Meer vrouwen in de bouw? Zorg voor vrouwen in sollicitatiecommissies
De bouwsector kampt al jaren met een tekort aan vrouwen. Terwijl de sector dringend behoefte heeft aan nieuw talent en frisse perspectieven, blijft het percentage vrouwelijke medewerkers laag. Eén concrete en relatief eenvoudige maatregel om hier verandering in te brengen, is het bewust betrekken van vrouwen in sollicitatiecommissies.[1]
Waarom vrouwen in sollicitatiecommissies?
Verschillende onderzoeken laten zien dat mensen geneigd zijn om personen die op hen lijken positiever te beoordelen en eerder aan te nemen.[2] Dit noemen we de ‘similarity attraction bias’. Wanneer er alleen mannen in een sollicitatiecommissie zitten, maken vrouwen minder kans dan wanneer er ook vrouwen bij het gesprek en de selectie betrokken zijn. Een gemende commissie zorgt voor bredere discussies, verschillende perspectieven en daarmee eerlijkere afwegingen.
Veel vrouwen voelen zich daarnaast eerder op hun gemak wanneer er (ook) vrouwen tegenover haar aan tafel zitten en komen daardoor beter tot hun recht in het gesprek.[3] Voor vrouwelijke kandidaten kan de aanwezigheid van vrouwen in de commissie bovendien een signaal zijn dat de organisatie diversiteit serieus neemt en dat er ruimte is om zich als vrouw in de bouw te ontwikkelen.
Meer dan symbolisch
Het gaat hierbij niet alleen om representatie, maar ook om invloed. Vrouwen in sollicitatiecommissies brengen vaak andere invalshoeken mee, stellen andere vragen en kunnen gevoeliger zijn voor inclusieve aspecten van een werkomgeving. Hun aanwezigheid kan bijdragen aan het aannemen van talent dat anders misschien over het hoofd zou worden gezien. Zo bevestigt ook Esther Knabben, Directeur Regiogroep bij Royal Haskoning DHV, in onze Hestia rubriek: “Wat echt verschil maakt, is dat er vrouwen in sollicitatie- en selectiecommissies zitten. Sinds ik leidinggevende ben, is de helft van de nieuwe aanstellingen vrouw. Dat zegt genoeg: vrouwen zien sneller mogelijkheden als er al vrouwen aan tafel zitten.”
Effect op de sector
Het opnemen van vrouwen in sollicitatiecommissies is dus niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, maar ook van strategisch personeelsbeleid. Meer vrouwen aannemen betekent meer diversiteit in teams, wat bewezen leidt tot innovatievere oplossingen, betere samenwerking en een sterkere aantrekkingskracht op jong talent.[4]
Hoe zat dit bij jou?
Door bewust vrouwen een rol te geven in werving en selectie, kunnen bedrijven in de Bouw en Infra een stap zetten richting een inclusievere werkomgeving waarin meer vrouwen willen komen en blijven werken. Hoe zat dit bij jou? Zat er een vrouw in jouw sollicitatiecommissie? En zo niet, had je het fijner gevonden als dit wel zo was? Wat zou dat voor jou betekend hebben?
[1] Het betrekken van vrouwen in sollicitatiecommissies alleen is niet genoeg om een eerlijk selectieproces te waarborgen. Het is slechts één maatregel die we hier nu uitlichten. Hiernaast zijn nog andere zaken belangrijk, zoals inclusieve vacatureteksten en objectieve, meetbare en gestandaardiseerde beoordeling.
[2] Tholen, G. (2024). Matching Candidates to Culture: How Assessments of Organisational Fit Shape the Hiring Process. Work, Employment and Society, 38(3), 705-722; Abbasi, Z., Billsberry, J. & Todres, M. (2024). Empirical studies of the “similarity leads to attraction” hypothesis in workplace interactions: a systematic review. Manag Review Quarterly 74, 661–709; Bunica, A. (2025). A Bibliometric Analysis of Similarity Attraction Bias in Recruitment: Implications for Workplace Diversity and Inclusion. Review of International Comparative Management, 26(1), 122-131.
