misschien heeft je kind een bijbaan als vakkenvuller, gaat het stage lopen, of misschien zelfs aan de eerste 'echte' baan beginnen. In dit soort startfases kun je veel vragen hebben. Verdien je niet te weinig? Krijg je je overwerk betaald? En hoe zit het met je contract? Met al deze vragen kan je kind bij de FNV terecht. Met een lidmaatschap bij FNV heeft je kind invloed op zijn/haar arbeidsvoorwaarden, is er altijd hulp bij een toekomstig arbeidsconflict, krijg het hulp bij letselschade en beroepsziekten, persoonlijk advies over werk en loopbaan, en natuurlijk korting met de ledenpas.
Cadeautip
Hoe doe je dat dan, zo'n lidmaatschap geven aan je kind? Het is heel gemakkelijk:
Stap 1: Je vult hier het formulier in en meld je kind aan,
Stap 2: Jouw kind ontvangt een e-mail en accepteert het lidmaatschap,
Stap 3: De betaling van het lidmaatschap van je kind wordt automatisch van jou rekening afgeschreven. De voorwaarde hiervan is dat je gebruik maakt van automatische incasso's bij je eigen lidmaatschap. Doe je niet (nog) niet, wijzig dan je betaalmethode via MijnFNV.
Wat kost het?
Wanneer je kind jonger is dat 23 jaar, en/of voltijd student is betaal je slechts €25,- euro voor een jaar lang lidmaatschap bij FNV. Dat komt neer op €2,08 per maand. Je kunt hier alle contributietarieven terugvinden.
Young & United
Je kind zal komen te vallen onder Young & United, de jongeren-tak van de FNV. Je leest meer over Y&U op hun website. Het is een beweging van jonge mensen binnen de grootste vakbond van Nederland. Samen met de jonge leden laten zij de stem van deze generatie horen bij werkgevers en politici. Zo regelen we betere arbeidsvoorwaarden én een betere toekomst.
Samen staan we sterk!
Back to school: jouw gids voor een geslaagd schooljaar
Het nieuwe collegejaar is net begonnen en als student in de bouw ben je alweer vol energie en enthousiasme aan de slag gegaan. Of je nu net begint aan je studie of al wat ervaring hebt, hier zijn enkele handige tips en trucs om het meeste uit dit academische jaar te halen.
Fijne vakantie gehad? Check. Klaar om weer vol energie en enthousiasme aan de slag te gaan? Dubbelcheck. Laten we beginnen met het bouwen aan een geweldig schooljaar.
Een sterke start: organiseer jezelf
Begin het jaar goed door je studiemateriaal, roosters en deadlines op orde te hebben. Gebruik een planner of digitale tools om je lessen, projecten en belangrijke datums bij te houden. Zo kan je bijvoorbeeld gebruik maken van de google agenda. De Google Agenda is een online agenda-applicatie. Hiermee kun je je afspraken, evenementen en taken beheren, synchroniseren en delen met anderen. Door georganiseerd te zijn, verminder je stress en verbeter je je studieresultaten.
Wees nieuwsgierig en stel vragen
Stel vragen tijdens je colleges en zoek naar verdieping. De bouwwereld evolueert voortdurend, dus blijf nieuwsgierig naar nieuwe technologieën, materialen en methoden. Wist je bijvoorbeeld dat aan de University of Cambridge architecten in samenwerking met microbiologen een nieuw soort bouwmateriaal hebben ontwikkeld. Dit nieuwe materiaal bevat cyanobacteriën. Meer hierover kun je hier lezen. Interactie met je docenten en medestudenten kan leiden tot interessante discussies en een dieper begrip van de materie.
Bouw je netwerk op
De bouwsector draait om samenwerking en netwerken. Ontmoet je medestudenten, docenten en professionals. Neem deel aan studiegroepen, workshops en netwerkevenementen om waardevolle contacten te leggen die je in de toekomst van pas kunnen komen. Naast het feit dat je hiermee je netwerk uitbreidt en deze contacten van pas kunnen komen zijn dit natuurlijk ook onwijs leuke en gezellige momenten waarin je aan het netwerken bent.
