Hestia Deborah Bosgoed: “Blijf vooral vrouw: dat is je kracht!”
Hestia is de Griekse godin van de bouwkunst. In deze rubriek wordt een moderne godin van de bouwwereld geïnterviewd. Over haar inspiratie, de bouwwereld, en wat ze het leukst vindt in haar werk. Deze keer is Deborah Bosgoed, bouwkundig expert, spreker en eigenaar van een bouwbedrijf gespecialiseerd in biobased renovatie en restauratie, aan het woord.
Functie: Eigenaar bouwbedrijf Bosgoed Bouw & Advies
Leeftijd: 49 jaar
Woonplaats: Empe
Opleiding: MBO bouwkunde, HBO bouwkunde (duaal), post-HBO aannemersopleiding
Wanneer ontdekte je dat je de bouw in wilde? 
“Volgens mij was ik een jaar of zes. Mijn vader werkte in de houtindustrie en houtskeletbouw, dus ik was al jong gewend aan het bouwleven. We stonden in de herfstvakantie zelfs met de caravan op de bouwplaats. Dat vond mijn moeder gezelliger.
Als klein meisje liep ik over de bouw en ik vond het heerlijk. Toen ik veertien was, ging ik een dag met mijn vader mee. We reden een dijk af en kwamen bij een bouwbedrijf. Aan de ene kant zat het kantoor en de werkplaats, aan de andere kant was het woonhuis. We gingen daar in de keuken koffiedrinken met de eigenaar en een paar medewerkers. Het was zo’n gezellige, huiselijke sfeer. Toen dacht ik: dit wil ik ook. Een eigen aannemersbedrijf. En dat idee heb ik nooit meer losgelaten.”
Hoe werd daarop gereageerd?
“Mijn ouders steunden me, maar op school liep ik tegen muren aan. Op de havo zei ik dat ik MTS bouwkunde wilde doen. Een leraar vroeg wat ik wilde worden. Toen ik zei dat ik uitvoerder wilde worden, zei hij: ‘Dat gaat je niet lukken, je bent een meisje.’
Maar ik ben eigenwijs, dus ik deed het toch.
Op de MTS werd het niet beter. De eerste dag van mijn laatste jaar liep een leraar de klas uit omdat hij me geen les wilde geven – ik was de enige vrouw in de richting uitvoering.
Ik heb keihard moeten knokken om erdoorheen te komen. En dat had niet gehoeven. Achteraf zie ik hoe diep die patronen zitten. Daarom wil ik nu de weg vrijmaken voor meiden na mij – zodat zij kunnen bouwen zonder zich eerst te moeten bewijzen.”
Wat maakt de bouw zo leuk?
“De bouw is geweldig. Ik heb er echt een enorme passie voor. Je bouwt van niks iets – iets tastbaars dat nog generaties meegaat. Dat geeft zo’n kick. Zeker als je werkt met natuurlijke materialen zoals hout en leem. Dan voelt het nóg waardevoller. En je maakt mensen blij, dat is het mooiste.”
Wie in de bouw inspireert jou?
“Ik probeer mezelf te inspireren door niet mee te gaan in het conservatieve denken van ‘zo doen we het al jaren’, maar door mijn eigen vrouwelijke blik te blijven inzetten. Die is anders, en die voegt iets toe.
Ik haal ook inspiratie uit anderen. Bijvoorbeeld uit een vrouw van 37 die bij mij solliciteerde als timmervrouw. Zij heeft haar leven omgegooid om iets nieuws te doen, en dat vind ik geweldig. Ze had moeite om een leermeester te vinden. Dat zegt veel over hoe moeilijk het nog steeds is.
En buiten de bouw bewonder ik mensen zoals Marlies Dekkers. Zij heeft de mannenwereld van de textielindustrie opengebroken. Dat vind ik krachtig. Zij maakt van haar werk ook een statement.”
Wat vind je het allerleukst aan je werk?
“Dat ik mijn werk helemaal zelf heb vormgegeven. Ik zit niet alleen op kantoor, ik werk ook mee op de bouw. Ik neem werk aan, regel dingen, ben overal bij betrokken. Die afwisseling vind ik heerlijk.
Wat ik ook heel mooi vind, is het contact met particulieren. We werken veel in bewoonde situaties, dus mensen zijn thuis. Dan kom ik binnen en zeggen vrouwen vaak: : ‘Wat fijn dat jij komt, ik durfde deze vragen niet aan een man te stellen.’ Dan besef ik weer hoe belangrijk representatie is, en hoe anders vrouwen bouwen – vaak met meer aandacht voor detail, samenwerking en duurzaamheid.’ Mannen hebben toch een andere houding. Ik ben toegankelijker. En ik luister echt. Gisteravond bijvoorbeeld kwam een vrouw met allemaal slimme suggesties. Dan denk ik: ja, vrouwen bouwen gewoon anders. En daar is niets mis mee.”
Wat zijn je dromen voor de toekomst?
“Dat er 25% vrouwen in de bouw werken. Daar denk ik al jaren over na. Soms fantaseer ik over een bouwbedrijf met alleen maar vrouwen. Maar uiteindelijk geloof ik meer in samenwerken. Mannen én vrouwen brengen allebei iets waardevols. Samen krijg je het mooiste resultaat.”
Wat zou je willen zeggen tegen meisjes of vrouwen die de bouw in willen?
“Ga ervoor. Maar weet dat je er echt vol voor moet gaan. Het is nog steeds niet makkelijk. En probeer geen man te worden. Blijf vooral vrouw. Veel meiden proberen stoerder te worden, gaan anders praten of lopen om erbij te horen. Maar als het niet bij je past, hou je het niet vol. Blijf wie je bent. Dat is je kracht.”
Wil je zelf nog iets toevoegen?
“Ja. Ik wil vrouwen aanmoedigen om zich uit te spreken. Als iemand iets zegt wat niet oké is, zeg dan dat het niet leuk is. Veel vrouwen durven dat niet, maar mannen hebben het vaak niet eens door. Pas als je het zegt, worden ze zich ervan bewust.
Ook werkgevers wil ik iets meegeven: als een vrouw bij je solliciteert, weet dan dat ze daar écht over nagedacht heeft. Geef haar het voordeel van de twijfel, en neem haar serieus als professional. Want vrouwen brengen vaak andere perspectieven mee – op samenwerking, communicatie en duurzaamheid – die de sector juist nu hard nodig heeft.
Het lichaam van een vrouw werkt ook anders dan dat van een man. Ik maak dingen als menstruatie bespreekbaar op de werkvloer. Dat deed ik vroeger niet en probeerde ik me groot te houden. Maar daar ga je aan onderdoor. Door het wél bespreekbaar te maken, maak je ruimte. Voor jezelf en voor anderen. En dat is waar het om gaat.
We bouwen niet alleen aan huizen, maar ook aan een nieuwe norm – eentje waarin plek is voor vakmanschap, diversiteit én de natuur.”