[3] VHTO (2022) Vrouwen in bèta, techniek en IT, hoe behoud je ze als organisatie?
[4] McKinsey & Company (2020). Diversity Wins: How inclusion matters; Post, C. & Byron, K. (2015). Women on Boards and Firm Financial Performance: A Meta-analysis. Academy of Management Journal. 58(5), 1546–1571.
Werken als vrouw in de Bouw & Infra ís de uitzonderingspositie!
De bouwsector is traditioneel een mannenwereld. Cijfers laten zien dat vrouwen nog steeds ernstig ondervertegenwoordigd zijn. Het resultaat: werkplekken zijn niet of onvoldoende ingericht op vrouwen. Praktische voorzieningen zoals passende werkkleding of een vrouwentoilet ontbreken. Maar ook qua "cultuur" (opmerkingen, grapjes, intimidatie, nastaren, niet serieus genomen worden) is er nog werk aan de winkel. Maatregelen om de bouw meer in te richten op vrouwen (of maatregelen specifiek gericht op vrouwen) zijn geen "uitsluiting" of "voorkeur" voor vrouwen, maar een noodzakelijke stap om het speelveld eerlijker te maken. Alleen door het onderscheid te maken, kunnen we de bestaande ongelijkheid wegnemen.
Wat zeggen de cijfers?
- Volgens het CBS is zo'n 90% van de banen in de bouwsector door mannen vervuld. Vrouwen vormen dus ongeveer 10% van de werknemers in de bouw.
- Het percentage vrouwen dat daadwerkelijk op de bouwplaats werkt, ligt nog veel lager. Één op de vierhonderd bouwplaatsmedewerkers is vrouw.
- Volgens cijfers van Women Inc. verlaat 65% van de vrouwen met een technische opleiding uiteindelijk de sector.
- Uit datzelfde rapport volgt dat wereldwijd maar liefst 70% van de vrouwen in de techniek aangeeft dat ze zich extra moeten bewijzen, puur omdat ze vrouw zijn.
Wat zijn de grootste knelpunten?
Uit gesprekken én internationale literatuur komen regelmatig deze knelpunten naar voren:
- Geschikte werkkleding en beschermingsmiddelen ontbreekt vaak
Veel PPE (personal protective equipment) is ontworpen voor “mannelijke afmetingen”. Vrouwen hebben te maken met handschoenen, helmen, laarzen etc. die niet goed passen, wat veiligheid en comfort in gevaar brengt. Vrouwen geven aan dat ze zich serieuzer genomen voelen met passende werkkleding, omdat het er een stuk professioneler uitziet. - Geen gescheiden en comfortabele voorzieningen
Toiletten, kleedkamers, aparte ruimten voor vrouwen zijn vaak schaars of ontbreken. Het lopen langs de pisbakken van de mannen, je menstruatieproducten niet in een prullenbakje kunnen gooien, je handen niet kunnen wassen en niet kunnen kolven op je werk. Het zijn situaties waar vrouwen dagelijks tegenaanlopen op de bouwplaats. - Hormonen, (zwangerschap,) gezondheid onbespreekbaar
Er is schaars aandacht voor de manier waarop menstruatie, zwangerschap of andere hormonale verschuivingen van invloed kunnen zijn op werktempo, veiligheid, werkplanning. Vrouwen voelen zich vaak niet veilig of redelijk om dit te bespreken. - Beperkte mogelijkheden voor flexibel of deeltijdwerk
Onregelmatige werkuren, en verplichtingen zoals kinderopvang rond schooltijden zijn vaak slecht verenigbaar met de standaarden in de bouw. Deel-/flexwerk is vaak lastig te organiseren op bouwplaatsen. - Cultuur: grapjes, uitsluiting, sfeer Er heerst vaak een cultuur waarin je “anders zijn” voelt. Vrouwen ervaren uitsluiting, seksistische opmerkingen, een gebrek aan rolmodellen en mentale belasting omdat ze zich als uitzondering voelen. Veel vrouwen geven aan dat zij het gevoel hebben harder te moeten werken, of meer te moeten weten voordat zij geaccepteerd worden.