Praktische ervaring
Probeer tijdens je studie stages te lopen bij bouwbedrijven of deel te nemen aan praktische projecten. Dit geeft je een waardevolle kijk op het werkveld en helpt je om theoretische kennis in de praktijk te brengen. Dit geeft je nét dat streepje voor op je medestudenten.
Balans tussen studie en ontspanning
Hoewel toewijding aan je studie belangrijk is, is het ook essentieel om balans te vinden. Neem voldoende rust en ontspanning om te voorkomen dat je overbelast raakt. Sport, hobby's en sociale activiteiten kunnen je energie geven en je helpen om beter te presteren in je studie.
Blijf op de hoogte van de industrie
Volg het nieuws en ontwikkelingen in de bouwsector. Dit kan je helpen om op de hoogte te blijven van trends, uitdagingen en innovaties. Het maakt je meer bewust van de bredere context van je vakgebied. Meld je aan voor onze nieuwsbrief! Zo blijf je op de hoogte van het laatste nieuws.
Gastcolleges
Wist jij dat wij gastcolleges organiseren? Dit kan zeer interessant zijn voor jou en je medestudenten. Klik hier voor meer informatie!
Beide gastcolleges zijn gratis, interactief en versterken de positie van jongeren bij de start op de arbeidsmarkt. Ben jij zelf student Bouwkunde & Civiele Techniek en zou jij graag een gastcollege willen krijgen voor jezelf en je medestudenten? Stuur dan een e-mail naar uta@fnv.nl, dan gaan we het voor jullie regelen.
Met al deze tips en trucs ben je goed voorbereid om het maximale uit je komende collegejaar in de bouw te halen. Blijf gemotiveerd, wees nieuwsgierig en geniet vooral van je studententijd!
Rust is geen luxe, maar een noodzaak
In de wereld van de bouw zijn we gewend aan hard werken, strakke deadlines en veeleisende projecten. Het is een sector die trots is op zijn toewijding aan vakmanschap en hard werk, en terecht. Maar laten we eerlijk zijn: het kan soms overweldigend zijn. De druk van deadlines en het jongleren met verschillende verantwoordelijkheden kan zijn tol eisen wanneer je niet voldoende rust krijgt om te herstellen.
Het wordt vaak over het hoofd gezien, maar juist de hardste werkers zullen het hardst moeten rusten. In dit artikel bespreken we wat je zelf kunt doen om goed te herstellen, maar vooral ook wat je van je werkgever mag verwachten als het hierop aankomt.
Zoals ook iedere topsporter je kan vertellen is rust essentieel wanneer je een grote inspanning verricht. Zonder goed te rusten en herstellen zou een topsporter het niet kunnen bijbenen met de sporters die dit wel doen. Op werkgebied is dit eigenlijk niet anders. Het constant werken onder hoge druk kan zowel fysiek als mentaal uitputtend zijn. Doe dit te lang, en het kan zelfs leiden tot gezondheidsproblemen, verminderde productiviteit en een verstoord evenwicht tussen je werk en privéleven. Om dus te blijven werken op het niveau dat we willen is onze rust pakken geen luxe, maar noodzaak.
Wat kan je doen?
Gelukkig zijn er stappen die je zelf kunt nemen om je rust en herstel te bevorderen. Denk bijvoorbeeld aan het plannen van pauzes tijdens je werk, niet te lang werken zonder verlof op te nemen, niet te vaak overuren maken, en natuurlijk ook voldoende slaap en ontspanning. Het is belangrijk om te onthouden dat rust pakken geen egoïsme is, maar juist een investering in je eigen welzijn en werkprestaties.