Waarom dit niet “een vrouwen-cao” moet zijn, maar een gelijke voorwaarden-cao
Wij krijgen regelmatig te horen dat vrouwen geen uitzonderingspositie moeten krijgen en dat het geen vrouwen-cao moet worden. De term “vrouwen-cao” doet alsof vrouwen bevoorrecht worden; in werkelijkheid gaat het om het wegnemen van systematische belemmeringen, waardoor we een gelijk speelveld creëren. Dan hoeven vrouwen eindelijk geen uitzondering meer te zijn.
Enkele redenen waarom maatregelen zinvol en rechtvaardig zijn:
- Veiligheid & gezondheid: bijvoorbeeld beschermingsmiddelen die niet passen en gebrek aan voorzieningen. Vrouwen worden hierdoor niet gelijk behandeld in hun recht op veilige werkomstandigheden. Dit vergroot het risico op mentale en fysieke klachten.
- Diversiteit is positief: gemengde teams presteren vaak beter richting veiligheid, organisatie, samenwerking en sfeer. Vrouwen brengen andere perspectieven in, wat juist gunstig is voor innovatie en kwaliteit.
- Zichtbaarheid en herkenbaarheid: zichtbare vrouwen binnen de organisatie en in selectiecommissies zorgen ervoor dat vrouwen zich herkennen en veilig voelen. Uit gesprekken horen wij indien een vrouw in de selectiecommissie zit, er vaker een vrouw wordt aangenomen. Mensen kiezen mensen die op hen lijken. Dit bewezen fenomeen wordt de 'similarity bias' genoemd. Dus zorg voor diversiteit in je selectiecommissies, als je diversiteit in je teams wil. Diversiteit aan de voorkant laten zien, helpt bovendien om diversiteit aan te trekken, omdat meer mensen zich in je organisatie kunnen herkennen.
- Arbeidsmarkttekort: de bouw kampt met tekorten aan personeel. Door de instroom van vrouwen te verhogen en hen te behouden kunnen we die tekorten deels opvangen.
- Rechtvaardigheid: Veel vrouwen kiezen voor de bouw, omdat ze het prachtig vinden iets concreets te bouwen en samen met collega's aan complexe projecten te werken. Veel vrouwen verlaten ook weer de bouw, omdat ze allerlei hindernissen tegenkomen. Dat is oneerlijk én zonde. Laten we samen die hindernissen wegnemen, zodat iedereen zich welkom voelt in de bouw.
Mogelijke oplossingen & stappen
Om ervoor te zorgen dat vrouwen niet alleen binnenkomen, maar ook blijven, zijn er concrete maatregelen nodig:
- Voorzien van goede, vrouwelijke-specifieke werkkleding en PPE in verschillende maten.
- Toegang tot gescheiden toiletten en kleedruimtes, voldoende privacy en goede hygiëne.
- Beleidslijnen en cultuur veranderen: open gesprekken over gezondheid, menstruatie, zwangerschap; duidelijke anti-seksisme / anti-pest beleid; training voor leidinggevenden en collega’s.
- Flexibiliteit in werktijden, deeltijdmogelijkheden, taakverdeling, zodat werk en zorg makkelijker gecombineerd kunnen worden, uitgebreider zwangerschaps-, ouderschaps- en partnerverlof.
- Rolmodellen zichtbaar maken; mentorschap voor vrouwen in technische functies of leiderschap.
- Werkplek inrichten: organiseren van werk, voorzieningen en processen met oog voor diversiteit.
Sluit je aan
Vrouwen in Bouw & Infra worden niet de uitzonderingspositie door maatregelen, maar zijn de uitzondering. De standaardvoorwaarden zijn gemaakt voor mannen. Maatregelen zijn daarom geen “voordeel” voor vrouwen, maar noodzakelijke aanpassingen zodat iedereen eerlijk kan meedoen.
Herken jij dit? En wil jij bijdragen aan een inclusievere sector? Of ben jij het hier juist niet mee eens? Neem contact met ons op. We willen graag met je in gesprek en elke mening is daarbij van belang.
We kunnen dit namelijk niet alleen. Echte verandering vindt pas plaats als wij met elkaar duidelijk maken dat het anders moet. Sluit je daarom bij ons aan!


Caroline van Ooijen Sanne Kanters
Consulent UTA Consulent UTA
+31 6 43 60 94 87 +31 6 39 18 38 79
Samen sterker: van NS tot bouw – menstruatie- en overgangsmaatregelen in de cao
Bij NS is er iets bijzonders gebeurd. Dankzij de inzet van FNV-kaderlid Silvana en haar collega Liane zijn er in de nieuwe cao afspraken gemaakt over maatwerk bij menstruatie- en overgangsklachten. NS-werknemers met (chronische) klachten hoeven zich voortaan niet meer (maandelijks) ziek te melden, maar hebben nu de mogelijkheid om tijdelijk het werk aan te passen, zodat zij gewoon aan het werk kunnen blijven. Dit kunnen we ook regelen in de cao Bouw & Infra, als we ons er samen sterk voor maken.
Hoe het begon
Silvana is al jaren actief binnen FNV Spoor. Haar motivatie om dit onderwerp aan te kaarten, komt uit eigen ervaring. “Toen ik jong was en bij de NS werkte als lokettiste, had ik veel last van mijn menstruatie. Gelukkig werkte ik binnen. Met een kruik op mijn buik hield ik het wel vol. Maar ik dacht: hoe doen die meiden dat nu? In de trein of buiten heb je die luxe niet.”
Later kreeg Silvana zelf veel last van overgangsklachten. “Ik merkte dat ik fouten maakte in mijn werk en vroeg mijn leidinggevende mij daarop aan te spreken, zodat ik er iets mee kon. Dat deed ze, en dat was fijn.” Maar niet iedereen vindt het makkelijk om dit aan te geven bij een leidinggevende. Door dit vast te leggen in de cao, maak je ruimte om het te bespreken en afspraken op maat te maken.
Van idee naar cao-afspraak
In haar rol als voorzitter van de divisieraad en lid van de cao-commissie wist Silvana hoe ze dit onderwerp op de agenda kon krijgen. Samen met collega Liane keek ze naar het voorbeeld van Spanje, waar menstruatieverlof bestaat. Ze kwamen met een voorstel voor maatwerkafspraken in plaats van verlof – zodat vrouwen[i] kunnen blijven werken, mét begrip en aanpassingen waar nodig.
Veel medewerkers van NS zijn lid van een vakbond én zijn bereid samen op te staan voor betere werkomstandigheden. Zo heeft het voorstel van Silvana en Liane het gemaakt tot cao-onderhandelingsresultaat. Door samen en verenigd in een vakbond in actie te komen, wonnen de medewerkers voor zichzelf en hun collega’s:
- de mogelijkheid tot aangepast werk bij klachten;
- gratis menstruatieproducten op alle toiletten;
- erkenning dat deze klachten hun werk kunnen beïnvloeden, zonder dat het gelijk een ziekmelding hoeft te zijn.
NS is inmiddels de derde werkgever waar FNV dit voor elkaar kreeg. Eerder lukte het ook in de cao Kinderopvang en de cao Rijk.