Het kan ook zo zijn dat het plannen van pauzes bijvoorbeeld lastig gaat. Of misschien zijn er wel anderen redenen waardoor het lastig is om goed rust te pakken. Je bent niet de enige. Hoewel dit soms als best lastig ervaren kan worden werkt het goed om dit bespreekbaar te maken met je collega’s en leidinggevende/werkgever. Wat niet wordt besproken kan ook niet samen opgelost worden.
De rol van je werkgever
Het is niet alleen je eigen verantwoordelijkheid om te zorgen dat je voldoende rust krijgt. Je werkgever heeft een cruciale rol in het creëren van een ondersteunende werkomgeving. Dit vinden niet alleen wij als vakbond, maar dit staat ook in de wet. Je werkgever is namelijk verplicht beleid te hebben om de risico’s van werkdruk te beperken.
De Arbowet legt de verplichtingen van werkgevers vast met betrekking tot de gezondheid en veiligheid van werknemers. Hierin is ook aandacht voor psychosociale arbeidsbelasting, wat betrekking heeft op stress en werkdruk. De RI&E (dat staat voor risico-inventarisatie en -evaluatie) is een instrument dat werkgevers verplicht zijn te gebruiken om risico's in kaart te brengen en te evalueren. Het bevat ook maatregelen om deze risico's te verminderen. Werknemers hebben het recht om te weten welke risico's er spelen en welke maatregelen worden genomen om hen te beschermen. Dit kan een goede aanleiding zijn voor een gesprek over werkdruk.
Faciliteren van rust
De Arbowet schrijft ook voor dat werkgevers moeten kijken naar een bronaanpak van een probleem. Als jij door een te krappe planning regelmatig moet overwerken, dan beperkt dit jou mogelijkheid om goed uit te rusten. Het is dan de verantwoordelijkheid van je werkgever om te zorgen dat er sprake is van een realistische taakbelasting.
Hetzelfde geldt voor goed kunnen pauzeren tijdens werktijd, niet gestoord worden buiten werktijd of het opnemen van verlof. Merk je dat je hier regelmatig uitdagingen in hebt, dan is het wederom belangrijk om dit bespreekbaar te maken. Dit doe je niet alleen uit eigen belang, maar ook voor je collega’s en de rest van de organisatie. Wanneer iemand uitvalt vanwege werkstress, dan heeft dat namelijk invloed op de hele organisatie.
Noodzaak
Onthoud: rust en herstel zijn geen luxe, maar een noodzaak. Rust pakken gebeurt helaas niet vanzelf, en juist daarom loont het om er bewust mee bezig te zijn. Door hierover in gesprek te gaan kunnen we een sector creëren die niet alleen bekend staat om zijn vakmanschap, maar ook om zijn toewijding aan het welzijn van zijn werknemers.
Heb je vragen of wil je je ervaring delen? Stuur gerust een mail naar uta@fnv.nl .
Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten: wat betekent dit voor mij?
Flexibele werknemers (zoals mensen met een 0-urencontract) hebben recht op zekerheid over het inkomen en het rooster. Om deze reden is er een wetsvoorstel gedaan over de rechten van flexwerkers; de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten.
Met dit wetsvoorstel wordt verwacht dat je sneller een contract voor onbepaalde tijd zal krijgen. Op dit moment kunnen burgers, bedrijven instellingen reageren op het wetsvoorstel. De wet zal op zijn vroegst op 1 januari 2026 ingaan.
Wat gaat er veranderen?
Door de Wet verbetering zekerheid flexibele arbeidskrachten krijgen flexwerkers meer zekerheid in hun werk. Mensen met een tijdelijk contract, zullen beter beschermd worden. Het doel is om ervoor te zorgen dat als iemand langdurig werk verricht, deze persoon recht heeft op een vast contract zonder dat de werkgever bepaalde regels kan omzeilen. In dit artikel zullen wij in hoofdlijnen vertellen wat er mogelijk gaat veranderen. Meer weten? Neem contact met ons op!