Waarom dit belangrijk is
Menstruatie kan gepaard gaan met heftige klachten: buikpijn, premenstruele psychische klachten, vermoeidheid, rugpijn, hoofdpijn, hevig bloedverlies. Ook de overgang gaat over meer dan opvliegers. Slapeloosheid, geheugen- en concentratieproblemen, pijnklachten en stemmingswisselingen komen veel voor. De cijfers laten zien dat dit geen klein probleem is:
- Een onderzoek van Radboud UMC onder 42.000 vrouwen tussen de 15 en 45 wees uit dat 38% van de ondervraagde vrouwen zoveel klachten heeft bij menstruatie dat de (werk)agenda er op moet worden aangepast.
- Uit onderzoek van TNO en het CBS blijkt dat bij 55% van alle vrouwelijke werknemers in de overgang hun klachten weleens invloed op hun werk hebben. 36% vindt dat zij soms minder goed functioneren op het werk door klachten. 57% heeft behoefte aan meer begrip of ondersteuning op de werkvloer.
Zonder afspraken in de cao is de enige optie vaak ziekmelden. Maar elke maand of regelmatig een paar dagen ziek thuis zitten voelt niet goed, en leidt vaak tot onbegrip bij collega’s en werkgever. Met cao-afspraken wordt het normaal om over je menstruatie- of overgangsklachten te praten en om oplossingen op maat te zoeken. Het komt nou eenmaal bij een groot deel van de bevolking voor en zolang we er niet over praten en er geen afspraken over maken, blijft het het probleem van de vrouwen die ermee zitten. Als we er afspraken over maken wordt het iets waar collega’s en werkgevers rekening mee kunnen houden.
En nu de bouw
In de cao Bouwen & Wonen bestaan dit soort afspraken nog niet. Maar wat bij NS kan, kan ook in de bouw, als we ons er samen sterk voor maken. Het gaat erom dat je je werk op een gezonde manier kunt blijven doen, ook als je klachten hebt die regelmatig terugkomen.
Cao-afspraken zorgen ervoor dat het onderwerp bespreekbaar wordt, dat collega’s en werkgevers er rekening mee kunnen houden én dat jij je werk op een prettige en duurzame manier kunt blijven doen.
Jouw stem is nodig
Vind jij dat er ook in de cao Bouw & Infra afspraken moeten komen over menstruatie- en overgangsklachten? Dat kan! Maar alleen als we het samen doen, net als Silvana en Liane en hun collega’s bij NS.
Wil jij meedoen?
Sluit je aan bij FNV Bouwen & Wonen en neem contact met ons op via uta@fnv.nl. Samen zorgen we dat dit onderwerp ook in jouw cao terechtkomt.
[i] Niet alle vrouwen menstrueren en niet iedereen die menstrueert of in de overgang komt identificeert zich als vrouw. In dit artikel wordt de term ‘vrouw’ gebruikt om te verwijzen naar mensen die menstruatie- of overgangsklachten kunnen ervaren.
Vakbondsbestuurder Chaim Korthof: “Wat vrouwen niet zeggen, telt niet mee aan de cao-tafel"
In de bouwsector werken inmiddels duizenden vrouwen, op de steiger, in de uitvoering, en op kantoor. Toch zijn ze nauwelijks zichtbaar in de plannen die gemaakt worden en tijdens cao-onderhandelingen of op vakbondsbijeenkomsten. Dit komt onder andere doordat van alle vrouwen die in de bouw werken, er weinig vrouwen lid zijn van een vakbond. Wat vrouwen niet zeggen, telt niet mee aan de cao-tafel. Vakbondsbestuurder Bouwen & Wonen Chaim Korthof legt uit waarom het van belang is dat vrouwen zich organiseren.
Waarom er zo weinig vrouwen lid zijn van de vakbond binnen de bouw laat zich raden, maar het is wat mij betreft niet zonder gevolgen. Ik wil het vooral hebben over het gevolg voor de positie van de vrouw in de bouwsector. Het gevolg van zo weinig leden vanuit vrouwen doet iets met de vereniging en de belangenbehartiging van de vrouwen op de werkvloer. Er ligt minder focus op wat specifieke zaken zijn waar vrouwen tegenaan lopen.
De bouw gebouwd voor mannen
Laten we vooropstellen, ik ben een man, ik weet uiteraard niet uit eigen ervaring waar vrouwen op de bouw tegenaan lopen. Maar ik heb een moeder, zussen, vrouw en dochter. Allen maken verschillende vormen van seksisme mee in hun dagelijks leven. Ik kan mij niet voorstellen dat dit anders zou zijn bij vrouwen op de bouw.
Het gaat om grensoverschrijdende opmerkingen maar denk ook aan praktische zaken als bijvoorbeeld de sanitaire voorzieningen, kleding, beschermingsmiddelen. En het gevoel net even meer te moeten doen om jezelf te moeten bewijzen aan mannelijke collega’s.
Bouwend Nederland
Toen ik bezig was met dit artikel ontdekte ik een kort filmpje van Bouwend Nederland, wat ook de aandacht op vrouwen wilde richten. Ik ben ervan overtuigd dat de inzet en intentie van de makers van de video oprecht is en dat men op deze manier vrouwen in de bouw extra aandacht willen geven.
Maar inhoudelijk is het een tenenkrommende bedoening, vragen als met wie werk je liever op de bouw? Hoe de verdeling zou moeten zijn?
De vragen die men beantwoorde in de video leverde bij mij zoveel meer vragen op. Want zijn dat echt de vragen die vrouwen op de bouw hebben als het gaat om hun werkplek? Trekt dit echt meer vrouwen naar de bouw? Maar ook hoe ziet de maker van dit filmpje en Bouwend Nederland de rol van de vrouw op de bouw? Ze slaan volgens mij de plank volledig mis met deze video.
Volgens mij kan de bouwsector dit veel beter doen en daar kunnen vrouwen een krachtige rol in spelen door zichzelf te organiseren. En wat mij betreft is de vakbond de perfecte plek daarvoor.
Toch zie ik in de cijfers dat vrouwen dat nog niet zo zien, althans dat lijkt zo. Ik vermoed ook dat een hoop mensen en dus ook vrouwen zich niet organiseren in een vakbond, omdat dit nog onbekend terrein voor ze is. Wat mij betreft moet dit zo snel mogelijk veranderen want met een minderheid aan leden onder vrouwen zijn zij onzichtbaar als het gaat om het bespreken van arbeidsvoorwaarden en belangen binnen de cao. Op die manier moet het afhangen van de welwillendheid bij Bouwend Nederland en wat we als vakbond op tafel leggen vanuit de kleine groep vrouwelijke leden die we wel hebben.
Toekomst
Het is een realistisch maar mooi beeld om in gedachte te hebben, een grote groep vrouwen georganiseerd binnen de bouw. Een sterke vertegenwoordiging aan de onderhandeltafel en in de vakbondsactiviteiten bij de verschillende pariteiten binnen Bouw&Infra.
Het kan dus wel
In de VS is er een landelijk vrouwennetwerk opgebouwd binnen de bouw en verdubbelde hun ledental. Ook in Nederland weten we uit ervaring: als mensen zich herkennen in de vakbond, gaan ze zich ook inzetten. In de schoonmaak. Op Schiphol. In de zorg.
Tijd voor verandering
De bouw staat voor grote uitdagingen: personeelstekorten, vergrijzing, een veranderende samenleving. Meer vrouwen in de bouw kan deze problemen kleiner maken of misschien zelf oplossen. Dus zal er een verandering moeten plaatsvinden om de bouw een aantrekkelijkere en inclusieve plek te maken voor vrouwen. De vakbond zal samen met de vrouwen die werken binnen de bouw een stap moeten maken om de cultuur en werkwijze van de bouw maar ook de vakbond inclusiever te maken.
(Niets doen is in ieder geval geen optie. Dus lees je dit als werknemer binnen de bouwsector en wil je onderdeel zijn van deze verandering? Doe dan mee en word lid van de FNV.)