Ketenregeling / tijdelijke contracten
Een werkgever moet jou een vast contract aanbieden als jij langer dan drie jaar in dienst bent of als jij al drie opeenvolgende contracten aangeboden gekregen hebt. Dit wordt ook wel de ketenregeling genoemd. In een cao kunnen afwijkende afspraken staan. Deze keten wordt doorbroken als jij een periode van zes maanden of langer niet werkzaam bent voor dezelfde werkgever.
Als het wetsvoorstel wordt goedgekeurd, gaat dit veranderen. Als de wet in werking gaat, zal namelijk het contract van iemand die in een periode van vijf jaar regelmatig wordt ingehuurd automatisch worden omgezet in een vast contract. Dit geldt ook voor uitzendkrachten.
Daarnaast kan er nu in cao’s afgeweken worden van regels over hoelang iemand tijdelijk werk mag doen voordat deze persoon een vast contract krijgt. Ook dit gaat veranderen. Een van deze regels gaat over opvolgend werkgeverschap. Opvolgend werkgeverschap betekent dat de periodes waarbij je voor verschillende bedrijven werkt in dezelfde functie bij elkaar opgeteld worden. Zo’n situatie komt bijvoorbeeld voor als je via een uitzendbureau bij een gemeente werkt, en je later in dienst gaat bij deze gemeente in dezelfde functie. Bedrijven kunnen nu in cao’s afspreken dat deze periodes niet bij elkaar worden opgeteld. Deze nieuwe wet zorgt ervoor dat dit niet meer mogelijk is. Dit voorkomt dat je bijvoorbeeld dat je na drie jaar te werken voor een bedrijf niet als uitzendkracht ingezet kan worden om de ketenregeling te omzeilen.
Oproepcontracten
Nulurencontracten worden afgeschaft. Zo weet je beter waar je aan toe bent. Je weet wat je verdient per maand en je weet wanneer je aan het werk moet. En kan je beter je werk combineren met bijvoorbeeld je studie, een andere baan, mantelzorg of thuissituatie. Er komen namelijk (vast en tijdelijke) basiscontracten met een minimumaantal uur waarvoor je ten minste wordt ingeroosterd en die stabiel betaald worden. Ook komen er meer regels voor de extra beschikbaarheid. Buiten deze beschikbaarheid is er geen verplichting om te komen werken.
Uitzonderingen voor studenten!
Voor scholieren en studenten gelden wel andere regels. Jij mag nog steeds op oproepbasis blijven werken. Hierdoor ben je flexibeler in het aantal uur dat je werkt. Toetsweek? Dan werk je wat minder. Vakantie? Even lekker cashen. Ook geldt voor jou de ketenregeling niet. Met de nieuwe wet blijft dit zo.
ZZP | Verplichte AOV in 2024
De regering heeft samen met werknemers- en werkgeversorganisaties een pensioenakkoord gesloten. Onderdeel van dit akkoord is een verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor ondernemers.
Naar verwachting ligt het wetsvoorstel over het pensioenakkoord in het voorjaar van 2024 klaar. Als dan de Tweede en Eerste Kamer instemmen met het voorstel wordt de wet daadwerkelijk ingevoerd.
Veel zelfstandigen onverzekerd
Een arbeidsongeschiktheidsverzekering is nu niet verplicht voor zzp’ers, en veel zelfstandigen sluiten zo’n verzekering ook niet af. 35 procent van zelfstandig ondernemers heeft geen voorziening getroffen om het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid te verminderen, meldt het CBS op basis van onderzoek.
De meest voorkomende reden hiervoor is financieel. 46 procent van de respondenten gaf aan dat de kosten van zo’n verzekering niet opwegen tegen de baten, en 32 procent zei de kosten voor een verzekering niet te kunnen betalen. 20 procent, waarvan met name vrouwen, gaf aan in geval van arbeidsongeschiktheid terug te kunnen vallen op het inkomen van hun partner.