Meer vrouwen in de bouw begint bij cultuurverandering
Onlangs verscheen in Cobouw een artikel met de kop: “Vrouwen in de bouw moeten echt gaan werken aan hun zichtbaarheid”. De strekking van het verhaal: als we meer vrouwen in de bouw willen, moeten de vrouwen die er al werken zorgen dat ze zichtbaarder worden. Maar dat is te kort door de bocht. Het legt de verantwoordelijkheid voor verandering onterecht bij vrouwen zelf en houdt geen rekening met de bredere context (de masculiene cultuur in de bouw) die ervoor zorgt dat vrouwen onzichtbaar en ondergewaardeerd blijven. Meer vrouwen in de bouw begint bij cultuurverandering.
Niet de vrouw, maar het systeem is het probleem
Dat er weinig vrouwen in de bouw werken (en dat ze vaak niet zichtbaar zijn) komt niet doordat ze zich niet genoeg laten zien. Het komt door een cultuur die is gevormd in een mannenwereld. Een wereld waarin voor vrouwen nog steeds weinig plek is.
Natuurlijk zijn rolmodellen belangrijk. Ze laten zien dat het kán, als vrouw in de bouw. Maar het is niet eerlijk om te zeggen dat er pas iets verandert als vrouwen zichzelf meer profileren. Daarmee schuif je het probleem af op de mensen die er middenin zitten. De echte vraag is: waarom krijgen ze zo weinig ruimte? Waarom is het nog steeds zo lastig om als vrouw je plek te vinden én te houden in de bouw? Rian van Heur van VHTO, een organisatie die zich inzet voor vrouwen in bèta, techniek en IT, vat het krachtig samen: “Behouden is de grootste uitdaging. Daarvoor is een systeemverandering nodig.”
Geen inclusieve sectorcultuur
Nog geen tien procent van de mensen die in de bouw werken is vrouw. Op de bouwplaats zelf is dat nóg minder: één op de vierhonderd. Dat betekent dat de cultuur in de sector al jarenlang grotendeels door mannen wordt bepaald. En dat voelen vrouwen. Ze passen zich aan, maar voelen zich vaak niet thuis. Geen wonder dat 65 procent van de vrouwen binnen vijf jaar weer vertrekt. Bij mannen is dat 42 procent.
Bovendien ervaren veel vrouwen in de bouw dat zij zichzelf meer moeten bewijzen dan hun mannelijke collega’s. Dat is geen kwestie van ‘jezelf beter laten zien’, maar van structureel ondergewaardeerd worden. Als je de positie van vrouwen in de bouw echt wilt verbeteren, heb je meer nodig dan zichtbaarheid. Je hebt een andere werkcultuur nodig. Een cultuur waarin vrouwen verwelkomd en gewaardeerd worden.
Leg de verantwoordelijkheid waar die hoort
Een inclusieve en vrouwvriendelijke werkcultuur krijg je niet voor elkaar met representatie alleen. En het is zeker niet de verantwoordelijkheid van de vrouwen die al in de bouw werken. Het is tijd dat werkgevers in de bouwsector hun verantwoordelijkheid gaan nemen. Zij moeten zorgen voor een inclusieve werkcultuur waarin vrouwen niet alleen binnenkomen, maar ook willen blijven én kunnen doorgroeien. Women INC. deed onderzoek naar waarom vrouwen de technische sector verlaten en stelde een lijst op met acties die werkgevers direct kunnen nemen. Denk bijvoorbeeld aan:
- Praktische voorzieningen op orde brengen: passende kleding, werkschoenen in kleine maten, fatsoenlijke sanitaire voorzieningen.
- Beleidsmaatregelen invoeren die rekening houden met werk-zorgverdeling, zwangerschappen, inclusiviteit en gelijke beloning.
Zolang we van vrouwen verwachten dat zij zich simpelweg zichtbaarder maken en dus ‘invechten’ in de bestaande, door mannen gedomineerde sectorcultuur, werken we niet aan de nodige cultuurverandering. Goed beleid kijkt niet naar hoe vrouwen zich kunnen aanpassen aan de bestaande masculiene sectorcultuur. Goed beleid kijkt naar hoe we die sectorcultuur kunnen aanpassen, zodat ook vrouwen zich welkom en gewaardeerd voelen. Niet vrouwen moeten veranderen, maar de bouwsector.
Wat is de loonkloof?
Sinds 1975 is gelijke beloning voor mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid wettelijk verplicht. Toch is er in Nederland nog steeds sprake van een flinke loonkloof. Het is een grote reden voor frustratie onder vrouwen op de werkvloer.
Er is sprake van ongelijke beloning als er ongelijk wordt beloond voor gelijkwaardig werk. Dit is het geval als vrouwen minder verdienen dan hun mannelijke collega voor vergelijkbaar werk. De termen ‘ongelijke beloning’ en ‘de loonkloof’ worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn niet hetzelfde. De loonkloof gaat namelijk over de ongelijke positie van mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt, waardoor vrouwen gemiddeld minder verdienen.
De cijfers
38% - Vrouwen verdienen per jaar gemiddeld 38% minder dan mannen in Nederland. In dit cijfer zie je terug dat vrouwen vaker deeltijd werken dan mannen. Een salarisverschil van 38% maakt dat vrouwen vaker financieel afhankelijk zijn van hun partner.
13% - Vrouwen verdienen gemiddeld 13% minder per uur dan mannen. Er wordt hierbij gekeken naar bruto uurloon in plaats van jaarsalaris, waardoor het deeltijdwerken gecorrigeerd wordt. Dit percentage wordt het meest gehanteerd.
6% - Als verschillende factoren gecorrigeerd worden, blijft er nog steeds een ‘onverklaarbare loonkloof’ over van 6%. Hiervoor word gekeken naar het bruto uurloon van mannen en vrouwen in vergelijkbare functies. Deze onverklaarbare loonkloof wijst op loondiscriminatie.
Slecht betaalde sectoren
Een veelgenoemde oorzaak van de loonkloof is dat vrouwen nou eenmaal vaak banen kiezen in sectoren die slechter betalen, zoals de zorg of het onderwijs. Echter constateerde socioloog Évelyne Sullerot dat beroepen waarin veel vrouwen werken, over het algemeen lager aanzien hebben. Sterker nog: hoe meer vrouwen in een vooral door mannen gedomineerde beroepsgroep aan de slag gaan, hoe meer de status van dat beroep afneemt en daarmee de salarissen.
Genderstereotypering is een van de voornaamste oorzaken van deze ontwikkeling. Deze genderstereotypen schrijven voor hoe mannen en vrouwen zich zouden moeten gedragen en bepalen wat mannen en vrouwen volgens de samenleving ‘horen’ te doen. Technische beroepen zijn namelijk typisch mannelijk en de zorg en het onderwijs typisch vrouwelijk. Vrouwen worden daardoor minder snel aangenomen voor typische ‘mannenberoepen’, waardoor het typische ‘mannenberoepen’ blijven.
Gebrek aan doorgroeimogelijkheden
Vrouwen krijgen vaak niet genoeg kansen om hogerop te komen, waardoor weinig vrouwen in leidinggevende posities zitten. Ook in de bouw zijn vrouwen helaas nog flink ondervertegenwoordigd in het bestuur. Slechts 5,8 procent van de bestuursfuncties wordt bekleed door een vrouw.
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom vrouwen minder doorgroeikansen hebben. Denk hierbij bijvoorbeeld aan dat vrouwen geen contractverlening krijgen na een zwangerschap, niet meer uren mogen werken omdat het werk ‘te zwaar’ zou zijn, of het ontbreken van mogelijkheden voor opleidingen binnen het bedrijf.
Meer over de loonkloof
Wil je meer weten over de loonkloof, de oorzaken en oplossingen, download dan onze PDF waarin de loonkloof wordt uitgelegd: De loonkloof uitgelegd.