Wel is het zo dat zelfstandigen andere oplossingen hebben om het financiële risico bij arbeidsongeschiktheid te verminderen. Denk bijvoorbeeld aan spaargeld en beleggingen (37 procent), de waarde van de woning welke het risico afdekt (11 procent), of een schenkkring (6 procent).
Het doel van de verplichte AOV is dat ondernemers straks beschermt zijn tegen de gevolgen van arbeidsongeschiktheid. Ook de samenleving loopt daardoor minder risico en maakt minder kosten.
Hoe ziet de verplichte AOV eruit?
Het is nog niet helemaal duidelijk hoe de verplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering eruit komt te zien. Het ministerie van Sociale Zaken is dit aan het uitwerken op basis van het adviesrapport ‘Keuze voor zekerheid: Zelfstandigen standaard verzekerd tegen langdurig inkomensverlies door arbeidsongeschiktheid’ van de Stichting van de Arbeid. Hierin staat onder andere dat vanwege de diversiteit in de zelfstandigenpopulatie, dat het voorstel verschillende keuzemogelijkheden heeft. Zo kan elke zelfstandige zelf bepalen welke verzekering passen is. Ook staat in het rapport dat zelfstandigen mét personeel worden uitgezonderd van de verzekeringsplicht.
Naar verwachting zijn dit enkele belangrijke hoofdlijnen van de verplichte AOV:
- Als je arbeidsongeschikt raakt, moet je het eerste jaar zelf financieel overbruggen. Ná dat jaar ontvang je de uitkering,
- Als je inkomstenbelasting betaald over de winst uit je onderneming, dan ben je verplicht een AOV te hebben,
- De jaarpremie bedraagt tussen de 7,5 en 8 procent van het laatst verdiende inkomen,
- De uitkering is 70 procent van je laatstverdiende loon, waarbij de maximale uitkering 100 procent is van het wettelijk minimumloon (wat het wettelijk minimumloon is in 2023 vind je hier),
- De premie is fiscaal aftrekbaar.
Voorbereid zijn
Het is natuurlijk niet leuk om na te denken over arbeidsongeschikt raken, maar stel dat het jou overkomt, ben je dan voorbereid? Het is goed om na te denken over hoe jij je financiën regelt als je ooit onverhoopt arbeidsongeschikt raakt.
FNV kan je hierbij helpen. We geven advies bij geldzorgen, en onze adviseurs Sociale Voorzieningen ondersteunen je graag. Klik hier om eens een afspraak te maken, dan kijken we samen naar jouw financieel overzicht en kom je wanneer het er op aan komt niet voor verassingen te staan.
FNV Zelfstandigen is er speciaal voor zzp’ers. Op de website vind je meer informatie die voor jou als zelfstandige relevant is.
Rechter buigt zich voor het eerst over studiekosten sinds invoering Wtva
Per 1 augustus 2022 is de Wet Transparante en Voorspelbare Arbeidsvoorwaarden (Wtva) van kracht. Het doel van deze wet is om arbeidsvoorwaarden van werknemers te verbeteren door ze duidelijker en voorspelbaarder te maken.
De nieuwe regels hebben in de tussentijd gezorgd voor veel onduidelijkheden. Op 10 januari 2023 heeft de Rechtbank Utrecht zich voor het eerst uitgesproken over een kwestie rondom de Wtva.
Wat is er veranderd?
Voor we het hebben over de uitspraak van de Rechtbank Utrecht gaan we een paar stappen terug.
Met de inwerkingtreding van de Wtva moeten werkgevers verplichte scholing kosteloos aanbieden. Het gaat om scholing die verplicht moet worden aangeboden op grond van de wet of cao. Je mag geen afwijkende afspraken maken; die zijn nietig. In de praktijk blijkt dat het vooral onduidelijk is wat er onder ‘verplichte scholing’ moet worden verstaan.
Onze wet kende voor de invoering van de Wtva al een algemene scholingsplicht, geregeld in artikel 7:611a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, die als zo’n wettelijke verplichting moet worden gezien. Dat wil zeggen dat een werkgever scholing moet aanbieden die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de werknemer. De kosten van de scholing rusten dan op de werkgever. Een studieovereenkomst of -beding met andere afspraken is dus niet geldig.
Uitspraak Rechtbank Utrecht
Op 4 november 2022 is tussen een werkgever en een werknemer een studieovereenkomst tot stand gekomen. In de studieovereenkomst staat een terugbetalingsregeling vermeld waarvan de werknemer bij uitdiensttreding de lening aan werkgever moet terugbetalen. De lening wordt na drie jaar kwijtgescholden na het afronden van het theoretische gedeelte van de opleiding. De werknemer is van mening dat de studieovereenkomst die hij was aangegaan met zijn werkgever nietig was op grond van de Wtva. Hij stelde dat hier sprake was van ‘een noodzakelijke opleiding’. Volgens hem zou zijn werkgever hem hebben aangenomen met de bedoeling om hem (in de toekomst) als registeraccountant werkzaamheden te laten verrichten. Voor die functie was de opleiding noodzakelijk. De werknemer zou als registeraccountant onder meer zijn handtekening zou kunnen zetten onder jaarstukken.
Volgens de werkgever klopte dit niet. De werkgever stelde dat ten eerste de werknemer niet met die bedoeling was aangenomen. Ten tweede, voegde de werkgever toe, zelfs al was de werknemer met die bedoeling aangenomen, dan was de opleiding vooralsnog niet noodzakelijk geweest. De opleiding zou dus niet noodzakelijk zijn voor het werk van de werknemer waarvoor hij is aangenomen en evenmin vereist om de functie van registeraccountant te verrichten. Daarbij komt bij dat de werknemer op eigen verzoek de opleiding is gaan volgen, aldus de werkgever.
De kantonrechter oordeelde dat uit niets bleek dat de werknemer was aangenomen met het doel om registeraccountant te worden en dat de opleiding waarvoor de studieovereenkomst is aangegaan noodzakelijk zou zijn voor die beoogde functie of de huidige functie van werknemer. De rechtbank oordeelde dat hier geen sprake was van een ‘noodzakelijke opleiding’ en werknemer de studiekosten aan werkgever moet terugbetalen.
Wat staat er in de cao?
Onder het kopje 'Scholing voor behoud van vakmanschap', op bladzijde 59 van de cao Bouw & Infra, staat dat de werkgever een opleidings- en scholingsbeleid ontwikkelt, en dit uitvoert. Ieder kalenderjaar stelt hij een scholingsplan vast. Bij het opstellen van dit plan houdt de werkgever rekening met de wensen van de werknemers, en die worden drie maanden voor het invoeren van het plan over de inhoud geïnformeerd. Andere verplichtingen van de werkgever:
- De werkgever stelt de werknemer in staat functiegerichte scholing te volgen. Komt de functie van de werknemer te vervallen? Of is de werknemer niet meer in staat zijn functie te vervullen? Dan stelt de werkgever hem in staat scholing te volgen die het mogelijk maakt de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Dit laatste voor zover dit redelijkerwijs van de werkgever verlangd kan worden. Hiermee voldoet de werkgever aan zijn wettelijke scholingsplicht van artikel 7:611a lid 1 BW.
- De werkgever betaalt alle kosten van deze scholing. Hij mag die kosten niet verrekenen met de transitievergoeding.
- De werknemer volgt de functiegerichte scholing indien mogelijk tijdens werktijd. Als dit niet mogelijk is, wordt de tijd dat de scholing wordt gevolgd gezien als arbeidstijd.
Heb jij een studieovereenkomst en heb je hier vragen over? Neem dan contact op met ons via uta@fnv.nl










